[{"data":1,"prerenderedAt":1783},["ShallowReactive",2],{"search-content-nl":3,"investigation:nl:nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien":963,"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fschone-schijn-voor-het-publiek-nl":1282,"animals-nl":1304,"chapters-\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien":1369,"chapter-sources-nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien-nl":1522,"sources-nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien-2-nl":1770},{"files":4,"navigation":853},[5,12,17,22,27,32,37,42,47,52,57,62,67,72,77,82,87,92,97,102,107,112,117,122,129,135,141,147,153,159,165,171,177,183,189,195,201,207,213,219,225,231,237,243,249,254,260,266,272,277,283,288,294,300,305,311,317,323,329,335,341,347,353,359,365,371,377,383,389,394,399,405,411,417,423,428,434,440,446,451,457,463,468,473,479,484,489,494,499,504,509,514,519,524,529,534,539,544,549,554,559,564,569,574,579,584,589,594,599,604,609,614,619,624,629,634,639,644,649,654,659,664,669,674,679,684,689,694,699,704,709,714,719,724,729,734,739,744,749,754,759,763,768,773,778,783,788,793,798,803,808,813,818,823,828,833,838,843,848],{"id":6,"title":7,"titles":8,"level":10,"content":11},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn","Het leven van een konijn",[9,7],"Onderzoeken",1,"Vlak voor kerst publiceerde Ongehoord haar onderzoek naar Nederlandse konijnenfokkers. Veel konijnen hadden pootaandoeningen, hersenafwijkingen en aangevroten oren. De Beter Leven-boer verloor later zijn keurmerk. Het leven van een konijn Vlak voor kerst publiceerde Ongehoord haar onderzoek naar Nederlandse konijnenfokkers. Veel konijnen hadden pootaandoeningen, hersenafwijkingen en aangevroten oren. De Beter Leven-boer verloor later zijn keurmerk. 19 december 2011 publiceerde Ongehoord een undercoveronderzoek naar de konijnenhouderij in Nederland. De beelden zijn schrikbarend. De dieren zitten met duizenden opeengepakt in kooien. Ze hebben wonden, tumoren, vergroeiingen, gebroken ledematen, hersenontsteking, diarree en andere aandoeningen. Op alle onderzochte bedrijven lagen dode dieren tussen de levende. Ongehoord onderzocht een kleine 10% van de konijnenhouderijen. Bij de woordvoerders van de industrie werden de slechtste omstandigheden vastgelegd. Bij een boer met het Beter Leven Kenmerk van de Dierenbescherming werden de konijnen onder dezelfde omstandigheden vetgemest. Op de pagina's hieronder vind je de resultaten van het onderzoek. Daarnaast vind je er nieuwsartikelen en bronmateriaal over konijnen en de konijnenindustrie in Nederland.",{"id":13,"title":14,"titles":15,"level":10,"content":16},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-nog-steeds-in-de-fout","NVWA nog steeds in de fout",[9,14],"Uit documenten die onderzoeksgroep Ongehoord vandaag naar buiten brengt, blijkt dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nog steeds zieke en gewonde dieren goedkeurt voor export. Het afgelopen jaar werden meerdere dieren met ernstige aandoeningen naar Vlaamse slachthuizen getransporteerd. NVWA nog steeds in de fout Uit documenten die onderzoeksgroep Ongehoord vandaag naar buiten brengt, blijkt dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nog steeds zieke en gewonde dieren goedkeurt voor export. Het afgelopen jaar werden meerdere dieren met ernstige aandoeningen naar Vlaamse slachthuizen getransporteerd. Ernstig zieke dieren geexporteerd naar buitenlandse slachthuizen Uit documenten die onderzoeksgroep Ongehoord vandaag naar buiten brengt, blijkt dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nog steeds de regels niet naleeft bij de export van dieren. Zieke en gewonde dieren mogen niet op transport gezet worden. Toch kwamen bij Vlaamse slachthuizen het afgelopen anderhalf jaar koeien aan met opgezwollen uiers en pootproblemen. Bijna honderd varkens hadden gezwellen, abcessen, ontstekingen en andere ernstige aandoeningen. De recente beloftes van minister Schouten over verscherpt toezicht lijken hiermee ongeloofwaardig. Maatregelen halen niets uit Op 3 september jongstleden kondigde demissionair minister Carola Schouten opnieuw versterkt toezicht aan bij veetransporten: NVWA-dierenartsen moeten voortaan Europese richtsnoeren volgen bij de exportkeuring. Deze richtsnoeren bevatten gedetailleerde beschrijvingen en foto’s van gezondheidsproblemen bij runderen en varkens. De richtsnoeren zijn bedoeld om de transportwaardigheid van dieren correct te beoordelen. Volgens Schouten worden de nieuwe toezichtsregels al sinds april 2021 toegepast bij het keuren van runderen. Toch blijkt uit de documenten van de Vlaamse inspectie dat in mei en juni nog zieke koeien op transport naar België gingen. In 2019 kwamen ook al problemen met de export van zieke dieren aan het licht door onderzoek van RTL Nieuws. Eind 2019 voerde minister Schouten strengere keuringen in bij de NVWA en het “vier-ogen-principe”. Dit houdt in dat de keuringen niet door één, maar door twee inspecteurs worden uitgevoerd. Ook die maatregelen lijken geen enkel effect gehad te hebben. NVWA blind voor ernstige welzijnsproblemen De foto's en verslagen die Ongehoord vandaag publiceert liegen er niet om. Bij de runderen stelden Vlaamse dierenartsen duidelijk zichtbare pootproblemen vast. Dieren waren niet meer in staat om pijnloos te lopen of konden niet meer rechtop staan (foto 1). Bij een koe waren de achterpoten met een touw aan elkaar gebonden, omdat het dier anders ‘openglijdende achterpoten’ had. Volgens dierenwelzijnsvoorschriften mogen dieren die niet zelfstandig en pijnloos kunnen lopen, niet getransporteerd worden. Ook werden melkkoeien opgemerkt met pijnlijk gezwollen uiers waar de melk uitdroop, het resultaat van de hoge productie-eisen waaraan de dieren moeten voldoen in de zuivelindustrie (foto 2). Een koe had een groot abces op de kop, waarvan de huid deels was afgestorven. Ook haar oog was aangetast (foto 3). Een andere koe was te zwak om het transport te overleven; de dierenarts vond het dier dood in de vrachtwagen. Een hoogzwangere koe moest 3 uur op transport; ze is bevallen in de wachtruimte van het slachthuis. Het kalfje werd gedood en afgevoerd; de moeder werd geslacht voor vleesproductie. Foto 1: kan niet meer lopenFoto 2: gezwollen uierFoto 3: absces op oogFoto 4: gezwel poot Meerdere varkens werden aangevoerd met pootproblemen waardoor de dieren kreupel liepen. Als oorzaken werden genoemd: een heupfractuur, artritis, ontstekingen en abcessen (foto 4). Sommige varkens hadden extreem grote navelbreuken, een uitstulping van de darmen. De huid kan daardoor over de grond slepen, met wonden en afstervende huid tot gevolg (foto 5). Een groot aantal dieren had matige tot zeer ernstige wonden door staart- en oorbijten (foto 6). Een zeug wiens baarmoeder door de vagina naar buiten stulpte, had een transporttijd van 5 uur moeten doorstaan (foto 7). Foto 5: navelbreukFoto 6: staartbijtwondFoto 7: ernstige prolaps Niet transportwaardig, wel geschikt voor humane consumptie Volgens dierenwelzijnswetgeving moeten dieren met ernstige gezondheidsproblemen geëuthanaseerd worden op de boerderij, om ze vervolgens af te voeren naar een destructiebedrijf. Euthanasie en destructie brengen kosten mee die veehouders liever niet maken. Door ongeschikte dieren toch naar een slachthuis te transporteren, verdient de veehouder geld. Slechte stukken zoals navelbreuken en abcessen worden na het slachten weggesneden, de rest van het karkas wordt gebruikt voor humane consumptie. Alleen kadavers van dieren met aandoeningen die gevaar opleveren voor de volksgezondheid, worden volledig afgekeurd en vernietigd. Beschamende vertoning In 2020 kwam Ongehoord al met beelden waarop NVWA-dierenartsen varkens sloegen in een slachthuis. Een toezichthouder van een kippenslachter in Friesland hielp zelf bij de werkzaamheden van de slachter. Onderzoeksgroep Ongehoord noemt het NVWA-toezicht op landbouwdieren een beschamende vertoning. De documenten van de Vlaamse inspectiedienst maken pijnlijk duidelijk dat de belangen van de industrie zwaarder doorwegen dan het dierenwelzijn. Johan Boonstra, woordvoerder Ongehoord: “Als je de foto's bekijkt, weet je dat NVWA-dierenartsen moedwillig zieke dieren goedkeuren. Varkens met voetbalgrote navelbreuken en abcessen of een koe met een bloederige wond aan het oog, dat zijn dingen die je niet over het hoofd ziet.”",{"id":18,"title":19,"titles":20,"level":10,"content":21},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fernstig-zieke-varkens-bij-dierenwelzijnsadviseur-voor-overheid","Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor de overheid",[9,19],"Ongehoord onderzocht de megastal van Annechien ten Have-Mellema. De Dierenbescherming geeft twee sterren voor haar Hamletz-vlees, dat verkocht wordt bij Albert Heijn.Ten Have-Mellema adviseert als lid van de Raad voor Dieraangelegenheden de overheid over dierenwelzijn. Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor de overheid Ongehoord onderzocht de megastal van Annechien ten Have-Mellema. De Dierenbescherming geeft twee sterren voor haar Hamletz-vlees, dat verkocht wordt bij Albert Heijn.Ten Have-Mellema adviseert als lid van de Raad voor Dieraangelegenheden de overheid over dierenwelzijn. In november 2021 kwam Ongehoord met een onderzoek naar Nederlands bekendste varkensfokker. Annechien ten Have-Mellema uit Beerta is lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden, die de overheid adviseert op het gebied van dierenwelzijn. Ze fokt varkens voor de productie van Hamletz-vlees. Dit vlees wordt verkocht bij Albert Heijn en krijgt twee Beter Leven-sterren van de Dierenbescherming. In haar megastal filmde Ongehoord dode varkens en biggen, moedervarkens die ingeklemd staan tussen stangen, varkens die bijna niet meer kunnen lopen en dieren met een staart die geheel of deels is aangevreten.",{"id":23,"title":24,"titles":25,"level":10,"content":26},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fzorgen-om-dierenleed-bij-caring-farmers","Zorgen om dierenleed bij 'Caring Farmers'",[9,24],"Ongehoord heeft gefilmd in de stallen van pluimveehouders Martijn Vonk en Johan Leenders. Beide zijn aangesloten bij Caring Farmers, een belangenorganisatie van boeren. Caring Farmers zegt “uit te gaan van de behoeftes van dieren”. Op de beelden zijn kreupele, zieke en dode kippen te zien. Zorgen om dierenleed bij 'Caring Farmers' Ongehoord heeft gefilmd in de stallen van pluimveehouders Martijn Vonk en Johan Leenders. Beide zijn aangesloten bij Caring Farmers, een belangenorganisatie van boeren. Caring Farmers zegt “uit te gaan van de behoeftes van dieren”. Op de beelden zijn kreupele, zieke en dode kippen te zien. Ongehoord publiceert het derde deel van een uitgebreid onderzoek naar veehouderijsystemen die meer dierenwelzijn claimen. In stallen van Martijn Vonk en Johan Leenders werden kreupele en dode kippen gefilmd. Beide pluimveehouders zijn aangesloten bij Caring Farmers, een boerenbelangenorganisatie die inzet op kringlooplandbouw. Caring Farmers zegt te streven naar een hoog niveau van dierenwelzijn, waarbij uitgegaan wordt van de natuurlijke behoeften van dieren. Eerder deze maand kwam Ongehoord al met beelden van dierenleed in varkensbedrijven van Caring Farmers, met name Annechien Ten Have van het Hamletz-vlees en Jan Broenink van het ketenconcept “Wroetvarken”.",{"id":28,"title":29,"titles":30,"level":10,"content":31},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fverborgen-misstanden-in-zichtstal-houbensteyn","Verborgen misstanden in zichtstal Houbensteyn",[9,29],"Varkens met wonden, abcessen, luchtwegproblemen, dode varkens en vervuilde hokken. Het is te zien in het onderzoek naar Beter Leven stal Houbensteyn in Ysselsteyn, Limburg. Met bijna honderdduizend varkens en 15 miljoen subsidie is eigenaar Martin Houben een grote speler. De onderzochte locatie heeft een zichtstal, bezoekers kunnen een klein deel van de varkens bekijken. Toen het onderzoeksteam andere delen van het bedrijf bezocht, troffen ze de misstanden aan. Verborgen misstanden in zichtstal Houbensteyn Varkens met wonden, abcessen, luchtwegproblemen, dode varkens en vervuilde hokken. Het is te zien in het onderzoek naar Beter Leven stal Houbensteyn in Ysselsteyn, Limburg. Met bijna honderdduizend varkens en 15 miljoen subsidie is eigenaar Martin Houben een grote speler. De onderzochte locatie heeft een zichtstal, bezoekers kunnen een klein deel van de varkens bekijken. Toen het onderzoeksteam andere delen van het bedrijf bezocht, troffen ze de misstanden aan. Varkens met wonden, abcessen, luchtwegproblemen, dode varkens en vervuilde hokken. Het is te zien in het onderzoek naar Beter Leven stal Houbensteyn in Ysselsteyn, Limburg. Met bijna honderdduizend varkens in 10 vestigingen en 15 miljoen euro subsidie is eigenaar Martin Houben een grote speler. De onderzochte vestiging heeft een zichtruimte; bezoekers kunnen een klein deel van de varkens bekijken. Toen het onderzoeksteam andere delen van de locatie bezocht, troffen ze de misstanden aan. De hokken voldoen niet aan regelgeving en Beter Leven-eisen. Met minstens 12.000 vleesvarkens is de locatie een megastal, wat verboden is voor het Beter Leven-keurmerk. Het onderzoek De publieke zichtruimte van Houbensteyn Aan de Ysselsteynseweg 40 te Ysselsteyn vind je de zichtstal van de Houbensteyn Groep. Deze stal krijgt van de Dierenbescherming 1 Beter Leven ster. De publieke zichtruimte bevindt zich aan de voorkant van het gebouw. Door een raampje zien bezoekers een beperkt gedeelte van de stal. Op informatieve borden zijn bedrijfsmedewerkers afgebeeld die biggen en varkens aaien. Verborgen misstanden In het stalgedeelte dat het publiek niet te zien krijgt, filmde Ongehoord misstanden. Varkens zaten in hokken die niet voldoen aan regelgeving en Beter Leven-eisen. Zowel qua gedrag als fysiek hadden de dieren te maken met ernstige welzijnsproblemen. Bovendien blijkt uit Kernregistratie Dierverblijven, een database van de overheid, dat de locatie vergund is om 15.204 dieren te houden. Eigenaar Martin Houben zegt slechts 12.000 varkens te houden in de onderzochte locatie. Veel meer dan toegelaten voor het Beter Leven-keurmerk: de Dierenbescherming verbiedt megastallen, locaties met meer dan 7.551 vleesvarkens, voor haar keurmerk. Gedragsstoornissen door verveling en frustratie Varkens zijn nieuwsgierige, intelligente dieren. In hun natuurlijke habitat (bossen die beschutting en voldoende voedsel bieden) spenderen de dieren veel tijd aan foerageren (voedselzoekgedrag) en exploreren (verkenningsgedrag). In stallen hebben ze die mogelijkheid niet, waardoor ze zich snel vervelen. In een recent verschenen rapport van EFSA, de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, wordt de onmogelijkheid om te foerageren en exploreren genoemd als een van de belangrijkste welzijnsproblemen in de varkenshouderij. Uit verveling en frustratie ontwikkelen de dieren gedragsstoornissen. Andersom zien we ook minder chronische stress en sneller herstel na stress, als varkens natuurlijker gedrag kunnen vertonen. De mogelijkheden daartoe zijn echter beperkt door de productie-eisen van de industrie. Sommige kooiverrijkingen hebben geen effect of zelfs een negatief effect op het welzijn van de varkens. Zo kan de strokoker, een buisje met stro waar varkens aan kunnen knabbelen, staartbijten niet voorkomen. Het weglaten van de kraamkooi bij moedervarkens leidt tot meer geplette biggen. Groepshuisvesting voor moedervarkens, sinds 2013 verplicht door Europese dierenwelzijnswetgeving, resulteerde in meer agressieproblemen en klauwaandoeningen. Volgens artikel 1.3 van de Wet dieren moeten dieren gevrijwaard zijn van beperkingen in natuurlijk gedrag. Op beton- en roostervloeren, de standaardstalvloer in de varkensindustrie, kunnen varkens hun natuurlijk gedrag (wroeten in los materiaal met hun hoofd omlaag) niet uitoefenen. De Europese richtlijn 2008\u002F120 bepaalt dat varkens permanent moeten kunnen beschikken over afleidingsmateriaal. Volgens de brochure “Informatiefolder verrijkingsmateriaal varkens” van de Stichting Beter Leven keurmerk voldoen strokokers als verrijking, hoewel ze dus staartbijten niet voorkomen. De strokokers dienen permanent gevuld te zijn. Op de beelden van Ongehoord zijn varkens te zien die in elkaars oren bijten, aan spenen van een soortgenoot sabbelen en met een dode hokgenoot spelen. De dieren beschikken niet permanent over afleidingsmateriaal: de strokokers die Houbensteyn als hokverrijking gebruikt, waren leeg. Het spinrag in de kokers laat vermoeden dat ze al geruime tijd niet bijgevuld werden. Luchtwegproblemen door vervuild en ongezond stalklimaat Varkens zijn zindelijke dieren met een erg gevoelige neus. Onder natuurlijke omstandigheden zullen varkens nooit hun rustplaatsen bevuilen. Moedervarkens leren hun jongen urineren en poepen op een aparte mestplaats, die 5 tot 15 meter van het nest verwijderd ligt. In varkensstallen leven de dieren echter in en boven hun uitwerpselen. De stallucht veroorzaakt luchtwegontstekingen, waardoor ze pijnlijk ademhalen en hoesten, zoals te zien op de beelden die Ongehoord maakte bij Houbensteyn. Luchtwegproblemen behoren volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, net als gebrek aan foerageermogelijkheden, tot de belangrijkste welzijnsproblemen in de varkensindustrie. Hoewel artikel 2.5 van het Besluit houders van dieren bepaalt dat het stalklimaat (stallucht, stofgehalte onder andere) in de omgeving van het dier niet schadelijk mag zijn, bleek uit onderzoek van de NVWA (2018) dat het stalklimaat in Nederlandse varkensstallen erg slecht is: de helft van de dieren lijdt aan longontsteking en pleuritis. Eind 2021 gaf toenmalig landbouwminister Schouten toe dat de werkprotocollen van NVWA tekortschieten om het vervuilde en ongezonde stalklimaat in de varkensindustrie aan te pakken. Navelbreuken en abcessen In de afgeschermde hokken van de Houbensteyn-zichtstal trof Ongehoord varkens aan met grote navelbreuken. Een navelbreuk is een uitzakking van de buikinhoud door een holte ter hoogte van de navel. Navelbreuken kunnen zodanig groot zijn dat ze over de grond slepen, wat leidt tot ontstekingen van de huid en moeilijkheden voor het dier om zich pijnloos voort te bewegen. De inhoud van een navelbreuk bestaat uit darmen en buikinhoud, of het kan ook gaan om een abces met pus. De meeste navelbreuken hebben hun oorsprong in navelontstekingen, vaak al ontstaan in de kraamstal. Ook werden varkens gefilmd met abcessen aan de poten. In de varkensindustrie zijn pootproblemen en kreupelheid schering en inslag, vaak veroorzaakt door gewrichtsontstekingen. Bewegingsproblemen staan eveneens op de EFSA-lijst van belangrijkste problemen in de varkensindustrie. Het gaat om pijnlijke aandoeningen, waardoor het dier abnormaal gaat lopen of zelfs niet meer in staat is overeind te blijven staan. Volgens artikel 1.3 van de Wet dieren moeten dieren gevrijwaard zijn van verwondingen, pijn en ziektes. Voortijdige sterfte In een hok filmde Ongehoord een varken dat voortijdig overleden was. Geen verrassing aangezien ook voortijdige sterfte bekendstaat als een structureel probleem in de varkensindustrie. In de Nederlandse varkensindustrie sterven 12,2% van de biggen in de kraamstal.:annotation{:ids=\"16\"}Bij moedervarkens bedraagt de voortijdige sterfte 6%, en bij vleesvarkens 2,5%. Op jaarbasis gaat het om 4 miljoen kraambiggen en ruim een half miljoen vleesvarkens en moedervarkens. Onderzoek van Ongehoord door de jaren heen toont keer op keer aan dat dierenwelzijnswetten, maatregelen en keurmerken niet voorkomen dat dieren ernstig lijden voor voedselproductie. De Houbensteyn Group Giga varkensbedrijf De Houbensteyn Groep omvat een twaalftal vestigingen in Ysselsteyn, Heide en Grubbenvorst. Het gaat om mesterijen waar vleesvarkens afgemest worden voor de slacht en vermeerderingsbedrijven waar moedervarkens biggen werpen. Ook is er een KI-station waar beren sperma produceren voor kunstmatige inseminatie. Daarnaast heeft de groep fabrieken voor mengvoederproductie en mestverwerking. Volgens Kernregistratie Dierverblijven Limburg, een database met gegevens van vergunningen en meldingen van veehouderijen, is de Houbensteyn Groep vergund om in totaal 99.500 moedervarkens, beren, jonge biggen en vleesvarkens te houden. Biggetjes tot 4 – 5 weken oud, die nog bij de moeder drinken, zijn hier niet in meegerekend. Het exacte aantal dieren in de stallen van Houbensteyn is onbekend, omdat vergunningsaantallen en werkelijke aantallen afwijkingen kunnen vertonen. De grootste vestiging van de Houbensteyn Groep is de omstreden gigastal aan de Laagheide in Grubbenvorst. In deze etagestal worden meer dan 30.000 varkens gehouden. Beter Leven keurmerk Aan de Ysselsteynseweg 40 te Ysselsteyn heeft de Houbensteyn Groep een zichtstal die van de Dierenbescherming 1 Beter Leven ster krijgt. Hoewel Houbensteyn op haar site beweert dat alle dieren onder de Beter Leven-criteria worden gehouden, is dat slechts 6%. Enkel de locatie Ysselsteynseweg heeft een Beter Leven ster. De overige fokkerijen van de groep zijn reguliere stallen zonder sterren en zonder publieke zichtruimtes. Houbensteyn varkens worden geslacht bij Vion. De Beter Leven varkens uit de zichtstal zijn bestemd voor regionale supermarktketen Jan Linders, waar hun vlees verkocht wordt onder de merknaam ‘Variande’ met een ‘streekproduct sticker’ en een ‘Beter Leven 1 ster sticker’. Over de afzet van het reguliere vlees uit de overige vestigingen, wat het grootste deel van de Houbensteyn productie is, wordt geen informatie gegeven. Kringlooplandbouw Volgens onderzoek van de Groene Amsterdammer is Houbensteyn de grootste methaanuitstoter in de Nederlandse landbouwsector, met een uitstoot van ruim 300.000 kilo. Methaan is een broeikasgas dat 30 keer gevaarlijker is voor het klimaat dan CO2. Maar omdat Houbensteyn reststromen gebruikt als varkensvoer en aan mestvergisting doet, past het bedrijf in het ‘kringlooplandbouwmodel’ waar de Nederlandse overheid naartoe wil om voedselproductie te verduurzamen. Voor de publicatie “Dierenwelzijn in de kringlooplandbouw” van RDA (de Raad voor Dierenaangelegenheden die de overheid adviseert over dierenwelzijn) was Martin Houben (directeur Houbensteyn Groep) een van de experts op wiens visie de Raad haar advies baseerde. De gigastal van de Houbensteyn Groep in Grubbenvorst met meer dan 30.000 dieren maakt deel uit van het Nieuw Gemengd Bedrijf, een samenwerkingsverband tussen Limburgse landbouwbedrijven. Het Nieuw Gemengd Bedrijf omvat naast Houbensteyn ook de omstreden gigastal “Kuijpers Kip” in Grubbenvorst. Kuijpers houdt ruim 1 miljoen vleeskuikens en beschikt over een eigen broederij en slachterij. Ondanks grote maatschappelijke weerstand tegen de giga varkens- en kippenstallen, kregen Houbensteyn en Kuijpers Kip in 2019 de ondernemersprijs van de gemeente Horst aan de Maas voor hun Nieuw Gemengd Bedrijf. De vakjury (samengesteld uit mensen uit de bedrijfswereld en de bankensector) beoordeelde het Nieuw Gemengd Bedrijf als een koploper van kringlooplandbouw, waarbij “mens en dier centraal staan.” Subsidies: meer dan 15 miljoen euro in tien jaar Volgens de database van RVO, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, ontving de Houbensteyn Groep de afgelopen twee jaar 304.345 euro aan Europese landbouwsubsidies. Subsidiebedragen van eerdere jaren zijn niet beschikbaar; Europese subsidies worden na 2 jaar gewist uit de publieke database. Van de Nederlandse overheid kreeg Houbensteyn tussen 2009 en 2019 ruim 14 miljoen euro voor installaties voor zonne-energie en biomassa. Op de State Aid Transparency, een publieke zoekpagina van de Europese Commissie, zijn verder nog steunmaatregelen aan Houbensteyn terug te vinden onder de vorm van belastingvoordelen (tussen 60.000 en 500.000 euro, versmalling belastinggrondslag), en 361.461 euro aan ‘coronasteun’, betaald door het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. In totaal konden we voor de afgelopen tien jaar ruim 15 miljoen euro aan subsidies terugvinden. Dit is niet het volledige bedrag, aangezien Europese landbouwsubsidies van voor 2020 niet openbaar zijn. Op de website van Houbensteyn wordt ook melding gemaakt van subsidiering door de provincie Limburg, maar steunbedragen aan landbouwbedrijven worden vanuit het provinciebestuur niet openbaar gemaakt.",{"id":33,"title":34,"titles":35,"level":10,"content":36},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fdierenleed-gefilmd-bij-prijswinnaar-van-dierenbescherming","Dierenleed gefilmd bij prijswinnaar van Dierenbescherming",[9,34],"Ongehoord heeft beelden gepubliceerd van het Wroetvarken-concept. De onderzoeksgroep filmde zieke en gewonde varkens bij Wroetvarken oprichter Jan Broenink in Langeveen en Wroetvarken fokker Edwin Tijink in Almelo. Broenink won eerder dit jaar een Deltaplan Veehouderij Award van de Dierenbescherming. Dierenleed gefilmd bij prijswinnaar van Dierenbescherming Ongehoord heeft beelden gepubliceerd van het Wroetvarken-concept. De onderzoeksgroep filmde zieke en gewonde varkens bij Wroetvarken oprichter Jan Broenink in Langeveen en Wroetvarken fokker Edwin Tijink in Almelo. Broenink won eerder dit jaar een Deltaplan Veehouderij Award van de Dierenbescherming. Onderzoeksgroep Ongehoord publiceert beelden van ernstig dierenleed bij “diervriendelijke” vleesconcepten. In de “wroetstal” van Jan Broenink, winnaar van de Deltaplan Veehouderij Award van de Dierenbescherming, werden ernstig zieke en gewonde varkens gefilmd. Er zijn ook beelden van misstanden in het bedrijf van Edwin Tijink, de fokker die de moederdieren levert voor de wroetvarkenketen.",{"id":38,"title":39,"titles":40,"level":10,"content":41},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fvarkens-met-geweld-opgedreven-voor-transport","Varkens met geweld opgedreven voor transport",[9,39],"In Reusel (Noord-Brabant) plaatste onderzoeksgroep Ongehoord een camera bij de verzamelplaats van Vee- en Varkenshandel C. van Roij. Hier worden dieren verzameld van verschillende fokkerijen, om daarna naar het slachthuis gebracht te worden. Hoewel de organisatie slechts enkele dagen filmde op de locatie, legden zij verschillende misstanden vast. Varkens met geweld opgedreven voor transport In Reusel (Noord-Brabant) plaatste onderzoeksgroep Ongehoord een camera bij de verzamelplaats van Vee- en Varkenshandel C. van Roij. Hier worden dieren verzameld van verschillende fokkerijen, om daarna naar het slachthuis gebracht te worden. Hoewel de organisatie slechts enkele dagen filmde op de locatie, legden zij verschillende misstanden vast. In december 2022 publiceert onderzoeksgroep Ongehoord beelden van varkens die tijdens hun laatste levensdagen worden geslagen, getrapt en met een taser opgejaagd. De onderzoekers plaatsten verborgen camera's bij Beter Leven-stallen en een zogenoemde vee-verzamelplaats. Zo filmden zij het in- en uitladen van dieren voor transport. Hoewel veetransporten al jaren onder vuur liggen en al talloze verbeteringen aangekondigd werden door de sector zelf, het landbouwministerie en de NVWA, blijkt uit de beelden dat dierenleed niet te voorkomen is zolang dieren op transport gezet worden. Ernstige mishandeling en zieke dieren op de verzamelplaats In Reusel (Noord-Brabant) plaatste onderzoeksgroep Ongehoord een camera bij de verzamelplaats van Vee- en Varkenshandel C. van Roij. Hier worden dieren verzameld van verschillende fokkerijen, om daarna naar het slachthuis gebracht te worden. Hoewel de organisatie slechts enkele dagen filmde op de locatie, legde zij verschillende misstanden vast. Meerdere varkens moesten in het verzamelcentrum afgemaakt worden omdat ze te ziek waren om nog verder getransporteerd te worden. Hierbij werd een penschiettoestel gebruikt: een apparaat dat een metalen pin door de schedel van een dier schiet om de hersenen te beschadigen. Omdat een penschiettoestel geen garantie geeft op het intreden van de dood, is het wettelijk verplicht om de dieren meteen na het schot te doden met een keelsnede. Bij C. van Roij lieten werknemers geschoten varkens minutenlang stuiptrekken, zonder controle op bewusteloosheid en zonder de keelsnede uit te voeren. Hoewel er ook een wettelijke verplichting is om zieke dieren “zo spoedig mogelijk” eerste hulp te geven (een diergeneeskundige behandeling of euthanasie), werd een ziek moedervarken een hele nacht aan haar lot overgelaten. De volgende ochtend werd het dier meermaals tegen het hoofd getrapt, om vervolgens geschoten te worden. Een andere zeug werd getrapt, getaserd op het hoofd en bij de staart opgetrokken, of anders gezegd: in enkele seconden tijd werden minstens drie wetsinbreuken gepleegd. Meerdere keren was te zien dat biggetjes en moedervarkens werden getrapt en geslagen met stukken tuinslang. Klappers en elektrische prikkers voor Beter Leven varkens In Nederland is er slechts één keurmerk dat eisen stelt aan het transport. Dat is opvallend genoeg niet het biologische EKO-keurmerk, maar het veel lichtere Beter Leven keurmerk. Ongehoord laat daarom ook zien hoe varkens bij Beter Leven-boerderijen de vrachtwagen in gejaagd worden. Bij het varkensbedrijf van Annechien ten Have-Mellema (2 Beter Leven sterren) worden varkens geslagen met de hand en met plastic klappers, maar ook de zware opdrijfborden worden gebruikt om op de varkens in te slaan. Dat ten Have-Mellema de klapper nog gebruikt, is opvallend. Bij Beter Leven slachthuis Westfort werd deze namelijk in de ban gedaan, naar aanleiding van eerder onderzoek van Ongehoord. Op de beelden is bovendien te zien dat een varken met pootgebrek toch op transport wordt gezet, een overtreding van de wet. Ten Have-Mellema en haar Hamletz-stallen kwamen al vaker in opspraak in 2011 en 2021. Bij Martin Houben te Ysselstein (1 Beter Leven ster) worden vleesvarkens opgejaagd met elektrische prikkers, wat verboden is, zowel door de wet als voor het keurmerk. Kort geleden liet Ongehoord al zien dat Houben zich niet aan het Beter Leven keurmerk hield in zijn stallen. De Dierenbescherming heeft tot nu toe nog geen sancties genomen. Stress en geweld horen erbij Varkens worden bij het inladen en verladen geconfronteerd met stressvolle situaties: onbekende soortgenoten en mensen, een vreemde omgeving en lawaai, gladde ondergronden van laadbruggen en vrachtwagens. Van nature nemen varkens de tijd om nieuwe omgevingen voorzichtig te verkennen. Werknemers, veelal onder tijdsdruk, zoeken hun toevlucht tot geweld om het inladen te bespoedigen. Undercoverbeelden van Ongehoord bij varkensslachterij Westfort (2020) toonden aan dat ook het uitladen van varkens niet lukte zonder de dieren te slaan. Onderweg worden de dieren blootgesteld aan nog meer stressfactoren, zoals onrust en agressie door mengen met onbekende soortgenoten in de wagens, blootstelling aan een onbekende omgeving, hitte- en koudestress, slechte ventilatie, gebrek aan ruimte, omgevingslawaai, honger en dorst, frustratie, slechte conditie van de dieren, vermoeidheid en uitputting. Miljoenen zieke varkens in de industrie Ondanks eerder aangekondigd “verscherpt toezicht” van NVWA, blijven varkenshouders zwakke, zieke en gewonde dieren op transport zetten naar verzamelplaatsen en slachterijen. Het is maar het topje van een ijsberg: jaarlijks worden 4,5 miljoen varkens ziek en sterven in varkensfokkerijen. Biggetjes worden dood of zwak geboren omdat hun moeders doorgefokt zijn om onnatuurlijke grote nesten te werpen. Vleesvarkens ontwikkelen gewrichtsproblemen door infecties met ziektekiemen in de stallen, of omdat hun kraakbeen de opgedreven groeisnelheid van hun lichaam niet kan bijhouden. Staartbijterij, waarbij dieren uit stress en verveling elkaars staarten stuk bijten, komt voor op 50% van de varkensbedrijven. Staartbijtwonden kunnen ernstig infecteren met sterfte als gevolg. Veel moedervarkens hebben lichte tot zeer ernstige klauwaandoeningen. Naar schatting 10% van de zeugen loopt kreupel, een probleem dat sinds de verplichte invoering van groepshuisvesting voor zwangere zeugen (omwille van dierenwelzijnsredenen) alleen maar erger geworden is. Als oorzaken wijzen onderzoekers naar gladde vuile vloeren en betonroosters waarop de dieren snel klauwletsels oplopen. De letsels zijn een belangrijke ingangspoort voor infecties waardoor ook hoger gelegen gewrichten en weefsels aangetast raken. De biologische zeugenhouderij, met weidegang en ingestrooide ligruimtes, heeft haar eigen kreupelheidsproblemen. Weidegang en ingestrooide ligruimtes hebben als risico dat klauwen onvoldoende afslijten (wat op beton en roosters wel goed lukt), waardoor problemen kunnen ontstaan. Nat en vuil stro weekt de klauwen, waardoor nog sneller letsels kunnen ontstaan. Het percentage zeugen dat sterft in veebedrijven schommelt al jaren rond de 6%. Uit pathologische onderzoeken van GD, de Nederlandse Gezondheidsdienst voor Dieren, komen als belangrijke doodsoorzaken van acute sterfte naar voren: hartfalen en stress, evenals draaiingen van organen. Vooral zeugen aan het einde van een zwangerschap hebben risico op hartfalen, omdat het hart veel bloed moet rondpompen door hun zware lichaam. In stresssituaties zoals verplaatsing van de zeugenstal naar het kraamhok en de hoge omgevingstemperatuur in de kraamhokken, gaat het hart nog sneller slaan. Dit resulteert in hartfalen en sterfte. Bij draaiingen van de maag, milt en darmen speelt het voermanagement een rol, maar ook stress is een belangrijke factor die draaiingen in de hand werkt. Dieren niet geholpen met controle en handhaving Toezichthouder NVWA heeft als taak de Europese en Nederlandse wetgeving inzake dierenwelzijn, diergezondheid en voedselveiligheid te controleren en handhaven. Maar de afgelopen jaren kwamen herhaaldelijk problemen aan het licht bij NVWA. In 2019 verscheen het “2Solve” onderzoeksrapport over de werking en tekortkomingen van NVWA in de kleine en middelgrote slachthuizen in Noord-Nederland. Uit het onderzoek bleek dat regelmatig zieke en wrakke dieren aangevoerd werden voor de slacht en dat bij deze misstanden niet consequent werd ingegrepen door NVWA. Een aantal inspecteurs zagen erg veel misstanden door de vingers. Als gevolg hiervan werden inspecteurs die wel probeerden te handhaven agressief behandeld door slachthuispersoneel. Ook gebeurde het dat slachterijen de interne planning van NVWA doorgespeeld kregen. Zo konden ze transporten met zieke dieren organiseren op de dagen dat het toezicht uitgevoerd werd door een inspecteur die het niet nauw neemt. In juni 2019 bracht onderzoek van RTL aan het licht dat NVWA inspecteurs exportcertificaten uitschreven voor ernstig zieke en gewonde dieren. Toenmalig landbouwminister Schouten kondigde strengere keuringen aan en voerde eind 2019 het vierogenprincipe in, waarbij de keuringen niet door 1, maar door 2 inspecteurs samen worden uitgevoerd. Een jaar later kondigde Schouten nogmaals strengere keuringen aan: NVWA-dierenartsen zouden vanaf april 2021 de Europese richtsnoeren volgen voor het keuren van runderen. Eind 2021 bracht Ongehoord opgevraagde inspectiedocumenten naar buiten waaruit bleek dat ook na april ernstige zieke koeien werden geëxporteerd naar Belgische slachterijen. Uit een drie maanden durend pilotonderzoek van NVWA zelf, uitgevoerd van juni tot augustus 2021, bleek dat veel veehouders de EU-richtsnoeren voor varkenstransport nog lang niet onder de knie hadden: tijdens de onderzoeksperiode bleken maar liefst 15.000 varkens (zo'n 220 tot 250 dieren per dag) niet te voldoen aan de richtsnoeren, wat betekent dat het vervoer van deze dieren in strijd was met Europese wetgeving die eigenlijk al jaren moest worden toegepast. Het NVWA-onderzoek liep bij vijf slachterijen waardoor het werkelijke aantal ongeschikte varkens wellicht hoger is. Uiteindelijk duurde het nog tot oktober 2021 voordat NVWA, na uitgebreid overleg met de sector, daadwerkelijk overging tot de toepassing van de EU-richtsnoeren voor varkenstransport. De nieuwste beelden van Ongehoord tonen echter dat de problemen rond veetransport nog lang niet van de baan zijn. Johan Boonstra van Ongehoord concludeert: “Hoe vaak kun je het toezicht verscherpen, hoe vaak mag de sector met nieuwe richtlijnen komen, hoeveel overtredingen kunnen veehouders maken, voordat we zeggen dat het maar eens afgelopen moet zijn met de veehouderij?”",{"id":43,"title":44,"titles":45,"level":10,"content":46},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fover-koetjes-en-kalfjes-geweld-bij-diertransporten-in-belgie-en-nederland","Over koetjes en kalfjes",[9,44],"Ongehoord deed onderzoek naar het transport van koeien en kalfjes. We plaatsten verborgen camera's in veeverzamelstallen, waar dieren naartoe werden gebracht voor verder transport. We zagen koeien en kalfjes die werden getrapt en geslagen met stokken, opgedreven met stroomstootwapens en zelfs met een hooivork. Koeien die niet meer opstonden, werden aan hun staart omhoog getrokken. Uit WOB-documenten blijkt dat de inspectie ruim baan maakt voor de overtollige dieren van de melkindustrie. Over koetjes en kalfjes Ongehoord deed onderzoek naar het transport van koeien en kalfjes. We plaatsten verborgen camera's in veeverzamelstallen, waar dieren naartoe werden gebracht voor verder transport. We zagen koeien en kalfjes die werden getrapt en geslagen met stokken, opgedreven met stroomstootwapens en zelfs met een hooivork. Koeien die niet meer opstonden, werden aan hun staart omhoog getrokken. Uit WOB-documenten blijkt dat de inspectie ruim baan maakt voor de overtollige dieren van de melkindustrie. Structureel geweld tegen dieren Ongehoord publiceert het tweede deel van haar onderzoek naar diertransporten. Eind 2022 kwam de onderzoeksgroep al met beelden van varkens die met geweld de vrachtwagen ingejaagd worden. Nieuwe beelden tonen het in- en uitladen van kalfjes en koeien in exportverzamelplaatsen. In deze bedrijven worden dieren samengebracht voor verder transport naar mesterijen of slachterijen. Ongehoord filmde onder andere moederkoeien die niet meer konden lopen, ziek waren, kreupel of doodsbang. Ook met kalfjes van amper twee weken oud wordt niet zachtzinnig omgegaan. Ze worden geslagen, getrapt en opgedreven met stokken en tasers. Uit opgevraagde inspectiedocumenten blijkt bovendien dat toezichthouders in België en Nederland tientallen exportcertificaten afleverden voor zieke, gewonde, kreupele of hoogzwangere runderen. Deze dieren mochten volgens Europese dierenwelzijnsregels niet getransporteerd worden. Omdat er een levendige dierenhandel bestaat tussen Nederland en België, werd onderzoek gedaan in beide landen. De beelden tonen dat geweld tegen industriedieren geen grenzen kent. Vooral uitgemolken koeien die door zwakte of ziekte moeizaam bewegen, krijgen de volle laag. De nieuwe misstanden rond het transport komen niet als een verrassing. In 2020 publiceerden we al beelden van slachterij Westfort. Daar werden varkens vrachtwagens uitgeslagen met kleppers. Wanneer werknemers geen drijfmiddel bij de hand hebben, gebruiken ze handen en voeten om dieren te slaan of te schoppen. Elke dag zagen we aanvoer van zieke of gewonde dieren in de slachterij. In 2021 toonden we via opgevraagde inspectiedocumenten aan dat zieke en gewonde dieren door Nederlandse toezichthouders goedgekeurd werden voor export. Eind 2022 publiceerden we beelden van varkens die vrachtwagens ingejaagd worden met stroomschokken en opdrijfborden. Het nieuwste onderzoek toont dat het gesleep met zieke dieren en het geweld bij laden en lossen onverminderd doorgaat. Waarom diertransport altijd dieronvriendelijk is, lees je in de volgende artikelen.",{"id":48,"title":49,"titles":50,"level":10,"content":51},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fkonijnen-het-haasje","Konijnen het haasje",[9,49],"Rond kerst 2023 heeft Ongehoord onderzoek gedaan naar de koploper van de Belgische konijnenindustrie. Bij Konzo in Hoogstraten trof het onderzoeksteam veel zieke en dode konijnen aan in zogenaamde “diervriendelijke parkhuisvesting”. Met verborgen camera werd gefilmd hoe konijnen aan hun vacht, oren en poten uit de parkkooien gepakt worden. Zaakvoerder Yves De Bie, die het dierenwelzijn in zijn fokkerij regelmatig roemt, werd betrapt op het gooien met konijnen. Konijnen het haasje Rond kerst 2023 heeft Ongehoord onderzoek gedaan naar de koploper van de Belgische konijnenindustrie. Bij Konzo in Hoogstraten trof het onderzoeksteam veel zieke en dode konijnen aan in zogenaamde “diervriendelijke parkhuisvesting”. Met verborgen camera werd gefilmd hoe konijnen aan hun vacht, oren en poten uit de parkkooien gepakt worden. Zaakvoerder Yves De Bie, die het dierenwelzijn in zijn fokkerij regelmatig roemt, werd betrapt op het gooien met konijnen. Onderzoek naar diervriendelijke parkkooien Rond kerst 2023 heeft Ongehoord onderzoek gedaan naar de koploper van de Belgische konijnenindustrie. Bij Konzo in Hoogstraten trof het onderzoeksteam veel zieke en dode konijnen aan in zogenoemde “diervriendelijke parkhuisvesting”. Met verborgen camera werd gefilmd hoe konijnen aan hun vacht, oren en poten uit de parkkooien gepakt worden. Zaakvoerder Yves De Bie, die het dierenwelzijn in zijn fokkerij regelmatig roemt, werd betrapt op het gooien met konijnen.",{"id":53,"title":54,"titles":55,"level":10,"content":56},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk","Grootschalige misleiding Beter Leven-keurmerk",[9,54],"Onderzoeksgroep Ongehoord heeft bij de Reclame Code Commissie een klacht ingediend tegen reclames voor Beter Leven producten. Volgens Ongehoord liegt de Dierenbescherming over het dierenwelzijn in boerderijen met het keurmerk. Zo hebben de meeste Beter Leven vleeskuikens geen uitloop en krijgen mega-stallen via een administratieve truc toch het keurmerk. Grootschalige misleiding Beter Leven-keurmerk Onderzoeksgroep Ongehoord heeft bij de Reclame Code Commissie een klacht ingediend tegen reclames voor Beter Leven producten. Volgens Ongehoord liegt de Dierenbescherming over het dierenwelzijn in boerderijen met het keurmerk. Zo hebben de meeste Beter Leven vleeskuikens geen uitloop en krijgen mega-stallen via een administratieve truc toch het keurmerk. Onderzoeksgroep Ongehoord probeert middels een klacht bij de Reclame Code Commissie een einde te maken aan reclames voor Beter Leven-producten. Volgens Ongehoord liegt de Dierenbescherming over het dierenwelzijn in boerderijen met het Beter Leven-keurmerk. Zo hebben de meeste vleeskuikens geen uitloop en krijgen mega-stallen via een administratieve truc toch het keurmerk. Een truc die overigens door de Dierenbescherming zelf wordt aangereikt. De onderzoeksgroep heeft haar klacht onderbouwd met een uitgebreide studie en beelden van Beter Leven-boerderijen.",{"id":58,"title":59,"titles":60,"level":10,"content":61},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst","De kogel voor Kerst",[9,59],"Het zijn geen feestelijke taferelen die Onderzoeksgroep Ongehoord filmde bij hertenboerderij De Weerd in Nijbroek. Edelherten rennen in blinde paniek heen en weer, terwijl ze een voor een worden neergeschoten. Een voor dood gehouden hert tilt opeens zijn hoofd nog eens op, waarop zijn keel wordt doorgesneden. Al spartelend en bij vol bewustzijn, bloedt het dier dood. De kogel voor Kerst Het zijn geen feestelijke taferelen die Onderzoeksgroep Ongehoord filmde bij hertenboerderij De Weerd in Nijbroek. Edelherten rennen in blinde paniek heen en weer, terwijl ze een voor een worden neergeschoten. Een voor dood gehouden hert tilt opeens zijn hoofd nog eens op, waarop zijn keel wordt doorgesneden. Al spartelend en bij vol bewustzijn, bloedt het dier dood. Het zijn geen feestelijke taferelen die Onderzoeksgroep Ongehoord filmde bij hertenboerderij De Weerd in Nijbroek. Edelherten rennen in blinde paniek heen en weer, terwijl ze een voor een worden neergeschoten. Een voor dood gehouden hert tilt opeens zijn hoofd nog eens op, waarop zijn keel wordt doorgesneden. Al spartelend en bij vol bewustzijn bloedt het dier dood.",{"id":63,"title":64,"titles":65,"level":10,"content":66},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken","Het leven van een varken",[9,64],"Het onderzoeksteam van Ongehoord bezocht maarliefst 26 varkensfokkers. Het resultaat was een enorme verzameling van gewonde, zieke en dode dieren. Bij een bioboer werden stereotyp gedrag en pootgebreken gefilmd. Het leven van een varken Het onderzoeksteam van Ongehoord bezocht maarliefst 26 varkensfokkers. Het resultaat was een enorme verzameling van gewonde, zieke en dode dieren. Bij een bioboer werden stereotyp gedrag en pootgebreken gefilmd. In juni 2011 publiceerde Ongehoord haar onderzoek naar de Nederlandse varkenshouderij. De schokkende beelden van dode varkens, ontstoken ogen, tumoren, verlammingen en kannibalisme zorgden voor opschudding in het hele land. De verscheidene keurmerken voor varkensvlees bleken weinig te verbeteren in het leven van deze gevoelige en intelligente dieren.",{"id":68,"title":69,"titles":70,"level":10,"content":71},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen","Benauwde minuten voor kerstkalkoen",[9,69],"Onderzoeksgroep Ongehoord filmde bij het diervriendelijkste kalkoenbedrijf van Nederland. Op de website van Sjroete Farm in Helden staat dat eigenaar Ruud Bos een 'onuitputtelijke liefde' voor kalkoenen heeft. Toch halen hij en zijn vrouw Sabrina dieren op ruwe wijze uit de stallen. Andere beelden tonen Bos die kalkoenen ondersteboven aan de slachtlijn hangt en de omstreden waterbad-methode gebruikt om ze te elektrocuteren. Hoewel Bos de wettelijke regels overtreedt, grijpt de NVWA niet in. Benauwde minuten voor kerstkalkoen Onderzoeksgroep Ongehoord filmde bij het diervriendelijkste kalkoenbedrijf van Nederland. Op de website van Sjroete Farm in Helden staat dat eigenaar Ruud Bos een 'onuitputtelijke liefde' voor kalkoenen heeft. Toch halen hij en zijn vrouw Sabrina dieren op ruwe wijze uit de stallen. Andere beelden tonen Bos die kalkoenen ondersteboven aan de slachtlijn hangt en de omstreden waterbad-methode gebruikt om ze te elektrocuteren. Hoewel Bos de wettelijke regels overtreedt, grijpt de NVWA niet in. Onderzoeksgroep Ongehoord heeft beelden gemaakt bij het diervriendelijkste kalkoenbedrijf van Nederland. Op de website van de Sjroete Farm in Helden, Limburg, wordt vermeld dat eigenaar Ruud Bos een 'onuitputtelijke liefde' voor kalkoenen voelt. Toch zien we hem en zijn vrouw Sabrina op weinig zachtzinnige wijze dieren uit de stallen halen. Op andere beelden hangt Bos zijn kalkoenen ondersteboven aan de slachtlijn. De omstreden waterbadmethode wordt gebruikt om de dieren te elektrocuteren. Hoewel Bos zich niet houdt aan de wettelijke voorschriften, treedt de NVWA niet op.",{"id":73,"title":74,"titles":75,"level":10,"content":76},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fmisstanden-bij-friese-kippenslachter","Beter Leven slachthuis",[9,74],"De misstanden in inspectiedocumenten van een Friese kippenslachterij tarten elke verbeelding. We vroegen de gegevens op omdat het bedrijf het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming heeft. Toch noteerde de inspectie meer dan honderd overtredingen. Kippen die bij vol bewustzijn geslacht werden, kippen die uit elkaar getrokken werden, zonder water en eten urenlang in kratten zaten en nog veel meer ernstig dierenleed. Beter Leven slachthuis De misstanden in inspectiedocumenten van een Friese kippenslachterij tarten elke verbeelding. We vroegen de gegevens op omdat het bedrijf het Beter Leven-keurmerk van de Dierenbescherming heeft. Toch noteerde de inspectie meer dan honderd overtredingen. Kippen die bij vol bewustzijn geslacht werden, kippen die uit elkaar getrokken werden, zonder water en eten urenlang in kratten zaten en nog veel meer ernstig dierenleed. Kippen die onverdoofd geslacht worden, die verdrinken in zeepsop of vermorzeld worden door machines, levende kippen van wie het hoofd afgerukt wordt: de misstanden in inspectiedocumenten van slachterij Van der Meer (Dronryp) tarten elke verbeelding. Onderzoeksgroep Ongehoord vroeg de gegevens op, omdat het bedrijf het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming heeft. Toch zagen NVWA-inspecteurs herhaaldelijk benauwde en dode kippen in overvolle transportkratten. In jaaroverzichten van 2023 en 2024 rapporteerde de NVWA zo'n 120 schendingen van dierenwelzijn waarbij 1 of meerdere kippen betrokken waren. Van der Meer is gespecialiseerd in het slachten van uitgelegde legkippen. Legkippen leggen na anderhalf jaar in de eierindustrie minder eieren. Ze zijn dan niet meer rendabel voor de boer en gaan naar de slacht. De Friese kippenslachter is de enige Nederlandse legkippenslachterij met het Beter Leven keurmerk (1, 2 en 3 sterren). De leghennen van bekende merken als Rondeel en Kipster worden er geslacht. Daarnaast heeft Van der Meer ook het SKAL en EKO keurmerk. Wekelijks slacht het bedrijf 125.000 kippen, per jaar gaat het om 6 miljoen dieren. Al meerdere jaren zijn er ernstige dierenwelzijnsproblemen in de slachterij. 2018: WUR-onderzoek waterbadverdoving bij Van der Meer In 2018 onderzocht WUR de effectiviteit van waterbadverdoving bij Van der Meer. Daaruit bleek dat 0,6% van de onderzochte kippen bij bewustzijn uit het waterbad kwam. Per jaar werden er dus 36.000 kippen bij vol bewustzijn geslacht. Het onderzoek van WUR betrof steekproeven waarbij op 3 dagen tijd 350 kippen werden gecontroleerd, onder optimale omstandigheden. In de praktijk slacht Van der Meer tijdens 3 werkdagen 75.000 kippen en komen ook technische storingen voor waarbij het waterbad niet goed functioneert. 2019: Undercoveronderzoek toont ernstige misstanden aan In 2019 maakte Ongehoord undercoverbeelden bij Van der Meer. Daarop waren kippen te zien die urenlang in kratten opgestapeld stonden in de aanvoerhal, natgespoten werden bij het reinigen van transportwagens, mishandeld werden bij het ophangen aan de slachtlijn, met hun hoofden over kratten gesleept werden, en kippen die na mislukte waterbadverdoving bij bewustzijn geslacht werden. Onze beelden toonden ook ernstige tekortkomingen in het NVWA-toezicht aan. In plaats van te handhaven bij misstanden, hielp een bepaalde inspecteur liever mee met het werk. Dat het verschil in handhaving door 'precieze' en 'rekkelijke' inspecteurs in slachterijen structureel is, werd aangetoond in het 2Solve overheidsrapport 'Feitenonderzoek Toezichtsketen en tekortkomingen hierin' (2019). 2021: Uitstel voor Beter Leven eisen In augustus 2021 maakte Ongehoord gewag van een ontheffing die de Dierenbescherming aan Van der Meer verleende. Het ging om het verdoven van kippen in een elektrisch waterbad. Al in 2016 had de Dierenbescherming een verbod op waterbadverdoving aangekondigd. Het levend ophangen van kippen voordat ze door het bad gaan, veroorzaakt stress en pijn. Het verbod slaat op alle dieren in de slachterij, ook wanneer ze niet onder het keurmerk vallen. Hoewel de slachterijen tot 2020 tijd hadden gekregen om over te stappen op gasverdoving, ontdekte Ongehoord dat Van der Meer nog langer uitstel kreeg. In reactie op onze kritiek zei de Dierenbescherming in 2021 dat het om overmacht ging, omdat de gemeente talmde met het afgeven van een vergunning voor de gasinstallatie. Dat bleek niet waar, de vergunning was reeds in 2020 verleend. De belofte van de Dierenbescherming dat Van der Meer uiterlijk op 1 januari 2022 gasverdoving zou gebruiken, blijkt nu ook een leugen. De inspectiedocumenten van de NVWA tonen dat het bedrijf nog doorging met waterbadverdoving tot maart 2024. 'Om te besparen op gaskosten', liet Van der Meer weten aan de NVWA. Toch zag de Dierenbescherming geen reden om het bedrijf uit te sluiten voor haar keurmerk. Bij de jaarlijkse Beter Leven-controle in juni 2023 werd het certificaat van Van der Meer opnieuw verlengd. Dat slachterijen consumenten voorliegen over 'diervriendelijk' vlees is niet verrassend. Dat de Dierenbescherming hier actief aan meewerkt, is echter onverteerbaar. 2025: Nieuwe inspectiedocumenten onthullen meer dierenleed Ongehoord vroeg bij de NVWA de inspectiedocumenten op voor de periode januari 2023 tot november 2024. Daaruit blijkt dat het dierenleed bij Van der Meer toegenomen is. Wat meteen opvalt, zijn structurele problemen met het verdoven van kippen, zowel bij het elektrisch waterbad als bij gasverdoving. Ook op het gebied van transport en aanvoer loopt er veel mis. We maakten een overzicht van de meest voorkomende misstanden. Mislukte verdovingen bij vergassing Sinds maart 2024 worden kippen bij slachterij Van der Meer verdoofd met CO2-gas. Vergassing wordt vaak voorgesteld als een diervriendelijker alternatief voor het waterbad. De dieren gaan in transportkratten op een rolband door een gaskamer en worden pas na de verdoving opgehangen aan de slachtlijn. Uit wetenschappelijk onderzoek is echter bekend dat het inademen van CO2-gas irritatie en benauwdheid veroorzaakt, ook wanneer begonnen wordt met het toedienen van lage concentraties. Uit de NVWA-documenten blijkt bovendien dat het vergassen van kippen bij Van der Meer structureel foutloopt. Tijdens lunchpauzes laten werknemers vaak kratten met nog levende kippen staan op de transportband van de gasinstallatie. De transportband staat nog aan waardoor de kippen een half uur lang op een soort trilplaat doorbrengen. Nog erger is dat veel kippen onverdoofd uit de gasinstallatie komen en bij bewustzijn geslacht worden. In de jaaroverzichten van de NVWA voor de periode 6 maart 2024 (datum overstap gas) tot 6 november 2024 vonden we maar liefst 12 keer opmerkingen over kippen die niet verdoofd waren door het gas. Soms ging het over 1 kip, soms over 3 of 4, soms ook sprak de NVWA over 'meerdere kippen' of 'veel kippen'. Hoofden levend afgerukt Werknemers moeten kippen die na de vergassing nog tekenen van bewustzijn vertonen, doden door hun nek te breken. Dit is een legale methode, voor zover het op de voorgeschreven manier gebeurt: de kip van de slachtlijn afhalen, met een hand bij de poten vasthouden en met de andere hand de nek breken. NVWA-inspecteurs stelden vast dat werknemers de onverdoofde kippen doden door aan hun nek te trekken terwijl ze nog aan de slachtlijn hangen. Daarbij wordt vaak hun hoofd van het lichaam afgetrokken. Tijdens een controle in augustus 2024 zag een inspecteur hoe 'in 2 minuten tijd de nek werd gebroken bij 5 opgehangen kippen, bij twee kippen werd de kop afgerukt.' Omdat de werknemers volgens de wet per persoon en per dag bij maximaal 70 kippen de nek mogen breken, valt Van der Meer bij grotere storingen in de gasinstallatie terug op zijn oude verdovingsmethode: het elektrische waterbad. Stress, pijn en verdrinkingsdood bij elektrisch waterbad Voor maart 2024 was waterbadverdoving de standaardmethode bij Van der Meer. Daarna werd het bad nog meermaals gebruikt om kippen te verdoven tijdens storingen in de gasinstallatie. De NVWA stelde vast dat kippen die levend opgehangen werden voor het waterbad, met regelmaat over de kratten sleepten met hun hoofd. Nadat kippen handmatig aan de slachtlijn gehangen zijn, worden hun poten dieper in de haken geduwd door een machine. Een inspecteur zag hoe kippen hierop reageerden met veel geluid; ze spanden hun poten aan en fladderden. Dergelijke stress- en pijnreacties blijken regelmatig voor te komen. Ook werd een kip gevonden die onder deze 'potenaandrukker' terecht was gekomen. Het dier werd door de machine letterlijk uit elkaar getrokken. Op een ochtend stond het elektrisch waterbad nog niet aan terwijl de slachtlijn al draaide en werknemers kippen ophingen. Veel kippen gingen kopje onder in het bad (op dat moment zonder stroom), waardoor ze niet verdoofd werden maar levend verdronken of bij bewustzijn aangesneden werden. Mislukte verdovingen bij waterbad In de jaaroverzichten van de NVWA vonden we tot 25 keer toe opmerkingen over kippen die nog bij bewustzijn waren na elektrocutie in het waterbad. Onverdoofde kippen vertoonden reacties wanneer hun slagaders aangesneden werden of flapperden met hun vleugels terwijl ze boven de bloedgoot hingen. De NVWA zag ook kippen die de kop optrokken om de aansnijmessen te ontwijken. Niet aangesneden kippen belanden bij bewustzijn in een heet broeibad. Tijdens een controle in maart 2023 zag een inspecteur maar liefst 12 kippen die reacties vertoonden bij het aansnijden. Iets verderop hingen 8 kippen die hun vleugels tegen het lichaam geklemd hielden, wat ook duidt op bewustzijn. Bij verdoofde en dode kippen hangt het lichaam slap, de vleugels hangen af. Werknemers namen geen initiatief om in te grijpen wanneer dieren bij bewustzijn aan de slachtlijn hingen. Een tiental keer zagen inspecteurs zich genoodzaakt om zelf kippen van de lijn af te halen of de lijn te stoppen met de noodknop. De dieren stonden op het punt levend te verdrinken in het broeibad. Verdovingsproblemen zijn structureel Hoeveel kippen op jaarbasis bij Van der Meer slecht verdoofd zijn en bij bewustzijn aangesneden worden of verdrinken in het broeibad is niet te achterhalen. NVWA-inspecteurs doen slechts steekproefsgewijze controles op bedwelming, omdat ze daarnaast ook veel andere zaken van het slachtproces moeten controleren. Bij een steekproef bekijkt een inspecteur gedurende een aantal minuten kippen die langs de slachtlijn voorbijkomen. De bandsnelheid ligt bij Van der Meer op 4500 dieren per uur ofwel 75 dieren per minuut. Dit betekent dat de inspecteur minder dan 1 seconde tijd heeft om het bewustzijn van een kip te beoordelen. In een verslag over welzijnscontroles bij Van der Meer geeft de NVWA aan dat de dieren te snel voorbijgaan om ze goed te kunnen beoordelen. De NVWA verwijst hierbij naar EURCAW (het Europese referentiecentrum voor dierenwelzijn). Volgens de EURCAW moeten de dieren 4 tot 5 seconden bekeken worden, wat niet mogelijk is bij Van der Meer. Omdat de NVWA in 2023 en 2024 herhaaldelijk levende kippen opmerkte tijdens zeer beperkte steekproefcontroles, is het meer dan aannemelijk dat het om een structureel probleem gaat. De NVWA lijkt dezelfde mening toegedaan. Bij een bedrijfsoverleg in januari 2024 uitte de toezichthouder zorgen: 'als in de korte tijd dat NVWA controleert (kleine pakkans) al levende kippen gezien worden, dan zal het ook de rest van de tijd gebeuren.' Verdrinken in de voorweekbak De NVWA zag herhaaldelijk kletsnatte kippen bij de voorweekbak. Dit is een bak warm water met schoonmaakmiddelen waarin leeggemaakte kratten ondergedompeld worden om vuil los te weken. Door onoplettendheid van werknemers blijven er kippen achter in de kratten. De kratten rollen via een transportband de voorweekbak in en de kippen worden mee ondergedompeld in het schuimende water. Tot 7 keer toe vonden inspecteurs natte kippen die er in geslaagd waren om zich uit het krat en het water te bevrijden. Veel kippen hebben minder geluk en verdrinken onopgemerkt in de voorweekbak. Dit probleem was al in 2019 bekend bij Van der Meer, toen Ongehoord er undercover onderzoek deed. Onze undercoverwerker werd door vaste werknemers gewaarschuwd dat de NVWA het niet mocht zien. Structureel dierenleed bij transport en aanvoer Van der Meer beschikt over een eigen transportbedrijf om kippen op te halen bij de pluimveehouders. Het vangen en transporteren van kippen gebeurt de avond voor de slacht. Volle vrachtwagens rijden gedurende de nacht de aanvoerhal van het bedrijf binnen. Daar staan de kratten met kippen nog uren opgestapeld, tot het tijd is voor de slacht. Volgens een onderzoek van WUR brengen de kippen gemiddeld 10 uur door in transportkratten, waarvan 2 uur reistijd en 8 uur wachttijd in de aanvoerhal bij Van der Meer. Dit is het dubbele van de maximale wachttijd (bij aanvoer) die door het Beter Leven-keurmerk voorgeschreven wordt. Als transporteur moet Van der Meer zorgen dat de kippen correct geladen worden, als slachter moet hij waken over hun welzijn bij aankomst en gedurende de wachttijd in de slachterij. Van der Meer doet geen van beiden. We telden in de jaaroverzichten van de NVWA 56 opmerkingen die betrekking hadden op welzijnsschendingen bij transport en aanvoer van kippen. Regelmatig zag de NVWA overbeladen kratten in de aanvoerhal waarin kippen letterlijk op elkaar zitten en wanhopig naar adem happen. Er werden dieren gezien met hittestress of koudestress. Sommige kippen zaten meer dan 12 uur in kratten, zonder water of voer. Negen keer stelden inspecteurs vast dat kippen met hun tenen beklemd zaten tussen kratten, urenlang en soms tot bloedens toe. Meermaals werden in de kratten dode kippen gezien. Heel vaak zagen inspecteurs loslopende kippen, afkomstig uit kapotte of slecht sluitende kratten. De dieren moeten dan opnieuw gevangen worden, wat extra stress oplevert. Loslopende kippen kunnen zich verwonden of verongelukken. Zo werden 2 kippen geplet tussen containers, waarbij 1 kip bijna doodging. Stapels kratten worden van de wagens gehaald en in een ontstapelaar geplaatst: een machine die kratten een voor een van de stapel tilt om ze naast elkaar op een transportband te plaatsen. Ook hier gaat het mis. Inspecteurs zagen een stapel kratten vol met kippen omvallen in de ontstapelaar. Bij een stroomstoring viel de ontstapelaar stil met een stapel kratten erin. De kratten hingen scheef en de kippen zijn anderhalf uur blijven zitten in deze hachelijke positie. Op de transportband van de aanvoerhal naar de slachterij klapperen kratten met kippen hard tegen elkaar, wat stressreacties oplevert bij de kippen. Lege vrachtwagens worden in de aanvoerhal schoongespoten met een hogedrukreiniger naast stapels volle kratten, waarbij de kippen ook natgespoten worden. Ook dit probleem was al te zien in het undercoveronderzoek van 2019. Diervriendelijk slachten bestaat niet Het onderzoek van Ongehoord laat zien dat diervriendelijk slachten een contradictie in terminis is. De misstanden die al in 2019 naar voren kwamen, zijn anno 2025 niet opgelost. Overbeladen kratten, mislukte verdovingen, verdronken kippen, het blijft dagelijkse kost bij Van der Meer. Op een plek waar 4.500 dieren per uur gedood worden, zal ernstig dierenleed nooit te voorkomen zijn. Zelfs bij minimale percentages fouten leidt dit tot grootschalig dierenleed. Het probleem hier is niet dat slachterijen de regels niet willen volgen, maar dat technische problemen en menselijke fouten op elke werkplek voorkomen. Als we dierenleed willen uitbannen, dan zullen we moeten beginnen met het uitbannen van slachterijen.",{"id":78,"title":79,"titles":80,"level":10,"content":81},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes","Uitgemolken",[9,79],"Een koe die niet meer op kan staan. De veehandelaar trapt haar, rukt aan haar poten en geeft meer dan veertig stroomschokken. Als dat niets uithaalt, wordt de koe bij vol bewustzijn  met een shovel weggesleept. Ongehoord legde met verborgen camera's het in- en uitladen van koeien vast op vijf locaties in Nederland. Op de bedrijven worden moederkoeien en haar kalfjes geschopt, geslagen met stokken of opgejaagd met stroomstootwapens. Uitgemolken Een koe die niet meer op kan staan. De veehandelaar trapt haar, rukt aan haar poten en geeft meer dan veertig stroomschokken. Als dat niets uithaalt, wordt de koe bij vol bewustzijn  met een shovel weggesleept. Ongehoord legde met verborgen camera's het in- en uitladen van koeien vast op vijf locaties in Nederland. Op de bedrijven worden moederkoeien en haar kalfjes geschopt, geslagen met stokken of opgejaagd met stroomstootwapens. Op beelden van Onderzoeksgroep Ongehoord zien we een koe die niet meer op kan staan. De veehandelaar trapt haar, rukt aan haar poten en geeft haar meer dan 40 stroomschokken. Als dat niets uithaalt, wordt de koe bij vol bewustzijn aan haar achterpoten vastgebonden en met een shovel weggesleept. Ongehoord legde met verborgen camera's het in- en uitladen van dieren vast op vijf locaties in Nederland. Op alle bedrijven worden koeien en kalfjes geschopt, geslagen met stokken of opgejaagd met stroomstootwapens.",{"id":83,"title":84,"titles":85,"level":10,"content":86},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien","NVWA trad nauwelijks op tegen misstanden bij koeientransport",[9,84],"Na een kort leven in de melkindustrie, zijn koeien uitgeput, hun lichaam is uitgemolken. De zwangerschappen en het intensief melken eisen hun tol. Ze hinken op drie poten het slachthuis binnen, met open wonden aan hun uiers, met abcessen aan hun klauwen en opgezwollen gewrichten. Hoewel verboden, staat de NVWA het transport van deze zieke dieren grotendeels toe. NVWA trad nauwelijks op tegen misstanden bij koeientransport Na een kort leven in de melkindustrie, zijn koeien uitgeput, hun lichaam is uitgemolken. De zwangerschappen en het intensief melken eisen hun tol. Ze hinken op drie poten het slachthuis binnen, met open wonden aan hun uiers, met abcessen aan hun klauwen en opgezwollen gewrichten. Hoewel verboden, staat de NVWA het transport van deze zieke dieren grotendeels toe. Koeien die op drie poten hinken, met wonden en abcessen aan hun klauwen, of met opgezwollen hak- en kniegewrichten \"ter grootte van een meloen\". Koeien met open wonden aan hun uiers, \"van een handbreedte groot\" en \"stinkend naar pus\". Dit zijn misstanden die NVWA-inspecteurs rapporteerden in slachthuizen voor afgeschreven melkkoeien. Hoewel de beelden er niet om liegen, is dit slechts het topje van de ijsberg. Een zeer groot deel van de geslachte melkkoeien heeft pijn bij het lopen, zo zagen we in diverse onderzoeken. Toch deelde de NVWA nog geen 150 boetes uit in 2024. Die boetes blijken vervolgens weinig effect te hebben. Uit opgevraagde inspectiedocumenten blijkt dat de NVWA in 2024 bijna 150 'rapporten van bevindingen' en 'boetebeschikkingen' opstelde tegen veehouders, handelaars en transporteurs die ernstig kreupele en zieke dieren naar de slacht vervoerden. Tientallen koeien strompelden knarsetandend van pijn de vrachtwagens uit – met abcessen en open wonden aan hun klauwen, of met dik gezwollen en ontstoken pootgewrichten. Veel van deze dieren waren ernstig vermagerd: door pijn en ziekte aten en dronken ze nauwelijks meer. Hun ribben en heupbeenderen waren duidelijk zichtbaar onder de huid. Sommige koeien bleven liggen in de vrachtwagen, te ziek en te zwak om nog te reageren wanneer transporteurs hen de wagen wilden uitjagen. Op videobeelden zijn ook koeien te zien met ernstige uierontstekingen. Ze hebben grote en diepe wonden aan de uier, waar pus en bloed uitdrupt. Een inspecteur sprak van een \"rottingslucht\": het wondweefsel van de uier was aan het afsterven. Enkele koeien vertoonden combinaties van welzijnsproblemen: ze werden op transport gezet met ontstoken gewrichten en gezwollen uiers. Inspecteurs beschrijven hoe het op- en afladen, de bewegingen van de wagen bij bochten, gas geven, remmen en hobbels in de weg, de rit naar de slacht extra pijnlijk maken voor kreupele en zieke dieren. Een transporteur maakte het wel erg bont: hij bracht acht ernstig zieke koeien die op de veemarkt van Leeuwarden (Stichting Veehandelscentrum Noord-Nederland) afgekeurd werden voor export naar een Nederlandse slachterij. Daar ontdekte een opmerkzame inspecteur dat zijn collega in Leeuwarden al opdracht had gegeven om de dieren meteen uit hun lijden te verlossen. De afgekeurde exportkoeien werden stiekem weer ingeladen en naar een slachthuis gebracht.",{"id":88,"title":89,"titles":90,"level":10,"content":91},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken","Het leven van een vleeskuiken",[9,89],"Terwijl Nederland zich opwond over de plofkip, toonde Ongehoord aan dat biologische en Beter Leven kippen minstens even grote welzijnsproblemen kennen. Voor het eerst kwamen beelden van ouderdieren naar buiten. Het leven van een vleeskuiken Terwijl Nederland zich opwond over de plofkip, toonde Ongehoord aan dat biologische en Beter Leven kippen minstens even grote welzijnsproblemen kennen. Voor het eerst kwamen beelden van ouderdieren naar buiten. 26 september 2013 publiceerde Ongehoord haar onderzoek naar vleeskippen. Het onderzoeksteam bezocht twee biologische vleeskuikenhouders, in Lelystad en in Dreumel. In Lelystad werd bovendien een verborgen camera geïnstalleerd. Daarnaast onderzocht het team de levensomstandigheden in stallen die de Dierenbescherming aanprijst met één Beter Leven ster. In het Brabantse Hulten werd een bezoek gebracht aan de stal van de woordvoerder van de vleeskuikenhouders Elly de Kort. Helemaal aan de andere kant van het land, in het Oost-Groningse Loppersum, werden vergelijkbare welzijnsproblemen vastgelegd. Het undercoveronderzoek omvatte ook het bedrijf van Thymen van Voorthuizen in Terschuur. Hij krijgt zelfs twee sterren van de Dierenbescherming, maar het onderzoeksteam zag schokkendere zaken dan in veel reguliere bedrijven. Op de pagina’s hieronder vind je de resultaten van het onderzoek en informatie over kippen. Daarnaast vind je er nieuwsartikelen en bronmateriaal over kippen en de kippenindustrie.",{"id":93,"title":94,"titles":95,"level":10,"content":96},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-nerts","Het leven van een nerts",[9,94],"Daags voordat de rechter uitspraak deed over het verbod op nertsenfokken, bracht Ongehoord gruwelijke beelden naar buiten van nertsen met vleeswonden, aangevroten staarten, ontstekingen en stereotyp gedrag. Het leven van een nerts Daags voordat de rechter uitspraak deed over het verbod op nertsenfokken, bracht Ongehoord gruwelijke beelden naar buiten van nertsen met vleeswonden, aangevroten staarten, ontstekingen en stereotyp gedrag. Op 29 augustus 2015 publiceerde Ongehoord schokkende beelden van nertsen in bontfokkerijen. De foto's en video's tonen dieren met grote vleeswonden, aangevroten staarten, ontstekingen en nertsen die stereotiep gedrag vertonen. Het onderzoek bewijst dat bontfokkers geen eerlijk beeld van hun sector hebben gegeven. Jarenlang konden mensen alleen de showfokkerij in Ederveen zien of bij een zorgvuldig geplande open dag op bezoek komen. Pas toen het onderzoeksteam van Ongehoord onaangekondigd de nertsen opzocht, is duidelijk geworden hoe deze dieren gehouden worden. Het fokken van nertsen ligt al jaren onder vuur in Nederland. Om een eventueel verbod op de industrie te omzeilen, bezitten de Nederlandse nertsenfokkers boerderijen in heel Europa. Uit onderzoek blijkt dat de Nederlanders in 13 verschillende landen 44 boerderijen bezitten. Dierenwelzijnsorganisaties uit Polen, Litouwen en Nederland hebben beelden naar buiten gebracht van het dierenleed op deze boerderijen. Dit internationale onderzoek is te vinden op www.dutchfur.nl. Tusti Narvai (Litouwen), Otwarte Klatki (Polen) en Ongehoord (Nederland) hebben samenwerking gezocht om de Nederlandse nertsenfokkers in kaart te brengen. Daardoor is duidelijk geworden dat nertsen onder erbarmelijke omstandigheden leven in de fokkerijen. De dierenbeschermers bezochten boerderijen van Nederlandse eigenaren in verschillende landen. Zij filmden de levensomstandigheden van de nertsen; er bleek weinig verschil te zijn: veel dieren hebben wonden, er liggen dode nertsen in de draadgazen kooien, en uit verveling en frustratie blijven sommige dieren dezelfde beweging continu herhalen. Niet voor niets heeft Nederland geprobeerd het fokken van nertsen te verbieden. Bontfokkers hebben altijd gezegd dat een verbod in Nederland zal leiden tot meer boerderijen in het buitenland. Volgens hen zouden de dieren in Spanje of Polen slechter behandeld worden dan in Nederland. Op deze site zie je dat nertsen in Nederland er minstens even slecht aan toe zijn als hun soortgenoten in Oost-Europa. Dat een nertsenfokverbod slechter zou zijn voor de dieren, is dus niet waar.",{"id":98,"title":99,"titles":100,"level":10,"content":101},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip","Het leven van een legkip",[9,99],"Waar komen biologische, Rondeel, Beter Leven en reguliere eieren vandaan? Het onderzoeksteam van Ongehoord bezocht de stallen van de bekendste eierboeren in Nederland. Ze zagen zieke, verlamde, kale en vooral veel dode leghennen. Het leven van een legkip Waar komen biologische, Rondeel, Beter Leven en reguliere eieren vandaan? Het onderzoeksteam van Ongehoord bezocht de stallen van de bekendste eierboeren in Nederland. Ze zagen zieke, verlamde, kale en vooral veel dode leghennen. Kip of het ei De eierindustrie kwam de afgelopen jaren negatief in het nieuws. Het Fipronil-schandaal, de vogelgriep, de hoge uitvalcijfers, eendagskuikens en de grote welzijnsproblemen bij leghennen. Vaak ontbrak het in de berichtgeving aan een bredere context om de dieper liggende oorzaken van deze problemen te kunnen zien of worden zaken eenzijdig belicht. De industrie zelf nam initiatieven om het imago op te poetsen, bijvoorbeeld met de Rondeel-stal of het nieuwe Kipster. Ongehoord heeft sinds 2016 zowel veld- als literatuuronderzoek verricht om een eerlijk beeld te scheppen van de eierindustrie. Hieruit blijkt dat er geen reëel vooruitzicht is op verbetering, omdat ziektes, sterfte en gedragsproblemen in direct verband staan met de systematiek van de industrie. Waar het houderijsysteem wordt veranderd om het dierenwelzijn te vergroten, blijven grote bezwaren bestaan en komen soms oude problemen weer boven. De in dit rapport gebruikte foto's zijn afkomstig van undercoveronderzoek, uitgevoerd door het onderzoeksteam van Ongehoord. Op www.ongehoord.info zijn video- en fotomateriaal te bekijken van verschillende houderijsystemen. Ook veelgebruikte brondocumenten zijn op deze website in te zien. Ongehoord wil graag de discussie aanwakkeren over het bestaansrecht van de eierindustrie.",{"id":103,"title":104,"titles":105,"level":10,"content":106},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken","De dood van een varken",[9,104],"Ongehoord heeft in 2019 onderzoek naar de slacht van varkens gedaan. Er is gekeken naar het natuurlijke gedrag van varkens en de kennis uit eerdere onderzoeken. Ook maakte een undercover medewerker opnames bij een slachthuis in Ijsselsteijn. In deze grote slachterij voor biologische, Beter Leven en reguliere varkens, is te zien dat dieren routinematig geslagen worden, aan hun oren en staarten getrokken worden en bij vol bewustzijn doodbloeden. De dood van een varken Ongehoord heeft in 2019 onderzoek naar de slacht van varkens gedaan. Er is gekeken naar het natuurlijke gedrag van varkens en de kennis uit eerdere onderzoeken. Ook maakte een undercover medewerker opnames bij een slachthuis in Ijsselsteijn. In deze grote slachterij voor biologische, Beter Leven en reguliere varkens, is te zien dat dieren routinematig geslagen worden, aan hun oren en staarten getrokken worden en bij vol bewustzijn doodbloeden. Ongehoord publiceerde in januari 2020 een uitgebreid onderzoek naar slachthuizen. Een undercover werknemer filmde in augustus 2019 de dagelijkse activiteiten in varkensslachthuis Westfort te IJsselstein. Wekelijks worden hier 50.000 varkens gedood voor vleesproductie, met een tempo van 650 dieren per uur. Na Vion en Van Rooi Meat is Westfort de derde grootste varkensslachter van Nederland. Het bedrijf is erkend door de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) en gecertificeerd om varkensvlees te produceren met de keurmerken EKO (biologisch), KDV (Keten Duurzaam Varkensvlees) en Beter Leven. Het undercoveronderzoek toont hoe varkens onder stressvolle omstandigheden aankomen in het slachthuis. Dagelijks worden dieren aangevoerd die ernstige gezondheidsproblemen vertonen, zoals abcessen, navelbreuken, staartbijtwonden, pootgebreken, hittestress en uitputting. De varkens worden routinematig geslagen en hardhandig aan oren en staarten beetgepakt. Voorafgaande aan de slacht worden de varkens vergast, geëlektrocuteerd of in de kop geschoten met een penschiettoestel. Deze pijnlijke ‘bedwelmingsmethoden’ garanderen niet dat alle dieren bewusteloos zijn tijdens het slachtproces. We zien hoe een varken met een opengesneden keel bij bewustzijn komt en probeert weg te rennen. Naar aanleiding van het undercoveronderzoek heeft Ongehoord in wetenschappelijke literatuur onderzocht of de beelden van Westfort representatief zijn voor de slachtsector. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat het gefilmde dierenleed inherent is aan de werkmethoden die gangbaar zijn in alle Nederlandse en Europese varkensslachthuizen. Jaarlijks worden in Nederland ruim zestien miljoen varkens geslacht. De transportomstandigheden, de onbekende omgeving van het slachthuis met veel beweging en lawaai, de confrontatie met onbekende mensen en soortgenoten, het opgejaagd worden en de inhumane verdovings- en dodingsmethoden in de slachthuizen leiden onvermijdelijk tot een hoge mate van stress, angst en pijn voor deze gevoelige en hoogintelligente dieren.",{"id":108,"title":109,"titles":110,"level":10,"content":111},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip","De dood van een kip",[9,109],"Ongehoord publiceerde begin 2020 een uitgebreid onderzoek naar kippenslachthuizen nadat ze eerder al onderzoek heeft uitgevoerd naar de levensomstandigheden van vleeskuikens (2013) en leghennen (2017). De dood van een kip Ongehoord publiceerde begin 2020 een uitgebreid onderzoek naar kippenslachthuizen nadat ze eerder al onderzoek heeft uitgevoerd naar de levensomstandigheden van vleeskuikens (2013) en leghennen (2017). Onderzoek naar Nederlandse pluimveeslachters Ongehoord publiceerde begin 2020 een uitgebreid onderzoek naar kippenslachthuizen nadat ze eerder al onderzoek heeft uitgevoerd naar de levensomstandigheden van vleeskuikens (2013) en leghennen (2017). In Nederlandse slachthuizen worden op jaarbasis ruim 605 miljoen vleeskuikens en bijna 18 miljoen leghennen gedood. Het slachten van kippen gaat gepaard met ernstige welzijnsproblemen zoals vang- en transportletsels, bewegingsbeperking, honger, dorst, hittestress, pijnlijke bedwelmingsmethoden en grote aantallen dieren die bij bewustzijn geslacht worden. Nederland telt vijftien grote kippenslachterijen die gespecialiseerd zijn in het slachten van vleeskuikens. Daarnaast is er slachterij Remkes uit Epe die voornamelijk uitgelegde vleeskuikenmoederdieren slacht en W. van der Meer in Dronryp die uitgelegde leghennen slacht (hennen die eieren leggen voor menselijke consumptie). Gezien de beperkte slachtcapaciteit voor uitgelegde leghennen in Nederland worden veel leghennen levend op transport gezet naar buitenlandse slachthuizen, vooral naar België dat twee slachthuizen voor leghennen telt. Er is ook een stijgende trend om uitgelegde leghennen in Polen te laten slachten, waardoor meer en meer dieren blootgesteld zijn aan bijkomende welzijnsproblemen gerelateerd aan langeafstandstransporten. Ongehoord heeft naast literatuuronderzoek ook undercover onderzoek uitgevoerd bij W. van der Meer en zonen BV. Hier komen leghennen terecht die ‘opgebruikt’ zijn in de eierindustrie. Na anderhalf jaar eieren leggen vermindert de eierproductie van leghennen, is hun gezondheidstoestand verzwakt en zijn ze voor de eierboer niet langer rendabel. De dieren worden als ‘restproduct’ afgevoerd naar slachthuizen om verwerkt te worden tot goedkope soepkippen. Bij W. van der Meer worden circa 28.000 uitgelegde leghennen per werkdag geslacht, waaronder veel dieren met het biologisch EKO-keurmerk en het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming (zowel 1, 2 als 3 sterren). De jaarproductie van het bedrijf ligt op 6 miljoen soepkippen.",{"id":113,"title":114,"titles":115,"level":10,"content":116},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgewonde-varkens-bij-fdf-voorman-van-den-oever","Gewonde varkens bij FDF-voorman Van den Oever",[9,114],"Ongehoord publiceert beelden van varkens gefilmd bij Van den Oever VOF, het bedrijf van de voorman van Farmers Defence Force (Mark Van den Oever). De opnames zijn gemaakt in april 2020 en tonen ‘Beter Leven’ varkens in kale hokken op roostervloeren waaronder zich een mestkelder bevindt. Meerdere dieren hebben rood ontstoken ogen en necrotiserende wonden aan de oren. Gewonde varkens bij FDF-voorman Van den Oever Ongehoord publiceert beelden van varkens gefilmd bij Van den Oever VOF, het bedrijf van de voorman van Farmers Defence Force (Mark Van den Oever). De opnames zijn gemaakt in april 2020 en tonen ‘Beter Leven’ varkens in kale hokken op roostervloeren waaronder zich een mestkelder bevindt. Meerdere dieren hebben rood ontstoken ogen en necrotiserende wonden aan de oren. Oogontsteking Varkens met rode ogen zijn een aanwijzing dat de dieren in een ongezond stalklimaat leven. Stof en hoge ammoniakconcentraties (afkomstig uit onder andere mestkelders onder de stalvloer) irriteren neus- en oogslijmvliezen. De ogen raken ontstoken, wat gepaard gaat met pijn en jeuk. Oogontstekingen kunnen ernstige vormen aannemen en tot blindheid leiden. In een studie van WUR werd vastgesteld dat de ammoniakconcentraties in 31% van de onderzochte vleesvarkenshokken ongezond hoog waren, wat in 21,3% van de onderzochte hokken leidde tot rode, geïrriteerde ogen bij de varkens. Oornecrose Oornecrose is te herkennen aan de zwarte punten en bloederige wonden aan de oren van varkens. Oornecrose is een gevolg van oorbijten. Wanneer varkens aan elkaars oren bijten, ontstaan wondjes die infecteren door bacteriën. De oren raken niet meer goed doorbloed, en de oorpunten sterven af. Naarmate de infectie vordert, wordt het oor dik en gezwollen. Uiteindelijk kunnen bacteriën via de wonden dieper het lichaam binnendringen en organen aantasten, waardoor het varken ernstig ziek wordt met risico op sterfte. Bijterij Oorbijten is vergelijkbaar met staartbijten en andere vormen van bijterij. Het gaat om een gedragsstoornis met als voornaamste oorzaak verveling en onvoldoende stimulatie. De varkens zijn ongelukkig en uiten hun stress en frustratie op soortgenoten. Andere bronnen van frustratie zijn: een slecht stalklimaat, het samenleven met te veel dieren in een kleine ruimte, of problemen met voersamenstelling en de wijze van voerverstrekking. Bijterij is een wereldwijd probleem in de varkenshouderij. Staartbijten komt op 50% van de Nederlandse varkenshouderijen voor, zowel in reguliere als in biologische bedrijven. Over oorbijten zijn geen specifieke schadecijfers bekend, maar de verwachting is dat de cijfers over oorbijten overeenkomen met de cijfers over staartbijten. Een vaak toegepaste ‘maatregel’ om schade door bijterij enigszins te beperken, is het preventief couperen van staarten bij biggen kort na de geboorte. Couperen is een pijnlijke ingreep, omdat bij jonggeboren biggen de perifere zenuwen reeds ontwikkeld zijn tot in de punt van de staart. Met een verhit apparaat wordt het staartje zonder verdoving afgeknipt en wordt de wond tegelijkertijd dichtgeschroeid. Staarten couperen biedt echter geen echte oplossing. Ook bij varkens met afgeknipte staartstompjes komen uitbraken van staartbijten voor. Bovendien kan het probleem van staartbijten verschuiven naar oorbijten, zoals te zien is op de beelden van Van den Oever VOF. Over Van den Oever VOF Van den Oever VOF op de Kievitsdwarsweg in Sint Hubert is gespecialiseerd in fruitteelt, kerstbomenkwekerij en varkensmesterij. De varkensstal van het bedrijf biedt plaats aan 1000 vleesvarkens onder het Beter Leven keurmerk (1 ster) van de Dierenbescherming, met “25% meer ruimte en speelgoed voor de varkens in elk hok.” De dieren komen op het bedrijf wanneer ze 10 weken oud zijn en worden gedurende 4 maanden vetgemest tot een slachtgewicht van 120 kg. Van den Oever VOF ontvangt Europese subsidies in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. In 2018 ging het om 25.592,43 euro en in 2019 om 29.061,93 euro. Tegenover het Financieel Dagblad stelden FDF-bestuurders dat de door RVO gepubliceerde subsidiebedragen ‘onjuist’ waren en dat er stappen zouden worden ondernomen tegen het openbaar maken van deze informatie door het Dagblad.",{"id":118,"title":119,"titles":120,"level":10,"content":121},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbeter-leven","Beter Leven",[9,119],"Wat is het Beter Leven keurmerk? Dit onderzoek gaat in op het ontstaan van het keurmerk, de financiële transparantie van de stichting en de daadwerkelijke welzijnsgevolgen van het keurmerk op dieren in de vee-industrie. Beter Leven Wat is het Beter Leven keurmerk? Dit onderzoek gaat in op het ontstaan van het keurmerk, de financiële transparantie van de stichting en de daadwerkelijke welzijnsgevolgen van het keurmerk op dieren in de vee-industrie. In 2007 lanceerde de Dierenbescherming het Beter Leven Keurmerk om de veehouderij stapsgewijs diervriendelijker te maken, met als leidraad: ”minder en beter”. In 2009 werd het startschot gegeven voor een intense samenwerking tussen de Dierenbescherming, het ministerie van Landbouw, de vee-industrie en de retail. Met het “Convenant Marktontwikkeling Verduurzaming Dierlijke Producten, 2009 tot en met 2011” verbonden de partijen zich onder meer om het Beter Leven Keurmerk verder te ontwikkelen en te promoten bij een breed publiek. Een dierenwelzijnskeurmerk in dienst van overheid en industrie Volgens de eindevaluatie van het Convenant ziet de industrie het Beter Leven Keurmerk als een instrument “waarmee de marktsector zich kan profileren” en “vertrouwen uitstralen naar consumenten”. De Dierenbescherming zelf kon dankzij het Convenant rekenen op overheidssubsidies om haar keurmerk groot en succesvol te maken. Uit jaarverslagen blijkt dat de Dierenbescherming sinds 2010 meer dan een miljoen euro overheidsgeld heeft ontvangen voor ontwikkeling en promotie van haar keurmerk. Naast de Dierenbescherming kregen retailketens zoals onder andere Albert Heijn subsidies om het keurmerk te promoten bij de consument. Grote vleesproducenten zoals Vion en Van Rooi Meat kregen subsidies voor onderzoek naar de haalbaarheid van de productie van Beter Leven vlees. In de periode 2010 - 2012 betaalde het toenmalige ministerie van Landbouw 323.000 euro voor ‘voorlichting’ (promotie) rond het Beter Leven Keurmerk, 170.000 euro om het keurmerk te professionaliseren, en 279.000 euro voor marketingtechnieken en media en voor het oprichten van de “Stichting Beter Leven Keurmerk”. Deze stichting heeft als doel de praktische activiteiten rond het keurmerk te beheren, zoals nieuwe aanvragen beoordelen, contracten afsluiten met bedrijven, communicatie met bedrijven, controles organiseren, etc. De Dierenbescherming blijft wel eigenaar van het Beter Leven Keurmerk en stelt, in overleg met de deelnemende bedrijven, de dierinhoudelijke criteria vast waaraan bedrijven moeten voldoen. In het jaarverslag van 2015 is sprake van overheidssubsidies voor uitbreiding van het Beter Leven Keurmerk met milieucriteria en een Beter Leven Keurmerk voor zuivel. De bedragen worden niet vermeld. In 2017 kondigt de Dierenbescherming aan dat het ministerie van Economische Zaken 260.000 euro betaalt voor internationalisering van het Beter Leven Keurmerk. Door samenwerking met het Duitse keurmerk “Für Mehr Tierschutz” moet het voor Nederlandse Beter Leven bedrijven mogelijk worden om hun producten ook op de Duitse markt te verkopen tegen de meerprijs van een keurmerk. Door de overheidssteun zag de Dierenbescherming haar keurmerk in enkele jaren tijd groeien, evenals de inkomsten die voortvloeiden uit de bijdragen van het toenemend aantal deelnemers. Alle aangesloten bedrijven, behalve veehouders, betalen een eenmalige toetredingsbijdrage en jaarlijkse vaste bijdragen. Het jaarbedrag varieert tussen 351 euro en 3.514 euro, afhankelijk van bedrijfstype en -grootte. Slachterijen, eierpakstations en zuivelproducenten betalen daarbovenop een variabele bijdrage die berekend wordt per aantal geslachte dieren, aantal eieren en aantal kilo’s zuivel. Volgens de jaarverslagen bedroegen de opbrengsten van het Beter Leven Keurmerk: JaarBedrag (Euro)2012€ 492.0002013€ 748.0002014€ 858.0002015€ 1.068.0002016€ 1.345.0002017€ 1.610.0002018€ 1.735.0002019€ 1.921.000 Volgens de Dierenbescherming dienen de opbrengsten om de werkingskosten van de Stichting Beter Leven te dekken. Dit valt echter niet te controleren aangezien de jaarverslagen van de Dierenbescherming geen inzage geven in de kosten van de Stichting. De Stichting Beter Leven Keurmerk maakt als private keurmerkorganisatie zelf geen cijfers openbaar. Op de vraag van het FD (Financieel Dagblad, 2021) waarom zij geen financiële jaarverslagen deponeert bij de Kamer van Koophandel, antwoordde de Stichting Beter Leven Keurmerk: “De keurmerkenmarkt is heel ingewikkeld en er gaat ontzettend veel geld in om; 'Boze boeren en andere krachten' maken het 'niet in alle gevallen even wenselijk' dat de financiën eenvoudig kenbaar zijn.” Controle door Certificatie-instellingen Controles van bedrijven in het kader van het Beter Leven Keurmerk gebeuren door geaccrediteerde Certificatie Instellingen (CI's). Stichting Beter Leven werkt samen met vijf CI’s: Vinçotte Nederland, Kiwa VERIN, SGS Nederland, Producert en Qlip. Beter Leven bedrijven moeten zelf een contract afsluiten met een van deze vijf CI’s en betalen zelf de kosten van de controles. De vijf CI’s staan op hun beurt onder toezicht van de Stichting Beter Leven en van de Raad voor Accreditatie (RvA). Jaarlijks krijgen de bedrijven een reguliere (aangekondigde) controle door de door hen betaalde CI. Als blijkt dat het bedrijf aan de Beter Leven-criteria voldoet of niet meer dan vijf waarschuwingen heeft gekregen, wordt een nieuw jaarcertificaat uitgereikt. De reguliere controles vinden plaats onder de verantwoordelijkheid van de CI. Naast reguliere controles kunnen de CI’s onaangekondigde controles uitvoeren op verzoek van de Stichting Beter Leven. Certificatie-instellingen worden voorgesteld als “onafhankelijke partijen” die bedrijven beoordelen volgens de normen van diverse kwaliteitssystemen. CI’s zijn echter geen belangenorganisaties voor consumenten, maar bieden bedrijven een dienstverlening aan tegen betaling. Hun doel bestaat erin om hun klanten te helpen vertrouwen te creëren bij de consument. Hoewel geaccrediteerde CI’s zelf onder toezicht staan van de Raad voor Accreditatie (nog een “onafhankelijke partij” die haar omzet haalt uit betalingen van aangesloten CI’s), roept het systeem vragen op rond belangenvermenging. Zowel vanuit CI’s als vanuit de Beter Leven Stichting en de Dierenbescherming is er geen transparantie over het verloop van controles, inspectierapporten, vastgestelde inbreuken en de maatregelen die hiertegen wel of niet genomen zijn. De consument komt enkel te weten dat bedrijven “goedgekeurd en gecertificeerd zijn”, en wordt verondersteld daar vertrouwen in te hebben. Kippenslachter W. van der Meer: jarenlang uitstel om criteria na te leven Beter Leven deelnemers krijgen jaren de tijd om te voldoen aan de ‘eisen’ van het keurmerk. Zo mag slachterij W. van der Meer, waar Ongehoord in 2019 de ruwe behandeling van Beter Leven slachtkippen filmde, nog steeds kippen elektrocuteren in een waterbad. Opmerkelijk, omdat het elektrisch waterbad verboden is voor het Beter Leven Keurmerk: het aanhangen van kippen aan de slachthaken veroorzaakt stress en pijn, het ondersteboven hangen leidt tot ademhalingsmoeilijkheden omdat de organen op de longen drukken, en er is een aanzienlijk risico op mislukte verdovingen. Reeds in 2016 kondigde de Dierenbescherming aan dat het (goedkope) elektrisch waterbad medio 2017 verboden zou worden voor Beter Leven kippenslachterijen. In 2017 kregen we echter te horen dat het waterbadverbod uitgesteld werd: “De Dierenbescherming is hierover in overleg met de deelnemende slachterijen. Zij geven aan meer tijd nodig te hebben… De intentie is nu om de waterbadmethode medio 2018 uit te sluiten… Totdat de nieuwe criteria van kracht worden, mag er nog gebruik worden gemaakt van de waterbadmethode.” Het duurde tot 6 mei 2020, twee jaar later, voordat de nieuwe criteria van kracht werden, met inbegrip van het waterbadverbod. Beter Leven-kippenslachterijen mogen enkel nog (duurdere) CO2-bedwelming gebruiken, lazen we in de nieuwe criteria. Slachterijen die dat niet doen, worden geschorst. In november 2020 mailde Ongehoord de Dierenbescherming om te vragen of W. van der Meer de waterbadmethode nog gebruikte. Op 23 november 2020 antwoordde de Dierenbescherming dat waterbadbedwelming niet langer toegestaan is, maar: “reeds deelnemende slachterijen, die ten tijde van het ingaan van de nieuwe criteria (6 mei 2020) nog gebruikmaakten van elektrische bedwelming, hebben de mogelijkheid tot een standaard overgangsperiode van 12 maanden gekregen… De verbouwing, de aankoop van nieuwe apparatuur en het aanvragen van een vergunning bij de gemeente kost tijd… Om die reden wordt waterbadbedwelming bij W. van der Meer tot uiterlijk 6 mei 2021 aanvaard.” We zijn augustus 2021. Na 4 jaar overleg met de Dierenbescherming om de slachterijen “meer tijd” te geven (“totdat de nieuwe criteria van kracht worden”), en een bijkomende overgangsperiode van 12 maanden, werd de uiterlijke datum (6 mei 2021) niet gehaald en gaan de kippen bij W. Van der Meer nog steeds door het waterbad. Van schorsing voor het Beter Leven Keurmerk is geen sprake. Ongehoord ontving een nieuwe mail van de Dierenbescherming waarin verklaard werd dat W. van der Meer de bedwelmingsinstallatie niet tijdig kon ombouwen in verband met overmacht. Ongehoord zet vraagtekens bij deze “overmacht” aangezien de slachterij in de loop van 2020 wel haar kantoor en winkel volledig kon ombouwen. Toch gaf de Dierenbescherming haar akkoord aan W. van der Meer om het waterbad verder te gebruiken. De nieuwe “uiterlijke datum” is januari 2022. Voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal waarschuwde in het verleden al dat Beter Leven producenten jarenlang tijd krijgen om te voldoen aan de criteria van het keurmerk. De nietsvermoedende consument betaalt al die tijd wel de meerprijs voor onterechte sterren op een productverpakking. Slachterij Gosschalk: Beter Leven ketenregisseur Het Beter Leven Keurmerk is een ketenkeurmerk. Dit betekent dat niet alleen veehouders, maar ook alle andere schakels in de verkoopketen zoals slachterijen, pakstations, verwerkers, verpakkers, winkels en supermarkten aangesloten moeten zijn bij het keurmerk. Aan het hoofd van elke verkoopketen staat een ketenregisseur. De ketenregisseur is de partij “die de veehouderijbedrijven aanmeldt bij de Stichting Beter Leven Keurmerk en toezicht houdt op de, bij zijn keten aangesloten, veehouderijbedrijven. Daarnaast koppelt de ketenregisseur de verschillende schakels binnen de keten aan elkaar, van primair bedrijf tot verwerker \u002F verkoper en alle schakels die daar tussenin kunnen zitten.” Volgens de Dierenbescherming zorgt het werken in vaste ketens met een ketenregisseur voor “kwalitatief betere bedrijven en ondernemers die betrokken zijn bij het welzijn van de dieren, het keurmerk en de keten.” Slachterij Gosschalk in Epe, waar Varkens in Nood schokkende beelden van dierenmishandeling filmde (2021), is een ketenregisseur voor het Beter Leven Keurmerk. De ernstige misstanden hebben geleid tot het (tijdelijk) stilleggen van de slachtactiviteiten door NVWA. Voor de Dierenbescherming is dit echter niet voldoende reden om haar samenwerking met Gosschalk per direct te beëindigen. Het bedrijf mocht zijn activiteiten als ‘ketenregisseur’ voor het Beter Leven Keurmerk voortzetten. Uitsluiting van een ketenregisseur zou volgens de voorschriften van het Beter Leven Keurmerk inhouden dat veehouders uit de keten tijdelijk geen dieren kunnen leveren onder het keurmerk (tot zij een nieuwe ketenregisseur gevonden hebben). Dit zou tot financieel verlies leiden voor de industrie. Tien jaar misstanden in Beter Leven bedrijven De recente undercoveronderzoeken bij Gosschalk en W. van der Meer vormen het topje van een ijsberg. Ongehoord heeft sinds 2011 jaar herhaaldelijk misstanden gefilmd met varkens, leghennen, vleeskuikens en konijnen in Beter Leven bedrijven met 1, 2 en 3 sterren. Hieronder volgt een overzicht van de onderzoeken.\n2020 - Varkenshouderij van den Oever, St. Hubert (Noord-Brabant) 1 ster Beter Leven Keurmerk In juli 2020 bracht Ongehoord beelden naar buiten van Beter Leven-varkens in het bedrijf van FDF-voorzitter Mark van den Oever. De dieren worden gehouden in kale hokken op roostervloeren, met als enige ‘afleiding’ een ketting met een balletje aan de wand van het hok. Meerdere varkens hebben rood ontstoken ogen en necrotiserende wonden aan de oren ten gevolge van oorbijten. Uit frustratie en verveling bijten varkens aan elkaars oren, de wondjes die daarbij ontstaan raken geïnfecteerd door bacteriën, en uiteindelijk sterven de oorpunten af. 2020 - Kippenslachter W. van der Meer, Dronryp (Friesland) 1, 2 en 3 sterren (biologisch) Beter Leven Keurmerk Dit onderzoek werd gepubliceerd in januari 2020 en toonde hoe werknemers zich vermaken met de nog levende kippen. Het uit de transportkratten halen van de dieren en het aanhangen aan de slachtlijn gebeurt hardhandig. We horen angstgeluiden bij de dieren en zien kippen in paniek met de vleugels flapperen. Een kip komt onverdoofd uit het waterbad, wat betekent dat het dier een pijnlijke elektrische schok heeft ervaren en bij bewustzijn aangesneden wordt. Volgens de Beter Leven criteria met betrekking tot pluimveeslachterijen moeten ”de dieren zo snel mogelijk doch in elk geval binnen 4 uur worden geslacht.” Bij W. Van der Meer bedraagt de gemiddelde wachttijd 8 uur. Voor meer informatie, lees ons onderzoek over kippenslachterijen. 2020 - Varkensslachter Westfort, Ijsselstein (Utrecht) 1 en 3 sterren (biologisch) Beter Leven Keurmerk In januari 2020 publiceerde Ongehoord undercoveronderzoek bij varkensslachter Westfort, waar wekelijks 50.000 varkens geslacht worden. De beelden tonen hoe varkens onder stressvolle omstandigheden aankomen in het slachthuis. Dagelijks worden dieren aangevoerd die ernstige gezondheidsproblemen vertonen, zoals abcessen, navelbreuken, staartbijtwonden, pootgebreken, hittestress en uitputting. De varkens worden routinematig geslagen en hardhandig aan oren en staarten beetgepakt. Bij het vergassen en bij noodslachtingen gaat het regelmatig mis: varkens komen met opengesneden keel bij bewustzijn. Voor meer informatie, lees ons onderzoek over slachthuizen. 2017 - Onderzoek Leghennen Beekmans, Oirschot (Noord-Brabant), 1 ster Beter Leven Keurmerk Rondeel, Barneveld (Gelderland), 3 sterren Beter Leven Keurmerk Geijtenbeek, Terschuur (Gelderland), biologisch (3 sterren Beter Leven Keurmerk) In 2017 voerde Ongehoord onderzoek uit in bedrijven van de Nederlandse eierindustrie, waaronder drie leghennenstallen met Beter Leven Keurmerk. In elke Beter Leven-stal lagen dode leghennen, soms in staat van ontbinding, tussen levende soortgenoten. In de stal te Oirschot (1 ster) werd een kruiwagen vol dode dieren aangetroffen. In de Rondeel-stal (3 sterren) waren veel hennen kaal door verenpikkerij, een stressgerelateerde gedragsstoornis die veelvuldig waargenomen wordt bij kippen in de eierindustrie, van regulier tot biologisch. Pikkerij leidt tot vroegtijdige sterfte van dieren in de stallen. Voor meer informatie, lees ons onderzoek over legkippen. 2013 - Onderzoek Vleeskuikens De Kort, Hulten (Noord-Brabant), 1 ster Beter Leven Keurmerk Glas, Loppersum (Groningen), 1 ster Beter Leven Keurmerk Van Voorthuizen, Terschuur (Gelderland), 2 sterren Beter Leven Keurmerk Vink, Dreumel (Gelderland), biologisch (3 sterren Beter Leven Keurmerk) Polderhoenhof, Lelystad (Flevoland), biologisch (3 sterren Beter Leven Keurmerk) In 2013 publiceerde Ongehoord onderzoek in stallen van vijf Beter Leven vleeskuikenhouders. In de twee bedrijven met 1 Beter Leven ster filmde het onderzoeksteam kuikens met verlammingen, vergroeide poten, ademhalingsproblemen en andere aandoeningen die worden toegeschreven aan groeisnelheid (op 8 weken tijd naar een slachtgewicht van circa 2,3 kg). Op beide plekken lagen kadavers, in staat van ontbinding, in de stal. In de 2 sterren-stal te Terschuur was een kuiken er zeer slecht aan toe: de rug was opengepikt, het bloed liep uit de gapende wond en het dier kon zich niet meer bewegen. Erg veel kippen hadden wonden aan voetzolen en hakken; ze liepen moeizaam of niet. In beide biologische stallen (3 sterren) werden zieke en dode kuikens gezien. Op boerderij De Polderhoenderhof in Lelystad werden naast talloze dode en stervende kippen meerdere kuikens gefilmd die bijna niet meer konden lopen, kuikens met herseninfecties, vieze kontjes, ontstoken ogen en andere aandoeningen. Ook het vangen voor de slacht bleek hardhandig te gebeuren. Voor meer informatie, lees ons onderzoek over vleeskuikens. 2011 - Vleeskonijnen, Kohlen, Kelpen-Oler (Limburg), 1 ster Beter Leven Keurmerk Ten tijde van Ongehoords’ konijnenonderzoek (december 2011) was Kohlen de enige konijnenhouder in Nederland met het Beter Leven Keurmerk. Het bedrijf kreeg 1 ster van de Dierenbescherming voor de manier waarop de moederkonijnen gehuisvest werden. Het merendeel van de konijnen in het bedrijf zat echter in reguliere stallen. Jonge vleeskonijnen zaten in draadgazen kooien, sommige met plastic matjes, veel ook zonder. Er lagen dode, aangevreten konijnen tussen de levende soortgenoten. Sommige konijnen hadden ooraandoeningen en eentje miste een heel oor.\nTwee jaar later werd het Keurmerk van Kohlen ingetrokken, zoals Ongehoord al in 2011 had beweerd; bleek dat Kohlen inderdaad had gefraudeerd. Voor meer informatie, lees ons onderzoek over konijnen. 2011 - Onderzoek Varkens Van Leeuwen, Buren (Gelderland), biologisch (3 sterren Beter Leven Keurmerk) Van Wagenberg, Esch (Noord-Brabant), biologisch (3 sterren Beter leven keurmerk) Ten Have - Mellema, Beerta (Groningen), Comfort Class (1 ster Beter Leven Keurmerk) In juli 2011 publiceerde Ongehoord haar onderzoek in de Nederlandse varkensindustrie, waaronder twee biologische bedrijven (3 sterren Beter Leven Keurmerk). In Buren zien we varkens in een omgeving van voornamelijk metaal en beton, met een zuinig laagje strooisel op de stalvloer. Een moedervarken heeft pootproblemen en loopt erg moeizaam. In Esch filmde het onderzoeksteam de inseminatie-afdeling, waar vrouwelijke varkens meerdere dagen tussen stangen geklemd staan om kunstmatig bevrucht te worden. De dieren staan en liggen in hun eigen uitwerpselen en vertonen stereotiep gedrag zoals stangbijten. In het bedrijf van Ten Have-Mellema werden ‘Comfort Class’ varkens met 1 Beter Leven ster gefilmd. De dieren vertoonden krassen, wonden, stereotiep en ander gestoord gedrag. Een biggetje was verlamd, en 2 dieren hadden uitstulpingen aan hun achterwerk. Bij de zeugen lagen veel dode biggen. Voor meer informatie, lees ons onderzoek over varkens. Evolutie van de veestapel sinds oprichting Beter Leven Keurmerk (2007) Hoewel de Dierenbescherming claimt dat haar keurmerk resulteert in een veehouderij die “minder en beter” produceert, blijkt uit cijfers van de overheid dat de Nederlandse veestapel sinds de oprichting van het Beter Leven Keurmerk (2007) groter is geworden. De industrie zal niet minder dieren fokken omwille van een keurmerk, omdat dit ingaat tegen haar financiële belangen. In artikelen bij agrarische vakbladen zijn regelmatig voorbeelden te vinden van veehouders die de ombouw van hun bedrijf naar het Beter Leven Keurmerk aangrijpen om hun bestaande stallen uit te breiden. Zo is er bijvoorbeeld een vleeskuikenhouder in Uitwijk die een nieuwe stal bouwde naast zijn 3 bestaande stallen. In Balkbrug bouwde een varkenshouder een extra stuk aan zijn stal waardoor er nu 1.100 varkens meer kunnen worden gehouden. De varkenshouder verklaarde dat hij wel wilde produceren onder het Beter Leven Keurmerk (wat hem een hogere afzetprijs oplevert), maar het niet zag zitten om te snijden in het aantal dieren: “Met de uitbreiding van de stal hebben we dat opgelost. We houden meer varkens, ook al is de bezetting per vierkante meter gedaald”. Nederlandse veestapel (bron: CBS Statline) Dieraantallen in biologische bedrijven, wat gelijk gesteld is met 3 sterren Beter Leven (Bron: CBS Statline) Het aantal varkens is sinds 2007 gestegen met 287.590 dieren. Van de totale varkensstapel leven in 2020 3,7 miljoen varkens onder het Beter Leven Keurmerk. Er zijn 102.112 biologisch gehouden varkens (3 sterren) en slechts 1 varkensbedrijf heeft 2 sterren. Dat betekent dat het gros van de Beter Leven-varkens slechts 1 ster heeft, wat nauwelijks verschilt van reguliere productie: varkens met 1 ster krijgen een extra speeltje in hun hok maar hebben amper meer ruimte in hun hok, hebben geen toegang tot frisse buitenlucht, moedervarkens staan gefixeerd in kraamkooien, biggen blijven maximaal 4 weken bij hun moeder (idem voor gangbare biggen), varkensstaarten worden gecoupeerd en hoektanden worden gevijld. Het aantal vleeskuikens is sinds 2007 gestegen met 5.876.600 dieren. Van de totale vleeskuikenstapel leven in 2020 29 miljoen kuikens onder het Beter Leven Keurmerk. Slechts 1 vleeskuikenhouder heeft 3 Beter Leven sterren, 6 bedrijven hebben 2 sterren en het gros van de bedrijven (131 Nederlandse vleeskuikenhouders) heeft 1 ster. In vleeskuikenstallen met 1 ster leven 12 vleeskuikens op 1 vierkante meter, zonder buitenlucht. Er is een overdekte uitloop, waar de dieren net als in de stal op een verharde ondergrond zonder beplanting zitten. De kuikens worden vetgemest voor de slacht in 8 weken tijd (tegenover 6 weken voor reguliere kuikens). Naast vleeskuikens bestemd voor consumptie, worden in Nederland 7.794.300 vleeskuikenouderdieren gehouden. De Beter Leven-criteria zijn van toepassing op vleeskuikens voor consumptie. De ouders van Beter Leven vleeskuikens leven in reguliere stallen.\nHet aantal leghennen is sinds 2007 gestegen met 1.941.200 dieren. Van de totale leghennenstapel leven in 2020 4,7 miljoen leghennen onder het Beter Leven Keurmerk. Er zijn 3,69 miljoen biologisch gehouden leghennen (wat automatisch 3 Beter Leven sterren krijgt toegekend). Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal leghennen met 2 of 1 sterren, wel kunnen we uit de cijfers over de biologische leghennenstapel afleiden dat een groot deel van de Beter Leven leghennen 3 sterren heeft. Het Beter Leven Keurmerk heeft niets verbeterd aan de leefomstandigheden van biologische hennen, aangezien biologische productie al bestond voor de invoering van het keurmerk.",{"id":123,"to":124,"title":125,"titles":126,"level":127,"content":128},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn#het-natuurlijke-leven-van-een-konijn","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn\u002Fhoofdstukken\u002Fhet-natuurlijke-leven-van-een-konijn","Het natuurlijke leven van een konijn",[9,7,125],2,"Het natuurlijke leven van een konijn Het leven van een konijn - Het natuurlijke leven van een konijn Het natuurlijke leven van een konijn Het leven van een konijn - Het natuurlijke leven van een konijn Een van de meest voorkomende zoogdieren in Nederland is het konijn. Het diertje is niet alleen leuk om te zien maar ook essentieel voor het Nederlandse landschap. Zonder konijnen zouden de duinen en de Veluwe er heel anders uitzien. Het konijn is een strikte vegetariër, de kleinst voorkomende grazer in Nederland. Ze leven van een grote variatie aan plantaardig voedsel, onder andere grassen, kruiden, knollen, boomschors en akkergewassen. Hiermee houden ze de begroeiing kort waardoor er heel veel andere dieren en planten, waaronder beschermde soorten, kunnen bestaan. Verlaten konijnenholen zijn in trek bij verschillende vogels voor het leggen van hun eieren. Konijnen, herkauwers? Wist je dat konijnen er de gewoonte op nahouden om hun eigen keutels op te eten? Dit omdat het verteren van grassen zwaar voor de maag is. Een koe heeft er dan ook 4 magen voor. Konijnen pakken dit dus slim aan door gewoon alles twee keer te eten... In het wild leven konijnen altijd in groepsverband en zijn dus sociale dieren. De groepen bestaan altijd uit meer vrouwen (voedsters) dan uit mannen (rammelaars). Konijnen hebben een strikte rangorde. Bij alfa-mannen kan het zelfs zo ver gaan dat ze babykonijnen doodbijten op het moment dat ze niet zeker weten dat het hun eigen kinderen zijn. Communicatie, leefgroepen en verspreiding Konijnen zijn stille dieren. Ze communiceren gevaar aan elkaar door met hun achterpoten op de grond te stampen. Het enige geluid dat konijnen kunnen maken, is gillen; dit doen ze wanneer ze bang of gewond zijn. Wanneer konijnen rennen, kun je de onderkant van hun staart zien; deze is wit, waardoor groepsgenoten elkaar makkelijk kunnen volgen in de schemering. In het territorium van het konijn staat het hol centraal. Konijnen gaan nooit ver van hun hol weg; hoe verder van het hol, hoe schuwer konijnen worden. Konijnen graven enorme gangenstelsels van wel 3 meter diep en tot 40 meter lang, compleet met kraamkamers. Konijnen kunnen zichzelf heel snel voortplanten, vandaar al die spreekwoorden. Konijnen worden namelijk op jonge leeftijd al vruchtbaar en kunnen zichzelf al na 4 maanden voortplanten. Ze blijven het hele jaar vruchtbaar, maar de meeste jongen worden tussen februari en augustus geboren. Per jaar kan een vrouwtje drie tot zeven worpen krijgen. De voedster onderbreekt zelf 60% van haar zwangerschappen. Zij wordt namelijk meteen na het bevallen gedekt; ook speelt status en voedsel een belangrijke rol voor de voedster om de zwangerschap uit te kunnen dragen. Een sociaal konijn Na een zwangerschap van 28 tot 32 dagen worden drie tot twaalf jongen geboren. De kraamkamers liggen aan het eind van lange gangen en zijn bedekt met zacht materiaal als mossen en haar dat de moeder uit haar eigen buik trekt. De moeder is maar 5 minuten per dag bij haar jongen om deze te zogen. Door de ingang naar het hol elke keer dicht te maken als ze haar kinderen verlaat, beschermt ze deze tegen andere konijnen en roofdieren. Wilde konijnen kunnen de leeftijd van 9 jaar bereiken. Maar eigenlijk komt dat zelden voor, aangezien het konijn een geliefd prooidier is voor onder andere vogels, vossen en mensen. Eigenlijk gaat het in Nederland sinds 1990 niet goed meer met de konijnenpopulatie. In 1952 introduceerde bacterioloog P. A. Delille de konijnenziekte Myxomatose in Europa. Dit om van de konijnen in zijn achtertuin af te komen. Tot vandaag de dag heeft dit invloed op de konijnenpopulatie van heel Europa. In andere delen van de wereld werd deze bacterie met opzet verspreid om de kans op een konijnenplaag te verminderen. Een andere ziekte die hier ook voor wordt gebruikt, is VHS (Viraal Haemorrhagisch Syndroom). Deze twee ziektes hebben de konijnenpopulatie in Nederland zo sterk teruggedrongen dat in 2007 de Zoogdiervereniging de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aanraadde om konijnen op de lijst van beschermde diersoorten te plaatsen. Dit is niet gebeurd omdat de populatie licht aan het stijgen was en er niet gejaagd mag worden op dieren die op de rode lijst staan.",{"id":130,"to":131,"title":132,"titles":133,"level":127,"content":134},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn#het-leven-van-een-konijn-in-de-industrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn\u002Fhoofdstukken\u002Fhet-leven-van-een-konijn-in-de-industrie","Het leven van een konijn in de industrie",[9,7,132],"Het leven van een konijn in de industrie Het leven van een konijn - Het leven van een konijn in de industrie Het leven van een konijn in de industrie Het leven van een konijn - Het leven van een konijn in de industrie Het leven van vleeskonijnen staat in schril contrast met dat van hun soortgenoten die als huisdier worden gehouden, laat staan met dat van konijnen in de natuur. Alle 300.000 konijnen in de Nederlandse vleesindustrie zitten in draadgazen kooien. Ze zullen nooit vers gras eten en nooit een holletje graven. Het onderzoeksteam legde konijnen vast die van de vacht van een dode soortgenoot graasden, alsof de haren gras waren. Ook probeerden de levende konijnen te graven in het lichaam van dode dieren. Een pasgeboren konijntje verliest al snel broertjes of zusjes. De konijnenhouder maakt de kleinste baby's dood door hun nek te breken, dit zijn de zogenoemde eendagskonijntjes. De konijnenhouder maakt zo alle nesten even groot. De konijnen blijven een maand bij hun moeder. Daarna worden ze bij hun moeder weggehaald en vetgemest. Een konijn in de vleesindustrie heeft een kans van een op vijf om voortijdig te sterven aan ziektes, wonden en ontstekingen, maar gaat sowieso na 11 weken op transport naar het slachthuis. Een moederkonijn, de voedster, zit alleen in een draadgazen kooi met haar kinderen. Juist voedsters hebben veel last van ziektes en stereotyp gedrag. Dit komt doordat ze veel langer in de draadgazen kooi leeft. Een voedster wordt na een jaar doodgemaakt, of eerder als ze niet genoeg jongen krijgt of ziek wordt. Als de voedster het een jaar volhoudt in de industrie, heeft ze 7 tot 8 nesten gehad, met gemiddeld 10 baby's. Vlak nadat de voedster is bevallen, wordt ze weer bevrucht. Ze wordt dan voor een of twee dagen afgesloten van haar kinderen door de klep van de nestbak te sluiten. Dit gebeurt omdat ze dan “willig” wordt, ze wil gedekt worden. Natuurlijk zorgt het sluiten van de klep voor stress bij zowel moeder als kinderen. De meeste voedsters worden door middel van kunstmatige inseminatie bevrucht. Ze worden daarvoor vaak met hun hoofd naar beneden in een stukje PVC-buis gedaan en met een inseminatie-rietje of pistool bevrucht. Konijnen hebben een sprong-ovulatie, alleen als ze gedekt worden door een ram komt er een eicel vrij. Daarom krijgen ze bij de inseminatie ook een injectie om de ei-sprong te stimuleren. Vervolgens zijn de voedsters een maand zwanger. Transport Als de konijnen de slachtleeftijd bereikt hebben, worden ze in kratten gestopt en ingeladen in een vrachtwagen die ze naar het slachthuis vervoert. Omdat in Nederland geen slachthuis meer bestaat voor konijnen, gaan de meeste konijnen naar België of Frankrijk. Dit betekent lange transporttijden, sowieso omdat de vrachtwagen langs meerdere fokkerijen moet om de vrachtwagen vol te krijgen. Het transport is een bron van stress en kan verwondingen opleveren. De sector geeft zelf aan dat er eigenlijk weinig kennis is over hoe konijnen het beste vervoerd kunnen worden. Slacht Aangekomen bij het slachthuis moeten de konijnen weer worden uitgeladen. Ook dit levert stress op. Hierna worden de konijnen geëlectrocuteerd en met haken opgehangen aan hun hielen. Vervolgens worden ze in hun hals gestoken om te ver bloedden.",{"id":136,"to":137,"title":138,"titles":139,"level":127,"content":140},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn#een-zieke-industrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn\u002Fhoofdstukken\u002Feen-zieke-industrie","Een zieke industrie",[9,7,138],"Een zieke industrie Het leven van een konijn - Een zieke industrie Een zieke industrie Het leven van een konijn - Een zieke industrie Bij konijnen komen hoge scores voor ongerief voor. Deze worden vooral veroorzaakt door houderijcondities… De individuele huisvesting van voedsters en de kooibodems zijn belangrijke bronnen van ongerief bij commerciële konijnen. - Rapport Animal Sciences Group, ‘Ongerief bij konijnen, kalkoenen, eenden, schapen en geiten’, 2009 Het onderzoeksteam kwam uiteenlopende ziektes en gedragsproblemen tegen. Het leven van een vleeskonijn verschilt in alle opzichten van dat van een konijn in de natuur, omdat het aan geen van zijn natuurlijke behoeftes voldoet. Dit zorgt voor veel frustratie en verveling, wat kan leiden tot zelfbeschadigend gedrag. Ziektes komen vaak voor als gevolg van benarde leefomstandigheden. Een gemiddeld bedrijf heeft 900 voedsters en enkele duizenden vleeskonijnen; als er een konijn ziek is, kan er nooit voldoende zorg en aandacht gegeven worden aan het individuele dier. Het onderzoeksteam vond op alle bezochte plekken dan ook zieke, verwonde of dode konijnen in de kooien. Stereotiep gedrag Konijnen worden vrijwel altijd in draadgazen kooien gehuisvest. Deze zijn bijna altijd te laag en klein, bovendien worden de dieren dicht op elkaar gehouden. Hierdoor zijn ze niet in staat hun natuurlijke gedrag uit te oefenen zoals huppelen, op hun achterpoten staan, rennen, languit liggen en knagen. De kooien leiden tot verveling, frustratie en stress, hetgeen zich uit in stereotiep gedrag. Stereotiep gedrag is het herhalen van dezelfde lichaamsbewegingen of handelingen. Voorbeelden hiervan zijn knagen aan gaas, bijten in elkaars oren, het eten van haar of het heen en weer schudden van het hoofd. Konijnen zijn van nature groepsdieren. Alleen de vleeskonijnen worden in groepen gehouden. De voedsters, moederdieren, zitten alleen of met hun kinderen, nooit met leeftijdsgenoten. Ook de eenzaamheid veroorzaakt bij deze dieren stereotiep gedrag. In veel stallen trof het onderzoeksteam kooiverrijking aan in de vorm van een klein blokje hout. Ook in de kooien met verrijking zijn konijnen gevonden die aan de kooi aan het knagen waren of verwond waren door toedoen van andere konijnen. Pootaandoeningen Doordat konijnen in draadgazen kooien worden gehouden, hebben de voedsters vaak last van verwondingen aan hun voeten. Kale plekken, eeltknobbels en wonden zijn veelvoorkomend. Voor vleeskonijnen geldt dit in mindere mate, omdat ze al na drie maanden geslacht worden en de aandoeningen zich vaak pas later voordoen. Soms zijn er in de kooien van de voedsters plastic matjes gelegd. Uit verschillend onderzoek blijkt echter dat ook hiermee voetzoolaandoeningen niet voorkomen worden. Spijsverteringsstoornissen Veel konijnen hebben problemen met hun spijsvertering, als gevolg van virusinfecties of ontsteking van de darmen. Een oorzaak hiervan kan de voeding zijn; deze is namelijk samengesteld voor een snelle groei. Darmontsteking doet zich met name voor bij jonge vleeskonijnen, na het spenen, en voedsters. Een veelvoorkomende kwaal is diarree, wat kan wijzen op darmontsteking, maar ook door stress kan komen. Luchtwegaandoeningen Veel onderzochte stallen waren stoffig en hingen vol met spinnenwebben. Bij een slechte luchtkwaliteit hebben de konijnen moeite met ademhalen en zijn ze eerder vatbaar voor infecties. Dit geldt met name voor voedsters en wat oudere vleeskonijnen. Het is een belangrijke oorzaak van sterfte. Sterfte Het sterftecijfer in de konijnenhouderij is erg hoog. De industrie gebruikt verbloemende woorden als ‘uitval’ en ‘vervanging’. Een op de vijf geboren jongen is al dood nog voordat het de slachtleeftijd van 3 maanden heeft bereikt. Twaalf procent van de jongen sterft nog voor het spenen, vaak door het breken van het nekje door de konijnenhouder. Dit wordt gedaan om te voorkomen dat zwakkere konijntjes later voor meer kosten zorgen. In de industrie worden voedsters meteen geïnsemineerd, zwanger gemaakt, nadat ze zijn bevallen van hun nest en nog aan het zogen zijn. Hierdoor zijn ze zwak en sterven door ziekte, door energiearm voer of ze worden gedood omdat ze te weinig jongen baren.",{"id":142,"to":143,"title":144,"titles":145,"level":127,"content":146},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn#regelgeving-en-keurmerken","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-konijn\u002Fhoofdstukken\u002Fregelgeving-en-keurmerken","Regelgeving en keurmerken",[9,7,144],"Regelgeving en keurmerken Het leven van een konijn - Regelgeving en Keurmerken Regelgeving en keurmerken Het leven van een konijn - Regelgeving en Keurmerken Binnen de EU bestaan er geen specifieke regels voor de commerciële vleeskonijnenhouderij. In 2006 zijn er Nederlandse welzijnsnormen voor de commerciële vleeskonijnenhouderij opgesteld, vooral door de sector zelf. De normen bepalen de inrichting en de grootte van de kooien. De zogenoemde Welzijnsverordening is pas in 2016 volledig van kracht. In 2011 moet de helft van de regels in praktijk zijn gebracht. De voornaamste veranderingen bestaan uit het vergroten van de kooien, het aanbrengen van kooiverrijking en het installeren van een plateautje waardoor moeders zich kunnen afzonderen van hun kinderen. In Nederland is er één konijnenhouderij die het Beter Leven kenmerk heeft gekregen, de stal van Frans Köhlen in Kelpen-Oler. Niet alle stallen van deze fokkerij zien er echter zo rooskleurig uit als voorgeschoteld in de media. Het merendeel van de konijnen op deze boerderij wordt nog steeds in reguliere stallen gehouden.",{"id":148,"to":149,"title":150,"titles":151,"level":127,"content":152},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fernstig-zieke-varkens-bij-dierenwelzijnsadviseur-voor-overheid#natuurlijk-varkensleven","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fernstig-zieke-varkens-bij-dierenwelzijnsadviseur-voor-overheid\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-varkensleven","Natuurlijk varkensleven",[9,19,150],"Natuurlijk varkensleven Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor overheid - Natuurlijk varkensleven Natuurlijk varkensleven Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor overheid - Natuurlijk varkensleven Tussen wilde zwijnen en de gedomesticeerde varkens in de vleesindustrie zijn qua gedrag geen fundamentele verschillen, zo blijkt uit diverse studies. Om de behoeften van de varkens in stallen te begrijpen, kijken we daarom naar wilde zwijnen. Wilde zwijnen leven in groepen van 2 tot 5 nauw verwante zeugen met hun nakomelingen. Jongvolwassen beren verlaten de groep als ze 7-8 maanden oud zijn. De groepen kennen een sterke sociale structuur, waarbij oudere en zwaardere varkens een hogere rangorde hebben. Binnen de groepen is er weinig agressie, maar dieren die niet tot de vaste groep behoren, worden zelden getolereerd. Zwijnen leven in bosrijke gebieden, waarbij de oppervlakte van hun leefgebied varieert van 100 ha tot 2500 ha, afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel. Ze besteden 6 tot 7 uur van hun dagtijd aan forageren: met hun typische snuit wroeten ze in de aarde om wortels, insecten en wormen te zoeken. Om de huid en vacht te verzorgen, schuren zwijnen zich tegen boomstammen en struiken aan. Daarnaast wordt de huid verzorgd door het nemen van modderbaden. Een modderbad zorgt voor afkoeling bij warm weer en draagt bij aan het verwijderen van luizen en mijten. De modderkorst die na het bad op hun huid ontstaat, beschermt varkens tegen vliegen. ’s Nachts zoeken de dieren hoger gelegen, dichtbeboste plekken op waar ze slapen in een gemeenschappelijk nest. Ze hechten veel belang aan het schoonhouden van de rustplaats; ze mesten op een aparte plaats die 5 tot 15 meter van het nest verwijderd is. Wilde zwijnen hebben een paarseizoen. Van november tot en met januari sluiten beren (mannelijke zwijnen) zich aan bij een groep zeugen. Voor de paring port de beer stevig met zijn snuit in de flanken van een zeug. Als de zeug bij het porren blijft stilstaan, is dit een teken dat zij ook wil paren en mag de beer haar bestijgen. In de periode februari tot en met april maken zwangere vrouwtjes een nest om te bevallen. Het nest bestaat uit een grote kuil van enkele decimeters diep, de bodem wordt bedekt met plantenmateriaal zoals gras, bladeren en mos. Het nest wordt toegedekt met twijgen die met speeksel en modder aan elkaar gelijmd zijn. Wilde zeugen krijgen gemiddeld 6 tot 7 jongen, ze worden geboren in april of mei. Na drie weken beginnen de biggen grond om te woelen en voedsel te zoeken. Toch drinken ze nog ongeveer twee maanden bij hun moeder. Pas in hun tweede jaar zijn ze volgroeid. Wilde zwijnen kunnen tot 10 jaar oud worden.",{"id":154,"to":155,"title":156,"titles":157,"level":127,"content":158},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fernstig-zieke-varkens-bij-dierenwelzijnsadviseur-voor-overheid#varkens-in-de-megastal-van-ten-have-mellema","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fernstig-zieke-varkens-bij-dierenwelzijnsadviseur-voor-overheid\u002Fhoofdstukken\u002Fvarkens-in-de-megastal-van-ten-have-mellema","Varkens in de megastal van Ten Have-Mellema",[9,19,156],"Varkens in de megastal van Ten Have-Mellema Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor overheid - Varkens in de megastal van ten Have-Mellema Varkens in de megastal van Ten Have-Mellema Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor overheid - Varkens in de megastal van ten Have-Mellema Een team van Ongehoord deed uitgebreid onderzoek naar de leefomstandigheden van varkens in het bedrijf van Annechien ten Have-Mellema. Over de periode van een jaar (augustus 2020 - september 2021) werden de stallen meermaals bezocht. Bij elk bezoek werden gestreste, gewonde en dode dieren gefilmd. Megastal De varkensfokkerij van ten Have-Mellema telt 600 zeugen, 4.900 vleesvarkens en een opfokstal voor 2.680 gespeende biggen (leeftijd: van 4-5 weken tot 10 weken). Volgens de criteria van het Beter Leven keurmerk is ten Have’s bedrijf een megastal: “Onder een megastal wordt verstaan één UBN (of EU-registratienummer) met 330 NGE of meer. Om het aantal NGE op het bedrijf te bepalen, dient het aantal varkens op basis van de Beter Leven bedrijfscapaciteit te worden vermenigvuldigd met de onderstaande aantallen NGE's per diercategorie: 1 zeug = 0,2606 NGE en 1 vleesvarken = 0,0437 NGE.” Ten Have’s bedrijf telt 370,76 NGE (600 × 0,2606 NGE + 4900 × 0,0437 NGE). In principe zijn megastallen verboden voor het Beter Leven-keurmerk. Het totaal aantal van 8.180 dieren is verspreid over verschillende afdelingen. In de dekstal zijn er 52 kooien om moedervarkens kunstmatig te insemineren. De kraamafdeling telt 80 vrijloopkraamhokken (2 sterren Beter Leven) en 60 klassieke kraamkooien. Op de Hamletz promo-website wordt vermeld dat de zeugen niet vastzitten als ze werpen. Consumenten worden onwetend gehouden over het feit dat in hetzelfde bedrijf ook kraamkooien gebruikt worden waarin moedervarkens ingeklemd staan tussen stangen. Voor biggen die net bij hun moeder zijn weggehaald, zijn er 2680 plaatsen. De dartelstallen voor het afmesten van Hamletz-vleesvarkens tellen 80 groepshokken; per hok worden 62 dieren gehouden. In de Beter Leven-reclame vernemen we dat Ten Have-Mellema dagelijks appels of peren plukt in haar tuin en aan de varkens voert. Gezien de 4900 varkens in de dartelstallen is deze bewering onwaarschijnlijk. De aanleerplaats voor toekomstige fokzeugen Omdat de leefomstandigheden van een zeug in de industrie ingaan tegen hun natuurlijke behoeftes, moeten jonge vrouwelijke varkens leren om zich aan te passen aan het productieproces. Ten Have heeft een oude inseminatiekamer ingericht als aanleerplaats. Voordat de dieren een eerste keer geïnsemineerd worden, verblijven ze in de aanleerplaats. Ze moeten onder andere leren eten in een automatisch voerstation en gewend raken aan het ingeklemd staan in een kooi. Ook moet het sociale gedrag van de dieren aangepast worden aan de bedrijfsvoering. In hun latere leven zullen ze veel tijd doorbrengen in de zeugengroepsstal, waar er doorstroom is van dieren. Een wisselende groepssamenstelling is voor varkens onnatuurlijk en leidt tot stress en gevechten. Daarom probeert men de dieren in een aanleerplaats te laten wennen aan wisselende groepen. Daarnaast moeten ze ook wennen aan handelingen die mensen met hen doen, zoals verplaatsingen tussen verschillende afdelingen, gewogen worden en geïnsemineerd worden. In de aanleerplaats van ten Have filmde het onderzoeksteam varkens die ingeklemd staan tussen stangen, andere dieren liepen los. De dieren in het vrijloopgedeelte sliepen op een betonvloer met roosters, er was geen strooisel aanwezig. Drie varkens met open huidwonden lagen apart in kooien, eveneens zonder strooisel. Het licht in de aanleerstal was ’s nachts aan, wat een inbreuk is op de voorschriften van het Beter Leven keurmerk. De dekstal: kunstmatige inseminatie In dekstallen worden de moedervarkens kunstmatig geïnsemineerd. Hierbij wordt een lange pipet met sperma bij het dier naar binnen gebracht. In de dekstal staan varkens ingeklemd in een inseminatiebox, een kooi van staal waarin het dier zich niet kan omdraaien of bewegen. Ook sociale interactie en verzorgingsgedrag zijn niet mogelijk in de dekstal. Door gebrek aan ruimte schuren de varkens voortdurend tegen de stangen aan, wat kan leiden tot verwondingen. Moedervarkens belanden 2 tot 3 keer per jaar in de dekstal. Meteen nadat de veehouder een moeder gescheiden heeft van haar vorige worp biggen, wordt ze naar de dekstal gebracht voor een volgende inseminatie. Het duurt 4 tot 7 dagen voordat zij berig is en geïnsemineerd kan worden. Na de inseminatie wordt het dier nog 4 dagen in de dekstal gehouden. Daarna wordt ze overgebracht naar een zeugenstal, waar groepshuisvesting wettelijk verplicht is. Een week voor de bevalling is uitgerekend, mogen zeugen opnieuw ondergebracht worden in individuele hokken of kooien. In de dekstal van ten Have filmde het onderzoeksteam 2 lange rijen inseminatiekooien waarin moedervarkens ingeklemd staan. Ze staan dagenlang tegen een muur aan te kijken, de kooien zijn te krap om zich om te draaien. De dieren staan en liggen in hun eigen uitwerpselen, op een betonnen ondergrond zonder strooisel. De verrijking in de kooien bestaat uit een PVC-rolletje rond een stang. Dit soort ‘verrijking’ is volgens onderzoekers van de Universiteit Wageningen onvoldoende om zeugen afleiding te geven. We zien op de beelden stangbijten en schuimbekken, wat wijst op stress en honger. In een kooi lag een varken met een bloederige wond aan de poot. Bij twee bezoeken in september 2021 stelde het onderzoeksteam vast dat het licht in de dekstal 's nachts aan was. De groepsstal voor zwangere moederdieren Tussen inseminatiebeurten en bevallingen in, verblijven zwangere moedervarkens in wettelijk verplichte groepshuisvesting. De dracht van een varken duurt 3,7 maanden. Op de beelden van het onderzoeksteam is aan de rechterkant van de groepsstal een kleine afdeling te zien waar een groepje varkens op een laag stro ligt te slapen. In het grootste gedeelte van de stal, waar zich de meeste dieren bevonden, was slechts een dunne laag bevuild stro aanwezig. Een flink aantal moedervarkens had geen plaats meer gevonden bij de groep in het strooiselgedeelte. Zij sliepen op de roostervloer, waar de dieren poepen en urineren. Aan de zeugenstal is een buitenloop verbonden, met een betonnen ondergrond. Gladde vloeren en gedeeltelijke of volledige betonroosters worden beschouwd als risicofactoren voor de ontwikkeling van klauwproblemen bij varkens. Gebruik van stro vermindert de risico’s op voorwaarde dat het stro proper en droog wordt gehouden. Vochtig, vuil stro maakt de klauwen week, waardoor juist sneller klauwletsels ontstaan. De zeugenstal van ten Have is uitgerust met automatische voerstations. In de varkensindustrie worden moedervarkens beperkt gevoerd omdat ze minder biggen werpen wanneer ze veel eten. Voerstations maken het de varkenshouder makkelijk om de dieren beperkt te voeren. Een computer bepaalt de hoeveelheid voer die elk varken per dag te eten krijgt. Wanneer een hongerig varken het voerstation inloopt, wordt ze door een elektronisch identificatie-systeem herkend en valt er automatisch een hoeveelheid voer in de trog. Bij een dier dat volgens de computer geen “voersaldo” meer over heeft, blijft de trog leeg. Het onderzoeksteam filmde een moedervarken die staat te schuimbekken en loze kauwen, wat een teken is van honger en stress. Tijdens elk bezoek van het onderzoeksteam (2020 - 2021) was het licht 's nachts aan in de zeugenstal. De kraamafdeling: ingeklemde moeders en dode biggen In de kraamafdeling van ten Have werden moedervarkens en biggetjes gefilmd in twee types kraamhok: vrijloopkraamhokken en klassieke kraamkooien. In de klassieke kooien staan moedervarkens een maand lang ingeklemd tussen stangen. Voor het Hamletz-concept (met 2 Beter Leven-sterren) mogen de moeders alleen in vrijloopkraamhokken gehouden worden. De biggen uit de klassieke kraamkooien vallen onder 1 ster Beter Leven. De afmetingen van een vrijloopkraamhok bedragen 2,10 m × 3 m, wat een zeug geen mogelijkheid biedt om echt “vrij rond te lopen”. Als nestmateriaal ligt er een jutezak in het hok. De kraamzeugen kunnen niet naar buiten; ze verblijven de volledige periode van werpen en zogen in het hok. Een groot welzijnsprobleem in vrijloopkraamhokken is dat er meer biggen doodgeplet worden door het moederdier. In klassieke kraamkooien is het risico kleiner omdat de moeder ingeklemd staat. Daarom wordt bij ten Have verder onderzoek uitgevoerd waarbij “vrijloopkraamzeugen” toch weer meerdere dagen ingeklemd worden met verplaatsbare stangen. De Beter Leven-criteria staan toe dat zeugen in vrijloopkraamhokken tot 5 dagen vastgezet worden. De oorzaak van doodpletten ligt in de onnatuurlijk hoge worpgrootte van industriezeugen (wat het resultaat is van genetische selectie in de veehouderij). Een industriezeug krijgt gemiddeld 12 tot 16 biggen per worp. De keerzijde is dat de geboortegewichten laag zijn en veel biggen zwak ter wereld komen. Pasgeboren biggen liggen graag dicht bij de uier van hun moeder om zich te warmen en voldoende te kunnen drinken. Wanneer de zeug zich verlegt, raken de zwakste biggen niet snel genoeg weg en worden ze doodgeplet (24). Om het risico op doodpletten te verminderen, zijn vrijloopkraamhokken voorzien van een “nanny”. De nanny is een soort nestbak met een warmtelamp. Het idee achter de nanny is dat biggen, nadat ze gedronken hebben bij hun moeder, spontaan de warmte van de nanny zullen opzoeken, waar ze beschermd zijn tegen doodpletten. Niettemin filmde het onderzoeksteam vele dode biggen bij ten Have, zowel in de vrijloopkraamhokken als in de klassieke kraamkooien. Er lagen ook biggetjes dood in de “nanny” van een vrijloopkraamhok. In beide hoktypes lagen varkens in hun eigen uitwerpselen. Een moedervarken had een open wond. In de gang van de kraamafdeling lagen enkele dode biggetjes op een hoop. In “The journey to make money from pig welfare” (verschenen in vakblad Pig Progress, augustus 2020) vertelde ten Have dat ze de Hamletz-biggen bij hun moeders weghaalt wanneer ze 4 weken oud zijn, dit om een jaarproductie van 29 gespeende biggen per zeug te kunnen halen. Volgens de criteria van Beter Leven, 2 sterren, mogen biggen pas van hun moeder gescheiden worden op de leeftijd van 5 weken. Het onderzoeksteam filmde in een apart stalgedeelte jonge biggen in hokken op betonvloeren met roosters, zonder strooisel. De biggen vertoonden diverse gezondheidsproblemen, zoals diarree, gezwellen en kreupelheid. De dartelstallen: vleesvarkens met pootproblemen en aangevreten staarten Ook de dartelstallen, waar de vleesvarkens worden afgemest voor de slacht, zagen er anders uit dan in de Hamletz-reclames. Het voorste gedeelte van de hokken bestaat uit een kale roostervloer, waar de varkens verondersteld worden te urineren en poepen. In het achterste gedeelte lag, net als in de zeugenstal, een bevuild laagje stro. De varkens kunnen naar buiten in een buitenloop met betonnen omheining, op een ondergrond van beton met roosters voor uitwerpselen. Ongehoord filmde in de dartelstallen varkens met ernstige staartbijtwonden, een varken met een enorm gezwel aan de poot, varkens die vermoedelijk op sterven lagen, en meerdere dode varkens van verschillende grootte. Eén van de kadavers was sterk opgezwollen, wat erop wijst dat het dier al meerdere dagen dood was. Staartbijterij is een veelvoorkomend gedragsprobleem bij vleesvarkens. Bijterij ontstaat vooral door verveling, onvoldoende stimulatie en frustratie. Bronnen van frustratie bij varkens zijn onder andere een slecht stalklimaat, te grote groepsgroottes, problemen met de voersamenstelling of wijze van voerverstrekking. Volgens de Universiteit Wageningen komt bijterij voor op maar liefst 50% van alle varkensbedrijven. Ook kreupelheid komt regelmatig voor in de varkenshouderij. Veel voorkomende oorzaken van kreupelheid zijn gewrichts- en hersenvliesontstekingen, vaak door streptokokkeninfecties. Deze ziekteverwekkers geven gewrichtsontstekingen, soms aan meer dan één gewricht tegelijk. Kreupelheid kan ook veroorzaakt worden door osteochondrose, een gewrichtsaandoening die het gevolg is van het selectief fokken van varkens op groeisnelheid. Het kraakbeen kan de versnelde groei van het varken niet bijbenen en er ontstaan gebreken in de gewrichten. Bewegingsaandoeningen zijn pijnlijk, waardoor het dier abnormaal gaat lopen of zelfs niet meer in staat is overeind te blijven staan. Inbreuken Beter Leven keurmerk Enkele dagen nadat Ongehoord de misstanden in de dartelstallen filmde, kreeg Ten Have een onaangekondigd inspectiebezoek van de Stichting Beter Leven keurmerk. Ten Have publiceerde op haar Hamletz-website een blog over de Beter Leven controle, waarin ze benadrukte dat “diergezondheid ook een belangrijk onderdeel is van het keurmerk.” De Dierenbescherming houdt inspectieresultaten van Beter Leven bedrijven strikt geheim. Ook over eventuele sancties of maatregelen wordt niets openbaar gemaakt. Consumenten hebben bijgevolg geen garantie dat de producten die zij kopen werkelijk voldoen aan alle Beter Leven voorwaarden. Het onderzoek van Ongehoord in het bedrijf van ten Have toont meerdere inbreuken op de voorschriften van het Beter Leven keurmerk, twee sterren. 1. Megastal Volgens de Dierenbescherming wordt in megastallen minder aandacht besteed aan zorg voor het individuele dier en lopen meer dieren gevaar wanneer in een megastal bijvoorbeeld brand uitbreekt, de ventilatie uitvalt of een ziekte uitbreekt. Ook bleek uit onderzoek dat de achterban van de Dierenbescherming een grote weerzin heeft tegen megastallen. Daarom heeft de Dierenbescherming megastallen verboden voor haar keurmerk. Wel is een uitzondering toegestaan voor megastallen die voor 2012 al gecertificeerd waren: zij mogen hun dieraantallen behouden. Bij latere verbouwingen en nieuwbouw mag dit aantal niet verder verhoogd worden. De ombouw van ten Have’s varkensbedrijf naar megastal gebeurde na 2012. In 2014 werd een nieuwe zeugenstal bijgebouwd, waardoor het aantal zeugen in het bedrijf steeg van 300 naar 600. In 2018 werden de dartelstallen voor het afmesten van vleesvarkens gebouwd, waardoor het aantal vleesvarkens steeg van 1.720 naar 4.900. 2. Geen dag- en nachtritme De criteria voor twee Beter Leven sterren schrijven voor dat “alle varkens een duidelijk dag- en nachtritme moeten krijgen met minimaal 8 uur aaneengesloten donkerperiode en minimaal 8 uur aaneengesloten lichtperiode, hetgeen door daglicht in de stal bereikt wordt. De periode van 8 uur aaneengesloten lichtperiode mag niet worden toegepast tussen zonsondergang en -opgang.” Op de beelden van Ongehoord is te zien hoe in meerdere afdelingen van het bedrijf het licht 's nachts aan was. 3. Geen strooisel Volgens de criteria moeten alle hokken “voor minstens de helft ingestrooid zijn met stro of vergelijkbaar materiaal, zodanig dat de bodem geheel bedekt is”. In theorie leidt het niet naleven van deze voorwaarde tot schorsing. In het bedrijf van ten Have filmde Ongehoord varkens die geen stro of ander strooisel hadden, onder andere in de aanleerplaats voor moedervarkens. Ook in de dartelstallen voor vleesvarkens zijn hokken gefilmd die niet of onvoldoende ingestrooid waren. 4. Geen stro en zachte ligplaats voor kraamzeugen Volgens de criteria, twee sterren, moet in vrijloopkraamhokken permanent stro aanwezig zijn. Dit was niet het geval. Ook moeten zeugen in het kraamhok een ligplaats hebben die dicht en zacht is. In de vrijloopkraamhokken van ten Have lagen zeugen op een harde betonvloer met roosters. 5. Biggen te vroeg gespeend In het vakblad “Pig Progress” verklaarde ten Have dat zij de Hamletz-biggen van hun moeders scheidt op de leeftijd van 4 weken. Volgens de criteria, twee Beter Leven-sterren, mogen de biggen pas gespeend worden na 5 weken.",{"id":160,"to":161,"title":162,"titles":163,"level":127,"content":164},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fernstig-zieke-varkens-bij-dierenwelzijnsadviseur-voor-overheid#annechien-ten-have-mellema-en-het-hamletz-concept","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fernstig-zieke-varkens-bij-dierenwelzijnsadviseur-voor-overheid\u002Fhoofdstukken\u002Fannechien-ten-have-mellema-en-het-hamletz-concept","Annechien ten Have-Mellema en het Hamletz-concept",[9,19,162],"Annechien ten Have-Mellema en het Hamletz-concept Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor overheid - Annechien ten Have-Mellema en het Hamletz-concept Annechien ten Have-Mellema en het Hamletz-concept Ernstig zieke varkens bij dierenwelzijnsadviseur voor overheid - Annechien ten Have-Mellema en het Hamletz-concept Zowel bij het grote publiek als in het beroepsmilieu profileert Annechien ten Have zich als vernieuwer op het gebied van duurzaamheid en diervriendelijkheid. Via (social) media krijgen consumenten filmpjes te zien van moedervarkens in enorme bergen stro, biggen die knus in een “nanny” liggen, en vleesvarkens die snoepjes toegeworpen krijgen door Annechien’s kleinkinderen. Als raadslid van de Raad voor Dierenaangelegenheden heeft ten Have een vinger in de pap bij het landbouwbeleid van de overheid. Annechien ten Have-Mellema In het agrarische en politieke milieu is ten Have bekend als een voortrekker op het gebied van dierenwelzijn in de veehouderij. In het verleden was ze bestuurslid bij LTO Nederland, een organisatie die opkomt voor de belangen van de landbouwsector. Sinds 2015 is ze lid van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA), die de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit adviseert over het beleid inzake dierenwelzijn. Dit kan bijvoorbeeld gaan over hoe de veehouderij “dierwaardiger” kan worden, over een “verantwoord euthanasiebeleid” voor zieke productiedieren, of over “de gevolgen voor het dierenwelzijn in een transitie naar kringlooplandbouw”. In 2019 werd ten Have benoemd tot Agrarisch ondernemer van het jaar, en in 2021 tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Volgens het comité van aanbeveling verdiende ten Have deze koninklijke onderscheiding omwille van haar bijdrage aan “het professionaliseren van de sector en het verdedigen en positioneren van de varkenshouderij in Nederland.” Ook voor het grote publiek is Annechien geen onbekende. Mensen kennen haar als de boerin van de pakjes scharrelvlees bij Albert Heijn, en uit de Beter Leven promotiefilmpjes van de Dierenbescherming. Vorig jaar was ze te zien in de docuserie “De boerenrepubliek” (BNNVARA). In de tv-reclame van boerenbelangenorganisatie CARING FARMERS trad ze op als één van de voortrekkers van kringlooplandbouw, waarbij dierenwelzijn een belangrijk thema is. Van Comfort Class naar Hamletz Naar aanleiding van maatschappelijke kritiek op de gangbare varkenshouderij, begon Annechien ten Have 20 jaar geleden aan een zoektocht naar nieuwe verdienmodellen. Daarbij probeert ze de aandacht voor dierenwelzijn te gebruiken om winst te maken. In 2001 begon ze in samenwerking met de Dierenbescherming te experimenteren. Dit leidde in 2006 tot het marktconcept “Comfort Class” met 1 Beter Leven ster. In 2011 bracht Ongehoord beelden naar buiten van ten Have’s Comfort Class stal. De varkens hadden krassen en wonden, en vertoonden stereotiep en ander gestoord gedrag. Een biggetje was verlamd, en 2 dieren hadden uitstulpingen aan hun achterwerk. Bij de zeugen lagen veel dode biggen. In 2018 bouwde ten Have de Dartelstallen voor een nieuw marktconcept: Hamletz. De Dierenbescherming kende twee Beter Leven-sterren toe aan het concept, en vleesgigant Vion sloot zich aan als partner. Wekelijks levert ten Have 200 Hamletz-varkens af aan de slachterij van Vion in Groenlo, wat neerkomt op 10.400 dieren per jaar. Ten Have wil dit aantal uitbreiden naar 300 per week (15.600 per jaar). Het Hamletz-vlees wordt verkocht in heel Nederland via Albert Heijn en Dekamarkt. Voor de ontwikkeling en productie van Hamletz-vlees kon ten Have rekenen op steun van diverse partijen: JaarGeneurtenis2012ten Have krijgt 45.000 euro van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie om een dartelstal te ontwikkelen.2017Rabobank financiert de bouw van 2 dartelstallen voor het Hamletz-concept en het ministerie van Landbouw staat borg voor 70 procent van de bedrijfsfinanciering. Dit komt uit de subsidiepot voor landbouwinnovaties, de zogenoemde Borgstelling MKB-Landbouwkredieten.2018De Dierenbescherming promoot de verkoop van Hamletz-vlees in een landelijke campagne.2019Reed Business Information (een uitgever van agrarische vakbladen) roept ten Have uit tot “Agrarisch Ondernemer van het Jaar”, wat haar 12.500 euro oplevert.2020Het Barth-Misset Fonds schenkt ten Have 25.000 euro voor onderzoek naar het tijdelijk vastzetten van vrijloopkraamzeugen, en om nieuwe vloeruitvoeringen in vrijloopkraamhokken te testen.2020Jaarlijks doet ten Have beroep op subsidies van de Europese Commissie. De recentste bedragen zijn: YearBedrag (€)201896.687,67201982.989,372020180.207,56",{"id":166,"to":167,"title":168,"titles":169,"level":127,"content":170},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fzorgen-om-dierenleed-bij-caring-farmers#caring-farmers","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fzorgen-om-dierenleed-bij-caring-farmers\u002Fhoofdstukken\u002Fcaring-farmers","Caring Farmers",[9,24,168],"Caring Farmers Zorgen om dierenleed bij 'Caring Farmers' - Caring Farmers Caring Farmers Zorgen om dierenleed bij 'Caring Farmers' - Caring Farmers Belangenorganisatie Caring Farmers Caring Farmers is een belangenorganisatie voor “natuurinclusieve kringloopboeren”. De organisatie is twee jaar geleden opgericht, toen minister Carola Schouten aangaf dat de toekomst van de Nederlandse boer ligt bij kringlooplandbouw. Volgens het recentste jaarverslag (2020) zijn 225 boeren aangesloten bij Caring Farmers, waaronder akkerbouwers, veehouders en gemengde bedrijven. Op haar website benoemt de organisatie als belangrijke thema’s: natuur, kringloop en dierenwelzijn. Er worden geen beginvoorwaarden opgelegd aan boeren die wensen aan te sluiten bij Caring Farmers. Er wordt slechts gevraagd om “elk jaar een stapje verder te zetten” (op de weg naar natuurinclusieve kringlooplandbouw). Jaarlijks dienen de leden hierover “verantwoording af te leggen aan andere Caring Farmers”. Maar concrete informatie over de stappen die de leden de voorbije jaren zouden hebben gerealiseerd, is nergens beschikbaar. Dierenwelzijn verbeteren wordt voorgesteld als een belangrijke doelstelling voor de Caring Farmers. In hun code verklaren de Farmers “dieren te erkennen als levende intelligente wezens met emoties en gevoelens. Er wordt uitgegaan van de behoeften van dieren en daarnaar gehandeld.” Samenwerking Dierenbescherming: Deltaplan Veehouderij De Caring Farmers zijn een partnerschap aangegaan met de Dierenbescherming om samen te werken aan het Deltaplan Veehouderij. Dit is een initiatief van de Dierenbescherming om de veehouderij \"diergericht en duurzaam\" te maken. De Caring Farmers en de Dierenbescherming willen samen projecten opzetten om het dierenwelzijn in de veehouderij “verder te verbeteren.” Caring Farmer Annechien ten Have, in wiens bedrijf Ongehoord zieke en gewonde varkens filmde, wordt door de Dierenbescherming naar voren geschoven als een koploper van het Deltaplan Veehouderij. Caring Farmer Jan Broenink, in wiens “wroetvarken-stal” eveneens ernstige welzijnsproblemen werden gefilmd, won in 2021 een “Deltaplan Veehouderij Award” en werd “een inspiratiebron voor veehouders” genoemd. Het Deltaplan Veehouderij is niet gericht op het beëindigen van de veehouderij, wat de belangrijkste en meest effectieve oplossing is om een einde te maken aan het dierenleed. In plaats daarvan wordt gewerkt aan toekomstperspectief voor veehouders via het bekende paadje van ‘welzijnsverbeteringen’. Op deze wijze worden vooral de belangen van veehouders behartigd, niet de belangen van de dieren. Een gebed zonder einde De onderzoeken die Ongehoord het afgelopen decennium uitvoerde in de Nederlandse veehouderij, toonden aan dat dierenwelzijnsverbeteringen in de veehouderij niet leiden tot fundamentele oplossingen voor de dieren. De onderzoeksgroep brengt sinds 2011 beelden naar buiten van ernstig dierenleed, zowel in de gangbare veehouderij als in biologische stallen en Beter Leven-bedrijven. De bevindingen van Ongehoord worden gesteund door wetenschappelijk onderzoek. Dierenwelzijnsverbeteringen brengen vaak nieuwe problemen met zich mee. Het overschakelen van kooisystemen voor leghennen naar scharrelvolières resulteerde in meer botbreuken bij de dieren. Groepshuisvesting voor moedervarkens, sinds 2013 verplicht door Europese dierenwelzijnswetgeving, zorgde voor meer agressieproblemen en klauwaandoeningen. In vrijloopkraamhokken, het alternatief voor kraamkooien, worden aanzienlijk meer biggen doodgeplet door hun moeders. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) wijst op een aanzienlijk risico van varkenspest bij varkensbedrijven met buitenloop. Ook in het rapport “Dierenwelzijn in de Kringlooplandbouw” (Raad voor Dierenaangelegenheden, 2020) wordt gewezen op verhoogde ziekterisico's voor productiedieren die buiten lopen, zoals vogelgriep bij kippen, tetanus, ziekte van Weil en huidverbranding bij varkens en leverbot bij koeien. Stop met veehouderij Uit het Ongehoord onderzoek in veebedrijven van Caring Farmers blijkt opnieuw dat dierenwelzijn in de veehouderij voornamelijk op papier bestaat. Op beelden van de bedrijven van Caring Farmers Annechien ten Have en Jan Broenink waren zieke, gestreste en gewonde varkens te zien. In een nieuwe publicatie toont Ongehoord nu kreupele en dode kippen in de pluimveebedrijven van Caring Farmers. Volgens Caring Farmers moet “de veehouderij uitgaan van de behoeften van dieren.” Dit is een contradictio in terminis: dieren hebben niet de minste behoefte om voedsel te produceren voor mensen en geslacht te worden. Het “erkennen van dieren als levende intelligente wezens met emoties en gevoelens” impliceert in de eerste plaats dat het fokken, exploiteren en doden van dieren niet langer te rechtvaardigen valt. Ongehoord roept Caring Farmers op om te stoppen met elke vorm van dierlijke productie. In een duurzaam en diervriendelijk landbouwmodel is geen plaats meer voor veehouderij. Caring Farmer Joost van Strien bewijst in de praktijk dat kringlooplandbouw perfect mogelijk is zonder dieren en zonder dierlijke mest.",{"id":172,"to":173,"title":174,"titles":175,"level":127,"content":176},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fzorgen-om-dierenleed-bij-caring-farmers#het-kippenonderzoek","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fzorgen-om-dierenleed-bij-caring-farmers\u002Fhoofdstukken\u002Fhet-kippenonderzoek","Het kippenonderzoek",[9,24,174],"Het kippenonderzoek Zorgen om dierenleed bij 'Caring Farmers' - Het kippenonderzoek Het kippenonderzoek Zorgen om dierenleed bij 'Caring Farmers' - Het kippenonderzoek Ongehoord heeft een jaar lang onderzoek verricht naar de leefomstandigheden van dieren in stallen van Caring Farmers. Eerder werden reeds beelden naar buiten gebracht van zieke en gewonde varkens. Ditmaal toont Ongehoord kreupele en dode kippen in de pluimveebedrijven van Caring Farmers. Het leven van productiekippen, zowel in de eier- als in de vleesindustrie, verschilt sterk van een natuurlijk kippenleven. Leghennen en vleeskuikens worden kunstmatig uitgebroed in broederijen, ze groeien op zonder hun moeder. Dit geldt voor de gehele kippenindustrie (regulier, Beter Leven en biologisch). In natuurlijke omstandigheden brengen kuikens hun eerste levensdagen door aan de zijde van hun moeder, waar ze warmte en bescherming vinden. De daaropvolgende weken leert de moederhen de kuikens essentiële gedragingen zoals voedsel zoeken, stofbaden en een veilige slaapplek uitkiezen op een tak van een boom. Pas na 8 weken beginnen de kuikens zelfstandig op zoek te gaan naar eten, maar ze blijven nog in de buurt van hun moeder. Op de leeftijd van 18 weken sluiten ze aan bij de rest van de kippengroep. Dode leghennen in de uitloop van Martijn Vonk In het Gelderse Loil houdt Caring Farmer Martijn Vonk 43.000 leghennen in 2 volièrestallen. Vonk bouwde een stal om tot Beter Leven stal (1 ster) vanwege de meerprijs die het keurmerk oplevert voor de eieren. Onder natuurlijke omstandigheden kennen kippen een broedseizoen. In het voorjaar legt een hen ongeveer tien eieren, die ze vervolgens gaat uitbroeden. Wanneer het uitbroeden van het eerste legsel mislukt, kan er een tweede legsel volgen. Op jaarbasis legt de hen maximaal 20 eieren. Net als alle andere vogels leggen kippen geen eieren in de herfst- en winterperiode. In de eierindustrie moeten hennen heel het jaar door eieren produceren. In leghenstallen wordt met verlichtingsschema’s gewerkt om het natuurlijke broedseizoen, de lente, na te bootsen. Op jaarbasis produceert een industrie-hen ruim 300 eieren. De hoge eierproductie leidt tot calciumtekorten bij leghennen: alle calcium in het lichaam van de kip gaat naar de vorming van eierschalen. Calcium is echter ook nodig voor het beenderstelsel. In de eierindustrie hebben leghennen daardoor zwakke en broze botten. Uit onderzoek van Heerkens bleek dat 97% van de hennen in volièrestallen borstbreuken heeft opgelopen als ze 14 maanden oud zijn. In de volièrestal van Vonk bestaat de leefomgeving van de hennen uit etages van metalen roosters en een betonvloer met strooisel. De stalbezetting bedraagt volgens de Beter Leven-criteria 9 hennen per vierkante meter, wat hetzelfde is als de wettelijk verplichte minimumnorm. Onder natuurlijke omstandigheden verkiezen kippen een leefomgeving met veel bomen en begroeiing waarin ze kunnen schuilen en rusten. Onderzoekers stelden vast dat leefgebieden van groepen vrije, verwilderde kippen tot een halve hectare groot kunnen zijn. Natuurlijke kippengroepen zijn samengesteld uit 4 tot 30 individuen, waaronder hanen, hennen en kuikens. Voor het ontstaan en in stand houden van een hiërarchie binnen de groep is het belangrijk dat de kippen elkaar kunnen herkennen. Kippen kunnen tot circa 100 soortgenoten individueel herkennen. Nieuwe dieren in een groep verstoren de pikorde, die dan opnieuw bepaald zal moeten worden door vechtpartijen. In het bedrijf van Vonk filmde Ongehoord meerdere zwakke, zieke en dode dieren. Veel hennen hadden kale plekken door verenpikken, een gedragsstoornis die typerend is voor de hele leghennensector (regulier, concept-kippen en biologisch). Verenpikken resulteert in pijn, verwondingen en sterfte bij de dieren. Aan de Beter Leven-stal is een overdekte uitloop gebouwd. De uitloop heeft een betonvloer, een dak en wanden van gaas, er zijn geen planten of bomen. In de scheidingswand tussen stal en uitloop zijn openingen waardoor de hennen zich kunnen verplaatsen. De openingen zijn voorzien van luiken die ’s ochtends open gaan en ’s avonds weer gesloten worden. Het onderzoeksteam trof bij Vonk dode hennen aan die verongelukt waren tijdens het sluiten van de luiken. De dieren waren klem geraakt met de kop onder een luik, wat geleid heeft tot hun dood. Omdat het onderzoeksteam meerdere dode dieren onder verschillende luiken aantrof, is het aannemelijk dat dergelijke ‘ongelukjes’ dagelijks voorkomen. Kreupele vleeskuikens bij Johan Leenders Caring Farmer Johan Leenders heeft in Swifterbant (Flevoland) twee stallen voor vleeskuikens met 1 Beter Leven ster van de Dierenbescherming. De kuikens kunnen niet buiten lopen. Ze brengen hun leven door op een betonvloer met een laag strooisel. Overdag valt er licht in de stal via dakramen en kunnen de dieren in een overdekte uitloop. Ook in de uitloop bestaat de ondergrond uit een betonvloer met strooisel. De buitenwand van de uitloop bestaat uit gaasdoek. Het Beter Leven keurmerk schrijft voor dat er in een stal 12 kuikens per vierkante meter mogen worden gehouden. Per stal kan Leenders 17.500 Beter Leven kuikens houden. Leenders werkt met ‘traaggroeiende’ vleeskuikenrassen, wat een voorwaarde is om het Beter Leven keurmerk te krijgen. Traaggroeiende kuikens worden in acht weken tijd op slachtgewicht gebracht, tegenover zes weken voor reguliere kuikens. Volgens de Gezondheidsdienst voor Dieren zorgen diverse factoren gerelateerd aan 1 ster Beter Leven voor een hoger insleeprisico voor ziektekiemen, onder andere salmonella en vogelgriep. Marek, een ernstige virusziekte waarbij het zenuwstelsel en de organen aangetast worden door tumoren, komt bij Beter Leven kuikens vaker voor dan bij snelgroeiende kuikens. Door de tocht in de stal die via de uitloop naar binnen komt, hebben sterkuikens ook meer last van luchtwegaandoeningen. Afhankelijk van de afzet wordt de tweede stal ook gebruikt om oranjehoenen af te mesten. “Oranjehoen” is een kippenconcept ontwikkeld door Leenders in samenwerking met slachterij Esbro en veevoedergigant ForFarmers. Ook oranjehoenvlees wordt verkocht onder het Beter Leven-keurmerk, 1 ster. Voor de productie van oranjehoenvlees wordt een kippenras met een gekleurd verenkleed gebruikt, anders dan de ‘gewone’ Beter Leven kuikens die voornamelijk witte veren hebben. De bezettingsgraad in de oranjehoen-stal ligt op 9,2 kuikens per vierkante meter, wat neerkomt op 12.000 kuikens in de stal. Dit is nog steeds een onnatuurlijke situatie, omdat natuurlijke kippengroepen 4 tot 30 individuen tellen in leefgebieden tot een halve hectare, ofwel: 5.000 vierkante meter voor 4 tot 30 dieren. De ‘verbeteringen’ op gebied van leefruimte en groeisnelheid voorkomen niet dat de kippen bij Leenders welzijns- en gezondheidsproblemen ontwikkelen. In de stal met Beter Leven kuikens (herkenbaar aan het witte verenkleed) werd een kuiken gefilmd met een grote hoofdwond. Bij meerdere kuikens is het verenkleed bevuild met uitwerpselen van soortgenoten. In de stal met oranjehoenen (gekleurd verenkleed) werden verschillende kuikens gefilmd die kreupel liepen. Volgens de criteria van het Beter Leven keurmerk is het verplicht om vleeskuikens een donkerperiode van minimaal 8 aaneengesloten uren te geven. Het onderzoeksteam stelde vast dat de lichten in de stal met oranjehoenen 's nachts aan waren. In de vleeskuikenhouderij wordt het slaap- en waakritme van de dieren vaak geregeld met lichtschema’s om de groei te stimuleren. Een ritme van 4 uur licht, 4 uur donker en daarna 4 periodes van 3 uur licht en 1 uur donker wordt door praktijkonderzoekers aangeraden voor de beste “technische resultaten”. Onderzoek van Schwean-Lardner e. a. wees uit dat vleeskuikens vanuit dierenwelzijnsoogpunt minstens 7 à 8 uur donkerperiodes nodig hebben. De onderzoekers stelden vast dat kuikens die langere lichtperiodes krijgen, zich minder actief gedragen. De dieren vertonen minder bewegings- en loopgedrag, ze eten minder, en besteden minder zorg aan het schoonhouden van hun verenkleed. Kippen die 23 uur licht kregen, stopten volledig met stofbaden. Volgens de onderzoekers gaat het om gedragingen die essentieel zijn voor de gezondheid en het welzijn van de dieren. De vleeskuikenhouderij voorziet ook niet in de natuurlijke behoefte van kippen om op hoogte te slapen. Waar in leghenstallen nog gebruikgemaakt wordt van zitstokken, is dit voor vleeskuikens niet meer mogelijk. Het selectief fokken op borstvleesontwikkeling heeft ertoe geleid dat vleeskuikenrassen niet in staat zijn om in evenwicht te blijven op een stok. Van nature slapen kippen het liefst in takken van bomen, omdat ze zich daar veilig voelen voor roofdieren.",{"id":178,"to":179,"title":180,"titles":181,"level":127,"content":182},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fdierenleed-gefilmd-bij-prijswinnaar-van-dierenbescherming#het-wroetvarken-concept","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fdierenleed-gefilmd-bij-prijswinnaar-van-dierenbescherming\u002Fhoofdstukken\u002Fhet-wroetvarken-concept","Het wroetvarkenconcept",[9,34,180],"Het wroetvarkenconcept Dierenleed gefilmd bij prijswinnaar van Dierenbescherming - Het wroetvarken-concept Het wroetvarkenconcept Dierenleed gefilmd bij prijswinnaar van Dierenbescherming - Het wroetvarken-concept Het wroetvarken-concept werd in 2004 bedacht door Jan Broenink, in samenwerking met de Dierenbescherming. In Langeveen bouwde Broenink een eerste “wroetstal” voor 1000 vleesvarkens. Het wroetvarken-vlees werd op de markt gebracht met 1 ster van het Beter Leven-keurmerk. Andere varkenshouders sloten zich aan bij het concept. Anno 2021 levert de wroetvarken-keten wekelijks 500 slachtvarkens. Het vlees wordt verkocht bij (keur)slagerijen. Wroetvarken: een ketenconcept In een wroetstal worden vleesvarkens in groepen gehouden. Ze hebben een hok met strooisel. De groepsgrootte per hok bedraagt 20 tot 32 varkens, waarbij de bezetting 1 vierkante meter per dier moet zijn. De stalvloer is een betonnen ondergrond, met een gedeelte roostervloer voor de uitwerpselen. Het strooisel op de vloer bestaat overwegend uit dennenzaagsel. De naam “wroetvarken” verwijst naar het “wroeten” van varkens, wat een belangrijk aspect is van natuurlijk varkensgedrag. Van nature wroeten varkens om aan voedsel te komen, een activiteit waar ze het grootste gedeelte van hun dag aan besteden. Onderzoekers van de Universiteit van Wageningen omschrijven natuurlijk wroetgedrag van varkens als “het omploegen van de grond om wortels, insecten en wormen uit de grond te halen.” In een stal blijft het wroetgedrag van varkens beperkt tot het omwoelen van een laag strooisel op een betonnen ondergrond. Anno 2021 zijn 16 varkenshouders aangesloten bij de wroetvarken-keten. Ze werken allen volgens de principes van het wroetvarken-concept. De eerste schakel in de wroetvarken-keten is subfokker Tijink. Een subfokkerij is een bedrijf waar moederdieren worden gefokt voor de varkensindustrie. In Tijink’s bedrijf wordt gefokt met dieren van Topigs Norsvin, een grote fokkerijorganisatie die door genetische selectie varkensrassen creëert voor de varkensindustrie. De focus ligt daarbij op “kosteneffectieve varkens(vlees)productie”. Tijink’s bedrijf heeft plaats voor 447 fokzeugen en 880 dieren in opfok. Tijink levert de moederdieren voor de gehele wroetvarken-keten. Vanuit de subfokkerij gaan de moederdieren naar wroetvarken-vermeerderaars. Bij de vermeerderaars werpen ze biggen die bestemd zijn voor de wroetstallen. De moederdieren van de wroetvarken-keten worden gehouden in een klassiek stalsysteem. Dit houdt in dat ze in dekstallen ingeklemd worden tussen stangen voor kunstmatige inseminatie. Voor het werpen en zogen van biggen worden de moeders een maand lang ingeklemd in kraamkooien. Inklemming tussen stangen beperkt varkens sterk in hun bewegingsvrijheid, sociale interactie en verzorgingsgedrag. Door gebrek aan ruimte schuren de dieren voortdurend tegen de stangen aan, wat kan leiden tot verwondingen. Op de leeftijd van 12 weken verhuizen de biggen van de vermeerderbedrijven naar een wroetstal, om afgemest te worden tot slachtrijpe vleesvarkens (28 weken of ongeveer 6,5 maanden oud). Stichting de Wroetstal: Broenink en Gosschalk Aanvankelijk werd het wroetvarken-vlees afgezet naar supermarkten, maar de afzet liep niet naar wens. Daarom ging Broenink in 2011 een samenwerking aan met slachterij Gosschalk, die het vlees voortaan zou afzetten naar (Keur)slagerijen. In 2014 richtten Jan Broenink en Ben Gosschalk (directeur van de slachterij) “Stichting de Wroetstal” op, met als doel het “organiseren, controleren en begeleiden van een hoogwaardige varkensketen.” Broenink is voorzitter van de stichting, Gosschalk is secretaris en penningmeester (11). Toen slachterij Gosschalk in 2021 in opspraak raakte door undercoveronderzoek van Varkens in Nood, verklaarde Jan Broenink in naam van Stichting de Wroetstal dat het slachten van wroetvarkens (voorlopig) overgenomen wordt door slachterij Van Rooi te Helmond. De stichting nam daarbij “afstand van elke vorm van onrespectvolle omgang met dieren” (13). Ben Gosschalk bleef opvallend genoeg bestuurslid bij Stichting de Wroetstal. Eerder ontdekte Ongehoord al dat slachterij Gosschalk ook ketenregisseur bleef voor de Dierenbescherming. Winnaar veehouderij-award van de Dierenbescherming In 2021 ontving Jan Broenink voor zijn wroetvarken-concept de Deltaplan Veehouderij Award, een nieuw initiatief van de Dierenbescherming. Met het Deltaplan Veehouderij wil de Dierenbescherming werken aan een “diergerichte, integraal duurzame veehouderij”. In het plan wordt geschetst hoe de veehouderij er volgens de Dierenbescherming moet uitzien in het jaar 2050. De vakjury Deltaplan Awards beoordeelde het concept van Broenink als “een inspiratiebron voor veehouders”. Voorzitter van de Deltaplan Award jury was varkenshoudster Annechien ten Have, waar Ongehoord eveneens schokkende beelden van dierenleed maakte. Ten Have en Broenink zijn volgens de Dierenbescherming koplopers van het Deltaplan Veehouderij. Beide varkenshouders zijn ook lid van CARING FARMERS, een boerenbelangenorganisatie die door de Dierenbescherming gesteund wordt.",{"id":184,"to":185,"title":186,"titles":187,"level":127,"content":188},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fdierenleed-gefilmd-bij-prijswinnaar-van-dierenbescherming#het-onderzoek","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fdierenleed-gefilmd-bij-prijswinnaar-van-dierenbescherming\u002Fhoofdstukken\u002Fhet-onderzoek","Het onderzoek",[9,34,186],"Het onderzoek Dierenleed gefilmd bij prijswinnaar van Dierenbescherming - Het onderzoek Het onderzoek Dierenleed gefilmd bij prijswinnaar van Dierenbescherming - Het onderzoek In juni en september 2021 deed Ongehoord onderzoek naar de wroetvarken-keten. Een onderzoeksteam bezocht de stallen van oprichter Broenink en van subfokker Tijink om er de leefomstandigheden van de varkens te filmen. Zowel in de subfokkerij als in de wroetstal werd ernstig dierenleed vastgesteld. Varkens met ernstige bijtwonden in de wroetstal van oprichter Broenink Het onderzoeksteam bezocht de wroetstal van Jan Broenink in Langeveen, die vergund is om 1000 vleesvarkens te houden. In het bedrijf waren opgroeiende vleesvarkens van verschillende leeftijden aanwezig. Ongehoorde filmde bij Broenink varkens met ernstige wonden door staart- en oorbijterij, schrammen en wonden op het lichaam, navelbreuken en ernstige kreupelheid. Het strooisel in de hokken, waarin de varkens “wroeten” en leven, was vervuild door uitwerpselen. Meerdere dieren hadden poep op hun lichaam door in het strooisel te liggen. Onder natuurlijke omstandigheden zullen varkens nooit hun rustplaatsen bevuilen. Moedervarkens leren hun jongen urineren en poepen op een aparte mestplaats, die 5 tot 15 meter van het nest verwijderd ligt. In de voerbakken van de varkens wemelde het van de vliegen. Uit onderzoek is gebleken dat vliegen een groot aantal ziekten kunnen overbrengen, waaronder verschillende vormen van diarree, Salmonellose, de Ziekte van Aujeszky en varkenspest. Vliegen kunnen niet alleen ziektes overbrengen, ze zorgen ook voor onrust en ongemak bij de varkens. In de natuur nemen varkens modderbaden. De modderkorst die hierdoor op hun huid ontstaat, beschermt hen tegen vliegen. Subfokker Tijink: wonden, kreupelheid, huidziekten In de fokkerij van Tijink waren varkens van diverse leeftijden aanwezig. De dieren zaten in hokken met betonvloeren en roosters, zonder strooisel. Ook in dit bedrijf wemelde het van de vliegen. Een varken wiens staart volledig was weggevreten, had ernstige open wonden die doorliepen over de achterkant van de rug. Een jonge big steunde slechts op 3 poten, wat wijst op een pijnlijk pootprobleem. Enkele andere dieren liepen stram. Een paar varkens hadden abnormale huiduitslag over het gehele lichaam. De dieren krabden zich voortdurend met de achterpoot en schudden met de kop, wat wijst op jeuk en irritatie. Buiten de stal, op het bedrijfsterrein, trof het onderzoeksteam twee kadavertonnen aan. De tonnen zaten vol met voornamelijk dode kraambiggen en enkel grotere biggen. Dode biggen zijn dagelijkse kost bij varkensbedrijven. In de Nederlandse varkensindustrie sterven 12,2% van de biggen in de kraamstal. Bij moedervarkens bedraagt de voortijdige sterfte 6%, en bij vleesvarkens 2,5%. Op jaarbasis gaat het om 4 miljoen kraambiggen en ruim een half miljoen vleesvarkens en moedervarkens. Welzijnsproblemen gerelateerd aan veehouderij De misstanden die in de subfokkerij en de wroetstal gefilmd werden, komen overeen met typische welzijnsproblemen uit de gangbare varkensindustrie. Hieruit blijkt dat het wroetvarken-concept ernstig dierenleed niet kan voorkomen. Bijterij Volgens onderzoekers van de Universiteit van Wageningen (WUR) zijn oorbijten en staartbijten bij varkens gedragsstoornissen met als voornaamste oorzaken: verveling, onvoldoende stimulatie en frustratie. Bronnen van frustratie voor varkens zijn bijvoorbeeld een slecht stalklimaat, te grote groepsgroottes, of problemen met voersamenstelling en de wijze van voerverstrekking. Wanneer een varken aan staarten en oren van soortgenoten bijt, ontstaan bloedende wondjes. De smaak van bloed en de onrust in het hok kunnen ertoe leiden dat het probleem escaleert en ook andere varkens het bijtgedrag gaan overnemen. Dit kan zelfs kannibalisme als gevolg hebben. Staartbijtwonden kunnen geïnfecteerd raken, waardoor abcessen kunnen ontstaan met kreupelheid, verlamming en sterfte als gevolg. Ook oorbijtwonden raken geïnfecteerd door bacteriën, met dik gezwollen oren en afstervende oorpunten als gevolg. Via de wonden kunnen de bacteriën dieper het lichaam binnendringen en organen aantasten, waardoor het varken ernstig ziek wordt met risico op sterfte. Volgens de Universiteit van Wageningen komt bijterij voor op 50% van alle varkensbedrijven, van regulier tot biologisch. Schrammen en wonden op het lichaam De schrammen en wonden op het lichaam, zoals te zien op de beelden van de wroetvarkens, wijzen eveneens op welzijnsproblemen bij de varkens. De verwondingen zijn het gevolg van onderlinge agressie, wat uitgelokt kan worden door problemen in de fysieke en sociale omgeving van de dieren. Volgens onderzoekers van de Universiteit Gent zijn verwondingen aan het voorste deel van het lichaam doorgaans het gevolg van gevechten om de sociale rangorde in een hok te bepalen. Dit ontstaat doordat varkens uit verschillende hokken bij elkaar worden gezet. In de wroetstal zien we varkens met schrammen aan de voorkant van hun lichaam. De oorzaak ligt mogelijk in het verhuizen van biggen van de vermeerderaars naar de wroetstal. Daarbij komen de dieren in nieuw samengestelde groepen terecht. Verwondingen aan het achterste deel van het lichaam wijzen op gevechten over voedsel. Navelbreuken Een navelbreuk is een uitzakking van de buikinhoud door een holte ter hoogte van de navel. Navelbreuken kunnen zodanig groot zijn dat ze over de grond slepen, wat leidt tot ontstekingen van het huidweefsel en moeilijkheden voor het dier om zich pijnloos voort te bewegen. De inhoud van een navelbreuk bestaat uit darmen en buikinhoud of het kan ook gaan om een abces met pus. De meeste navelbreuken hebben hun oorsprong in navelontstekingen, vaak al ontstaan in de kraamstal. Kreupelheid Kreupelheid is een bekend en veelvoorkomend probleem in de varkensindustrie. In veel gevallen ligt de oorzaak in gewrichts- en hersenvliesontstekingen door streptokokkeninfecties. Kreupelheid kan ook veroorzaakt worden door osteochondrose, een gewrichtsaandoening die het gevolg is van het selectief fokken van varkens op groeisnelheid. Het kraakbeen kan de versnelde groei van het varken niet bijbenen en er ontstaan gebreken in de gewrichten. Bewegingsaandoeningen zijn pijnlijk, waardoor het dier abnormaal gaat lopen of zelfs niet meer in staat is overeind te blijven staan.",{"id":190,"to":191,"title":192,"titles":193,"level":127,"content":194},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fover-koetjes-en-kalfjes-geweld-bij-diertransporten-in-belgie-en-nederland#natuurlijk-gedrag-van-runderen","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fover-koetjes-en-kalfjes-geweld-bij-diertransporten-in-belgie-en-nederland\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-gedrag-van-runderen","Natuurlijk gedrag van runderen",[9,44,192],"Natuurlijk gedrag van runderen Over koetjes en kalfjes: geweld bij diertransporten in België en Nederland - Natuurlijk gedrag van runderen Natuurlijk gedrag van runderen Over koetjes en kalfjes: geweld bij diertransporten in België en Nederland - Natuurlijk gedrag van runderen Deskundigen van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) stellen dat gefokte melkkoeien of vleesrunderen dezelfde basisbehoeften en gedragingen kennen als runderen in de vrije natuur. Om natuurlijke behoeften en gedrag te kunnen bestuderen, observeren wetenschappers populaties verwilderde runderen. Door natuurlijke leefomstandigheden te vergelijken met de leefomstandigheden in de vlees- en zuivelindustrie, kunnen we een goede inschatting maken van het dierenwelzijn in de industrie. De term runderen verwijst naar een groep van herkauwende zoogdieren, waar de koe, buffel en bizon toe behoren. Onder natuurlijke omstandigheden leven runderen in gemengde groepen van enkele tientallen tot honderden dieren. In grote kuddes organiseren de dieren zich in kleinere subgroepen. Binnen de groepen heerst een stabiele rangorde. Buiten het paarseizoen leven moederkoeien en hun opgroeiende kalveren gescheiden van de stieren. Jonge stieren (vanaf 3 tot 4 jaar) leven dan in vrijgezellengroepen buiten de kudde of aan de rand van de kudde, terwijl de oudere stieren meestal solitair leven. Individuele dieren binnen groepen runderen onderhouden sociale relaties. Een koe kan 50 tot 70 andere individuen herkennen. De positie van een individu in de rangorde hangt af van een aantal fysieke factoren, zoals leeftijd, lichaamsgrootte en omvang van de horens, maar ook van karaktereigenschappen, zoals temperament en zelfvertrouwen. De rangorde binnen een groep wordt bepaald door rangordegevechten. Als de rangorde in een groep eenmaal is vastgelegd, wordt er nog weinig gevochten. Om de onderlinge verhoudingen wederzijds te respecteren, houden runderen letterlijk afstand ten opzichte van elkaar. Deze afstand is afhankelijk van de onderlinge relatie tussen dieren en varieert van enkele decimeters tot enkele meters. Bij een afname van leefruimte of een toename van de groepsgrootte observeren onderzoekers meer conflictsituaties. Binnen een groep trekken sommige dieren meer met elkaar op dan andere. Familiebanden spelen hierbij een grote rol. Moederkoeien brengen binnen een kudde meer tijd door in de nabijheid van hun kinderen, ook wanneer deze reeds lang volwassen zijn en zelf kalfjes hebben. Runderen die als kalfje samen speelden, sluiten vaak vriendschappen voor het leven. De dieren uiten hun vriendschap naar elkaar door positieve interacties, zoals elkaar likken. Hoewel runderen van nature kuddedieren zijn, zonderen hoogzwangere koeien zich af om te bevallen. Ze zoeken een beschutte nestplaats tussen bomen en struiken. Nieuwgeboren kalfjes kunnen na een uur al lopen, maar houden zich de eerste levensdagen schuil in de nestplaats. Na enkele dagen wordt het nieuwe kalfje geïntegreerd in de kudde. Rond de leeftijd van twee weken ontwikkelen de kalfjes speelgedrag: ze rennen, springen, schoppen en houden schijngevechten. Speelgedrag is een goede conditietraining, maar vooral ook belangrijk voor het aanleren van sociaal gedrag. Wel hebben opgroeiende kalfjes nog veel behoefte om te rusten. Tot de leeftijd van 5 weken liggen ze 90% van de tijd. Dit percentage neemt af tot 75% op een leeftijd van 5 tot 6 maanden. In de natuur drinken kalfjes tijdens de eerste levensdagen 5 tot 14 maal per dag bij de moeder, gedurende een achttal minuten. Na 10 maanden drinken ze nog steeds zo’n 3 keer per dag bij de moeder. De totale zoogperiode kan bij vrouwelijke kalfjes tot 14 maanden duren, stierkalfjes stoppen sneller met drinken. Vanaf de leeftijd van 10-11 maanden beginnen zij groepen te vormen met andere jonge stieren in de kudde, terwijl vrouwelijke kalfjes op die leeftijd nog veel meer tijd doorbrengen in de nabijheid van hun moeder. Runderen brengen veel tijd door met grazen en herkauwen. Herkauwen doen ze bij voorkeur liggend, in de veilige beschutting van bomen en struikgewas. Om naar hartenlust te kunnen grazen, lopen ze tot 13 kilometer per dag, afhankelijk van de verspreiding van de graasgebieden in hun leefomgeving. Afstanden lopen is belangrijk voor hun poot- en klauwgezondheid. Om hun poten in goede conditie te houden, moeten ze dagelijks 3 tot 4 km lopen. Zoals bij alle prooidieren is angst een sterk ontwikkelde emotie bij runderen. Ze hebben een aangeboren angst voor roofdieren, waaronder de mens. Runderen zijn op hun hoede voor alles wat nieuw, onbekend en onvoorspelbaar is. Ze nemen de tijd om onbekende voorwerpen, soortgenoten of omgevingen voorzichtig te onderzoeken en verkennen. Hun sterk ontwikkelde zintuigen komen daarbij goed van pas. Runderen kunnen vanaf grote afstand geuren opmerken. Stieren ruiken het wanneer een vrouwelijk rund in haar vruchtbare periode is, moederkoeien herkennen hun kinderen aan de geur en ook groepsgenoten kunnen elkaar herkennen aan geuren. Wanneer een rund gestrest is, kunnen andere runderen dit ruiken aan de feromonen en de urine die het dier afscheidt. Ook het zicht is bijzonder sterk ontwikkeld bij runderen. De dieren nemen de omgeving waar op een andere manier dan mensen. Ze hebben een panoramisch gezichtsveld van ruim 300°, wat hen in staat stelt om roofdieren te detecteren. Achter het dier en net voor de bek zijn er blinde hoeken. Het dieptezicht van runderen is zwak, waardoor ze schaduwen extremer interpreteren dan mensen dat doen. Ze mijden schaduwplekken, donkere ruimtes en aflopende hellingen omdat ze niet kunnen zien of de situatie veilig is. Ook hebben ze sterke behoefte aan een vluchtzone: ze willen voldoende ruimte om zich heen om weg te kunnen gaan als er gevaar opduikt. Naarmate runderen verontrust of gestrest raken, hebben ze meer behoefte aan vluchtruimte. Als prooidieren hebben runderen hun kudde nodig om zich veilig te voelen. Sociale isolatie of afzondering van de groep is één van de meest stressvolle en angstaanjagende ervaringen voor kuddedieren. In het wild hangt hun leven af van de goede samenhang in de groep. Runderen in een groep stemmen hun gedrag op elkaar af. Terwijl bijvoorbeeld sommige dieren grazen, blijven anderen waakzaam om mogelijke aanvallen van roofdieren tijdig te signaleren. Wanneer een dier in een groep stress heeft, raken alle individuen in de groep gestrest. Gestreste runderen hebben minstens een halfuur nodig om enigszins tot rust te komen. Ook bij gedomesticeerde runderen blijft angst een diepgewortelde emotie. De dieren hebben een sterk geheugen. Slechte ervaringen met mensen worden onthouden en beïnvloeden hun gedrag. Jonge kalfjes kunnen al duidelijk onderscheid maken tussen mensen die hen goed of slecht behandelen. Regelmatig diervriendelijk contact tussen mensen en kalfjes kan hen minder angstig maken op latere leeftijd. Wel bleek in proeven dat het positieve effect van regelmatig contact tussen kalveren en mensen kleiner is bij kalveren die bij de moederkoe mogen drinken. Kalveren die meteen na de geboorte gescheiden werden en geen contact meer hadden met hun moeder vertoonden minder afkeer ten opzichte van mensen. Kalveren die bij de koe mochten drinken bleven meer stress hebben wanneer ze menselijke handelingen moesten ondergaan.",{"id":196,"to":197,"title":198,"titles":199,"level":127,"content":200},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fover-koetjes-en-kalfjes-geweld-bij-diertransporten-in-belgie-en-nederland#onderzoek-naar-transport-van-runderen-en-kalfjes","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fover-koetjes-en-kalfjes-geweld-bij-diertransporten-in-belgie-en-nederland\u002Fhoofdstukken\u002Fonderzoek-naar-transport-van-runderen-en-kalfjes","Onderzoek naar het transport van runderen en kalfjes",[9,44,198],"Onderzoek naar het transport van runderen en kalfjes Over koetjes en kalfjes: geweld bij diertransporten in België en Nederland - Onderzoek naar transport van runderen en kalfjes Onderzoek naar het transport van runderen en kalfjes Over koetjes en kalfjes: geweld bij diertransporten in België en Nederland - Onderzoek naar transport van runderen en kalfjes Onderzoek met verborgen camera in 4 verzamelplaatsen Het onderzoeksteam van Ongehoord filmde het laden en lossen van kalfjes en koeien. Ze plaatsten verborgen camera's in exportverzamelplaatsen. In verzamelplaatsen worden dieren afkomstig van verschillende veehouderijen samengebracht om hen vervolgens verder te transporteren naar fokkerijen, mesterijen of slachterijen. Vanwege de levendige dierenhandel tussen Nederland en België werd in beide landen onderzoek gedaan. Het transport van dieren is gebonden aan wettelijke voorschriften. Zo mag volgens Europese dierenwelzijnswetgeving enkel goed opgeleid personeel met de dieren omgaan in een verzamelplaats. Kinderen laten meehelpen bij het opdrijven mag niet. Dieren bang maken, slaan en schoppen is verboden, net als aan staarten, oren, horens, vacht of kop trekken. Elektrische prikkelaars (tasers) mogen niet gebruikt worden bij kalfjes. Bij volwassen koeien mogen stroomschokken enkel toegediend worden op de spieren van de achterpoten, en niet herhaaldelijk achter elkaar. Zieke of gewonde dieren moeten zo snel mogelijk een “passende diergeneeskundige behandeling krijgen” of zo nodig, “gedood worden op een wijze die geen onnodig lijden veroorzaakt”. Onze beelden maken pijnlijk duidelijk dat dierenwelzijnswetten vooral op papier functioneren: geen enkele van de vier onderzochte locaties past de regels toe. Herkomst en bestemming dieren De kalvermesterij is ontstaan uit de melkveehouderij, die van haar overtollige kalfjes af moet. Voor melkproductie worden moederkoeien elk jaar kunstmatig geïnsemineerd. Een koe geeft pas melk nadat ze is bevallen van een kalf. Na een bevalling worden kalfjes van hun moeder gescheiden omdat de veehouder de moedermelk wil verkopen. De kalfjes krijgen kunstmelk te drinken uit emmers met een fopspeen. Ruim 50% van de kalfjes zijn stiertjes die geen nut hebben in de melkveehouderij. Een aantal vrouwelijke kalfjes blijft op het herkomstbedrijf om op latere leeftijd uitgemolken moeders te vervangen. De overtollige vrouwelijke kalfjes worden samen met de stiertjes afgevoerd naar kalvermesterijen. De kalfsvleesindustrie is georganiseerd in integraties: grote kalfsvleesproducenten die kalfjes opkopen en via verzamelplaatsen transporteren naar kalvermesterijen. De mesterijen hebben vaak een contract met de integrator; ze mesten de kalfjes dan met veevoer dat geleverd wordt door de integrator. De kalfjes worden na zes maanden geslacht in de slachterij van de integrator. Belgische kalvermesterijen zijn geconcentreerd in de Kempen, een regio die aan Nederland grenst. De grote Belgische en Nederlandse producenten hebben mesterijen onder contract in beide landen. Ongehoord maakte beelden in twee Belgische exportverzamelplaatsen waar kalfjes uit melkveehouderijen samengebracht worden voor transport naar de kalvermesters. Locatie 1: Verzamelplaats Vanlommel, Tielt-Winge In de Binkomstraat 90 te Tielt-Winge (provincie Vlaams-Brabant) ligt het verzamelcentrum van Vanlommel, de grootste kalfsvleesproducent van België. In de verzamelplaats worden kalfjes van 14 dagen oud verzameld om in grote groepen op transport te gaan naar Vanlommels contractmesters in België en Nederland. In een tijdsspanne van vier dagen werden met een verborgen camera de volgende misstanden gefilmd: kalfjes worden systematisch opgedreven met taserskalfjes worden geschoptkalfjes worden voortgeduwd met kniestoteneen kalfje wordt met kniestoten hard tegen de zijwand aangeduwdkalfjes krijgen stokslagen op gevoelige lichaamsdelen zoals het hoofd; stokken worden tegen de flanken\u002Fribben van de kalfjes gestoteneen kalf dat moeizaam loopt, wordt aan de staart opgetild en voortgetrokkeneen groep kalfjes staat klem in een hoek. Werknemers schoppen tegen de kalfjes en geven stroomschokkenkalfjes vallen tijdens het opdrijveneen werknemer maakt kalfjes bang met een stok in een grote plastic zak Over het bedrijf De Belgische kalvermarkt wordt beheerst door 2 producenten waarvan Vanlommel de grootste is. De familie Vanlommel heeft fortuin gemaakt met kalfsvleesproductie, hun vermogen wordt geschat op bijna 23 miljoen euro. Dat de misstanden juist bij dit bedrijf zijn gefilmd, is pijnlijk. Vanlommel zegt een voortrekkersrol te spelen op het gebied van dierenwelzijn met de eigen kwaliteitsregeling “Well and Fair”. Het lastenboek van Well and Fair omvat “bovenwettelijke regels” rond diergezondheid, voeder, huisvesting, training van personeel én transport. De naleving van Well and Fair wordt gecontroleerd door een (anonieme) “onafhankelijke partij”. Vanlommel claimt dat het transport van de kalveren “altijd in optimale omstandigheden verloopt, waarbij het welzijn van de kalveren voorop staat.” Vanlommel bezit een eigen veevoerfabriek in Nederland (Verveka), een exportverzamelplaats in Tielt-Winge, eigen transportwagens en een kalverslachthuis in Olen. Het bedrijf heeft kalvermesters onder contract in België en Nederland. Het levert opgekochte kalfjes en veevoer uit de eigen fabriek aan zijn vaste kalvermesters. Rond de leeftijd van 6 maanden worden de kalveren opgehaald om geslacht te worden in Vanlommels slachterij. 70 procent van de vleesproductie is bestemd voor export. Vanlommel betaalt zijn contractmesters een maandelijkse vergoeding. Als grootste kalfsvleesproducent van België krijgt Vanlommel indirecte steun van de overheid. In Vlaanderen krijgen zijn contractmesters subsidies voor “het produceren van vleeskalveren”, betaald met Europees subsidiegeld. De verkoop van kalfsvlees wordt gestimuleerd door de VLAM promotiecampagnes van de overheid, eveneens betaald met Europees subsidiegeld. In 2011 kreeg Vanlommel subsidies voor investering in “energiebesparing of milieudoelstellingen”. Details over het project en bedrag zijn onbekend. Het geld was afkomstig van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) en het Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling. In 2022 kreeg slachthuis Vanlommel 4500 euro Vlaams subsidiegeld voor opleiding en advies, en VOP (ondersteuning werkgevers); nog eens 2500 euro VOP ging naar het transportbedrijf van Vanlommel. Locatie 2: de Kempense Exportstal, Merksplas In de Bosstraat 11 te Merksplas (provincie Antwerpen) bevindt zich de Kempense Exportstal van de familie Van der Walle, Nederlandse kalvermesters en veehandelaars. In een tijdsspanne van anderhalve week werden met een verborgen camera de volgende misstanden gefilmd in de Kempense Exportstal: kalfjes worden aan de staart omhoog getrokken en uit wagens gegooidkalfjes worden met stokken geslagen op gevoelige lichaamsdelenkalfjes worden voortgeduwd met kniestotenkalfjes worden geschoptveelvuldig worden kalfjes aan de staart omhoog getrokken bij het opdrijven doorheen de verzamelplaatskalfjes worden aan de oren omhoog getrokkenkalfjes worden weggeslagen bij de drinkvoorzieningeen kind mag meehelpen met kalfjes slaan en duwen Over het bedrijf De Kempense Exportstal is eigendom van de Nederlandse familie van der Walle. Ben van der Walle was jarenlang een belangrijke naam in de Nederlandse kalvermarkt. Hij verhandelde kalveren, beheerde een groot aantal stallen en liet op contract kalveren afmesten. Hij draaide een omzet van ruim 51 miljoen euro. In 2016 verkocht van der Walle “een aantal activiteiten” aan de Nederlandse Vandrie group, met wie ze al jaren een intensieve samenwerking hadden. Welke activiteiten precies verkocht zijn, en welke activiteiten eigendom bleven van de familie van der Walle, is onduidelijk. Volgens de Nederlandse Kamer van Koophandel is “Vee- en kalverhandel Ben van der Walle” nog actief op het adres Schaluinen 20, 5111 HB Baarle-Nassau. Zeker is dat Ben’s kalvermesterij voor ruim 2000 kalfjes op Ghil 13 in Baarle-Nassau (NL), en het verzamelcentrum Kempense exportstal (BE) nog in handen zijn van de familie. In Hoogstraten (BE) hebben ze de Belgische veehandel “Hertog Vee”, waarvan Bens dochter Tanja zaakvoerder is. De van der Walles ontvangen Europese subsidies, zowel via de Nederlandse als de Belgische overheid. Europa stelt landbouwgeld ter beschikking aan de lidstaten, maar het zijn de nationale overheden die het subsidiegeld beheren en toekennen aan bedrijven. Volgens de database van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) werden de afgelopen 2 jaar 87.400 Europese subsidies uitbetaald aan “Vee- en kalverhandel Ben van der Walle BV in 5110 AG Baarle-Nassau”. Ook in de Belgische database is Vee- en kalverhandel Ben van der Walle terug te vinden, maar met een andere postcode: 5111 HB Baarle-Nassau (NL). In België ontving het bedrijf nog eens 2.800 euro Europees subsidiegeld. De databases laten niet toe om te achterhalen voor welke bedrijfslocaties subsidies bestemd zijn. Postcode 5111 HB hoort bij het adres Schaluinen 20, Baarle-Nassau. De postcode 5110 AG, waar via Nederland het grootste deel van de subsidies naartoe ging, hoort bij een postbusadres. We checkten ook de database van FTM (Follow the Money, een Nederlands platform voor onafhankelijke onderzoeksjournalistiek). In tegenstelling tot de overheden die alleen de laatste 2 subsidiejaren publiceren, zijn bij FTM subsidiebedragen te raadplegen vanaf 2014. Via FTM kwamen we erachter dat Vee- en kalverhandel Ben van der Walle in de periode 2014 tot 2021 ruim 230.000 euro subsidiegeld opstreek, voor hun postbusadres 5110 AG. Nederland - kreupele en zieke koeien zwaar mishandeld Herkomst en bestemming dieren Koeien worden vanuit de melkveehouderij afgevoerd naar slachterijen wanneer hun gezondheid en melkproductie achteruitgaan. Een veehouder voorkomt daarmee dat een koe meer gaat kosten aan voer en medicatie dan dat ze opbrengt in melk. Een kwart van de afgeschreven moederkoeien wordt via een verzamelplaats naar de slacht gebracht. Vanuit de verzamelplaatsen worden de koeien naar binnen- en buitenlandse slachterijen getransporteerd. Volgens BuRo (Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek) gaat 4 tot 10% van de moeders naar het buitenland, waarbij België de belangrijkste bestemming is. Het vlees van uitgemolken koeien is taai en wordt gebruikt in goedkope vleesbereidingen, zoals hamburgers en snacks. Ongehoord plaatste verborgen camera’s in 2 Nederlandse runderverzamelplaatsen. Beide locaties hebben een vergunning om fokrunderen, vleesstieren, slachtkalveren en melkvee te verzamelen en te exporteren. Ten tijde van het onderzoek werden via beide verzamelplaatsen vooral uitgemolken koeien vervoerd. Locatie 3: Dane en Zoon, Oudemolen Aan de Stadsedijk 44 te Oudemolen (provincie Noord-Brabant) ligt het verzamelcentrum van veehandel Dane en Zoon. Ze verzamelen en verhandelen runderen voor de binnen- en buitenlandse markten. In een tijdsspanne van 2 weken filmden we de volgende misstanden: aanvoer van ernstig zieke koeien die niet meer overeind kunnenduwen en trekken aan oren en snuit bij ernstig zieke koeienverslepen van een ernstig ziek dier aan staart en poten, met meerdere werknemers tegelijkherhaaldelijk toedienen van stroomschokken aan ernstig zieke koeien, ook op gevoelige lichaamsdelen zoals flanken en anussleuren aan zieke dieren met touwenkoe met riemen vastbinden aan een shovel om haar te verslepeneen doodzieke koe die heel de nacht aan haar lot werd overgelaten, wordt de volgende ochtend opgetakeld met een heupklem aan een shoveleen koe wordt buiten op het terrein afgemaakt en weggeduwd met een vorkliftopdrijven van een groep jonge runderen met een hooivork, onder luid geschreeuw. Slaan en prikken met de hooivork in het lichaam van de dieren Over het bedrijf Dane en Zoon is een bekende naam in de dierindustrie. In september 2021 brachten leden van de Tweede Kamer een (aangekondigd) werkbezoek aan de verzamelplaats. Caroline van de Plas bedankte Dane voor hun openheid. Helma Lodders, voorzitter van Vee & Logistiek (de Nederlandse belangengroep voor veehandelaars, verzamelaars en transporteurs), ging ook op bezoek en prees de familie Dane openlijk voor hun “vakwerk in vee.” Dane verzamelt slachtrunderen en fokdieren bestemd voor binnen- en buitenland. In samenwerking met de Belgische veetransporteur “Vervoer de Backer” levert Dane uitgemolken koeien aan Belgische slachterijen. Samen met VAEX, een wereldwijde veehandelaar, levert hij zwangere vaarzen aan melkveehouderijen in Rusland, Pakistan en Turkmenistan. Veehandel is de hoofdactiviteit van de familie Dane, maar ze doen ook aan dierhouderij: aan de Westmiddelweg 1 te Oudemolen hebben ze de boerderij ‘Ruigenhilvlees’, waar ze runderen en vleeskuikens afmesten. De dieren worden versneden, verpakt en verkocht in hun hoeveslagerij. Ook de familie Dane ontvangt Europese subsidies. Volgens de subsidie-database van FTM kreeg Dane meer dan 400.000 euro in de periode 2015 tot 2021. Tijdens de coronacrisis kreeg Dane 8.744 euro NOW-steun toegewezen. Locatie 4: Veebedrijf Kuiper V.O.F., Hoogblokland Aan de Beemdweg 5 B in Hoogblokland ligt de verzamelplaats van veetransporteur Teus Kuiper. In de tijdsspanne van een week werden in het bedrijf de volgende misstanden gefilmd: aanvoer van een extreem mager en ziek dieraanvoer van kreupele koeienkoeien worden met een stok hard geslagen. Ook op gevoelige lichaamsdelen zoals het hoofd. De stok wordt in flanken\u002Fribben gestotenkoeien worden geschoptde dieren glijden uit en vallen op de glibberige natte betonvloer Over het bedrijf “Veebedrijf Kuiper V.O.F.” in Hoogblokland omvat een veetransportbedrijf en runderverzamelplaats. Teus Kuiper is de eigenaar. Hij verzamelt en transporteert runderen voor diverse veehandelaars en fokkers. Net als bij Dane en Zoon zagen we in de runderverzamelplaats Kuiper V.O.F. vooral transporten van uitgemolken koeien. Onze camera filmde ook gehoornde koeien, afkomstig uit de biologische veehouderij. Kuiper verzamelt onder andere alle exportrunderen voor Groen Livestock, een grote veehandelaar die runderen transporteert naar diverse landen, zowel binnen als buiten Europa. Voor Heijdra Vleesvee (de IJsselsteinse mesterij die uitgemolken dubbeldoelkoeien afmest) transporteert T. Kuiper runderen naar slachterij Ameco. Volgens de FTM-database kreeg Veebedrijf Kuiper V.O.F. 13.358 euro aan Europees subsidiegeld sinds 2014. Inspectierapporten tonen falen van overheidstoezicht aan Ongehoord deed een beroep op de wet Openbaarheid van Bestuur om bij de Vlaamse dienst Dierenwelzijn inspectiedocumenten op te vragen van diertransporten tussen België en Nederland. We onderzochten welke overtredingen er plaatsvonden bij de export van slachtrunderen in beide richtingen. Dit is slechts een klein deel van de transporten, de meeste dieren worden binnen de landsgrenzen vervoerd. Toch bleek dat zowel de NVWA als de FAVV regelmatig de regels voor diertransporten negeert. NVWA: exportvergunningen voor kreupele en zieke koeien uit Oudemolen (Dane en Zoon) Uit de inspectiedocumenten blijkt dat de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) in 2022 meermaals kreupele en zieke runderen bij de verzamelplaats Dane en Zoon in Oudemolen goedkeurde voor transport. Bij aankomst in een Belgische slachterij werden de dieren opgemerkt en gerapporteerd door de Belgische inspectie, het FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen). FAVV-dierenartsen rapporteerden zeven runderen met grote abcessen, 3 runderen met bloedende of etterende wonden, een ernstig kreupel dier en een koe met etterige uierontsteking. Twee runderen konden niet meer opstaan en werden gedood in de vrachtwagen. In dezelfde wagen lag een koe die onderweg gestorven was. Gezien de ernst van de verwondingen is het uitgesloten dat de NVWA deze dieren niet heeft opgemerkt. Al deze dieren waren afkomstig van Dane en Zoon in Oudemolen en waren bestemd voor slachthuis Moerbeke (Oost-Vlaanderen, België). Door de beperkte duur van deze rit is het niet mogelijk dat de wonden tijdens het transport zijn ontstaan. De transporten werden uitgevoerd door Vervoer de Backer, een Belgische veetransporteur uit Rumst. De problemen rond export van ongeschikte dieren hebben een lange geschiedenis. Sinds 2019 kondigde de NVWA herhaaldelijk strengere maatregelen aan voor de exportkeuringen, zoals vierogen-toezicht (waarbij de keuring door 2 dierenartsen samen wordt gedaan) en de invoering van Europese richtlijnen voor het bepalen van geschiktheid voor transport. Inspectiedocumenten die Ongehoord in september 2021 naar buiten bracht, toonden aan dat de maatregelen van de NVWA geen vruchten afwierpen. Ook toen gingen ernstig zieke dieren op transport naar België. De reactie van de NVWA was dat de aangetoonde misstanden achterhaald waren omdat intussen alweer nieuwe “strengere regels waren ingevoerd om dierenwelzijn nog beter te waarborgen.” Maar zes maanden later, in maart 2023, verscheen een nieuwsartikel op de NVWA-website waarin toegegeven wordt dat het aantal meldingen over zieke Nederlandse koeien in buitenlandse slachterijen niet afneemt, ondanks de invoering van meer en strenger toezicht. FAVV: tientallen hoogzwangere koeien goedgekeurd voor transport naar Nederland Ongehoord vroeg ook inspectiedocumenten op over de aanvoer van ongeschikte Belgische dieren in Nederlandse slachterijen. We ontdekten dat dierenartsen van het FAVV tientallen hoogzwangere koeien goedkeurden voor transport naar Nederlandse slachterijen. Nederlandse NVWA dierenartsen die de koeien onderzochten in de slachterij, stelden vast dat de draagtijd van de koeien voor meer dan 90% gevorderd was (meer dan 8 maanden). Dit betekent dat ze volgens Europese voorschriften niet getransporteerd mochten worden. Na de slacht werden ongeboren kalfjes uit de baarmoeder van de dode moeder gehaald. Foto’s in de inspectierapporten tonen kalfjes van bijna een meter lengte. De dieren zijn volledig behaard en hebben al snijtanden. Transport van hoogzwangere koeien naar de slachterij houdt niet alleen lijden in voor de moeder tijdens de rit. Er is ook een welzijnsprobleem voor het ongeboren kalf. Als de moeder geslacht wordt, krijgt het kalf geen zuurstof meer en sterft de verstikkingsdood in de baarmoeder. Europese onderzoekers zijn het erover eens dat foetussen vanaf 6 maanden van de dracht al pijn en stress kunnen ervaren. In totaal rapporteerden NVWA dierenartsen in 2021-2022 een dertigtal hoogzwangere moederkoeien die vanuit België naar Nederlandse slachterijen werden vervoerd. Behalve voor hoogzwangere dieren schreven FAVV-dierenartsen exportvergunningen uit voor 2 zieke kalveren en zeven vergunningen voor ernstig kreupele, gewonde of zieke runderen.",{"id":202,"to":203,"title":204,"titles":205,"level":127,"content":206},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fover-koetjes-en-kalfjes-geweld-bij-diertransporten-in-belgie-en-nederland#bevindingen-uit-het-onderzoek","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fover-koetjes-en-kalfjes-geweld-bij-diertransporten-in-belgie-en-nederland\u002Fhoofdstukken\u002Fbevindingen-uit-het-onderzoek","Bevindingen uit het onderzoek",[9,44,204],"Bevindingen uit het onderzoek Over koetjes en kalfjes: geweld bij diertransporten in België en Nederland - Bevindingen uit het onderzoek Bevindingen uit het onderzoek Over koetjes en kalfjes: geweld bij diertransporten in België en Nederland - Bevindingen uit het onderzoek Geweld bij laden en lossen is onvermijdelijk Waarom gebruiken veetransporteurs zoveel geweld bij het opdrijven? Om dat te begrijpen, kijken we naar de natuurlijke behoeften en instincten van de dieren. Uit het literatuuronderzoek (Natuurlijk gedrag van runderen) weten we dat runderen kudde- en prooidieren zijn. Op transport gaan is voor hen een onnatuurlijke en stressvolle situatie die ze instinctief willen mijden. Gescheiden van hun veilige kudde, worden de dieren geconfronteerd met onbekende zaken zoals de vrachtwagen, onbekende chauffeurs en omgevingslawaai (metaalklank van vrachtwagendeuren, geschreeuw van mensen). Op de laadplek of in de wagen kunnen onbekende soortgenoten aanwezig zijn waar ze instinctief afstand van willen houden. Bovendien willen runderen van nature altijd een vluchtroute hebben, wat in een wagen niet mogelijk is. Bij aankomst in een verzamelplaats of slachterij gaan de deuren van de vrachtwagen open en staan de runderen opnieuw voor een onbekende omgeving. Met hun scherpe reukzin detecteren ze geuren van gestreste soortgenoten. Vreemde mensen komen op hen afgelopen en belemmeren hun vluchtroute. De dieren moeten via een schuin aflopende laadklep uit de wagen komen. Door hun slechte dieptezicht kunnen ze de helling van de laadklep niet goed onderscheiden van een afgrond. Het kan erg lang duren voordat een eerste rund het aandurft om de wagen uit te komen. Runderen die via verzamelplaatsen vervoerd worden, moeten deze stressvolle omstandigheden meermaals ondergaan. Met hun sterke geheugen herinneren de dieren zich elke negatieve ervaring. Bij elke tussenstop zal hun stress en afkeer om wagens in en uit te gaan sterker zijn. Ook bij jonge kalfjes is het geheugen al goed ontwikkeld. In proeven waarbij een kalfje een schok kreeg van een stroomstootwapen, kon het dier nog dagenlang de persoon herkennen die de schok had toegediend. Runderen laten zich niet gewillig in- en uitladen. Instinctmatig reageren ze op de onbekende stresssituaties door te verstijven (niet meer verder willen stappen) of door tegen te stribbelen. Tijd om de situatie rustig te onderzoeken krijgen ze niet: de vrachtwagen moet vertrekken voor de volgende klant en de laadkades moeten vrij zijn voor een volgend transport. Dwang en geweld zijn daardoor onvermijdelijk bij het laden en lossen. Transport van zieke en gewonde dieren is onvermijdelijk Toch tonen de beelden veel uitgemolken koeien die ernstig kreupel lopen of te ziek zijn om nog overeind te komen. Transport van zwakke en zieke moederkoeien naar de slacht is onvermijdelijk. Gezonde, fitte koeien leveren de veehouder melk en geld op. Pas wanneer een koe verzwakt, ziek of gewond raakt en haar melkproductie daalt, gaat zij op transport. In het Nederlandse BuRo-rapport werden cijfergegevens verzameld over transport van uitgemolken koeien voor de jaren 2017 tot en met 2020. In die periode werden per jaar gemiddeld 423.850 uitgemolken moeders afgevoerd uit de Nederlandse melkveehouderij. BuRo schat in dat 30 tot 75% van de koeien (gemiddeld 127.155 tot 317.887 dieren) licht ziek is of gewond, en tussen 0,05 tot 5% (gemiddeld 212 tot 21.193) koeien hebben ernstige afwijkingen. Aan de basis van de gezondheidsproblemen die koeien ontwikkelen in de melkveehouderij ligt het productiesysteem: koeien zijn selectief gefokt om steeds meer melk te geven. De productiecijfers blijven nog jaarlijks stijgen. Koeien produceerden in 1910 zo'n 2500 kg melk per jaar. Momenteel ligt de gemiddelde jaarproductie in Nederland en België al boven de 9000 kg per koe, wat neerkomt op zo’n 30 liter per dag. De hoge melkproductie is een uitputtingsslag voor de koe. Al haar energie gaat naar melkproductie, ten koste van andere lichaamsfuncties waar ze ook energie voor nodig heeft. De dieren zijn erg mager en hebben weinig weerstand tegen ziekten. In combinatie met de onhygiënische en onnatuurlijke levensomstandigheden in de melkveebedrijven wordt de gemiddelde koe niet ouder dan 6 jaar, terwijl de dieren van nature 20 jaar kunnen worden. In de top drie van gezondheidsproblemen van moederkoeien in de melkveehouderij staan kreupelheid, uieraandoeningen en vruchtbaarheidsproblemen. Rond de 25% van de koeien in melkveebedrijven heeft ernstige klauwproblemen en\u002Fof kreupelheid. Dit percentage blijft al 20 jaar onveranderd. Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de slechte hygiëne in stallen, ongeschikte ondergronden zoals betonroosters en vervuilde stalvloeren, waardoor de klauwen van de dieren in contact staan met mest en urine. Ook onhygiënische en natte ligboxen zijn slecht voor de klauwen. Het vochtige en warme stalklimaat vormt in combinatie met de aanwezigheid van mest een broeihaard van bacteriën. Ernstig kreupele koeien geven tot 36% minder melk en zijn dan niet rendabel meer. Kreupelheid is dus een belangrijke reden om de dieren af te voeren naar de slacht. 28,6% van de koeien heeft uierontsteking (mastitis), met pijnlijk gezwollen uiers als gevolg. Koeien krijgen mastitis door besmetting met bacteriën die voorkomen in de vervuilde stallen waarin ze leven. Via de melkinstallaties kunnen bacteriën ook van koe naar koe worden overgedragen. Uierontstekingen betekenen economische schade voor de veehouder en zijn eveneens een belangrijke reden om koeien vervroegd af te voeren naar de slacht. 30 procent van de vervroegde afvoer van koeien in de melkveehouderij is toe te schrijven aan vruchtbaarheidsproblemen. Vanaf 7 weken na een bevalling kan de moederkoe opnieuw geïnsemineerd worden. Vaak lukt dit niet de eerste keer en volgt er een tweede poging. Wanneer inseminaties herhaaldelijk mislukken, wordt de koe afgevoerd omdat ze alleen melk aanmaakt nadat ze is bevallen van een kalfje (66). Conclusie Het transportonderzoek van Ongehoord maakt duidelijk dat er geen diervriendelijke manieren zijn om dieren op transport te zetten. Moderne geklimatiseerde wagens, betere chauffeurs of meer welzijnsmaatregelen en toezicht veranderen niets aan de angst en weerzin van dieren om onbekende omgevingen en vrachtwagens in en uit te lopen. Het gebruik van geweld bij in- en uitladen is daardoor onvermijdelijk. Een verbod op stokken en stroomstootwapens is geen oplossing, dit leidt enkel tot meer slaan en schoppen of aan oren en staarten trekken. Als de industrie moet blijven bestaan, is diertransport niet te vermijden en daarmee is dierenmishandeling een gegeven. Het selectief fokken van koeien op hoge melkproductie staat aan de basis van de melkindustrie. Het melken gaat onvermijdelijk ten koste van de gezondheid van de koe. Strengere keuringen bij transport lossen het kernprobleem van zwakke en zieke koeien in de zuivelindustrie niet op. Minder zieke en gewonde dieren op transport naar slachterijen betekent meer dieren die afgemaakt worden of creperen in de melkveebedrijven. Momenteel is het aantal moederkoeien dat sterft in Nederlandse melkveebedrijven al ruim 12.000 per jaar (sterftepercentage = 0,8%). Willen we doorgaan met zuivel en vlees consumeren, dan is ernstig dierenleed de consequentie die we onder ogen moeten zien.",{"id":208,"to":209,"title":210,"titles":211,"level":127,"content":212},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fkonijnen-het-haasje#natuurlijk-leven","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fkonijnen-het-haasje\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-leven","Natuurlijk leven",[9,49,210],"Natuurlijk leven Konijnen het haasje - Natuurlijk leven Natuurlijk leven Konijnen het haasje - Natuurlijk leven Om het gedrag van konijnen in gevangenschap beter te kunnen begrijpen en context te geven, is het belangrijk kennis te hebben van de natuurlijke gedragsbehoeften van vrije konijnen. Wilde konijnen hebben een voorkeur voor zanderig, heuvelachtig terrein, met struiken en bosjes, waar ze holen kunnen graven en voedsel vinden. Een familiegroep konijnen woont in een konijnenburcht, een geheel van ondergrondse tunnels, zogenoemde konijnenpijpen, en kamers waarin ze nestelen en slapen. Een burcht ligt tot drie meter diep, de totaallengte van de gangen kan ruim 40 meter zijn. In hun burcht voelen de dieren zich veilig voor roofdieren. Rond de burcht is het territorium van de dieren 0,25 tot 6 hectare groot. Overdag verblijven konijnen in hun burcht, bij schemering en 's nachts gaan ze op zoek naar voedsel. Ze eten grassen en kruiden, loten van jonge struikjes en boompjes, en akkergewassen. In de winter schakelen ze over op bast. Een konijnengroep bestaat uit 2 tot 10 volwassen dieren (voornamelijk vrouwtjes) en hun kinderen. Er is een duidelijke rangorde, waarbij dominante dieren meer voedsel, betere schuilplaatsen en betere nestplaatsen krijgen. De rangordes in bestaande groepen worden geleidelijk gevormd tijdens het opgroeien van de dieren, waardoor er geen overmatige agressie optreedt. Mannelijke jonge konijnen en ongeveer de helft van de vrouwtjes verlaten de groep voordat ze volwassen zijn. Zij vormen weer nieuwe stabiele groepen. Het vormen van de rangorde binnen een nieuwe groep gaat wel gepaard met vechtpartijen; daarna treedt nog weinig agressie op. Wanneer een groep te sterk aangroeit, kan opnieuw agressie voorkomen. Het voortplantingsseizoen van wilde konijnen loopt van begin februari tot eind juli, met een piek in april en mei. Het vrouwtje kan jaarlijks 4 tot 6 nesten van gemiddeld 5 jongen krijgen. Zwangere moeders graven kraampijpen van 1 tot 2 meter lang die uitmonden in een aparte nestkamer. Hierin wordt een nest gebouwd met gras, mos en haren van de moeder. De toegang van de kraampijp wordt dichtgestopt met aarde om de jongen te beschermen tegen kou en roofdieren. De moeder markeert de toegang ook met urine, waardoor andere konijnen de nestkamer niet zullen ingaan. De eerste 2 à 3 weken na de geboorte bezoekt de moeder het nest 1 keer per dag om de jongen te zogen. Als een jong uit het nest kruipt, draagt de moeder het jong nooit terug naar het nest. Dit is bij wilde konijnen geen probleem: als een jong uit het nest kruipt, rolt het vanzelf terug in het nest omdat de kraampijp schuin omlaag loopt. Na elk bezoek aan haar nest stopt het moederkonijn de ingang weer dicht met aarde. Een konijn kan in het wild tot 9 jaar oud worden, maar de gemiddelde leeftijd ligt op 2 jaar. Als prooidier heeft het konijn veel natuurlijke vijanden, waaronder hermelijn, wezel, bunzing, vos, uil, havik en valk. Andere belangrijke doodsoorzaken bij wilde konijnen zijn honden, de jacht, het verkeer, de landbouw (maaimachines) en ziekte. Konijnen kunnen in gevangenschap twaalf jaar oud worden, maar in de vleesindustrie worden ze geslacht op de leeftijd van 10 weken.",{"id":214,"to":215,"title":216,"titles":217,"level":127,"content":218},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fkonijnen-het-haasje#onderzoek-naar-konzo-koploper-belgische-konijnenhouderij","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fkonijnen-het-haasje\u002Fhoofdstukken\u002Fonderzoek-naar-konzo-koploper-belgische-konijnenhouderij","Onderzoek naar Konzo, koploper Belgische konijnenhouderij",[9,49,216],"Onderzoek naar Konzo, koploper Belgische konijnenhouderij Konijnen het haasje - Onderzoek naar Konzo, koploper Belgische konijnenhouderij Onderzoek naar Konzo, koploper Belgische konijnenhouderij Konijnen het haasje - Onderzoek naar Konzo, koploper Belgische konijnenhouderij Om een representatief beeld te krijgen van de Belgische konijnensector onderzocht Ongehoord de grootste en bekendste konijnenfokkerij van het land. Konzo, de konijnenfokkerij van Yves De Bie, houdt ruim 20.000 konijnen op 2 locaties. Het bedrijf ontving de afgelopen 2 jaar ruim 14.000 euro aan Europese en Vlaamse overheidssubsidies `). Hun grootste en modernste locatie ligt in Hoogstraten. De konijnen worden er gehouden in door De Bie ontworpen parkkooien, waarmee hij een innovatieprijs won van de Boerenbond. Op het populaire VLAM-foodplatform “Lekker van bij ons” wordt fokkerij Konzo getoond als representatief voorbeeld van de Belgische konijnenhouderij. De Bie claimt dat ‘dierenwelzijn steeds voorop staat in zijn bedrijf’. Ongehoord toont aan dat de reclame-uitingen van Konzo in schril contrast staan met de werkelijkheid. Konzo levert jaarlijks ruim 105.000 konijnen aan Lonki, een konijnenslachterij in Temse. Van daaruit belandt het vlees in de Belgische supermarkten waar het verkocht wordt als “Parkkonijn”, een label waarmee de konijnensector vertrouwen en diervriendelijkheid wil uitstralen naar consumenten. Een onderzoeksteam bezocht in december 2023 drie keer de fokkerij van De Bie in Hoogstraten om er de leefomstandigheden van de konijnen te filmen. Ook werden verborgen camera’s geplaatst om te onderzoeken hoe België’s diervriendelijkste fokker achter de schermen omgaat met dieren. Moederdieren In de afdeling waar moederdieren hun jongen werpen en zogen, filmde Ongehoord moeders met kale plekken in hun vacht, jongen die diarree hebben, verlamd zijn of dood liggen. Moederkonijnen worden niet in parkhuisvesting gehouden, maar in individuele kraamkooien. Hoewel natuurlijk seksueel gedrag door dierenwelzijnsexperten erkend wordt als een essentiële behoefte van dieren, worden moederkonijnen bij Konzo kunstmatig geïnsemineerd. Dit is tegenwoordig standaardpraktijk in de konijnenindustrie. Doordat de dieren in grote productiegroepen worden gehouden, is natuurlijke dekking omwille van praktische en economische redenen niet meer mogelijk. Een moederkonijn heeft in een fokkerij weinig rust. Om de zes weken wordt ze geïnsemineerd. Ongehoord kon filmen hoe de inseminator van kooi naar kooi gaat. Moeders worden aan hun staart uit de kooi getild. Een inseminatiepistool wordt in hun geslachtsdeel geduwd om sperma in te brengen. Daarna wordt het dier aan de staart terug in de kooi getild. Ongeveer 30 dagen later bevalt ze van gemiddeld 10 baby's. Een tiental dagen na de bevalling wordt ze opnieuw geïnsemineerd. Dit resulteert in 8 zwangerschappen en 80 kinderen in een jaar tijd. Volgens de bedrijfsfilosofie van De Bie ‘moet de stal altijd goed vol zitten om de inkomsten op niveau te houden’. Het onderzoeksteam fotografeerde een kalender waarop het aantal doden in de kraamkooien werd bijgehouden. Wekelijks leggen gemiddeld een zevental konijnen het loodje. Uit vakliteratuur is bekend dat moederkonijnen überhaupt geen lang leven beschoren zijn in de industrie. Gemiddeld wordt een moeder een jaar gebruikt voor de fok, daarna wordt ze afgevoerd naar het slachthuis. Redenen voor afvoer zijn onvoldoende vruchtbaarheid (mislukte inseminaties of te kleine nesten en veel doodgeboren jongen), blessures, abcessen, uierontstekingen of algemene slechte conditie. Vleeskonijnen Als de jonge konijnen vijf weken oud zijn, worden ze van hun moeder gescheiden. Jongen uit verschillende nesten komen dan met een dertigtal leeftijdsgenoten samen te zitten in een groepskooi, de zogenoemde ‘parkhuisvesting’. In deze parkkooien worden de dieren in vijf weken tijd vetgemest voor de slacht. Ongehoord filmde in de parkkooien van Konzo veel zwakke, zieke en dode konijnen. Uit de administratie van de fokker bleek dat er elke dag meerdere konijnen sterven. Op piekdagen liep de sterfte in deze afdeling op tot wel 40 dode konijnen op 1 dag. Mishandeling voor transport Na 10 weken zijn de vleeskonijnen op slachtgewicht. Met verborgen camera filmde Ongehoord hoe de dieren uit de kooien verzameld worden voor transport naar de slachterij. Bij het leeghalen van de stal wordt veel geweld gebruikt, zowel door personeel als door zaakvoerder De Bie. Konijnen worden aan hun vacht, oren, poten en hoofd uit de parkkooien gepakt, vaak met twee dieren tegelijk. De paniek is groot bij de dieren, we zien hoe ze proberen te ontkomen. Konijnen die gebreken vertonen, worden opzij gegooid in een kooi; de andere konijnen worden op elkaar gegooid in een kar. Dit is stressvol, pijnlijk, en houdt risico in op letsels, zowel voor de konijnen waarmee gegooid wordt als voor de dieren in de kar die vallende konijnen bovenop zich krijgen. Volle karren met konijnen worden naar de uitgang van de stal gereden. Daar worden de dieren opnieuw aan gevoelige lichaamsdelen opgetild om hen in transportkratten te plaatsen.",{"id":220,"to":221,"title":222,"titles":223,"level":127,"content":224},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fkonijnen-het-haasje#belgische-konijnensector","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fkonijnen-het-haasje\u002Fhoofdstukken\u002Fbelgische-konijnensector","Belgische konijnensector",[9,49,222],"Belgische konijnensector Konijnen het haasje - Belgische konijnensector Belgische konijnensector Konijnen het haasje - Belgische konijnensector Naast Konzo zijn er nog een veertiental professionele konijnenfokkers in België, voornamelijk in Vlaanderen. Met de Belgische en Vlaamse wetgeving rond parkhuisvesting claimt de sector koploper te zijn in dierenwelzijn. De parkkooien zijn sinds 2016 verplicht voor vleeskonijnen (leeftijd: 5 weken tot slacht) en vanaf 2025 ook voor moederkonijnen. Via subsidieregelingen kan de sector een aanzienlijk deel van de kosten voor ombouw naar “diervriendelijke parkhuisvesting” doorschuiven naar de belastingbetaler. Uit vakliteratuur blijkt echter dat parkkooien konijnen geen goed leven garanderen en dat de gefilmde misstanden bij Konzo geen incidenten zijn. Ziektes en sterfte De diervriendelijkere plastic kooibodems in parken bleken in de praktijk nieuwe hygiëneproblemen met zich mee te brengen. De plastic bodems raken sneller vervuild dan de vroegere draadgazen bodems omdat de mest niet goed door de gaten valt. Plastic roosters raken bovendien beschadigd omdat konijnen eraan knagen. Ziektekiemen hopen zich op in de beschadigingen, wat grondig reinigen en ontsmetten van kooien bemoeilijkt. Door de gebrekkige hygiëne in de parkkooien verspreiden gevaarlijke konijnenziektes zoals coccidiose en dikkebuikenziekte zich sneller. Hoewel elke fokkerij een bedrijfsdierenarts heeft en de konijnen niet bedreigd zijn door roofdieren, jagers, landbouwmachines, voedselschaarste of slechte weersomstandigheden, ligt de sterfte in de Belgische konijnensector schrikbarend hoog. 20 tot 25% van de dieren overlijdt in de fokkerijen. De omschakeling naar parkhuisvesting heeft hierin geen verbetering gebracht. Agressie bij moeders in groep Momenteel worden moederdieren nog individueel gehuisvest. Vanaf 2025 is het wettelijk verplicht om ook de moederdieren in groepsparken te houden. Wetenschappers waarschuwen nu al voor de risico's van groepsparken voor moeders. Hoewel konijnen nood hebben aan sociaal contact met soortgenoten, is bekend dat moederkonijnen zich in groepskooien erg agressief opstellen, vooral rond de periode van de bevalling en de eerste weken na de geboorte. Dit heeft te maken met het gebrek aan ruimte in een park, waardoor de dieren elkaar moeilijk kunnen ontwijken. Er breken vechtpartijen uit waarbij konijnen gewond raken of zelfs sterven. Landbouwinstituut ILVO onderzocht mogelijkheden voor semi-groepshuisvesting waarbij moederkonijnen in individuele kraamkooien bevallen en pas enkele weken later overgaan naar groepshuisvesting. ILVO geeft aan dat de agressieproblemen niet opgelost zijn met semi-groepshuisvesting. In elk proefopzet zagen de onderzoekers nog veel verwondingen, zowel bij moederkonijnen als bij hun jongen. Conclusie: stop de konijnenindustrie In tegenstelling tot wat VLAM, de konijnenindustrie en de supermarkten in reclame-uitingen beweren, kunnen konijnen nauwelijks natuurlijk gedrag vertonen in parkkooien. In de plastic bodems kunnen de dieren geen holen graven. De ruimte per vleeskonijn is in een parkkooi beperkt tot 800 cm², wat overeenkomt met anderhalf A-viertje. In de kooi ligt een kort stukje PVC-buis voor 30 konijnen: het veehouderij-alternatief voor de meterslange ondergrondse tunnels waarin hun wilde soortgenoten schuilen. De herhaaldelijke kunstmatige inseminaties van moederdieren zijn op geen enkele manier ‘natuurlijk’ te noemen. Het vangen, laden en transporteren van grote groepen slachtrijpe konijnen kan niet diervriendelijk gebeuren. Werknemers onder tijdsdruk hebben geen andere mogelijkheid dan de dieren met geweld uit de kooien te trekken. Het oppakken aan gevoelige lichaamsdelen en het gooien met konijnen resulteert onvermijdelijk in letsels en breuken. Het onderzoek van Ongehoord toont aan dat moderne kooien en strengere welzijnswetgeving het dierenleed in de konijnenhouderij niet kunnen stoppen. Alleen door de konijnensector te saneren, kan dierenleed voorkomen worden.",{"id":226,"to":227,"title":228,"titles":229,"level":127,"content":230},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk#ontheffingen-zijn-schering-en-inslag","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk\u002Fhoofdstukken\u002Fontheffingen-zijn-schering-en-inslag","Ontheffingen zijn schering en inslag",[9,54,228],"Ontheffingen zijn schering en inslag Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Ontheffingen zijn schering en inslag Ontheffingen zijn schering en inslag Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Ontheffingen zijn schering en inslag Miljoenen sterkuikens krijgen geen uitloop Op de Beter Leven website, maar ook in media-artikels en reclame-uitingen, houdt de Dierenbescherming consumenten voor dat Beter Leven vleeskuikens per definitie gehouden worden in stallen met een overdekte uitloop, waarin de dieren naar buiten kunnen en frisse buitenlucht krijgen. De uitloop wordt voorgesteld als een belangrijke voorwaarde om een Beter Leven ster te krijgen, en als een substantiële verbetering van het dierenwelzijn. Op jaarbasis worden meer dan 80 miljoen vleeskuikens geslacht onder het Beter Leven keurmerk. Ongehoord ontdekte dat het merendeel van de sterkuikens nooit een uitloop te zien kreeg. 4 op 5 vleeskuikenhouders hebben ontheffing Uit cijfers die het agrarische vakblad Boerderij opvroeg bij de Dierenbescherming blijkt dat in 2024 slechts 100 van de 482 Nederlandse Beter Leven vleeskuikenbedrijven een overdekte uitloop hebben. De Dierenbescherming geeft vleeskuikenhouders massaal ontheffingen voor de uitloop waardoor zij gedurende meerdere jaren sterkuikens kunnen verkopen die geen uitloop kregen. Bijna 4 op de 5 Beter Leven vleeskuikenhouders hebben momenteel zo’n ontheffing. Eind vorig jaar besliste de Dierenbescherming dat de overgangsregeling voor het bouwen van een uitloop verlengd wordt tot 1 januari 2027. Consumenten worden hierover niet geïnformeerd maar betalen wel de meerprijs voor Beter Leven kippenvlees dat niet aan de beloftes van het keurmerk voldoet. Zowel de vleeskuikenindustrie als de Dierenbescherming doen hier hun voordeel mee. De industrie ziet haar inkomsten stijgen en de Beter Leven stichting ontvangt meer financiële bijdragen voor het gebruik van haar keurmerk. Hoe meer dieren geslacht worden onder het keurmerk, hoe meer geld er naar de stichting vloeit. De cijfers in het agrarische vakblad Boerderij dateren van 2 maart 2024 en spreken voor zich. Toch blijft de Dierenbescherming consumenten voorliegen over de uitloop voor sterkuikens. Naar aanleiding van kritiek op het Beter Leven keurmerk in het AD publiceerde de Dierenbescherming op 14 maart 2024 een reactie op de Beter Leven promo-website. Uitgerekend de overdekte uitloop voor vleeskuikens wordt hierin als voorbeeld gesteld van een belangrijke verbetering voor het kippenwelzijn: “Het volledig vervangen van de plofkip in de supermarkt door kippen die sterker zijn, langzamer groeien, meer ruimte hebben én een overdekte uitloop is wel het mooiste voorbeeld dat we hebben.” Ontheffingen voor verboden elektrisch waterbad In 2021 bracht Ongehoord al aan het licht dat een Beter Leven kippenslachterij jarenlang ontheffingen kreeg om kippen te verdoven in een door het keurmerk verboden ‘elektrisch waterbad’. Slachter W. van der Meer verkocht het kippenvlees met zowel 1, 2 als 3 Beter Leven-sterren. De waterbadmethode is voor slachterijen goedkoper dan de door het keurmerk voorgeschreven gasverdoving. In 2016 kondigde de Dierenbescherming aan dat waterbadverdoving medio 2017 verboden zou worden voor haar keurmerk. Het ophangen van kippen aan de slachthaken veroorzaakt stress en pijn, het ondersteboven hangen leidt tot ademhalingsmoeilijkheden en er is een aanzienlijk risico op mislukte verdovingen. Dit alles is ook te zien op de beelden die Ongehoord bij W. van der Meer maakte. Vanaf 2017 zouden Beter Leven slachterijen kippen moeten verdoven met CO2-gas, een duurdere methode. Op verzoek van de deelnemende slachterijen werd het waterbadverbod uitgesteld, waardoor het pas in 2020 van kracht werd. Echter niet voor kippenslachter W. van der Meer. Uit informatie die Ongehoord in de loop van 2020 en 2021 opvroeg bij de Dierenbescherming bleek dat W. van der Meer herhaaldelijk nieuwe ontheffingen kreeg. De Dierenbescherming schoof de schuld in de schoenen van de vergunningverlener. “De slachterij heeft aangegeven, en onderbouwd, dat de vergunningsaanvraag voor CO2-bedwelming aanzienlijke vertraging heeft opgelopen door onverwachte bijkomende of veranderende eisen vanuit de gemeente binnen het vergunningsproces”, aldus de Dierenbescherming. Dit tot grote verbazing van de gemeente Waadhoeke die op haar beurt in de media bekendmaakte dat de vergunning reeds in 2020 werd afgegeven. Pas in februari 2022 beschikte W. van der Meer over gasverdoving. Op dat moment was de gasinstallatie echter nog in een testfase en was het waterbad nog steeds in gebruik als standaard verdovingsmethode. Uit opgevraagde inspectiedocumenten van NVWA bleek dat Beter Leven-slachter W. van der Meer het waterbad nog tot minstens augustus 2022 bleef gebruiken. Zieke, gewonde en dode sterkuikens in stal zonder uitloop bij Coolen Kip In augustus 2024 onderzocht Ongehoord de Beter Leven-stal van Coolen Kip aan de Baarloseweg in Helden. Coolen is een van de honderden vleeskuikenhouders die een ontheffing heeft om sterkuikens te houden zonder overdekte uitloop. De kuikens brengen de 56 dagen van hun ‘betere’ leven door in een dichte stal zonder buitenlucht. Hun vlees belandt in de supermarkt met een Beter Leven-ster en wordt verkocht aan de meerprijs van het keurmerk. Ongehoord stelde bovendien vast dat de leefomstandigheden in de Beter Leven-stal van Coolen ernstige gezondheids- en veiligheidsrisico’s inhouden. Het onderzoeksteam filmde kuikens die bekneld zaten tussen staaldraden van de installatie. Een kuiken liep hierdoor een gebroken poot op. Veel kuikens hadden diarree en er lagen dode dieren in de stal. Uit slachtrapporten die Ongehoord kon inkijken, blijkt dat veel kuikens bij Coolen Kip pootproblemen ontwikkelen. In juni 2024 leverde Coolen 85.691 kuikens af aan Beter Leven slachterij Storteboom. Bij 2.200 dieren werd hakdermatitis vastgesteld. Kuikens met hakdermatitis hebben pijnlijke huidbeschadigingen en irritaties aan hun poten.",{"id":232,"to":233,"title":234,"titles":235,"level":127,"content":236},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk#beter-leven-megastallen","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk\u002Fhoofdstukken\u002Fbeter-leven-megastallen","Beter Leven megastallen",[9,54,234],"Beter Leven megastallen Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Beter Leven megastallen Beter Leven megastallen Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Beter Leven megastallen De Dierenbescherming heeft megastallen verboden voor het Beter Leven-keurmerk. Het publieke standpunt van de Dierenbescherming over megastallen luidt dat: “er door het hoge aantal dieren vaak minder aandacht aan het individuele dier besteed kan worden, met negatieve gevolgen voor het dierenwelzijn” “er meer dieren 'at risk' zijn bij bijvoorbeeld een dierziekte-uitbraak, brand, uitgevallen ventilatie, vervuild diervoeder met ongewenste gevolgen voor de voedselveiligheid, of een ander incident of uitbraak” “De Dierenbescherming streeft naar waarde door middel van kwaliteit, en niet door middel van kwantiteit. Schaalvergroting is daarmee niet wenselijk.” “De Dierenbescherming heeft Motivaction onderzoek laten doen naar de opvattingen van de Nederlandse bevolking en van haar eigen achterban. Daaruit blijkt grote weerzin tegen steeds grotere stallen en weinig tot geen vertrouwen dat dit goed zou zijn voor het dierenwelzijn. [Megastallen tot Beter Leven toelaten zou dan ook een groot afbreukrisico vormen,” aldus de Dierenbescherming. Dierenbescherming werkt actief mee aan sjoemeltruc Toch worden achter de schermen van het Beter Leven keurmerk megastallen, fysieke bedrijfslocaties waar zeer grote aantallen dieren worden gehouden, toegelaten via een administratieve truc. Door verschillende stalgebouwen van een dergelijke locatie bij de overheid te registreren onder aparte UBN’s (Uniek Bedrijfs Nummer) ontstaat op papier de illusie dat het om afzonderlijke, kleinere locaties gaat. Uit de omgevingsvergunningen blijkt nochtans dat de verschillende UBN’s onderdeel zijn van eenzelfde grootschalige locatie, maar de Dierenbescherming geeft aparte Beter Leven certificaten per UBN. In de criteria van het Beter Leven keurmerk werd in 2018 een aanpassing doorgevoerd, waardoor dieraantallen niet meer geteld moesten worden per bedrijfslocatie, maar per UBN. Het is de Dierenbescherming zelf die veehouders met megastallen adviseert om hun bedrijf administratief te splitsen. Dat onthulde leghennenhouder Eric Hubers (voormalig vakgroepvoorzitter Pluimveehouderij van LTO en huidige vicevoorzitter van de Europese pluimveewerkgroep Copa-Cogeca) in 2018 tijdens een veehouderijdebat aan de Universiteit Utrecht. Hubers legde uit dat dierenwelzijnsverbeteringen in zijn bedrijf onvermijdelijk gepaard gingen met schaalvergroting omdat hij anders de investeringen niet terug kon verdienen. Hubers breidde uit tot 160.000 leghennen, terwijl het maximum aantal voor Beter Leven op 120.000 ligt. Hubers verklapte dat “de Dierenbescherming hem de suggestie deed zijn bedrijf administratief te splitsen om zo toch de sterren te kunnen blijven voeren.” Varkens met abcessen en verlammingsverschijnselen in de Beter Leven megastal van Albers In augustus 2024 onderzocht Ongehoord de Beter Leven megastal van varkensmester Albers. Het bedrijf heeft meerdere varkensstallen aan de Boekelsebaan 12 in Landhorst. Aan de overkant van de straat, op nummer 7, heeft Albers nog meer stallen. Volgens de omgevingsvergunning zijn de stalgebouwen aan weerszijden van de straat onderdeel van eenzelfde bedrijf, waar in totaal ruim 11. 400 varkens kunnen worden gehouden. Voor het Beter Leven keurmerk mogen varkenshouders maximaal 7551 vleesvarkens houden op een locatie. Albers splitste zijn megastal administratief op in 2 kleinere bedrijfslocaties. De afdelingen aan weerszijden van de straat zijn geregistreerd onder verschillende UBN’s en hebben elk een eigen Beter Leven certificaat. Ongehoord filmde in de megastal van Albers varkens die op beton- en roostervloeren in hun eigen uitwerpselen leven. Veel dieren hadden grote navelbreuken of abcessen in de hals die veroorzaakt zijn door vaccinatienaalden. Enkele varkens hadden ernstige verlammingsverschijnselen. De hokverrijking bestond uit een ketting met een balletje en lege strokokers, wat niet voldoet aan de eisen van het keurmerk. Op haar Beter Leven-website hecht de Dierenbescherming veel belang aan hokverrijking: varkens zijn intelligente dieren die grote nood aan afleiding hebben om verveling en frustratie te verminderen. In juni 2024 kwam Albers ook al in het nieuws met een stalbrand in een gedeelte van zijn megastal. Hierbij kwamen 500 varkens om het leven. Topje van ijsberg? In 2021 filmde Ongehoord ernstig zieke en gewonde varkens in het 2 sterren bedrijf van Annechien ten Have (Beerta), boegbeeld van het Beter Leven keurmerk. Moedervarkens in de inseminatie- en kraamafdeling kregen geen geschikte hokverrijking. Ten Have hield in haar bedrijf 600 zeugen en 4.900 vleesvarkens. Voor het bepalen van de bedrijfsgrootte voor Beter Leven wegen zeugen zwaarder door dan vleesvarkens, de combinatie 600 zeugen en 4.900 vleesvarkens is een megastal. Volgens de omgevingsvergunning vormden de zeugenstallen en vleesvarkensstallen van ten Have één gesloten varkensbedrijf, maar in de papieren werkelijkheid van het Beter Leven keurmerk ging het om 2 UBN’s met aparte Beter Leven certificaten. In 2023 brak er brand uit in de zeugenafdeling van ten Have waarbij honderden dieren om het leven kwamen. In een varkensbedrijf van Martin Houben, een van Nederlands grootste varkensfokkers, filmde Ongehoord varkens met welzijnsproblemen en gedragsstoornissen. De strokokers in de hokken waren leeg. Houben houdt op deze locatie aan de Ysselsteynseweg (Ysselsteyn) 12.000 Beter Leven vleesvarkens, wat volgens de Dierenbescherming een megastal is. Op het terrein er net naast heeft Houben nog meer Beter Leven stallen met een ander UBN-nummer. Hier verblijven de Beter Leven moedervarkens die biggetjes werpen voor de eerste UBN. De zeugenstallen en de vleesvarkenstallen hebben elk een eigen Beter Leven certificaat. Hoeveel megastallen in totaal gecertificeerd zijn met het Beter Leven keurmerk, is niet te achterhalen. De Dierenbescherming houdt het register met Beter Leven-veehouderijen geheim, waardoor verder onderzoek onmogelijk gemaakt wordt.",{"id":238,"to":239,"title":240,"titles":241,"level":127,"content":242},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk#structureel-geweld-tegen-beter-leven-dieren","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk\u002Fhoofdstukken\u002Fstructureel-geweld-tegen-beter-leven-dieren","Structureel geweld tegen Beter Leven-dieren",[9,54,240],"Structureel geweld tegen Beter Leven-dieren Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Structureel geweld tegen Beter Leven dieren Structureel geweld tegen Beter Leven-dieren Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Structureel geweld tegen Beter Leven dieren De Dierenbescherming claimt dat het welzijn van dieren onder het Beter Leven keurmerk in alle schakels van de productieketen gewaarborgd is. Niets blijkt minder waar. Mishandeling bij transport is onvermijdelijk Ongehoord filmde in augustus 2024 hoe varkens bij de megastal van Albers ingeladen worden voor transport naar het slachthuis. De dieren krijgen systematisch stroomschokken en worden geslagen met een klapper. Stroomstootwapens en andere vormen van mishandeling zoals slaan of schoppen zijn verboden, zowel door de wet als voor het Beter Leven keurmerk. Maar Ongehoord heeft meermaals vastgesteld dat het transport van (Beter Leven) dieren naar de slachterijen niet lukt zonder geweld.\nIn december 2022 publiceerde Ongehoord al beelden van Beter Leven-varkens die tijdens hun laatste levensdagen stroomstoten krijgen of worden geslagen en getrapt. Bij de megastal van Martin Houben werden varkens met stroomstoten op transport gezet. Bij de megastal van Annechien ten Have werden varkens geslagen met de hand en met plastic klappers, maar ook de zware opdrijfborden werden gebruikt om op de varkens in te slaan. Varkens worden bij het in- en uitladen geconfronteerd met stressvolle situaties: onbekende soortgenoten en mensen, een vreemde omgeving en lawaai, gladde ondergronden van laadbruggen en vrachtwagens. Van nature nemen varkens de tijd om nieuwe omgevingen voorzichtig te verkennen. In de industrie is daar echter geen tijd voor en moeten de dieren zo snel mogelijk verplaatst worden. Geweld bij het in- en uitladen is daardoor onvermijdelijk. Inspectiedocumenten tonen falen van maatregelen aan In januari 2020 toonde Ongehoord hoe varkens bij aankomst in Beter Leven slachterij Westfort routinematig geslagen werden met klappers en opdrijfborden. De Dierenbescherming zei met maatregelen te komen, zoals extra controles, meer opleiding voor werknemers en betere inrichting van de stallen. Westfort zelf beweerde het geweld tegen dieren te kunnen stoppen door de klappers te bannen. De varkens zouden voortaan opgedreven worden door met vlaggen te wapperen. Inspectierapporten van 2022 en 2023 die Ongehoord opvroeg bij de NVWA tonen dat het geweld tegen dieren niet gestopt is. In plaats van met de vlaggen te wapperen, worden de vlaggenstokken gebruikt om varkens te slaan. Ook andere misstanden die Ongehoord had gefilmd bij Westfort, raakten niet opgelost. De problemen met verdovingsapparatuur bleven zich structureel voordoen in 2022 en 2023. Herhaaldelijk loopt het fout met de elektrische verdovingstangen, waardoor varkens meermaals pijnlijke stroomschokken moeten ondergaan. In 2023 maakten NVWA-inspecteurs haast dagelijks opmerkingen over het mengen van groepen varkens bij aankomst in het slachthuis. Het mengen van varkens in de wachtruimtes zorgt voor stress en onrust en wordt door NVWA sinds 2023 als een overtreding beschouwd. Voor het Beter Leven-keurmerk was een verbod op het mengen van groepen varkens reeds in 2018 opgenomen in de criteria.",{"id":244,"to":245,"title":246,"titles":247,"level":127,"content":248},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk#ongehoord-klaagt-beter-leven-misleiding-aan-bij-reclame-code-commissie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fgrootschalige-misleiding-beter-leven-keurmerk\u002Fhoofdstukken\u002Fongehoord-klaagt-beter-leven-misleiding-aan-bij-reclame-code-commissie","Ongehoord klaagt Beter Leven misleiding aan bij de Reclame Code Commissie",[9,54,246],"Ongehoord klaagt Beter Leven misleiding aan bij de Reclame Code Commissie Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Ongehoord klaagt Beter Leven misleiding aan bij Reclame Code Commissie Ongehoord klaagt Beter Leven misleiding aan bij de Reclame Code Commissie Grootschalige misleiding Beter Leven keurmerk, Ongehoord stapt naar Reclame Code Commissie - Ongehoord klaagt Beter Leven misleiding aan bij Reclame Code Commissie Het Beter Leven keurmerk kan zijn beloftes aan de consument niet waarmaken. Dat is niet verwonderlijk. De veehouderij kan dieren geen gezond en goed leven geven omdat dit haaks staat op de productiedoelen. Zelfs als alle Beter Leven criteria strikt nageleefd zouden worden, kunnen welzijns- en gezondheidsproblemen niet voorkomen worden. Zo is bekend dat een overdekte uitloop aan een stal tocht veroorzaakt waardoor kuikens sneller luchtwegproblemen ontwikkelen. Strokokers kunnen aanleiding geven tot vechtpartijen omdat maximaal 2 varkens tegelijk de koker kunnen gebruiken. De strobriketten waarmee de kokers gevuld worden, zwellen op door vocht en worden zo broeiplekken voor bacteriën en schimmels. Voor transport en in de slachterijen is geweld onvermijdelijk omdat de dieren zich instinctief verzetten tegen de stressvolle en onnatuurlijke omstandigheden. Keurmerken zoals Beter Leven verbeteren het imago en het verdienmodel van de industrie, maar voorkomen niet dat dieren ernstig lijden. “Dat de Dierenbescherming haar medewerking verleent aan een vleeskeurmerk is erg genoeg,” zegt Johan Boonstra van Ongehoord. “Maar dat ze het geweten van consumenten sust met onwaarheden, dat is onvergeeflijk. De Dierenbescherming is haar naam onwaardig.” Ongehoord dient een klacht in en verzoekt de Reclame Code Commissie om uit te spreken dat de Dierenbescherming moet stoppen met misleidende en foutieve informatie te verspreiden.",{"id":250,"to":251,"title":210,"titles":252,"level":127,"content":253},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst#natuurlijk-leven","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-leven",[9,59,210],"Natuurlijk leven De kogel voor kerst - Natuurlijk leven Natuurlijk leven De kogel voor kerst - Natuurlijk leven Omdat herten niet gedomesticeerd zijn, hebben ze nog precies dezelfde behoeften als herten die in vrijheid leven. Herten zijn van nature vluchtdieren, wegvluchten bij dreigend gevaar is hun primaire overlevingsstrategie. In het wild leven ze in uitgestrekte bossen waar ze dekking vinden tussen struiken of dicht op elkaar staande dennen. Ook hoogland, berggebieden of heuvelachtig terrein zijn geschikte leefgebieden. Ze liggen graag op open plekjes waar ze naderend gevaar van op grote afstand kunnen zien om tijdig te kunnen wegvluchten. In bossen strekt het leefgebied van edelherten zich uit tot 200-400 hectare, in berggebieden kan hun leefgebied tot 2400 hectare groot zijn. Ze brengen 7 tot 12 uur per dag door met voedsel zoeken. Ze eten grassen, kruiden, bladeren van loofbomen, struiken en jonge boompjes. Ze snoepen graag eikels en beukennootjes en knabbelen aan boomschors voor een goede spijsvertering. Vrouwelijke edelherten leven in roedels (groepen) van 5 tot 15 verwante dieren onder leiding van een stammoeder. Daarnaast zijn er roedels met mannelijke herten. Rond de bronsttijd (september-oktober) vallen de mannelijke roedels uiteen omdat mannelijke herten zich dan aansluiten bij hindenroedels. Na de bronst verlaten de mannen de hinden. In mei-juni bevallen hinden van een kalfje. Kalveren blijven tot de leeftijd van twee jaar bij hun moeders. Edelherten zijn pas volgroeid na 7 jaar. Ze worden gemiddeld 15 jaar oud, sommige dieren kunnen wel 25 jaar oud worden.",{"id":255,"to":256,"title":257,"titles":258,"level":127,"content":259},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst#leven-in-een-hertenboerderij","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst\u002Fhoofdstukken\u002Fleven-in-een-hertenboerderij","Leven in een hertenboerderij",[9,59,257],"Leven in een hertenboerderij De kogel voor kerst - Leven op een hertenboerderij Leven in een hertenboerderij De kogel voor kerst - Leven op een hertenboerderij Volgens de wetenschap zijn gekweekte herten geen gedomesticeerde dieren omdat ze genetisch nog geen verandering hebben ondergaan ten opzichte van hun wilde soortgenoten. Dit blijkt ook uit de praktijk. Hertenboer De Weerd zegt in het Nederlands Dagblad: “Een hert wordt nooit tam. Hinden die buiten lopen, lijken rustig, maar ze raken al in paniek als ik een onverwachte beweging maak. Vangen lukt eigenlijk het beste met een verdovingsgeweer.” De leefomstandigheden in een hertenboerderij verschillen sterk van een natuurlijk hertenleven. De infrastructuur van een boerderij bestaat uit een aantal omheinde weiden en stallen voor de winter. In de weiden worden 20 tot 25 herten gehouden op 1 hectare, meer dan 200 keer kleiner dan hun natuurlijke leefgebieden. Bij de stallen is ook een behandelingsruimte die uitgerust is met een ‘hertendwang’ of ‘hertencrush’. Dit is een installatie waarin de dieren vastgeklemd worden tussen 2 wanden. Omdat herten wilde dieren zijn, is het niet mogelijk om zonder fixatie veterinaire handelingen op hen uit te voeren, zoals bijvoorbeeld bloedafnames of ontworming. De crush wordt ook gebruikt om onder andere dekbokken te fixeren voor het afzagen van hun gewei. Vrouwelijke fokherten bevallen in mei-juni van een kalf. Moeders en kalfjes brengen de zomerperiode samen door in een weide. In het najaar, wanneer de kalfjes 4-5 maanden oud zijn, worden ze van de moeders gescheiden, hoewel ze van nature twee jaar bij hun moeder zouden blijven. De kalveren worden samen in een nieuwe groep geplaatst om op te groeien tot de leeftijd van anderhalf jaar. Dan wordt een deel van de vrouwelijke kalveren geselecteerd als nieuwe fokmoeder, het merendeel van de kalvergroep wordt gedood voor hun vlees. Moederdieren worden ongeveer 7 jaar gebruikt voor de fok.",{"id":261,"to":262,"title":263,"titles":264,"level":127,"content":265},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst#herten-krijgen-de-kogel-bij-boerderij-de-weerd-nijbroek","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst\u002Fhoofdstukken\u002Fherten-krijgen-de-kogel-bij-boerderij-de-weerd-nijbroek","Herten krijgen de kogel bij boerderij De Weerd, Nijbroek",[9,59,263],"Herten krijgen de kogel bij boerderij De Weerd, Nijbroek De kogel voor kerst - Herten krijgen de kogel bij boerderij De Weerd, Nijbroek Herten krijgen de kogel bij boerderij De Weerd, Nijbroek De kogel voor kerst - Herten krijgen de kogel bij boerderij De Weerd, Nijbroek Omdat het transport van herten naar een slachthuis zeer moeilijk is omwille van hun wilde aard, mogen herten voor vleesproductie gedood worden op de boerderijen. De wet laat toe om de dieren door de kop te schieten met een vuurwapen. In theorie moet het hert op slag dood zijn met een goed geplaatst kopschot. Wanneer herten de slachtleeftijd bereiken, komt de NVWA langs om de nog levende dieren goed te keuren voor slacht en consumptie. Op het doodschieten van de dieren wordt geen toezicht gehouden. In 2023 en 2024 heeft Ongehoord met verborgen camera’s het doodschieten van edelherten gefilmd bij boerderij De Weerd aan de Middendijk in Nijbroek. Hoewel hertenhouders beweren dat hertenslacht diervriendelijk is omdat de dieren geen transportstress hebben, tonen de beelden van Ongehoord een andere werkelijkheid. Hertenhouder Voortman jaagt zijn herten de stal in en sluit vervolgens de deur. Edwin van der Cruijsen, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Hertenhouders en eigenaar van een grote wildhandel in Mill, begint dan te schieten. Herten zijn vluchtdieren, een schietpartij in de stal veroorzaakt onvermijdelijk ernstige stress en angst. De dieren vertonen heftige schrikreacties op het lawaai van de schoten. Ze zien hoe soortgenoten rondom hen dood of gewond neervallen. De herten rennen in paniek door de stal maar hebben geen vluchtmogelijkheden. Uit studies blijkt dat de jacht op herten in het wild al stressverhogend is, de beelden suggereren dat de “jacht” in de stal nog veel meer stress veroorzaakt. Niet alle herten zijn meteen dood na een schot. We zien een hert op de grond liggen dat minuten na een schot de kop opheft. Herten die een schot overleven, worden gedood door hen zonder verdoving de keel open te snijden. De dode herten worden meegenomen naar de wildhandel in Mill voor verdere uitslachting en verwerking van het vlees.",{"id":267,"to":268,"title":269,"titles":270,"level":127,"content":271},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst#nederlandse-hertenhouderij","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-kogel-voor-kerst\u002Fhoofdstukken\u002Fnederlandse-hertenhouderij","Nederlandse hertenhouderij",[9,59,269],"Nederlandse hertenhouderij De kogel voor kerst - Nederlandse hertenhouderij Nederlandse hertenhouderij De kogel voor kerst - Nederlandse hertenhouderij De Nederlandse hertenhouderij is niet transparant. In tegenstelling tot andere diersoorten in de veehouderij, zijn herten niet opgenomen in de overheidsstatistieken over diergebruik en slacht. In een recent rapport van BuRO (Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek) is wat summiere informatie opgenomen. Nederland zou 21 hertenhouderijen tellen met edelherten, maar BuRO heeft geen idee hoeveel van deze bedrijven herten fokken voor recreatie of voor vleesproductie. Volgens interne cijfers van NVWA zijn er 586 gekweekte edelherten geslacht in het jaar 2019. Bij de ‘Nederlandse vereniging van Hertenhouders’, de belangengroep van boeren die herten houden voor vleesproductie, zijn 7 fokkerijen aangesloten, waaronder boerderij de Weerd. Overheid laat dieren in de steek Sinds 1 juli 2024 is de nieuwe huis- en hobbydierenlijst van kracht, een lijst met zoogdiersoorten die door mensen mogen worden gehouden. De lijst werd samengesteld door een comité van wetenschappers. Ze onderzochten de risico’s die verbonden zijn aan het houden van ruim 300 diersoorten, waaronder het hert. Er werd gekeken naar de welzijnsrisico’s voor de dieren zelf, maar ook naar de veiligheid van mensen en het gevaar voor zoönose. Herten worden niet opgenomen in de nieuwe lijst omdat de wetenschappers hen beoordeelden als uitermate ongeschikt voor dierhouderij. Herten zitten in de hoogste risicocategorie omwille van hun sterke vluchtreacties bij verstoring, het gebrek aan mogelijkheden voor voedselzoekgedrag, het ruimtegebrek in houderijen en de stress- en agressieproblemen die voortvloeien uit de onnatuurlijke leefomstandigheden. Daarnaast is er gevaar voor zoönosen en kunnen mensen zeer ernstig verwond raken in de omgang met edelherten. Toen de nieuwe lijst in januari 2023 bekend raakte, liet toenmalig landbouwminister Adema uitschijnen dat hij vastbesloten was om de wetenschappelijke adviezen te volgen. Herten zouden na juli 24 niet meer gehouden mogen worden in hertenkampen omdat, volgens Adema, “het dierenwelzijn voorop moet staan.” Niettemin werden boerderijen die herten fokken voor vleesproductie meteen al vrijgesteld van het houdverbod, omwille van economische belangen. Omdat de hertenlobby stampij bleef maken, gaf Adema in december 2023 ook de hertenkampen een “permanente vrijstelling”. Hoewel herten dus niet op de huis- en hobbydierenlijst staan en de wet daarmee aangeeft dat ze niet gehouden mogen worden, gebeurt dat wel. Wetgeving die ten goede komt aan dieren, wordt regelmatig teruggedraaid door de lobby van veehouders. Hetzelfde zagen we gebeuren met het ‘Amendement Vestering’ dat een einde zou maken aan de bio-industrie. Adema weigerde de door de Tweede Kamer aangenomen wetswijziging uit te voeren en verving deze door een ‘convenant’ waarbij de dierindustrie zelf regels mag opstellen. Voor zover de wetgeving er wel is, besluit de NVWA die regels vaak niet te handhaven. Dit zagen we bijvoorbeeld rond de wetgeving over veetransporten. Dat zelfs de hertenhouderij erin slaagt om wetgeving te blokkeren, laat zien hoe gewillig het ministerie van LNV danst naar de pijpen van de dierindustrie.",{"id":273,"to":274,"title":210,"titles":275,"level":127,"content":276},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken#natuurlijk-leven","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-leven",[9,64,210],"Natuurlijk leven Het leven van een varken - Natuurlijk leven Natuurlijk leven Het leven van een varken - Natuurlijk leven Intelligent en gevoelig Varkens zijn zeer intelligente, nieuwsgierige en sociale dieren. Zo kunnen varkens objecten met verschillende kleuren en vormen van elkaar onderscheiden, hebben ze een besef van tijd, kunnen ze individuen (zowel varkens als mensen) onderscheiden, hebben ze een langetermijngeheugen en zijn ze in sommige spelletjes beter dan honden en primaten. De Hogeschool voor Kunsten Utrecht en Wageningen UR hebben bijvoorbeeld een computergame ontwikkeld waarmee mensen met varkens kunnen gamen. Van nature leven varkens in groepen die bestaan uit 1-4 moedervarkens (zeugen) en hun jongen en vaak maar 1 mannetje (beer). Spelen is erg belangrijk voor de ontwikkeling van varkens. Zo zijn biggen die opgegroeid zijn in een omgeving waar ze kunnen spelen met objecten en soortgenoten sociaal en cognitief meer ontwikkeld. Varkens slapen in nesten, wat meestal bestaat uit een kuil die zorgvuldig is bedekt met takken en\u002Fof gras. Daarnaast hebben varkens aparte gebieden waar ze hun ontlasting doen en zijn dus ook erg zindelijke en schone dieren als ze de keuze hebben. Aangezien varkens niet kunnen zweten, nemen ze regelmatig een modderbad om hun temperatuur te reguleren en zich schoon te houden. Varkens zijn met name ‘s ochtends en ‘s avonds actief, terwijl ze rond de middag vaak slapen en rusten. De karakteristieke snuit van een varken is een van z’n belangrijkste lichaamsdelen, aangezien dit het contact met de buitenwereld is; hier zitten de meeste zenuwuiteinden en hiermee wroeten ze in de aarde. Varkens wroeten ongeveer 70% van hun tijd als ze de kans krijgen en doen dit niet alleen om voedsel te zoeken. Het wroeten werkt ook stressverlagend en voorziet in hun ijzerbehoefte door opname van ijzerrijke mineralen. Met hun neus kunnen varkens ook goed ruiken, wat een van de redenen is waarom varkens worden gebruikt voor het zoeken van truffels. Varkens zijn erg gevoelige dieren. Zo kunnen varkens snel gestrest raken. Onverwachts lawaai en harde geluiden doen hun hartslag en bloeddruk bijvoorbeeld snel stijgen. Ook zijn varkens erg sociale dieren en zoeken ze graag lichamelijk contact met soortgenoten. Om te communiceren kunnen varkens wel 20 verschillende geluiden gebruiken, variërend van grommen tot krijsen. Varkens worden ook beïnvloed door de emotionele toestand van andere varkens, wat de meest simpele vorm van empathie genoemd kan worden. Wanneer het varken precies is gedomesticeerd, is niet bekend, maar schattingen variëren van 7000 - 9000 voor Christus. Alle gedomesticeerde varkens stammen af van het wilde zwijn en geschat wordt dat er momenteel ongeveer 300 varkensrassen zijn.",{"id":278,"to":279,"title":280,"titles":281,"level":127,"content":282},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken#leven-in-de-industrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fleven-in-de-industrie","Leven in de industrie",[9,64,280],"Leven in de industrie Het leven van een varken - Leven in de industrie Leven in de industrie Het leven van een varken - Leven in de industrie Intensieve varkenshouderij In Nederland leven er op dit moment zo’n 12 miljoen varkens, wat echter een vertekend beeld geeft van de werkelijke aantallen, aangezien er bijvoorbeeld ruim 30 miljoen biggen per jaar worden geboren. Van deze biggen sterven er ongeveer 6 miljoen vroegtijdig en omdat er meer biggen “geproduceerd” worden dan er kunnen worden vetgemest tot vleesvarken, wordt eveneens een aanzienlijk deel (6-7 miljoen) op jonge leeftijd geëxporteerd naar het buitenland. Daarnaast worden er ook nog eens 3 miljoen vleesvarkens levend geëxporteerd naar het buitenland. Hiermee staat Nederland in de top van de varkens exporterende landen in Europa. De varkensstapel bestaat uit ongeveer 1 miljoen fokvarkens, 2 miljoen biggetjes die nog bij de moeder zijn, 5 miljoen jonge varkens tot 50 kg en zo'n 4 miljoen vleesvarkens. Vanaf 2000 is het aantal varkensbedrijven sterk gedaald. Zo waren er in 2000 7,7 duizend bedrijven en in 2015 was dat met 56% afgenomen tot 3,4 duizend. Echter, in diezelfde tijd is het aantal varkens met 12% toegenomen tot 12 miljoen, wat betekent dat er steeds meer varkens per bedrijf worden gehouden. De meeste varkensbedrijven staan in Noord-Brabant, Limburg en het oosten van het land. Varkens in de moderne varkenshouderij zijn echter niet meer de varkens van vroeger. Inmiddels is een “fokzeug” 2 keer zo groot als een wild zwijn en heeft 2 keer zoveel tepels. Het selectief fokken van vooral de laatste decennia is puur gericht op maximale productie; zoveel mogelijk biggetjes en zo snel mogelijke groei. Zo groeit een varken met ongeveer 0,8 kg per dag en bereiken ze al na ongeveer 7 maanden hun maximale gewicht van 120 kg, waarna ze naar het slachthuis worden afgevoerd. Het selectief fokken op individuele eigenschappen gaat vaak ten koste van andere eigenschappen zoals gezondheid, stressbestendigheid en\u002Fof sociaal gedrag. Zo hebben de welbekende roze varkens (in vaktaal “witte” varkens) in verhouding korte poten en een lang lichaam en daardoor onnatuurlijke gewichtsverhoudingen met alle gevolgen van dien. Topigs Norsvin, een van de grootste fokbedrijven ter wereld, streeft naar “kruisingen” die 40 biggetjes per jaar kunnen “produceren”. Momenteel ligt dat aantal op 30-35 biggen per varken per jaar. Ter vergelijking: een wild zwijn krijgt gemiddeld maar 6-12 jongen per jaar (afhankelijk van het gebied waar ze leven en het voedselaanbod). Grotere worpen worden in verband gebracht met een hogere biggensterfte en een negatief effect op het welzijn als gevolg van competitie tussen de biggetjes onderling, omdat er vaak te weinig tepels zijn om aan te zogen en door een lager geboortegewicht wat ze vatbaarder voor ziekten maakt. Ook voor het moedervarken zelf levert dit extra stress op. Omdat er gemiddeld meer biggen per varken worden geboren dan een zeug kan voeden, wordt er veelvuldig gebruikgemaakt van zogenaamde “pleegzeugen” en kunstmatige “opfoksystemen” (een soort couveuses). Wettelijk mogen biggen pas gespeend worden (bij hun moeder weggehaald) na 28 dagen en onder bepaalde voorwaarden bij wijze van uitzondering al eerder tot minimaal 21 dagen. Echter, dit laatste gebeurt in de huidige varkenssector niet incidenteel, maar structureel, vooral vanwege economische redenen. In conventionele huisvesting is spenen een abrupte en daardoor zeer stressvolle gebeurtenis voor biggetjes die vaak leidt tot een zogenaamde speendip, waarbij de voeropname, groei en weerstand van biggen verminderd zijn. In de natuur is spenen een geleidelijk proces dat 15-22 weken na de geboorte eindigt. Een ander opmerkelijk verschil tussen varkens uit de intensieve varkenshouderij en “natuurlijke” varkens is de leeftijd. Vleesvarkens worden na 6-8 maanden al geslacht en zeugen vaak al na 2 jaar, omdat ze dan economisch niet meer rendabel zijn. In het wild worden varkens echter makkelijk 10-15 jaar en zijn er gevallen bekend van 20-25 jaar. In Nederland halen dus de meeste varkens hun eerste levensjaar niet.",{"id":284,"to":285,"title":138,"titles":286,"level":127,"content":287},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken#een-zieke-industrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Feen-zieke-industrie",[9,64,138],"Een zieke industrie Het leven van een varken - Een zieke industrie Een zieke industrie Het leven van een varken - Een zieke industrie Welzijn, ziektes en sterfte De uitvinding en toepassing van de zogenaamde roostervloer is de meest ingrijpende ontwikkeling geweest in de (intensieve) varkenshouderij, zowel op economisch gebied als op het gebied van welzijn. Door de toepassing van roostervloeren kan mest en urine weglopen, waardoor absorberend stro niet meer nodig is (kale vloeren) en daarmee ook het arbeidsintensieve leegscheppen van hokken overbodig is geworden. Aangezien hiermee ook een aparte plek voor varkens om hun ontlasting te doen overbodig werd, konden meer varkens per vierkante meter gehouden worden, met voor de varkenshouderij bijkomende voordelen als lagere stookkosten e.d. Gemiddeld hebben varkens slechts ongeveer 1 vierkante meter ter beschikking. Varkens kunnen hierdoor echter niet meer hun natuurlijke gedrag vertonen, zoals nesten bouwen, gescheiden slapen en hun behoefte doen, wroeten, hun temperatuur regelen, etc.:annotation{:ids=\"11\"}Het vermogen van dieren om hun normale of natuurlijke gedrag te kunnen vertonen is een van de pijlers van de definitie van welzijn. Huisvesting heeft tevens een groot effect op de emotionele toestand van varkens. Zo blijkt dat varkens op kale vloeren pessimistischer reageerden dan varkens op een vloer met verrijkingsmateriaal (stro). Ter vergelijking; voor hobbyvarkens wordt een oppervlakte per varken aangeraden van minimaal 75 m2. Ook al is er meer aandacht voor het welzijn van varkens vandaag de dag, het blijft erg beperkt en binnen de grenzen van de moderne manier van huisvesting. Zo is bijvoorbeeld “zoelen” (het bedekken van het lichaam met modder), oftewel een modderbad, erg onderschat in het welzijnsonderzoek bij varkens. Voor het tijdperk van de intensieve veehouderij werd het erkend als een normaal onderdeel in de varkenshouderij, terwijl vandaag de dag het kunnen zoelen een grote uitzondering is in plaats van de regel. Voor het regelen van hun lichaamstemperatuur zijn varkens overgeleverd aan de boer en ervaren ze op regelmatige basis hittestress, omdat de temperatuur vaak relatief hoog wordt gehouden om zo de activiteit van varkens te remmen voor een hogere groeiopbrengst. Anderzijds wordt er in varkensstallen, met name in de zomer, flink geventileerd, omdat het snel te warm wordt door de hoge varkensdichtheid en concentraties stof en ammoniak te hoog dreigen te worden. Tocht geeft echter onrust\u002Fstress en daarmee meer kans op staart- en oorbijten. Als gevolg van het niet kunnen vertonen van natuurlijk gedrag komt stereotiep gedrag bij varkens erg vaak voor. Stereotiep gedrag is het herhalen van lichaamsbewegingen en\u002Fof handelingen, zoals stangbijten, staartbijten en ander bijtgedrag, wat voortkomt uit verveling, frustratie en andere vormen van stress. Staartbijten Staartbijten is één van de grootste (welzijns)problemen in de moderne varkenshouderij. Om staartbijten te voorkomen worden jonge varkens op zeer jonge leeftijd gecoupeerd, ofwel: de staart wordt afgeknipt. Couperen is een erg pijnlijke ingreep en is zelfs niet in alle gevallen afdoende om staartbijten te voorkomen. Bovendien pakt het niet het onderliggende probleem aan. Volgens de Europese Richtlijn 2008\u002F120\u002FEG is het couperen van staarten van biggen toegestaan, maar mag het niet systematisch gebeuren. De praktijk laat echter anders zien. De EFSA (European Food Safety Authority) heeft de volgende drie belangrijkste risicofactoren voor staartbijten geïdentificeerd: De afwezigheid van stroDe aanwezigheid van een roostervloerDe aanwezigheid van een kale omgeving Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat een verrijkte omgeving het staartbijten sterk doet afnemen. Echter recent onderzoek van de Wageningen UR laat zien dat staartbijten nog steeds plaatsvindt wanneer aan de 3 bovengenoemde welzijnseisen wordt voldaan. Dit impliceert dat varkens nog steeds stress hebben, ondanks een verbeterde, verrijkte omgeving. Dit sluit aan bij andere onderzoeken die vonden dat huisvesting weliswaar belangrijk is voor het welzijn van varkens, maar dat verbeterde huisvesting alleen (bijvoorbeeld biologische boerderijen) niet leidt tot optimaal welzijn, omdat er ook een genetische factor meespeelt (hoe stressgevoelig is een varken). Andere vormen van bijtgedrag zoals oorbijten, pootbijten en flankbijten zijn vergelijkbaar met staartbijten. Het komt eveneens voort uit verveling en andere stress als gevolg van het niet kunnen vertonen van natuurlijk gedrag. Zo worden biggetjes nadat ze bij de moeder worden weggehaald in grote aantallen bij elkaar geplaatst en komen varkens van verschillende moeders bij elkaar, wat extra stress en onrust oplevert. Na een draagtijd van ongeveer 115 dagen krijgt een varken ongeveer 14 biggetjes. Een biggetje verblijft gemiddeld 25 dagen bij het moedervarken, waar hij moedermelk krijgt. Hierna worden de biggetjes zogenaamd “gespeend”, waarbij ze worden weggehaald bij de moeder en met tientallen bij elkaar worden gezet op de “speenafdeling”. Vervolgens verblijven de biggen ongeveer 7 weken op de speenafdeling tot ze ongeveer 25 kg wegen en gaan dan naar een vleesvarkensstal, waar ze vaak met 7-10 varkens in een hok zitten. Dit kan op hetzelfde bedrijf zijn (gesloten bedrijf), maar vaak gaan ze naar een specifiek “vleesvarkensbedrijf”. Hier verblijven ze ongeveer 4 maanden totdat ze 110-120 kg wegen, waarna ze worden afgevoerd naar het slachthuis. Een “vleesvarken” wordt dus voor zijn of haar eerste levensjaar vetgemest en geslacht. Ziektes en afwijkingen Door de onnatuurlijke leefomstandigheden, het constante stalklimaat en de hoge infectiedruk komen in de varkenshouderij tal van ziektes en aandoeningen voor. Eén van de belangrijkste redenen is dat continue de grens wordt opgezocht van maximale productie, waardoor de weerstand van een varken relatief laag is. Zo worden er bijvoorbeeld steeds meer biggetjes geboren, waardoor biggetjes relatief klein zijn en daardoor een lage weerstand hebben. Daarnaast gaat het selectief fokken voor een zo snel mogelijke groei ten koste van de weerstand van een varken, aangezien de meeste energie en voeding naar het aanmaken van spieren en vet gaan. Als tweede belangrijke factor voor het groot aantal ziekten kan de huisvesting genoemd worden. Varkens worden in onnatuurlijk hoge dichtheden en met grote aantallen gehouden, waardoor overdraagbare ziekten zich snel kunnen verspreiden. In 2015 had een gemiddeld varkensbedrijf maar liefst 3,4 duizend varkens, wat 155 % meer is dan in 2000. Het aantal bedrijven is in diezelfde tijd afgenomen met 56% tot 3,4 duizend bedrijven. Oftewel, er komen steeds minder, maar grotere bedrijven, wat het risico op uitbraak en verspreiding van ziektes verder vergroot. Vanwege de lage weerstand van varkens en de hoge dichtheden\u002Faantallen wordt antibiotica toegediend om uitbraak van ziekten te voorkomen. Een recent onderzoek onder varkenshouders in België laat zien dat op grote schaal preventief antibiotica wordt gebruikt, waarbij gezonde varkens tevens kritische middelen krijgen, die eigenlijk bestemd zijn voor infecties met resistente bacteriën. Hierdoor zijn pasgeboren biggen vaak al drager van resistente bacteriën. Varkens zijn dieren die erg gevoelig zijn voor een zuurstoftekort. Zo kan stress leiden tot een overbelasting met hartfalen en uiteindelijk de dood als gevolg. Dit is ook een van de redenen waarom varkens 12-24 uur voor transport naar het slachthuis geen eten meer krijgen (uitvasten). Vertering van voedsel vraagt namelijk veel zuurstof en in combinatie met de stress van het transport kan dit snel een zuurstoftekort veroorzaken. Veel ziekten zijn constant aanwezig op bedrijven. Zo zijn meer dan 95% van de varkensbedrijven bijvoorbeeld besmet met stalhoest (mycoplasma) en meer dan 90% van de bedrijven met PRRSv (abortus blauw). Mycoplasma en PRRSv zijn samen met Chlamydia ook de bekendste veroorzakers van infecties aan de ogen. Deze typische rode, ontstoken ogen (conjunctivitis) komen veel voor bij varkens aangezien de veroorzakers op de meeste bedrijven aanwezig zijn. Naast bacteriële en virale infecties kan ook ammoniak voor rode ogen en ademhalingsklachten zoals hoesten en een geïrriteerd slijmvlies in de neus zorgen. Bij veel bedrijven wordt er in de winter te weinig geventileerd in verband met kostenbesparing (minder warmteverlies) en kunnen de concentraties oplopen tot 50 ppm. Het wettelijk maximum ligt op 20 ppm. Bij 3 uur lang blootstelling aan 50 ppm ammoniak is er al irritatie aan de ogen en het ademhalingsstelsel. Naast ademhalings- en spijsverteringsaandoeningen zijn ook poot- en klauwaandoeningen veelvoorkomend bij varkens. Qua vervroegde “afvoer” van zeugen van een varkensbedrijf staan poot- en klauwproblemen op de tweede plek na vruchtbaarheidsproblemen. Gemiddeld genomen heeft ongeveer zo’n 10% van de zeugen te kampen met kreupelheid bijvoorbeeld. Zo kunnen de gewrichten zelf zijn aangedaan, waarbij ontstekingen en osteochondrose het meest voorkomend zijn. Osteochondrose is een stoornis in de ontwikkeling van gewrichten. Dit wordt met name veroorzaakt door het selectief fokken van varkens voor een zo snel mogelijke groei (spier\u002Fvetweefsel) waarbij de botaangroei achterblijft. Bij vleesvarkens speelt dit nauwelijks aangezien ze worden geslacht voordat osteochondrose zich kan manifesteren. In Zweden is onderzocht dat zeugen in groepshuisvesting, waarbij er per dier meer ruimte beschikbaar is, minder zeugen last hadden van schouderabcessen (3,0% vs 13,4%) en klauwafwijkingen (4,6% vs. 9,1%) dan bij individuele losse huisvesting. Meer bewegingsvrijheid zorgt voor sterkere botten en spieren. Naast de klassieke varkenspest is er de Afrikaanse varkenspest (AVP) die, zoals de naam al suggereert, met name in Afrika voorkomt. Sinds 2007 is het virus echter ook in Oost-Europa\u002FRusland waargenomen en vanaf 2014 in het oostelijk deel van Europa, waaronder Polen. In 2018 heeft het virus een sprong gemaakt naar België en is het aangetroffen bij wilde zwijnen in de provincie Luxemburg. Na het ontdekken van het virus bij wilde zwijnen in de Ardennen roepen boerenorganisaties, jagers, de VVD en CDA massaal op tot het afschieten van wilde zwijnen en het handhaven van de nulstand om mogelijke verspreiding van de Afrikaanse varkenspest (AVP) tegen te gaan. De Universiteit van Wageningen geeft aan dat de kans op verspreiding door wilde zwijnen in Nederland echter verwaarloosbaar is. Bij een eerdere uitbraak in Nederland en België werd de verspreiding veroorzaakt door menselijk handelen en niet door wilde zwijnen. Ook de recente ontdekking van AVP bij wilde zwijnen in de Ardennen lijkt veroorzaakt door menselijk handelen, omdat de afstand tot de besmette gebieden in Oost-Europa te groot is om door wilde zwijnen te overbruggen. Een andere mogelijkheid is dat half-tamme wilde zwijnen uit Oost-Europa zijn uitgezet in de Ardennen, wat niet de eerste keer zou zijn. Verschillende jagers hebben dit toegegeven en op basis van DNA-onderzoek is aangetoond dat half-tamme wilde zwijnen in de Ardennen zijn losgelaten. Bovendien zijn jagers zelf een van de grootste risicogroepen van het verspreiden van de ziekte. Door jachttoerisme kunnen ze in contact met besmette dieren in Oost-Europa komen en daarmee AVP Nederland inbrengen. Wetenschappelijke studies laten bovendien zien dat jacht juist averechts werkt doordat het de ziekte verder kan verspreiden en het geen effectieve beheersmaatregel is. Dieren worden opgejaagd en vluchten, de balans wordt verstoord en lege plekken worden opgevuld door dieren van elders. Ook het bijvoeren van wilde zwijnen, wat veel door jagers wordt gedaan, werd bestempeld als extra risicofactor voor verspreiding van AVP in hetzelfde onderzoek. Ten slotte wordt internationaal transport van (levende) dieren nauwelijks genoemd in de media en zeker niet door de boerenorganisaties zelf. Nederland importeert bijvoorbeeld varkens uit onder andere België en Duitsland, terwijl de export van levende varkens vooral naar Duitsland gaat, maar ook naar landen als Polen, Roemenië en Hongarije waar het AVP-virus al enige tijd voorkomt. Het is makkelijk om naar de wilde zwijnen te wijzen als potentiële verspreiders, maar het geeft een vertekend beeld van de feiten.",{"id":289,"to":290,"title":291,"titles":292,"level":127,"content":293},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken#sterfte","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fsterfte","Sterfte",[9,64,291],"Sterfte Het leven van een varken - Sterfte Sterfte Het leven van een varken - Sterfte Bij sterfte onder varkens wordt er vaak een onderscheid gemaakt tussen sterfte bij biggen en sterfte bij zeugen, aangezien dat de meest kwetsbare groepen zijn. Biggensterfte Bij biggensterfte wordt er onderscheid gemaakt tussen biggen die doodgeboren worden en biggen die sterven na de geboorte voordat ze bij de moeder worden weggehaald (spenen). In 2015 was het percentage doodgeboren biggen 7,6% ten opzichte van 6,9% in 2014. De biggensterfte na de geboorte is de laatste jaren ook toegenomen en was in 2015 13,8% ten opzichte van bijvoorbeeld 13,0% in 2012 (LEI, AgroVision). De oorzaak van deze toegenomen sterfte ligt vooral in de toename van het aantal biggen dat geboren wordt. Deze blijft namelijk door selectief fokken ook stijgen en was 14,2 biggen per zeug gemiddeld in 2014 ten opzichte van 11,4 in 2001. De biggen die geboren worden zijn door de steeds groter wordende worpgrootte (toom) vaker kleiner en daardoor zwakker. Bovendien is er het risico dat ze te weinig melk krijgen, aangezien het aantal biggen dat geboren wordt, sneller stijgt dan het aantal tepels van de zeug. Van de biggen die dood geboren worden, behoort 75% bij de laatste 3. Vooral bij oudere zeugen duurt de bevalling namelijk langer door slappere baarmoederspieren. Ook wordt bij oudere zeugen vaker de bevalling opgewekt door oxytocine-injecties, met als risico dat de nageboorte eerder loslaat, waardoor de nog niet geboren biggetjes kunnen sterven aan een zuurstoftekort. Het kunstmatig opwekken van de geboorte met oxytocine gebeurt vaak ook nog eens te vroeg, waardoor de geboren biggen nog kleiner en zwakker zijn. In 2012 werd geschat dat ⅓ van alle varkenshouders in Vlaanderen de bevalling kunstmatig opwekte. De belangrijkste oorzaken van sterfte na de geboorte zijn ziekte en doodliggen. Doodliggen is het verschijnsel dat de zeug op de biggen gaat liggen of op een andere manier de big dooddrukt. Ook hier geldt dat het risico bij grotere worpen en biggen met een laag geboortegewicht groter is. Daarnaast hebben zeugen vaak poot\u002Fklauwproblemen en een slechte spierconditie als gevolg van langdurig staan, weinig bewegen en selectief fokken. Hierdoor hebben ze minder controle over het gaan liggen. Vandaar dat zeugen over het algemeen in een zogenoemde kraamkooi worden opgesloten, waarin ze zich nauwelijks kunnen bewegen, zodat de kans op het doordrukken van de biggetjes (die wel uit de kooi kunnen) wordt verkleind. Varkens zijn van nature dieren die een nest bouwen om in te bevallen. Echter, in de reguliere varkenshouderij kunnen ze géén uiting geven aan dit natuurlijke gedrag. Hierdoor zijn zeugen vlak voor de bevalling erg onrustig en hebben ze soms tijdens het bevallen nog nestbouwneigingen, wat het risico op dooddrukken vergroot. Ten slotte wordt er selectief gefokt op snelle gewichtstoename en veel biggen per worp, wat ten koste gaat van andere eigenschappen zoals een goed moederinstinct, waarbij zeugen alerter reageren op biggen. Samengevat sterft dus 1 op de 5 biggen. Zeugensterfte Zeugen zijn in de moderne veehouderij ware productiemachines geworden; ze moeten in een zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk biggen produceren. Zo gauw de “productie” afneemt, neemt hun economische waarde ook af en worden ze afgevoerd naar het slachthuis en vervangen. Normaal gesproken heeft een zeug gemiddeld 6 keer biggen gehad (geworpen). Hierna neemt het aantal doodgeboren biggen toe. Een zeug haalt daarom hooguit het vierde levensjaar. Echter, een groot aantal zeugen haalt dit niet door vervroegde afvoer of uitval. Vervroegde afvoer vindt plaats wanneer de productiviteit onvoldoende is. Vruchtbaarheidsproblemen en kreupelheid zijn de belangrijkste oorzaken voor vervroegde afvoer van zeugen. Uitval is vakjargon voor plotselinge sterfte of het ontstaan van dusdanig letsel dat een zeug ter plekke wordt afgemaakt. Internationale cijfers laten zien dat de gemiddelde zeugensterfte de laatste jaren stijgt en kan oplopen tot 10%. Dit wordt toegeschreven aan de toename in bedrijfsgrootte en de verhoogde lichamelijke belasting van zeugen. Rondom het werpen is het risico van sterfte het hoogst, aangezien zeugen dan de meeste stress ervaren. Ook is er een verhoogde sterfte in de zomer als gevolg van hittestress. Stalbranden Stalbranden en met name de frequentie waarmee ze voorkomen zijn helaas ook een typisch gevolg van de huidige vorm van dierenhouderij. In 2016 kwamen maar liefst 13.592 varkens om in 8 stalbranden. In 2017 waren er dat ongeveer 50.000 in 7 branden. Doordat het aantal varkens per bedrijf nog steeds toeneemt, neemt het aantal slachtoffers per stalbrand ook toe. Stallen met dieren vormen sowieso een hoog brandrisico. Zo is de kans dat er een brand ontstaat bij een pluimveebedrijf 8 keer hoger dan bij een normale woning en bij een varkensbedrijf 6 keer. Aangezien de meeste dieren niet zelfredzaam zijn (met name varkens en kippen), de evacuatiemogelijkheden nihil zijn en er vaak maar 1 tot enkele personen aanwezig zijn op honderden tot soms wel duizenden dieren, zijn de overlevingskansen zeer gering. Ten slotte is Nederland een van de weinige landen waar automatische blusinstallaties géén gemeengoed zijn. Al blijft de vraag of dit veel zal helpen, aangezien de meeste branden zich razendsnel verspreiden via isolatiemateriaal in het plafond en het dak, waar bijvoorbeeld een sprinklerinstallatie géén invloed op heeft.",{"id":295,"to":296,"title":297,"titles":298,"level":127,"content":299},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken#keurmerken","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fkeurmerken","Keurmerken",[9,64,297],"Keurmerken Het leven van een varken - Keurmerken Keurmerken Het leven van een varken - Keurmerken Keurmerken De varkensindustrie heeft vele keurmerken en projecten die claimen garant te staan voor meer dierenwelzijn. Veel beweringen zijn echter lastig te controleren, aangezien er geen eenduidigheid over termen heerst en wettelijke kaders vaak ontbreken. Zo is bijvoorbeeld de invulling van de term “scharrel” niet wettelijk vastgesteld. De regels voor het scharrelvleeskeurmerk zijn opgesteld door PROduCERT; echter, de voorwaarden worden niet vermeld op hun website en moeten worden opgevraagd via e-mail. De belangrijkste officiële keurmerken met betrekking tot dierenwelzijn zijn weergegeven in tabel 1, met een samenvatting van de bijbehorende eigenschappen. In figuur 2 is het aandeel van de verschillende beter leven keurmerken weergegeven. GangbaarBeter Leven ★Beter Leven ★★Beter Leven ★★★Milieukeur2Skal BiologischScharrelOppervlakte per varken (m²)0,811,11,31–1,10,8–1,30,7–1,2UitloopneeneeoverdektoverdektneejajaOppervlakte uitloop vleesvarkens (m²)n.v.t.n.v.t.0,71n.v.t.0,4–1,025Uitloop verhard?n.v.t.n.v.t.jajan.v.t.magmagUitloop overdekt?n.v.t.n.v.t.mag volledigmax. 75%n.v.t.max. 75%mag volledigCouperen verbodenneeneejajaneejajaCastratie verbodenneejaneeneejaneeneeAantal dagen biggen bij moeder21–2821–28min. 35min. 42niet vermeldniet vermeldniet vermeldZeug los in kraamhokneeneevanaf 5 dagenvanaf 3 dagenniet vermeldjavanaf 4 dagenVerrijkingsmateriaalkettingtouw, hout, strokokerstrostroja1ja1stroTransport biggen (max. uur)onbeperkt644\u002F62niet vermeldniet vermeldniet vermeldTransport vleesvarken (max. uur)onbeperkt866niet vermeldniet vermeldniet vermeld 1 Niet nader gespecificeerd. 2 4 voor biologisch en 6 voor niet-biologisch. Bij biologische varkenshouderij zijn er 2 keurmerken, namelijk het EKO-keurmerk en het Europees biologisch keurmerk. Bij het Beter Leven keurmerk 3 sterren, wordt er onderscheid gemaakt tussen niet-biologisch (Livar) en biologisch. Het verschil zit in de oppervlakte per dier voor de overdekte uitloop. Wat opmerkelijk is, is dat bij biologisch varkensvlees castratie niet verboden is. Vrij uitloop klinkt overigens mooier dan het is. Zo mogen de uitlopen verhard zijn en mogen ze in de meeste gevallen tot 75% overkapt zijn. Weidegang geldt alleen voor drachtige zeugen (Beter Leven 3-sterren). De ruimte per varken is minimaal voor de meeste keurmerken (0,6-1,0 m2 voor vleesvarkens en 1,0-2,5 m2 voor zeugen). Alleen scharrelvarkens hebben meer ruimte in de uitloop (25 m2). Zoals eerder genoemd wordt er voor hobbyvarkens bijvoorbeeld een oppervlakte van minimaal 75 m2 aanbevolen. Meer ruimte kan echter ook nadelen hebben in de moderne veehouderij. Zo is onderzocht dat bij biologische varkenshouders de biggensterfte tot aan het spenen een stuk hoger ligt (± 20%) dan bij reguliere huisvesting (13%). Uit een ander onderzoek bleek dat bij los werpen het aantal doodliggers tijdens de geboorte lager was dan regulier, maar na het werpen hoger. Risicofactoren voor doodliggen zijn met name een groot aantal biggetjes, laag geboortegewicht van de biggetjes, gesteldheid van de benen van het moedervarken en stress bij het moedervarken en\u002Fof de biggetjes (competitie om moedermelk, geen goede moedereigenschappen door selectief fokken etc.). Ook al heeft het moedervarken meer ruimte, door de zeer onnatuurlijke leefomstandigheden en het selectieve fokken leidt dit dus niet automatisch tot een hoger welzijn van de varkens.",{"id":301,"to":302,"title":210,"titles":303,"level":127,"content":304},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen#natuurlijk-leven","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-leven",[9,69,210],"Natuurlijk leven Benauwde minuten voor kerstkalkoen - Natuurlijk leven Natuurlijk leven Benauwde minuten voor kerstkalkoen - Natuurlijk leven Wilde kalkoenen zijn oorspronkelijk afkomstig uit Zuid- en Midden-Amerika waar ze in dennen- en eikenbossen leven. Hun leefgebied is 160 tot meer dan 800 hectare groot. Het grootste deel van de dag zijn ze bezig met voedsel zoeken, zoals bessen, bladeren, gras, noten, zaden, insecten en wormen. Ook wordt veel tijd besteed aan stof- en zonnebaden en de verzorging van hun veren. Wilde kalkoenen kunnen vliegen. Ze slapen in bomen waar ze veilig zijn voor roofdieren. Kalkoenen zijn sociale dieren die in groepen leven. Buiten het broedseizoen zijn er aparte mannen- en vrouwengroepen. Een vrouwengroep bestaat uit meerdere hennen met hun kinderen, waardoor een groep tot 200 leden kan tellen. Toch zijn kalkoenen perfect in staat om elkaar te herkennen. Het broedseizoen ligt zoals bij de meeste vogels in het voorjaar. Mannelijke kalkoenen sluiten zich dan aan bij vrouwengroepen, om zich na de paartijd weer af te scheiden. Een bevruchte hen legt een tiental eieren, gespreid over een periode van 2 weken. Eind mei, begin juni, komen de kuikens uit. Ze lopen meteen achter hun moeder aan. De hen leert haar kinderen naar eten scharrelen. De eerste 3 tot 4 weken slapen de kuikens op de grond, onder de vleugels van hun moeder. Eens ze kunnen vliegen, slapen ze net als hun oudere soortgenoten in bomen. Omdat kalkoenen prooidieren zijn, hebben ze een sterk vluchtinstinct. Als vluchtdieren zijn ze erg gevoelig voor stress, harde geluiden en andere zaken die hen doen opschrikken. Wilde kalkoenen worden ongeveer 3 tot 5 jaar oud.",{"id":306,"to":307,"title":308,"titles":309,"level":127,"content":310},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen#de-sjroete-farm","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen\u002Fhoofdstukken\u002Fde-sjroete-farm","De Sjroete Farm",[9,69,308],"De Sjroete Farm Benauwde minuten voor kerstkalkoen - De Sjroete Farm De Sjroete Farm Benauwde minuten voor kerstkalkoen - De Sjroete Farm In het Limburgse Helden fokken Ruud en Sabrina Bos vleeskalkoenen voor de productie van “bourgondisch weidekalkoenvlees”. Naar de consument toe profileren de fokkers zich als ambachtelijke boeren met een ‘onuitputtelijke liefde’ voor hun dieren. Op hun website en via social media wordt een diervriendelijk beeld geschetst van hun ‘Sjroete Farm’. Ruud en Sabrina hebben omwille van dierenwelzijn bewust gekozen voor ‘Caringa Cartier’ kalkoenen, een ‘langzaam groeiend’ ras met ‘chique zwarte veren’. De dieren mogen heerlijk rondscharrelen in een ‘kruidenwei’ die hun natuurlijke omgeving ‘perfect nabootst’. Het slachten van de dieren gebeurt op de boerderij en verloopt ‘diervriendelijk’ en ‘met respect voor het dier’. Vergunningsdocumenten van het bedrijf geven een meer realistische kijk op het fokken en slachten van kalkoenen bij de Sjroete Farm. Het bedrijf beschikt over 3 naast elkaar gelegen stallen voor in totaal ruim 9000 kalkoenen. Slechts 1 stal heeft een uitloop. De uitloop is kaal grasland, wat niet afgestemd is op de natuurlijke noden van de dieren. Kalkoenen zijn net als kippen bosdieren en prooidieren, die zich pas veilig voelen als er voldoende bomen en struiken in de uitloop staan. Om de 4 weken koopt de Sjroete Farm nieuwe eendagskuikens aan bij een broederij. De kuikens groeien moederloos op. Na 4 tot 6 weken in de gesloten kuikenstal worden ze verplaatst naar de middelste stal. Ook deze stal heeft geen uitloop. Jonge kalkoenen groeien er op tot de leeftijd van 10-11 weken. Pas dan worden ze verplaatst naar een derde stal met een uitloop. In deze stal verblijven de dieren tot ze geslacht worden. Hoewel de term ‘langzaam groeiend ras’ bij consumenten de verwachting wekt dat de kalkoenen een lang leven krijgen, is er weinig verschil in slachtleeftijd met snelgroeiende dieren. De bekende witte ‘plofkalkoenen’ worden geslacht op de leeftijd van 16 tot 20 weken. De Caringa Cartier kalkoenen bij de Sjroete Farm worden geslacht op de leeftijd van 18 tot 24 weken. Overigens komen bij alle vleeskalkoenrassen welzijnsproblemen voor. De dieren zijn door selectief fokken veel zwaarder gebouwd dan hun natuurlijke soortgenoten, wat hun welzijn en gezondheid niet ten goede komt. Van het Caringa Cartier-ras is bekend dat ze snel pootproblemen en kreupelheid ontwikkelen, zo blijkt uit een recente studie van landbouwuniversiteit Wageningen.",{"id":312,"to":313,"title":314,"titles":315,"level":127,"content":316},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen#beelden-van-vangen-en-slacht","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen\u002Fhoofdstukken\u002Fbeelden-van-vangen-en-slacht","Beelden van vangen en slachten",[9,69,314],"Beelden van vangen en slachten Benauwde minuten voor kerstkalkoen - Beelden van vangen en slachten Beelden van vangen en slachten Benauwde minuten voor kerstkalkoen - Beelden van vangen en slachten In december 2024 heeft Ongehoord met verborgen camera het levenseinde van kalkoenen bij de Sjroete Farm gefilmd. Op het bedrijfsterrein hebben Ruud en Sabrina een eigen slachterij waar ze wekelijks 400 dieren slachten. Ruud en Sabrina vangen de kalkoenen daartoe uit de stal en doen ze in stalen containers. Dit is voor prooi- en vluchtdieren zoals kalkoenen erg stressvol. Ook uit wetenschappelijk onderzoek is bekend dat het vangen en in containers stoppen van pluimvee een uiterst stressvolle ervaring is, waarbij de vogels veel risico lopen op letsels en vleugelbreuken. Om stress en vangletsels enigszins te beperken binnen het kader van de dierindustrie, bevelen dierenwelzijnsdeskundigen de volgende methode aan: de vanger neemt een kalkoen met één hand vast bij de schouder van een vleugel. Met de andere hand worden beide poten vastgenomen. Bij het optillen moet de vanger de kalkoen dicht tegen zijn lichaam houden. Er wordt maar één vogel tegelijk gedragen. De beste manier om kalkoenen en andere vogels stress te besparen, is uiteraard om hen niet vast te nemen en op te tillen. Vangen van kalkoenen bij de Sjroete Farm Bij de Sjroete Farm worden kalkoenen aan de vleugels opgepakt, vaak met 2 dieren tegelijk. De kalkoenen worden in stalen containers gestopt. Volle containers worden met een verreiker naar de slachterij gereden. Het verplaatsen van de containers gaat gepaard met veel schuddende en schokkende bewegingen. In de slachterij worden de containers opgestapeld. Het slachten van de dieren begint pas de volgende dag. De kratten met kalkoenen worden dan eerst weer verplaatst naar buiten, om vervolgens één voor één naar de slachtlijn gereden te worden. De kalkoenen zitten op dat moment al meer dan 12 uur zonder eten en drinken. Dat is langer dan kalkoenen die vanuit Nederland per vrachtwagen getransporteerd worden naar Duitse slachterijen (wat voor het merendeel van de Nederlandse kalkoenen het geval is). Bovendien is er een wettelijke verplichting om dieren die langer dan 12 uur moeten reizen, ten minste om de 12 uur te laten drinken. Kerstkalkoenen krijgen geen uitloop Op de beelden van Ongehoord is te zien dat niet alle slachtkalkoenen uit de uitloopstal voor slachtrijpe dieren afkomstig zijn. Ruud en Sabrina halen ook dieren uit de middelste stal zonder uitloop, waar de jonge kalkoenen tot 11 weken oud verblijven. De vogels worden in containers gestopt voor de slacht zonder dat ze ooit buiten zijn geweest. Hoewel op de website van de Sjroete Farm vermeld wordt dat omwille van dierenwelzijnsredenen bewust gekozen wordt voor het langzaam groeiende zwarte ras ‘Caringa Cartier’, blijken Ruud en Sabrina in een aparte afdeling van de middelste stal ook gewone witte kalkoenen af te mesten. We zien hen de witte vogels vangen en in containers naar de slachterij brengen. De slacht Nadat de kalkoenen een hele nacht zonder eten en drinken in de containers hebben gezeten, begint de slacht. Ruud Bos trekt de dieren aan hun poten uit de containers en hangt ze ondersteboven aan de slachtlijn. Volgens onderzoek van EFSA is het levend ophangen van slachtvogels zoals kippen en kalkoenen stressvol en pijnlijk. Bij de ophanging aan de haken wordt druk uitgeoefend op de poten, wat pijn veroorzaakt. Vooral kalkoenen kunnen hier, door hun zware gewicht, ernstig onder lijden. Bovendien hebben vogels geen middenrif, waardoor hun organen op hun longen drukken wanneer ze in omgekeerde positie hangen. Dit is pijnlijk en bemoeilijkt het ademhalen. Bos bindt een elastiek om de vleugels van de dieren, omdat ze anders uit stress met hun vleugels klapperen. Dan worden de dieren ondersteboven met hun hoofd door een waterbad gehaald dat onder stroom staat. De dieren worden geëlektrocuteerd om hen buiten bewustzijn te brengen. Vervolgens wordt hun keel opengesneden om hen te laten doodbloeden. De nog levende kalkoenen in de containers bij de slachtlijn zien van dichtbij hoe hun metgezellen het slachtproces ondergaan.",{"id":318,"to":319,"title":320,"titles":321,"level":127,"content":322},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen#dierenwelzijn-als-marketing-tool","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fbenauwde-minuten-voor-kerstkalkoen\u002Fhoofdstukken\u002Fdierenwelzijn-als-marketing-tool","Dierenwelzijn als marketingtool",[9,69,320],"Dierenwelzijn als marketingtool Benauwde minuten voor kerstkalkoen - Dierenwelzijn als marketingtool Dierenwelzijn als marketingtool Benauwde minuten voor kerstkalkoen - Dierenwelzijn als marketingtool Al sinds 2011 voert Ongehoord onderzoek uit naar dieren in de veehouderij. Regulier, biologisch, Beter Leven of andere dierenwelzijnsconcepten: in elk bedrijf stuitte de onderzoeksgroep op dierenleed. De Sjroete Farm vormt hierop geen uitzondering. Het is een zoveelste typisch voorbeeld van hoe dierenwelzijn in de veehouderij een marketingtool is om het imago en de verkoopprijs van vlees te verbeteren. In tegenstelling tot wat consumenten voorgehouden worden op de website van de Sjroete Farm, brengen de ‘bourgondische weidekalkoenen’ ruim de helft van hun leven door in gesloten stallen. De fokkers slagen er niet in om de dieren te houden onder omstandigheden die echt passen bij hun natuurlijke behoeften. De beelden die Ongehoord gemaakt heeft in de slachterij tonen dat het leven van kalkoenen bij de Sjroete Farm, net als voor alle andere dieren in de vleesindustrie, eindigt in stress, angst en pijn.",{"id":324,"to":325,"title":326,"titles":327,"level":127,"content":328},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes#onderzoek-naar-transport-van-koeien-en-kalfjes","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes\u002Fhoofdstukken\u002Fonderzoek-naar-transport-van-koeien-en-kalfjes","Onderzoek naar het transport van koeien en kalfjes",[9,79,326],"Onderzoek naar het transport van koeien en kalfjes Ongehoord filmde in 2025 bij vijf Nederlandse veeverzamelplaatsen hoe koeien en kalfjes worden mishandeld tijdens transport. Structurele misstanden blijven onopgelost. Onderzoek naar het transport van koeien en kalfjes Ongehoord filmde in 2025 bij vijf Nederlandse veeverzamelplaatsen hoe koeien en kalfjes worden mishandeld tijdens transport. Structurele misstanden blijven onopgelost. In de loop van 2025 filmde Onderzoeksgroep Ongehoord hoe koeien en kalfjes behandeld worden in veeverzamelplaatsen. In deze stallen brengt de veetransporteur dieren van verschillende veehouderijen samen. Vervolgens transporteert hij hen naar fokkerijen, mesterijen of slachterijen. Ongehoord filmde 4 tot 18 dagen bij de bedrijven Veveha (Sint-Oedenrode), De Keizer Vee (Oud-Alblas), VVC Noord-Holland (Noordbeemster), De Bruijn Impex (Steenbergen) en Stens Transport (Staphorst). Onze nieuwe beelden kaderen in een grootschalig onderzoeksproject naar diertransport. In 2020 filmden we varkens die bij slachterij Westfort vrachtwagens uitgeslagen werden. In 2022 filmden we hoe varkens met stroomschokken, klappers en opdrijfborden vrachtwagens ingejaagd werden. In 2023 zorgden onze beelden van mishandelde kalfjes en koeien voor ophef in de media, wat leidde tot schorsing van een verzamelplaats. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit beloofde keer op keer verbetering, maar anno 2025 is er niets veranderd. Ongehoord concludeert dat dierenleed bij transport structureel en onoverkomelijk is. Structurele misstanden Uitglijden en vallen Een koe glijdt uit in StaphorstKalf gevallen in st. Oedenrode Ondergronden in vrachtwagens en verzamelplaatsen liggen er vaak glad bij. De vloer is bevuild met uitwerpselen en urine, waarin dieren uitglijden. We zien in verzamelplaatsen vaak geen roosters, waardoor urine en mest zich nog meer opstapelen. Ook op laadkleppen lopen de dieren een grote kans om te vallen, omdat ze door hun slechte dieptezicht de helling van de klep niet goed kunnen inschatten. Vallen en uitglijden wordt ook in andere onderzoeken genoemd als een belangrijk risico, waarbij dieren verwondingen en huidletsels kunnen oplopen. Op de nieuwste beelden van Ongehoord zien we kalfjes vallen bij het uitladen in Sint-Oedenrode. Bij VVC Noord-Holland en Stens Transport zien we meermaals dieren uitglijden. Ook in 2023 filmde Ongehoord een vallend kalfje in de verzamelplaats van veehandel Van der Walle, en meerdere koeien die uitgleden in de verzamelplaats van T. Kuiper Transport. Kreupele dieren Kreupele koe in NoordbeemsterKreupele koe met abces in Staphorst Hoewel transport van kreupele dieren verboden is door de Europese transportverordening, zijn in de verzamelplaatsen van De Keizer Vee, VVC Noord-Holland, Stens Transport en De Bruijn Impex koeien aanwezig die kreupel lopen. De koeien steunen niet op vier voeten, omdat dat pijnlijk is. We zien dieren met opgezwollen gewrichten en gekromde rug. Koeien krommen hun rug om pijnlijke poten te ontlasten. Hetzelfde zagen we in 2023 bij de verzamelplaatsen van Dane (Oudemolen) en Kuiper (Hoogblokland). Omdat ze pijn hebben, stappen kreupele koeien moeizaam en traag vooruit, waardoor ze nog meer risico lopen om met geweld opgedreven te worden. Gebrek aan rust Gebrek aan rust door ruimtegebrek in Staphorst Onder normale omstandigheden hebben koeien de behoefte om minimaal 12 uur per dag te liggen. Neerliggen is belangrijk om de klauwen te ontlasten en om te kunnen herkauwen en rusten. Voor zwakke en kreupele koeien is de behoefte om te liggen nog groter. Wanneer koeien te lang moeten rechtstaan ervaren ze stress. Onvoldoende kunnen rusten of liggen behoort volgens wetenschappelijk onderzoek tot de belangrijkste risico’s voor melkkoeien op transport of tijdens verblijf op verzamelplaatsen. In de verzamelplaats van Stens Transport zien we koeien (waarvan sommigen duidelijk kreupel) meer dan 17 uur rechtop. Door het ruimtegebrek in de propvolle hokken of omdat de vloer bedekt is met een dikke laag urine en mest, willen de meesten niet gaan rusten. Een koe die het niet meer volhoudt, gaat noodgedwongen in de brei van urine en poep liggen. Gebruik van stroomstootwapens Veehandelaar gebruikt stroomstootwapen in Oud-Alblas Hoewel het gebruik van stroomstootwapens al jaren omstreden is, behoren ze nog steeds tot de standaarduitrusting van veehandelaars en transporteurs. Bij Veveha, De Keizer Vee en De Bruijn worden stroomstootwapens gebruikt om runderen op te drijven. Vaak zijn kreupele dieren die traag bewegen het mikpunt. Dat zagen we ook in 2023 bij Dane en Kuiper. Bij Veveha en VVC Noord-Holland worden stroomschokken gegeven aan jonge kalfjes, wat verboden is volgens de EU-transportverordening. In 2023 filmden we het gebruik van stroomstootwapens op kalfjes in de verzamelplaats van Vanlommel, België’s grootste kalfsvleesproducent. Slaan met stokken of andere werktuigen Koe wordt geslagen met een vloertrekker in StaphorstKoe wordt geslagen met een knuppel in Noordbeemster In alle onderzochte locaties worden stokken routinematig gebruikt om dieren op te drijven, zowel bij koeien als jonge kalfjes. Wanneer dieren niet snel genoeg voortbewegen, wordt hard geslagen met de stokken, waarbij gevoelige lichaamsdelen zoals het hoofd geraakt worden. Stokken worden ook gebruikt om tegen de billen of in de flank van dieren te porren, wat erg pijnlijk is. In verzamelplaatsen waar geen stroomstootwapens gebruikt worden, wordt nog harder en meer met stokken geslagen. Dat zien we in VVC Noord-Holland, waar koeien op alle delen van hun lichaam worden geslagen met stokken en knuppels. Bij Veveha zien we hoe een veehandelaar naar een kalf slaat met een spade. Bij De Keizer Vee wordt een zieke koe op het hoofd geslagen met een bezem. Op de andere locaties zagen we transporteurs slaan met de opdrijframmelaar, een stalen pin, een vloertrekker en een multomap. In 2023 filmden we hoe dieren bij Dane geslagen en geprikt werden met een hooivork. Schoppen, slaan met de handen, aan staarten en oren trekken Veehandelaar trekt kalfje aan staart in st. OedenrodeKoe wordt geschopt in Oud-Alblas Wanneer transporteurs geen stokken of stroomstootwapens bij de hand hebben, gebruiken ze hun handen en voeten om dieren op te drijven. Ze slaan, trappen of trekken aan oren en staarten om dieren in beweging te krijgen. Vooral kalfjes, nog te klein en te zwak om zich te verzetten, worden regelmatig voortgetrokken aan hun staart of oren. We zien het gebeuren bij Veveha en VVC Noord-Holland, waar kalfjes geduwd en geslagen worden met de hand en aan hun staart worden voortgetrokken. We zagen dit in 2023 ook bij kalverhandelaars Vanlommel en Van der Walle. Excessief geweld tegen zieke dieren Koe wordt op hoofd geslagen met bezemLevende koe wordt met shovel weggesleept in Oud-Alblas In de verzamelplaats van De Keizer Vee werd een koe aangevoerd die niet meer overeind raakt. De koe wordt door directeur Niek de Keizer en een medewerker geschopt, aan de staart getrokken, aan de poten getrokken, in het gezicht geslagen met een bezem en langdurig gepijnigd met een stroomstootwapen. Directeur Niek dient de koe meer dan 40 stroomschokken toe. Als dat niets uithaalt, wordt het dier een nacht aan haar lot overgelaten. De volgende dag wordt ze bij vol bewustzijn met de achterpoten vastgebonden aan een shovel en weggetakeld. Dezelfde taferelen zagen we in 2023 in de verzamelplaats van veehandel Dane in Oudemolen. Daar werd een doodzieke koe, na langdurige mishandeling, opgetakeld met een heupklem om haar daarna weg te slepen met een shovel. Overzicht van de bedrijven De Keizer Vee, Heiweg 4, Oud-alblas (Zuid-Holland) De Keizer Vee vermeldt op haar website inkoop en verkoop van kalveren en koeien, voor melk- of vleesproductie, zowel fokdieren als slachtdieren. Het bedrijf is door Skal gecertificeerd en telt onder haar klanten veel biologische veehouderijbedrijven. Naast transport binnen Nederland, exporteert De Keizer Vee ook koeien naar Koeweit, Rusland en Ethiopië. Tijdens de 4 dagen die Ongehoord gefilmd heeft, waren voornamelijk uitgemolken koeien aanwezig. Aangezien er geen NVWA-keuringen werden uitgevoerd, weten we dat de dieren bestemd waren voor Nederlandse slachterijen (NVWA-toezicht in verzamelplaatsen gebeurt alleen bij vertrek van exportdieren). De Keizer Vee presenteert zich op de bedrijfswebsite als een betrouwbaar familiebedrijf met jarenlange ervaring en vakkennis. Directeur Niek de Keizer kreeg, volgens de website, “de liefde voor dieren met de paplepel ingegoten.” Op de beelden van Ongehoord mishandelt Niek een ernstig zieke koe langdurig met een stroomstootwapen. Uit de website en de bedrijfsfilm blijkt dat De Keizer Vee nauw samenwerkt met veetransporteur Vandommelen uit Woerden. Uit een rapportage (2023) die Ongehoord vorig jaar opvroeg, bleek dat de NVWA tijdens exportkeuringen bij Vandommelen haast wekelijks runderen opmerkte die kreupel liepen of andere ernstige gezondheidsproblemen vertoonden. Ongehoord vroeg indertijd ook informatie op over De Keizer Vee, maar de NVWA kon voor heel het jaar 2023 geen enkel inspectieverslag voorleggen. Ook op de recente beelden van Ongehoord schittert de NVWA in afwezigheid. Volgens Niek de Keizer worden niet de koeien, maar de boeren in Nederland hard aangepakt. Daarom nam hij deel aan de beruchte trekkerdemonstraties in den Haag , waar Geert Wilders de boeren prees om hun enorme export en hen opjutte om zich te blijven verzetten tegen stikstofmaatregelen. De Keizer Vee noemt “transparantie in hun doen en laten” een belangrijke kernwaarde van het bedrijf. Ongehoord levert hier graag een bijdrage aan met de publicatie van de beelden. Veeverzamelcentrum Noord-Holland, Middenweg 5, Noordbeemster (Noord-Holland) VVC Noord-Holland is het verzamelcentrum van veehandelaar Richard Nelis. Het bedrijf heeft een vergunning om runderen (kalfjes en volwassen dieren), schapen en geiten te verzamelen. Tijdens de 4 dagen die Ongehoord er gefilmd heeft, waren er volwassen runderen aanwezig, bestemd voor Nederlandse klanten (aangezien er geen NVWA-keuringen uitgevoerd werden). We filmden ook jonge kalfjes, bestemd voor kalvermesterijen. VVC Noord-Holland is door belangenorganisatie Vee & Logistiek erkend als ‘Verzamelcentrum Kalveren’. De erkenningsregelingen van Vee&Logistiek hebben niets te maken met officiële overheidserkenningen of -vergunningen, ze hebben louter als doel vertrouwen op te wekken bij klanten en het imago van bedrijven en van de sector te bevorderen. Er is weinig openbare informatie beschikbaar over het bedrijf. VVC Noord-Holland\u002FVeehandel Nelis heeft geen bedrijfswebsite, maar biedt regelmatig dieren te koop aan via hun facebookpagina. Veveha, Zwijnsbergen 3, Sint-Oedenrode (Noord-Brabant) Veveha is een verzamelplaats voor kalfjes en volwassen runderen, zowel binnen Nederland als voor export. Tijdens de 4 dagen die Ongehoord er gefilmd heeft, waren zowel kalfjes als koeien aanwezig. Veveha heeft geen openbare website, is niet actief op social media en werkt nooit mee aan artikelen of reportages in de pers. Eigenaar van het bedrijf is Martien Verhagen, een lobbyist van de dierindustrie en te zien op de beelden van Ongehoord. Verhagen zetelt in het bestuur van Veepro, een onderdeel van Vee&Logistiek (de belangenorganisatie voor Nederlandse veehandelaars, verzamelaars en diertransporteurs). Binnen Vee&Logistiek richt Veepro zich specifiek op de export. Veepro stelt zich als hoofddoel om fokrunderen vanuit Nederland te verhandelen en transporteren over heel de wereld. Om nog meer exportmarkten te openen, organiseert Veepro beurzen, conferenties en handelsmissies. Veepro werkt nauw samen met het ministerie van Economische zaken en met de NVWA, die instaat voor de exportdocumenten van dieren. Onder de leden van Veepro treffen we ook veehandel Dane (Oudemolen) aan, De Keizer Vee (Oud-Alblas), en uiteraard Veveha, het bedrijf van bestuurslid Martien Verhagen. Op al deze locaties filmde Onderzoeksgroep Ongehoord dierenmishandeling. De Bruijn Impex, Zegblokswegje 2, Steenbergen (Noord-Brabant) Ook De Bruijn Impex lijkt de publiciteit te schuwen: geen website, geen social media en nooit in de pers. Volgens het register van de NVWA gaat het om een verzamelplaats voor runderen, schapen en geiten. Ongehoorde filmde gedurende 9 dagen de activiteiten in de afdeling voor runderen. De Bruijn werkt samen met T. Kuiper Transport, het bedrijf waar Ongehoord in 2023 kreupele en mishandelde koeien filmde. Stens Transport, Industrieweg 42, Staphorst (Overijssel) In Staphorst filmde Ongehoord gedurende 18 dagen de aan- en afvoer van runderen, waaronder veel kreupele dieren. Stens Transport vervoert dagelijks runderen voor diverse veehandelaars naar vrijwel alle slachthuizen in Nederland. Stens meldt op haar website “zich niet bezig te houden met langeafstandstransporten”. Omwille van dierenwelzijn zijn hun vrachtwagens maximaal 8 uur onderweg. Dat de bekommernis van Stens om dierenwelzijn niet al te ernstig moet worden genomen, blijkt uit een andere ‘specialisatie’ van het bedrijf. In opdracht van diverse veehandelaars brengt Stens fokrunderen voor export naar andere verzamelaars, die de dieren wel over grote afstanden vervoeren. Fokrunderen worden vanuit Nederland wereldwijd getransporteerd, waarbij de totale reisduur kan oplopen tot meerdere dagen. Onderweg worden de dieren herhaaldelijk in- en uitgeladen bij verzamelstallen en controleposten, wat betekent dat ze de stressvolle omstandigheden van het opdrijven meermaals ondergaan.",{"id":330,"to":331,"title":332,"titles":333,"level":127,"content":334},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes#nvwa-toezicht","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes\u002Fhoofdstukken\u002Fnvwa-toezicht","NVWA Toezicht",[9,79,332],"NVWA Toezicht De NVWA belooft al jaren verbetering, maar toezicht op diertransport blijft gebrekkig. Schorsingen blijken schijnmaatregelen en misstanden gaan gewoon door. NVWA Toezicht De NVWA belooft al jaren verbetering, maar toezicht op diertransport blijft gebrekkig. Schorsingen blijken schijnmaatregelen en misstanden gaan gewoon door. Dane en Kuiper: maatregelen voor de bühne Naar aanleiding van onze publicatie in april 2023 verklaarde de NVWA in de media dat veehandelaar Dane (Oudemolen) al langer onder ‘verscherpt toezicht’ stond, en dat het bedrijf meteen was stilgelegd. Een maatregel voor de bühne, want Ongehoord filmde tijdens de periode van schorsing rondrijdende veewagens van Dane. Later bleek dat de NVWA de vergunning van zijn verzamelplaats tijdelijk had ingetrokken, maar zijn veehandel, diertransport en fokkerij ongemoeid had gelaten. In augustus 2023 mocht ook Danes verzamelplaats weer open. De NVWA verklaarde in de media “alle vertrouwen te hebben” in Dane’s verbeterplan en in “de grote stappen” die het bedrijf had gezet. Vreemd genoeg werd een WOO-verzoek van Ongehoord over de verbeteringen bij Dane door de NVWA geweigerd. Over de misstanden in de verzamelplaats van Teus Kuiper (Hoogblokland) zweeg de NVWA aanvankelijk in alle talen. Pas toen EenVandaag aandrong op informatie, werd bekendgemaakt dat het bedrijf niet geschorst was, maar wel onder verscherpt toezicht geplaatst. “Extra controles moeten ervoor zorgen dat het dierenwelzijn wordt gewaarborgd”, aldus de NVWA. Op de nieuwe beelden van Ongehoord is een transporteur van Kuiper te zien die anno 2025 nog steeds koeien wagens inslaat. Op Respect Vee, de reclamewebsite van belangenorganisatie Vee&Logistiek, werd het bedrijf begin dit jaar nog in het zonnetje gezet. Wilco Kuiper, zoon van directeur Teus, mocht er vertellen hoe dieren in hun verzamelplaats “optimale zorg krijgen”, en hoe hij van zijn vader en broer leerde “hoe je vee op een respectvolle manier vervoert”. NVWA-toezicht: al jaren een drama Het NVWA-toezicht ligt al jaren onder vuur. Hoewel de toezichthouder herhaaldelijk met ‘aangescherpte regels’ kwam, blijken misstanden bij diertransport onoverkomelijk te zijn. In 2019 raakte de NVWA in opspraak omwille van exportcertificaten voor ernstig zieke dieren. Uit het 2Solve-rapport over NVWA bleek dat er sterke verschillen waren in de manier waarop toezichthouders normen interpreteren en handhaven. Een dier dat door de ene inspecteur als ernstig ziek wordt beoordeeld, kan door een andere goedgekeurd worden voor transport. Sommige dierenartsen treden op tegen misstanden, anderen laten een overtreding voor wat het is. In reactie op de kritiek voerde de NVWA in 2019 “vierogen toezicht” in bij exportkeuringen. Dit hield in dat een tweede inspecteur werd ingezet om de transportwaardigheid van dieren te beoordelen. In april 2021 besloot het landbouwministerie dat de NVWA de “Europese richtsnoeren voor transportwaardigheid” moest gebruiken bij het beoordelen van de conditie van dieren. In september 2021 kaartte Ongehoord via opgevraagde inspectiedocumenten aan dat dieren niet geholpen waren met het vier-ogen toezicht en de richtsnoeren: ernstig zieke en kreupele dieren werden nog steeds naar slachterijen vervoerd. Hoewel de NVWA in 2021 beweerde dat de kritiek van Ongehoord “achterhaald” was (34), kwam de toezichthouder in 2023 opnieuw met aangescherpte regels, omdat het vier-ogen-toezicht en de richtsnoeren uiteindelijk toch niet succesvol bleken te zijn. Nog in 2023 filmde Ongehoord ernstig zieke koeien in verzamelplaatsen, en getuigden NVWA-klokkenluiders bij EenVandaag dat zieke dieren nog steeds aangevoerd werden in slachterijen. “Handelaren en transporteurs seinen elkaar in waar een strenge dierenarts staat en waar een soepele. En als daar strengere inspecties komen, dan gaan de transporten weer ergens anders naartoe.” Inspecteurs die wel willen optreden voelen zich tegengewerkt. Ze komen in discussie met hun leidinggevenden, of worden zelfs teruggefloten. Uit een WOO-verzoek van Varkens in Nood bleek in 2024 dat de NVWA tijdens haar (beperkte) controles tientallen zieke en kreupele koeien opmerkte bij het lossen van vrachtwagens in slachterijen. Toezichtsmaatregelen en boetes hebben niet het minste effect op de industrie. Zoals te zien op de nieuwe beelden van Ongehoord, is de NVWA er anno 2025 nog niet in geslaagd om de problemen rond transportwaardigheid van dieren op te lossen. Net als in 2023 filmde ons onderzoeksteam meerdere kreupele koeien in meerdere verzamelplaatsen. Toezicht volgens de regels van de industrie De Europese transportverordening is duidelijk: wanneer dieren “niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen”, mogen ze niet op transport. Dat een kreupele koe pijn heeft wanneer ze beweegt, valt niet te betwisten. Afwijkend loopgedrag, ook in lichte mate, wijst altijd op pijn: de koe past haar loopgedrag aan omdat ze probeert een pijnlijke zone in het lichaam te ontlasten. Het transportverbod voor kreupele koeien gaat in tegen de financiële belangen van de dierenindustrie. Het vlees van een kreupele koe houdt geen gevaren in voor de voedselveiligheid en brengt dus geld op in het slachthuis. Wanneer veehouders kreupele koeien niet op transport mogen zetten naar een slachterij, moeten ze kosten betalen voor behandeling of euthanasie en destructie. In 2012 kwam de Europese lobby van de dierindustrie met “Europese Richtsnoeren voor transportwaardigheid van runderen”. Dit is een brochure waarin de industrie haar eigen invulling geeft aan de voorschriften uit de transportverordening. Volgens de industrie kunnen koeien met lichtere vormen van kreupelheid wel op transport. In de richtsnoeren werd een “beoordeling van kreupelheid” opgenomen volgens welke “koeien met gebrekkige mobiliteit” of met “verminderde mobiliteit” wel getransporteerd mogen worden. Het gaat bijvoorbeeld om koeien die “met verkorte stappen en gekromde rug lopen” (wat een teken van pijn is). Pas wanneer een koe niet meer in staat is op haar 4 poten te steunen, is haar mobiliteit “sterk aangetast” en mag ze volgens de lobby niet op transport. Het kostte de invloedrijke vee-lobby weinig moeite om haar richtsnoeren te promoten bij de autoriteiten van Europese lidstaten. Hoewel ze in strijd zijn met de oorspronkelijke transportverordening, besloot ook het Nederlandse landbouwministerie dat de NVWA de richtsnoeren van de industrie moet gebruiken bij de veterinaire keuringen. Met de richtsnoeren zet de dierindustrie regels die haar slecht uitkomen naar haar hand. Koeien met lichtere vormen van kreupelheid kunnen nu wel naar slachthuizen vervoerd worden, ondanks dat de dieren pijn hebben, de reisomstandigheden voor hen extra belastend zijn en in wetenschappelijk onderzoek aangetoond is dat kreupelheid tijdens transport nog verergert. Volgens BuRo neemt kreupelheid toe vanaf een transport van circa 3 uur. Ook herhaaldelijk lossen en laden, zoals het geval is bij transport via verzamelplaatsen, zorgt voor toenemende kreupelheid en extra lijden. In Nederland ligt de transportduur van koeien die rechtstreeks naar een slachthuis gaan tussen 1 en 8 uur. Transport via verzamelplaatsen naar Nederlandse slachterijen duurt 10 tot 20 uur. Wanneer koeien via verzamelplaatsen naar buitenlandse slachterijen gaan (België, Duitsland) kan de transportduur oplopen tot 30 uur. De NVWA lijkt zelf ook stilaan in te zien dat de richtsnoeren van de industrie alleen maar voor meer misstanden zorgen. Begin 2025 werd beterschap beloofd met “een nieuw beoordelingsprotocol”. Helaas heeft de toezichthouder weinig geleerd uit het verleden: ook dit protocol wordt opgesteld “in samenwerking met de industrie”. Ongehoord gelooft niet dat andere protocollen of verdere aanscherping van regels verandering zullen brengen. Met BBB aan het hoofd van het landbouwministerie (waaronder ook de NVWA valt) is de macht en de invloed van de vee-lobby alleen nog groter geworden. BBB is voorstander van “vereenvoudigd toezicht”, waarbij de rol van de NVWA nog verder ingeperkt wordt. Toezicht en keuringen worden zo in handen gegeven van de marktpartijen zelf. De NVWA moet “vertrouwen hebben in de bedrijven”, misstanden moeten gezien worden als “vergissingen”, het huidige boetebeleid wordt nog meer afgezwakt en er moeten meer mogelijkheden komen om ongeschikte dieren toch te slachten.",{"id":336,"to":337,"title":338,"titles":339,"level":127,"content":340},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes#nieuwe-welzijnsmaatregelen-op-komst","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes\u002Fhoofdstukken\u002Fnieuwe-welzijnsmaatregelen-op-komst","Nieuwe welzijnsmaatregelen op komst",[9,79,338],"Nieuwe welzijnsmaatregelen op komst Verbod op stroomstootwapens en cameratoezicht in verzamelplaatsen klinken goed, maar blijken schijnoplossingen die het geweld tegen dieren niet voorkomen. Nieuwe welzijnsmaatregelen op komst Verbod op stroomstootwapens en cameratoezicht in verzamelplaatsen klinken goed, maar blijken schijnoplossingen die het geweld tegen dieren niet voorkomen. In reactie op de groeiende maatschappelijke kritiek op diertransport komen industrie en overheid met nieuwe maatregelen. Ongehoord ziet welzijns- en toezichtsmaatregelen voor diertransport als een schijnoplossing. Ze voorkomen het geweld bij laden en lossen niet en veranderen niets aan het kernprobleem van zuivelproductie: de eindeloze stroom uitgeputte koeien en ongewenste kalfjes. Bovendien hebben welzijnsmaatregelen vaak een keerzijde. Verbod op stroomstootwapens Om geweld tegen dieren aan banden te leggen, is een verbod op stroomstootwapens in de maak. De beelden van Ongehoord tonen dat een verbod geen zoden aan de dijk zet. Waar transporteurs geen stroomstootwapen bij de hand hebben, worden dieren nog harder en meer geslagen met stokken, geschopt of aan hun oren en staarten voortgetrokken. Ongehoord waarschuwt hier al jaren voor. In 2023 kwamen we tot dezelfde bevindingen in andere verzamelplaatsen. In 2020 filmden we het uitladen van varkens bij Westfort, een slachterij die zelf het initiatief had genomen om stroomstootwapens binnen haar muren te verbieden. Dieren werden er hard geslagen met klappers. Toen Westfort ook de klappers verbood en verving door ‘diervriendelijk zwaaien met vlaggetjes’, bleek uit opgevraagde inspectiedocumenten dat varkens geslagen werden met vlaggenstokken. Los van deze bezwaren is het maar de vraag hoe de NVWA toezicht gaat houden op het verbod. De NVWA is meestal niet aanwezig wanneer dieren ingeladen worden bij fokkerijen of verzamelplaatsen en heeft daar ook de capaciteit niet voor. Op het zelfregulerend vermogen van de industrie kunnen we ook niet rekenen. Een verbod op stroomstootwapens bestaat al jaren voor dieren onder het Beter Leven-keurmerk. Hoewel de Dierenbescherming claimt dat de naleving van voorschriften streng gecontroleerd wordt, heeft Ongehoord meermaals gebruik van stroomstootwapens gefilmd bij Beter Leven boerderijen. Cameratoezicht in verzamelplaatsen Naar voorbeeld van cameratoezicht in slachterijen, wordt momenteel gekeken naar mogelijkheden voor cameratoezicht in verzamelplaatsen. In slachterijen heeft cameratoezicht echter niet geholpen om misstanden te voorkomen. Westfort stond in 2020 al onder cameratoezicht. Naast geweld tegen dieren filmde Ongehoord er aanvoer van tientallen zieke en kreupele dieren en varkens die bij bewustzijn hingen leeg te bloeden. In 2021 bracht undercover onderzoek van Varkens in Nood aan het licht dat ook bij slachterij Gosschalk runderen en varkens ernstig mishandeld werden, ondanks cameratoezicht. Verhoging transportleeftijd kalfjes Het transport van overtollige kalfjes uit de melkveehouderij is maatschappelijk omstreden omdat de dieren slechts 2 weken oud zijn. Om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van consumenten, wil de overheid de minimum transportleeftijd voor kalfjes verhogen naar 4 weken (tegen het jaar 2028). Een verhoging van de minimumleeftijd verandert echter niets aan het geweld bij in- en uitladen. WUR berekende dat bij een verhoging van de transportleeftijd naar 4 weken, er 10% meer transportbewegingen nodig zijn om hetzelfde aantal dieren te vervoeren. Omdat kalveren van 4 weken groter en zwaarder zijn passen er immers minder in een vrachtwagen. Meer transporten betekent meer werk- en tijdsdruk voor veehandelaars, verzamelaars en transporteurs. Ongehoord verwacht dat het gebruik van geweld dan juist zal toenemen.",{"id":342,"to":343,"title":344,"titles":345,"level":127,"content":346},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes#fundamentele-oorzaken-transportleed","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes\u002Fhoofdstukken\u002Ffundamentele-oorzaken-transportleed","Fundamentele oorzaken van transportleed",[9,79,344],"Fundamentele oorzaken van transportleed Transportleed vindt zijn oorzaak niet in reisomstandigheden, maar in de zuivelindustrie zelf. Een miljoen overtollige kalfjes en uitgeputte koeien zijn het resultaat. Fundamentele oorzaken van transportleed Transportleed vindt zijn oorzaak niet in reisomstandigheden, maar in de zuivelindustrie zelf. Een miljoen overtollige kalfjes en uitgeputte koeien zijn het resultaat. Het debat rond diertransport is sterk gericht op het verbeteren van reisomstandigheden, zoals kortere transportduur, minder hittestress en beter toezicht. Onderzoeksgroep Ongehoord pleit voor een diepgaander debat. Het geweld tegen dieren vindt zijn oorzaak niet in de reisomstandigheden, maar in de natuurlijke afkeer van dieren om veewagens in en uit te gaan. De problemen rond transport van koeien en kalfjes staan niet los van het productiesysteem van de zuivelindustrie. Het melken van koeien voor zuivelproductie schaadt hun gezondheid en kan niet zonder overtollige kalfjes. Zolang de industrie blijft bestaan, moeten veehouders hun uitgeputte koeien en ongewenste kalfjes kwijt. Transport en natuurlijke gedragingen Bij het laden voor transport moeten runderen gedrag vertonen dat indruist tegen hun natuurlijke instincten. Via drijfgangen, doorgangen en laadkleppen moeten ze vrachtwagens in- en uitlopen. Een beangstigende ervaring, omdat de dieren een slecht dieptezicht hebben: ze kunnen de helling van de laadklep niet goed onderscheiden van een afgrond. De confrontatie met vreemde mensen en onbekende soortgenoten, omgevingslawaai en felle verlichting zorgt voor nog meer stress, angst en desoriëntatie. Runderen hebben tijd nodig om onbekende omgevingen te verkennen; ze willen ruimte om zich heen waar ze naartoe kunnen vluchten. Wanneer mensen in deze “vluchtzone” komen te staan, voelen de dieren zich bedreigd en willen ze vluchten. Dieren die via verzamelplaatsen getransporteerd worden, moeten de stressvolle omstandigheden van laden en lossen meermaals ondergaan. Meer informatie over het natuurlijk gedrag van runderen en problemen bij lossen en laden is opgenomen in onze publicatie ‘Koetjes en Kalfjes’ 2023. Restproduct van de zuivelindustrie: een miljoen overtollige kalfjes Veel kalfjes in st. Oedenrode wachten op transport naar de kalvermesterij. In Nederland worden anderhalf miljoen koeien gehouden voor zuivelproductie. Omdat koeien pas melk geven nadat ze een kalf gebaard hebben, worden de dieren elk jaar opnieuw kunstmatig geïnsemineerd. Dit resulteert jaarlijks in de geboorte van anderhalf miljoen kalfjes, waarvan slechts een derde bestemd is om oudere melkkoeien te vervangen. Stierkalfjes en overtollige vrouwelijke kalfjes hebben geen waarde voor een melkveebedrijf; ze worden gezien als ‘restproducten’. Omdat huisvesting en voeding van de kalfjes geld kost, voeren melkveehouders hen via verzamelplaatsen zo snel mogelijk af naar kalvermesterijen. Als de kalfjes slechts twee weken oud zijn, gaan ze op transport. Doordat ze dan nog erg klein zijn, passen er veel dieren in de veewagen en blijven de kosten lager. Door de geringe opbrengst van kalfsvlees moet het laden en lossen snel gebeuren. Melkproductie gaat ten koste van diergezondheid Kreupele koe met absces in StaphorstUitgemolken en zieke koe in Staphorst Koeien zijn selectief gefokt om steeds meer melk te geven. Hoge melkproductie gaat ten koste van de diergezondheid. Alle energie gaat naar melkproductie, ten koste van andere lichaamsfuncties waar een koe ook energie voor nodig heeft. Energietekorten, uitputting, kreupelheid en mastitis (pijnlijke uierontsteking) komen frequent voor bij melkkoeien. Meer informatie over de belangrijkste gezondheidsproblemen bij melkkoeien is opgenomen in onze publicatie Koetjes en kalfjes, 2023. De gemiddelde koe in de zuivelindustrie wordt niet ouder dan 6 jaar, terwijl de dieren van nature 20 jaar kunnen worden. De afgelopen decennia heeft de industrie al ingezet op een ‘langere’ levensduur van koeien. De dieren worden tegenwoordig 280 dagen ouder dan hun lotgenoten van 25 jaar geleden. Dit komt de economische resultaten en het maatschappelijk imago van de sector ten goede, maar betekent niet dat de dieren gezonder zijn. De GD (Gezondheidsdienst voor Dieren) stelt vast dat het ‘ouder’ worden van koeien hand in hand gaat met een toenemend aantal gevallen van mastitis. Helma Lodders, BBB-lid en voorzitter van belangenorganisatie Vee&Logistiek, erkent dat een langere levensduur bij melkkoeien samengaat met toenemende kreupelheid. Op jaarbasis wordt ongeveer 30% van de Nederlandse melkveestapel afgevoerd uit de industrie. Iets meer dan 3% van de koeien sterft of wordt afgemaakt in het melkveebedrijf. Het gros van de uitgemolken koeien gaat op transport naar de slacht. Melkkoeien zijn aan het einde van hun ‘carrière’ nooit in goede conditie; de afgenomen melkproductie of mislukte inseminatie hangen vaak samen met hun slechte gezondheid. Het transport van zwakke, kreupele en zieke dieren is daardoor niet te voorkomen. Op basis van de gekende welzijnsproblemen bij melkkoeien schat BuRo in dat jaarlijks circa 37.000 afgevoerde koeien hoog risico lopen op (toegenomen) kreupelheid bij transport. Een verbijsterend aantal, maar niet helemaal een verrassing: uit onderzoek is bekend dat 28% van alle melkkoeien in Nederland kreupel loopt, wat neerkomt op 420.000 koeien. Oorzaken van kreupelheid bij melkkoeien zijn onder andere de slechte hygiëne in stallen, en de ongeschikte ondergronden zoals betonroosters en vervuilde stalvloeren, waardoor de klauwen van de dieren in contact staan met mest en urine. Ook onhygiënische en natte ligboxen zijn slecht voor de klauwen. Het vochtige en warme stalklimaat vormt in combinatie met de aanwezigheid van mest een broeihaard van bacteriën. De slechte lichaamsconditie van melkkoeien en een hoger lactatienummer (aantal keer dat een koe gekalfd heeft) verhogen het risico op kreupelheid nog. Ernstig kreupele koeien geven minder melk en zijn dan niet rendabel meer. Kreupelheid is dus een belangrijke reden om de dieren op transport te zetten naar de slacht. Conclusie De afgelopen jaren heeft Ongehoord herhaaldelijk misstanden gefilmd bij diertransport: kreupele en zieke dieren die nooit op transport hadden gemogen en ongelimiteerd geweld om hen op te drijven. Het staat buiten kijf dat de misstanden structureel en onoverkomelijk zijn. Omdat dieren van nature angst en weerzin hebben om vrachtwagens in- en uit te lopen, is geweld bij laden en lossen niet te vermijden. Het transport van zwakke, kreupele en zieke dieren vindt zijn oorzaak in het productiesysteem van de industrie. We hebben duidelijk gemaakt dat welzijnsmaatregelen voornamelijk het imago van vlees en zuivel verbeteren en niet het dierenwelzijn. Wetgeving wordt op maat gemaakt van de industrie. De overheid lijkt zich meer te bekommeren om de financiële belangen van de veehouderij dan om het voorkomen van dierenleed. Dankzij partijen zoals BBB en PVV hebben de veehouders een nog sterkere invloed in Den Haag. Het is zonneklaar dat de dieren niets te verwachten hebben vanuit de politiek, de NVWA of de lobby van de industrie. Het is nu aan de samenleving om een richting te bepalen. Laten we politici verder aanmodderen met schijnmaatregelen voor een onverbeterlijke industrie? Of kiezen we om dierenleed resoluut aan te pakken bij de bron? Om de lijdensweg van dieren efficiënt te beëindigen, zal de industrie als geheel opgeheven moeten worden.",{"id":348,"to":349,"title":350,"titles":351,"level":127,"content":352},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien#schone-schijn-voor-het-publiek","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fschone-schijn-voor-het-publiek","Schone schijn voor het publiek",[9,84,350],"Schone schijn voor het publiek De NVWA publiceert slechts een fractie van haar inspectieresultaten, waardoor structureel dierenleed wordt gebagatelliseerd. Schone schijn voor het publiek De NVWA publiceert slechts een fractie van haar inspectieresultaten, waardoor structureel dierenleed wordt gebagatelliseerd. De NVWA publiceert zelf ook inspectieresultaten over transportwaardigheid van dieren. De meest recente cijfers, van het jaar 2024, spreken van slechts 24 'rapporten van bevindingen' over kreupele, gewonde en zieke dieren. Wie goed kijkt, ziet echter dat de NVWA alleen resultaten publiceert van haar beperkte, risicogerichte steekproeven. Deze steekproeven zijn een aanvulling op het dagelijkse, reguliere toezicht van de NVWA in slachterijen. Ze worden bijvoorbeeld uitgevoerd buiten de normale, geplande uren van de reguliere inspecteurs. Het kan ook gaan om vervoerscontroles onderweg, waarbij de NVWA een aantal dieren in een vrachtwagen bekijkt. De resultaten van de reguliere, dagelijkse controles op de aanvoer van dieren in slachterijen — de gegevens die Onderzoeksgroep Ongehoord via een Woo-verzoek opvroeg — worden niet gepubliceerd. Een zieke, sterk vermagerde koe blijft liggen. Het lijkt er sterk op dat de NVWA selectief informatie publiceert, die de problemen in de melkveehouderij bagatelliseren. Het structurele dierenleed in de sector wordt voor het publiek gereduceerd tot een verhaal van enkele ongelukkige incidenten.",{"id":354,"to":355,"title":356,"titles":357,"level":127,"content":358},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien#kreupelheid-in-de-melkveehouderij","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fkreupelheid-in-de-melkveehouderij","Kreupelheid in de melkveehouderij",[9,84,356],"Kreupelheid in de melkveehouderij Gemiddeld 28% van de melkkoeien loopt kreupel. Toch deelt de NVWA maar een fractie van de verwachte boetes uit. Kreupelheid in de melkveehouderij Gemiddeld 28% van de melkkoeien loopt kreupel. Toch deelt de NVWA maar een fractie van de verwachte boetes uit. In de bijlagen bij de rapporten troffen we enkele \"Verzamelstaten Onderzoek Slachtdieren\" aan — lijsten waarop de NVWA per slachterij de keuringsresultaten bijhoudt. Op die lijsten staan veel meer koeien met ontstoken poten dan het aantal koeien waar de NVWA boeterapporten voor schrijft. Aangetaste klauw en sterk opgezwollen voorpoot. Dat is geen verrassing: onderzoek van Wageningen University toont aan dat gemiddeld 28% van de melkkoeien kreupel loopt. Kreupelheid gaat hand in hand met een dalende melkproductie, en is daarmee een van de belangrijkste redenen om koeien af te voeren naar de slacht. Het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRo), onderdeel van de NVWA, schat dat jaarlijks circa 37.000 afgevoerde melkkoeien een hoog risico lopen op (toegenomen) kreupelheid tijdens transport. Ook uit ons onderzoek naar verzamelplaatsen in 2025 wordt dit bevestigd. Onderzoeksgroep Ongehoord filmde toen meestal maar enkele dagen per locatie en in slechts 5 van de 50 verzamelstallen in Nederland. Toch zien we op die beelden regelmatig kreupele koeien die met geweld vrachtwagens in- en uitgeslagen worden. In een heel jaar, verspreid over heel Nederland, mag je dus inderdaad verwachten dat duizenden kreupele koeien aankomen in het slachthuis.",{"id":360,"to":361,"title":362,"titles":363,"level":127,"content":364},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien#regels-van-de-industrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fregels-van-de-industrie","Regels van de industrie",[9,84,362],"Regels van de industrie De NVWA keurt op basis van richtsnoeren die door de vleeslobby zijn opgesteld — waardoor veel kreupele koeien toch op transport mogen. Regels van de industrie De NVWA keurt op basis van richtsnoeren die door de vleeslobby zijn opgesteld — waardoor veel kreupele koeien toch op transport mogen. De Europese transportverordening stelt dat dieren niet getransporteerd mogen worden als ze \"niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen.\" De NVWA hanteert bij de keuring echter richtsnoeren die zijn opgesteld door de vleeslobby zelf — een sector met een duidelijk financieel belang bij een soepelere uitleg van de regels. Volgens deze richtsnoeren mogen koeien met \"gebrekkige\" of \"verminderde mobiliteit\" wél getransporteerd worden, ook al lopen ze bijvoorbeeld \"met verkorte stappen en een gekromde rug\" — een evident teken van pijn. Pas wanneer een koe niet meer op haar vier poten kan staan, spreekt de lobby van \"sterk aangetaste mobiliteit\" en daarmee van een overtreding. Deze interpretatie staat in scherp contrast met de oorspronkelijke wettekst, die elk transport verbiedt van dieren die niet pijnloos kunnen lopen. In de praktijk ontloopt de dierindustrie dus veel boetes omdat de NVWA zich schikt naar haar richtsnoeren.",{"id":366,"to":367,"title":368,"titles":369,"level":127,"content":370},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien#falend-recidivebeleid","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Ffalend-recidivebeleid","Falend recidivebeleid",[9,84,368],"Falend recidivebeleid Meer dan de helft van de beboete transporteurs recidiveerde. Toch kondigt staatssecretaris Erkens juist een inkorting van de recidivetermijn aan. Falend recidivebeleid Meer dan de helft van de beboete transporteurs recidiveerde. Toch kondigt staatssecretaris Erkens juist een inkorting van de recidivetermijn aan. De NVWA hanteert bij overtredingen een recidivebeleid. De opbouw van het recidivebeleid ziet er als volgt uit: OvertredingBoetebedragEerste boete1.500 euroRecidive binnen 5 jaar3.000 euroBij elke volgende overtreding+ 1.500 euro bovenop vorige boetePlafond10.500 euro Dat een boete niet tot beterschap leidt, blijkt uit de opgevraagde documenten: bij meer dan de helft van de beboete veetransporteurs ging het om recidive, met bijbehorende verhoogde boetes. In 3 boetebeschikkingen was sprake van recidivisten die het plafondbedrag al bereikt hadden. Staatssecretaris Erkens heeft recentelijk aangekondigd dat de huidige boetebedragen verhoogd zullen worden. Omwille van inflatie komt er 40% bij, van 1500 naar 2100 euro. Tegelijkertijd kondigt Erkens een inkrimping van de recidivetermijn aan: de huidige vijf jaar wordt omgezet naar 3 jaar. Dat betekent dat eerdere overtredingen sneller buiten beeld raken, waardoor veelplegers nu dus juist minder snel in de hogere boetecategorieën terechtkomen. Een opvallende maatregel gezien het zeer hoge percentage recidivisten.",{"id":372,"to":373,"title":374,"titles":375,"level":127,"content":376},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien#dierenleed-hoort-bij-de-zuivelindustrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fdierenleed-hoort-bij-de-zuivelindustrie","Dierenleed hoort bij de zuivelindustrie",[9,84,374],"Dierenleed hoort bij de zuivelindustrie Kreupelheid en mastitis zijn typische productieziekten. Strenger toezicht lost het onderliggende probleem niet op. Dierenleed hoort bij de zuivelindustrie Kreupelheid en mastitis zijn typische productieziekten. Strenger toezicht lost het onderliggende probleem niet op. De inspectierapporten maken duidelijk dat boetes weinig effect hebben en de NVWA slechts mondjesmaat optreedt. Melkveehouders moeten hun koeien kwijt wanneer de dieren gezondheidsproblemen ontwikkelen en hun melkproductie daalt. Behandeling of euthanasie van zieke en kreupele dieren op het bedrijf kost geld. Bovendien bestraffen zuivelfabrikanten veehouders met een lagere prijs voor de melk, wanneer de sterfte op hun bedrijf oploopt. Als de koe het nog haalt tot het slachthuis, brengt dat juist geld op. Het is dus voor melkveehouders aantrekkelijker om zieke koeien toch op transport te zetten naar de slacht. De aandoeningen die in de inspectierapporten worden beschreven, zijn typische productieziekten van de melkveehouderij. Koeien zijn selectief gefokt om steeds meer melk te geven, ten koste van hun gezondheid. Alle energie gaat naar melkproductie, ten koste van andere lichaamsfuncties waar een koe ook energie voor nodig heeft. Kreupelheid, mastitis (pijnlijke uierontsteking) en uitputting komen daardoor veelvuldig voor. Een sterk vermagerde koe met een ontstoken uier. Jaarlijks wordt ongeveer 30% van de Nederlandse melkveestapel afgevoerd. Iets meer dan 3% van de koeien sterft of wordt afgemaakt op het bedrijf zelf; het grootste deel van de uitgemolken koeien gaat op transport naar de slacht. Omdat melkkoeien aan het einde van hun \"carrière\" zelden in goede conditie zijn, is transport van zwakke, kreupele en zieke dieren onvermijdelijk. Strenger toezicht en hogere boetes veranderen daar weinig aan — om dit dierenleed structureel te beëindigen, zou de sector als geheel moeten verdwijnen. Moederkoe met open ontsteking aan de uier.Zeer magere koe die niet meer op kan staan.",{"id":378,"to":379,"title":380,"titles":381,"level":127,"content":382},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken#kippen-in-de-natuur","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken\u002Fhoofdstukken\u002Fkippen-in-de-natuur","Kippen in de natuur",[9,89,380],"Kippen in de natuur Het leven van een vleeskuiken - Kippen in de natuur Kippen in de natuur Het leven van een vleeskuiken - Kippen in de natuur De huidige gedomesticeerde kip is het product van duizenden jaren fokken. Haar natuurlijke soortgenoot is de Rode Kamhoen (Gallus Gallus), die in Azië voorkomt. Ondanks de grote fysiologische verschillen vertonen vleeskuikens gedrag dat we ook zien bij de Rode Kamhoen. Spelgedrag Kippen leven in groepen. Onder natuurlijke omstandigheden verlaat een moederkip, een hen, de groep zodra ze klaar is om haar eieren te leggen. De hen blijft drie weken lang op het nest zitten; ze gaat slechts één keer per dag kort weg om te eten en te drinken. Hoewel de embryo's nog in ontwikkeling zijn, kunnen ze al een roep voortbrengen waarmee ze hun moeder stimuleren om terug te komen naar het nest. Ook als een embryo te koud wordt, communiceert deze met zijn moeder. Als de hen daarop het ei dichter bij het nest legt, kan de embryo een roep voortbrengen om aan te geven dat hij nu warm is. Doordat een kuiken al met zijn moeder communiceert in het ei, herkent een kuiken de roep van zijn moeder zodra hij uit het ei kruipt. Het net geboren kuiken begint zijn omgeving te verkennen en naar bolvormige objecten te pikken. Een hen leert haar kinderen wat eetbaar is door te roepen en naar de grond te pikken. Als de kuikens naar oneetbare dingen pikken, dan zal hun moeder hen corrigeren door intensiever het goede voorbeeld te geven. De eerste vier dagen blijven de kuikens dicht bij hun moeder. Zo blijven ze warm en krijgen ze bescherming. Als het gaat regenen, schuilen de kuikens onder de vleugels van de hen. De kuikens leren van hun moeder een stofbad te nemen en op stok te gaan. Ook laat de hen zien hoe de kuikens moeten reageren bij gevaar. Ze heeft meer dan 20 verschillende geluiden waarmee ze onder andere kan aangeven of er gevaar is en of dit gevaar uit de lucht of over de grond komt. De kuikens leren door spelgedrag ook van elkaar. Waarschijnlijk leren ze op die manier hoe ze bijvoorbeeld moeten reageren op agressie. Als de kuikens ouder worden, durven ze steeds verder van hun moeder weg te lopen. Na 6 weken lopen ze al tot 20 meter afstand van hun moeder. Vanaf deze leeftijd vormen de kuikens ook een hiërarchie; door te hoppen (ergens naar toe springen), dreigen (gestrekt rechtop staan met de kop boven een ander), springen, trappen en agressief pikken wordt de dominantie bepaald. Na 8 tot 10 weken gaan de kuikens zelfstandig op zoek naar eten, maar ze blijven nog in de buurt van hun moeder en broertjes en zusjes. Als de kuikens 18 weken oud zijn, sluiten ze aan bij de rest van de groep. Vriendschapsbanden Kippen hebben een ingewikkelde sociale structuur. Een groep bestaat uit 4 tot 30 individuen. Er is een dominante haan en ondergeschikte hennen en hanen. De groep slaapt samen in dezelfde boom. De dominante haan beschermt zijn territorium, maar tolereert de aanwezigheid van ondergeschikte hanen. Hij jaagt deze hanen wel naar de randen van zijn territorium, zodra ze jongvolwassen zijn. Ook de hennen hebben onderling een pikorde, die stabieler is dan bij de hanen. Om de hiërarchische positie van een groepsgenoot te weten, herkennen kippen elkaars kop. Kippen kunnen tot circa 200 soortgenoten individueel herkennen. Ook communiceren hanen over hun positie door te kraaien. Daarnaast kijken kippen naar het gedrag van groepsgenoten om te bepalen wat de positie is van een andere (vreemde) kip. Naast dominantierelaties hebben vooral hennen ook vriendschapsbanden. Dit reduceert stress en versterkt de sociale band. Kippen in een boom Kippen vertonen onder natuurlijke omstandigheden een vast patroon van gedragingen. In de ochtend zoeken ze naar eten, rond het middaguur nemen ze een stofbad en in de namiddag verzorgen ze hun verenkleed. Nadat ze een tweede periode op zoek gaan naar eten, gaan de kippen 's avonds gezamenlijk “op stok”. In de natuur zijn kippen het grootste deel van de dag op zoek naar eten en hun omgeving aan het verkennen. Intelligent Uit onderzoek blijkt dat kippen veel intelligenter zijn dan de meeste mensen aannemen. Zo hebben net geboren kuikens een getalsbegrip tot 10; ze onderscheiden van 10 gaten het gat waar ze eten kunnen vinden. Ook hebben kippen een tijdsbesef; onderzoekers leerden kippen tussen 6 en 7,5 minuten naar een touchscreen te pikken zodat ze meer eten kregen dan wanneer ze meteen pikten. Helemaal verbazingwekkend is het vermogen van kippen om het voortbestaan van objecten te begrijpen. Deze eigenschap houdt in dat iemand begrijpt dat een object blijft bestaan, ook als je deze niet meer ziet. Mensenbaby's ontwikkelen dit begrip pas na 6 tot 7 maanden. Jonge kuikens bleken een object dat ze door een klein raampje gezien hadden te onthouden en te kunnen opzoeken door langs obstakels te lopen.",{"id":384,"to":385,"title":386,"titles":387,"level":127,"content":388},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken#het-leven-van-een-kip-in-de-industrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken\u002Fhoofdstukken\u002Fhet-leven-van-een-kip-in-de-industrie","Het leven van een kip in de industrie",[9,89,386],"Het leven van een kip in de industrie Het leven van een vleeskuiken - Het leven van een kip in de industrie Het leven van een kip in de industrie Het leven van een vleeskuiken - Het leven van een kip in de industrie Het vlees dat in de supermarkt verkocht wordt als kip is eigenlijk kuikenvlees. Al na 6 weken, of hoogstens 12 bij biologisch, gaan de kuikens op transport naar het slachthuis. De dieren groeien in deze korte periode tot een gewicht van 2 tot 3 kilo. Dit is alleen mogelijk doordat ze enorm zijn doorgefokt op groeisnelheid. De vleeskuikensector is erop toegespitst om met zo min mogelijk voer, in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk kippenvlees te produceren, omdat op die manier de meeste winst gemaakt kan worden. Om dat te bereiken bestaat de vleeskuikensector uit een serie van sterk gespecialiseerde bedrijven. Fokbedrijf Het fokbedrijf kruist verschillende kippenrassen om zo de gewenste genetische eigenschappen te krijgen. Er zijn slechts drie bedrijven in de hele wereld die bezig zijn met de genetica van vleeskippen. De kippen op deze fokbedrijven worden overgrootouderdieren genoemd, het zijn namelijk de overgrootouders van de vleeskippen. Het fokbedrijf probeert hanen te krijgen die snel groeien en veel spieren, dus vlees, hebben. De hennen moeten ook 'vlezig' zijn, maar vooral veel eieren leggen omdat er uiteindelijk veel vleeskuikens uitgebroed moeten worden. Voor de fok worden de hanen alleen in een kooi gehouden, de hennen in kleine groepen of ook alleen in een kooi. De kippen kunnen vrijwel geen natuurlijk gedrag vertonen. Met name de hanen hebben door hun groeisnelheid veel fysieke problemen. De kuikens die uit het ei kruipen in de fokbroederij zijn de grootouderdieren. Opfokkers Bij de opfokker leggen de grootouderdieren de eieren waar ouderdieren uit geboren worden. Ouderdieren zijn de ouders van de vleeskuikens. De opfokker krijgt de grootouderdieren uit het fokbedrijf en kruist deze om ouderdieren te kunnen leveren aan de ouderdierhouder. Zowel de opfokker als de ouderdierhouder dienen om uiteindelijk miljoenen vleeskippen uit het ei te kunnen laten kruipen. Het fokbedrijf levert kleine aantallen kippen af met de juiste genetische eigenschappen, de opfokker zorgt dat hieruit een groter aantal ouderdieren komt. Sommige bedrijven combineren dan ook opfokken en vermeerderen. Ouderdierhouders of vermeerderingsbedrijven Bij de ouderdierhouder kruisen de hanen die snel groeien met de hennen die veel eieren leggen. Het doel is om eieren te produceren waar de vleeskuikens uit zullen komen. De ouderdieren worden gemakkelijk te vet en zwaar om nog te kunnen voortplanten. Om die reden geeft de ouderdierhouder zijn kippen beperkt voedsel, vooral tijdens het opgroeien van de ouderdieren. Ouderdieren voor vleeskippen lijden daardoor honger en dorst. In de biologische industrie wordt gewerkt met een kruising tussen hennen die minder snel groeien, de dwergmoederdieren, en reguliere hanen. Daarbij worden alsnog de hanen in hun voeding beperkt. Door de onnatuurlijke omstandigheden vertonen hanen geen baltsgedrag in de industrie. De hennen hebben daardoor geen interesse in de hanen. Dit leidt tot ruw paargedrag van de hanen, ook omdat de hanen zwaar zijn. De hennen krijgen daardoor chronische stress, angst en wonden. Om de wonden te voorkomen worden de sporen en achterste tenen van de ouderhanen weggebrand als ze nog kuikens zijn. Deze behandeling is stressvol en veroorzaakt pijn. Broederij Op de broederij kruipen de vleeskuikens uit hun ei. De eieren worden kunstmatig uitgebroed in een broedkast. De broedkasten worden na 21,5 dag in één keer geleegd. Er is geen water of eten beschikbaar in de kast. De kuikens die vroeg uit hun ei zijn gekomen, zitten daardoor dagenlang zonder voer en water in de donkere kast. Als een kuiken nog niet is geboren na 21 dagen, wordt het met schaal en al weggegooid. In zogenoemde patiostallen wordt de broederij gecombineerd met de vleeskuikenhouderij; de kuikens kruipen dan uit hun ei in de stal waar ze ook afgemest worden. Vleeskuikenhouders Bij de vleeskuikenhouders worden de kuikens zo snel mogelijk op het slachtgewicht gebracht. In 40 dagen groeien ze tot een gewicht van 2,2 kilo. In de biologische industrie krijgen de vleeskuikens 80 dagen om een gewicht van 2,6 kilo te bereiken. Ongeveer een op de 25 dieren sterft nog voor deze leeftijd te bereiken. In een grote hal met zaagsel of ander strooisel op de grond worden 20 dieren per vierkante meter gehouden, er leven duizenden kuikens per stal. De dieren leven op hun eigen ontlasting, de stal is stoffig en ruikt naar ammoniak. Vaak worden dode dieren niet opgeruimd en ontbinden tussen hun levende soortgenoten. De stal heeft geen ramen waardoor de kippen niet weten of het dag of nacht is. Van oudsher bleef het licht in de stal constant branden. Tegenwoordig imiteren boeren meerdere \"nachten\" binnen 24 uur, omdat dit goede resultaten geeft qua vleesopbrengst. Doordat vleeskuikens erop zijn gefokt zo snel mogelijk te groeien op zo min mogelijk voer, doen zich grote welzijnsproblemen voor. Lees meer over ziektes en welzijnsproblemen in het artikel \"een zieke industrie\". Als de kuikens hun slachtgewicht hebben bereikt, wordt de stal leeggeruimd. Dit gebeurt in het donker, omdat kippen dan rustiger blijven. De kuikens worden meestal handmatig gevangen. De vangers grijpen in iedere hand meerdere dieren bij hun poten en tillen ze ondersteboven op. Ze worden dicht op elkaar in kratten gestopt en op een vrachtwagen geladen. Daarbij breekt of kneust 8% van de kuikens vleugels, borst of poten. Het is niet verwonderlijk dat veel kuikens verstijfd van angst aankomen in het slachthuis. De slachterij In het slachthuis aangekomen, worden de kuikens verdoofd. De meest omstreden verdovingsmethode is de waterbadmethode. Daarbij staat er een lichte spanning op een bad met water. De kippen worden met hun kop door het water gehaald. Hoewel per 1 januari 2012 verboden, gebruikten begin 2013 enkele slachterijen deze methode nog steeds. De meeste slachterijen verdoven door een elektrische schok direct op de kop van de kip te geven of met CO2. De slachters hangen de kuikens ondersteboven met hun poten aan een soort kabelbaan. Hun keel wordt machinaal open gesneden en de jonge dieren bloeden dood.",{"id":390,"to":391,"title":138,"titles":392,"level":127,"content":393},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken#een-zieke-industrie","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken\u002Fhoofdstukken\u002Feen-zieke-industrie",[9,89,138],"Een zieke industrie Het leven van een vleeskuiken - Een zieke industrie Een zieke industrie Het leven van een vleeskuiken - Een zieke industrie Vleeskuikens kampen met een grote verscheidenheid aan ziektes en gedragsproblemen. De problemen worden veroorzaakt door een combinatie van snelle groei en de onnatuurlijke omstandigheden in de stal. De stress die kippen hebben door de hoge bezettingsgraad maakt hen vatbaar voor ziekteverwekkers. Voetzoollaesies De bekendste aandoening van vleeskuikens is voetzoollaesies, een aantasting van de huid van de voetzolen. Het begint bij een verkleuring van de huid en weefselwoekering. Dit kan uitgroeien tot zwellingen, aantasting van diepere huidlagen en ontstekingen. Maar liefst twee op de drie kippen heeft last van milde tot ernstige voetzoollaesies. De infecties zijn pijnlijk, vleeskuikens met de aandoening lopen minder rond in de stal en hebben door de pijn ook minder trek in eten. Kippen leven op hun eigen ontlasting, de ammoniak daarin tast de huid van hun klauwen aan. Als de plekken open springen, kunnen ze gaan ontsteken. Als oorzaak van de aandoening wordt vooral gewezen op het strooisel; als dit vochtig is, wordt de kans op voetzoollaesies groter. Ook heeft het aantal dieren per vierkante meter invloed; als er minder kippen in een stal zitten, kan het strooisel namelijk drogen. Toch is het percentage voetzoollaesies in de biologische stallen veel hoger dan in reguliere stallen. Brandhakken (hakdermatitis) en borstblaren Als de kuikens groter groeien, kunnen ze zich steeds minder bewegen. Ze gaan op hun hakken en borst in het natte strooisel liggen. Dit veroorzaakt irritaties op hun hakken, bekend als brandhakken. Brandhakken komen vaak voor; waarschijnlijk heeft meer dan 10% van de kuikens er last van. De kuikens groeien vooral snel bij hun borstspier, waardoor ze als het ware voorover kantelen. Dit veroorzaakt irritaties aan hun borst, borstblaren. Brandhakken en borstblaren zijn in feite symptomen van dezelfde ziekte als voetzoollaesies en ze gaan vaak ook samen. Geirriteerde ogen en luchtwegen De kuikens leven dicht opeengepakt in een stal. Hun mest wordt niet afgevoerd, ze lopen op elkaars uitwerpselen. Daardoor is de ammoniakconcentratie in een stal hoog en krijgen de kuikens last van geïrriteerde ogen en luchtwegen. Op de beelden van Ongehoord zijn regelmatig kuikens te zien die nauwelijks kunnen ademen. Draainek, sterrenkijkers en kreupelheid Door een ontsteking in de hersenen gaan sommige kuikens met hun kop omhoog staan (sterrenkijker) of juist naar beneden en opzij (draainek). Een bacteriële infectie kan ook leiden tot kreupele kuikens. De industrie reageert over het algemeen met het gebruik van grote hoeveelheden antibiotica om deze ziektes te voorkomen en te bestrijden. Verlamming en verminderde mobiliteit Maar liefst 90% van de vleeskuikens beweegt zich abnormaal als ze de slachtleeftijd bereiken. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Behalve genoemde dermatitis en bacteriële infecties, kunnen ook botafwijkingen problemen geven voor het bewegen van de kuikens. Het skelet van een vleeskuiken kan de snelle spiergroei in feite niet bijbenen. Dit leidt tot botbreuken en vergroeiingen. Een andere zeer pijnlijke aandoening is spondylolisthesis, waarbij de ruggewervel ontwricht raakt. Als een kuiken door welke reden dan ook minder mobiel wordt, neemt daardoor de kans op voetzool-, hak- en borstblaren toe. De verminderde mobiliteit zorgt ervoor dat de kuikens hun natuurlijke gedrag niet kunnen uitvoeren. Zo is bijvoorbeeld het nemen van een stofbad erg belangrijk voor het welzijn van kippen. In de reguliere industrie is dit sowieso niet mogelijk omdat de mestlaag waar de kippen op liggen, zich niet leent voor het stofbad. In de bedrijven waar geschikter strooisel wordt gebruikt, zullen oudere kippen vaak nog steeds geen stofbad nemen door hun beperkte mobiliteit.",{"id":395,"to":396,"title":144,"titles":397,"level":127,"content":398},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken#regelgeving-en-keurmerken","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-vleeskuiken\u002Fhoofdstukken\u002Fregelgeving-en-keurmerken",[9,89,144],"Regelgeving en keurmerken Het leven van een vleeskuiken - Regelgeving en keurmerken Regelgeving en keurmerken Het leven van een vleeskuiken - Regelgeving en keurmerken Beter Leven 1 sterren Ongehoord publiceerde de beelden van twee bedrijven die een ster van de Dierenbescherming krijgen voor hun vleeskuikens. Zowel in het Brabantse Hulten als het Groningse Loppersum bleek de waardering van de Dierenbescherming ongegrond. Hoewel de kuikens volgens de Dierenbescherming langzamer groeien, trof het onderzoeksteam van Ongehoord dezelfde welzijnsproblemen aan als bij reguliere kuikens. Er waren dieren met verlammingen, vergroeide poten, ademhalingsproblemen en andere aandoeningen die worden toegeschreven aan groeisnelheid. Het langzamer groeien is dan ook relatief; de kuikens groeien binnen 8 weken richting 2,3 kilo. Op beide plekken lagen kadavers, in staat van ontbinding, in de stal. De uitloop bij het Dierenbeschermingsvlees is overdekt, ommuurd en de grond is verhard en zonder beplanting. De naam uitloop is dus misleidend; het gaat om een extra stuk stal. De sterrenstal in Hulten is van Elly de Kort, de voornaamste woordvoerder van de vleeskuikenhouders. Beter Leven 2 sterren Thymen van Voorthuizen uit Terschuur krijgt van de Dierenbescherming 2 sterren voor zijn vleeskuikens. In de overvolle stal trof het onderzoeksteam de schokkendste taferelen aan van het hele onderzoek. De rug van een nog levend kuiken was volledig open gepikt. Het bloed liep uit de gapende wond en hij kon zich niet meer bewegen. Andere kippen liepen over hem heen en bleven pikken. Erg veel kippen hadden wonden aan voetzolen en hakken (voetzoollaesies en hakdermatitis), ze liepen moeizaam of niet. Het onderzoeksteam vond een kip met zijn vleugel slap naast zich in de mest. Bij inspectie bleek zijn poot wit uitgeslagen. Hij kon uiteraard niet meer lopen. Licht Volgens de Dierenbescherming moet het minimaal 8 uur achter elkaar donker blijven in de Beter Leven stal, zodat de kippen een normaal dagritme krijgen. Opvallend genoeg brandde het licht in de stal, toen het onderzoeksteam om drie uur 's nacht aankwam. Het licht ging om half vier uit. Dit moet betekenen dat de Beter Leven kuikens in Terschuur geen nacht van 8 uur krijgen. De stal heeft namelijk ramen en wordt dus ook verlicht als de zon opkomt. Het onderzoeksteam bezocht de stal in september, de zon ging toen onder om acht uur en kwam op om zeven uur. Het is daardoor niet mogelijk dat het acht uur donker was of zou zijn in de stal. Biologisch (Beter Leven 3 sterren) Ongehoord publiceerde beelden van twee biologische vleeskuikenstallen. In Dreumel werden in de stal van de familie Vink dode en stervende kuikens vastgelegd. De situatie op boerderij De Polderhoenderhof in Lelystad was nog slechter. Naast de talloze dode en stervende kippen werden meerdere kuikens gefilmd die bijna niet meer konden lopen, kuikens met herseninfecties, vieze kontjes, ontstoken ogen en andere aandoeningen. Naar aanleiding van de gevonden misstanden besloot het onderzoeksteam van Ongehoord een verborgen camera te plaatsen in De Polderhoenderhof. Hierop was onder andere te zien dat de kuikens niet elke dag naar buiten kunnen. Vangen Als de kippen na 12 weken al bijna 3 kilo wegen, worden ze gevangen om naar het slachthuis te gaan. Op de beelden van de verborgen camera is te zien dat het vangen niet zachtzinnig gebeurt. Het licht in de stal gaat uit en een voorheftruck rijdt binnen. Een medewerker trapt de kippen aan de kant. De voorheftruck zet de kratten neer en rijdt weer naar buiten. Het vangen zelf gebeurt in het donker en is dus niet te zien op de camera. Als de voorheftruck weer binnenkomt, grijpt de vanger nog snel twee kippen bij hun poten en gooit ze in het krat. De volgende dag is dit ook de manier waarop de \"vergeten\" kuikens alsnog gevangen worden. Bekijk zelf deze beelden op www.ongehoord.info.",{"id":400,"to":401,"title":402,"titles":403,"level":127,"content":404},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip#de-boom-in","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip\u002Fhoofdstukken\u002Fde-boom-in","De boom in",[9,99,402],"De boom in Het leven van een legkip - De boom in De boom in Het leven van een legkip - De boom in Natuurlijke leven en de intelligentie van de kip De huidige gedomesticeerde kip is het resultaat van duizenden jaren fokken. Haar natuurlijke voorouder is de Rode Kamhoen (Gallus Gallus) waaruit de kip naar schatting zo’n 8000 jaar geleden is ontstaan. De Rode Kamhoen, of ook wel bankivahoen genoemd, is een tropisch lid van de fazantenfamilie en is ongeveer zo groot als een krielkip. De Rode Kamhoen komt voor in de dichte bossen in India en Zuid-Oost Azië en de gekleurde veren zorgen ervoor dat ze goed gecamoufleerd zijn tussen de rode en bruine bladeren op de grond. Ook al kunnen ze korte afstanden vliegen, ze verplaatsen zich vooral door te lopen en geven de voorkeur aan dicht begroeide gebieden voor beschutting en bescherming. De Rode Kamhoen is actief in de vroege ochtend, slaapt overdag en wordt aan het eind van de middag weer actief tot in de schemering. De hanen kraaien ‘s ochtends vroeg om de grenzen van hun territorium aan te geven en om de hiërarchie te bevestigen. In India leven kamhoenen in groepen van gemiddeld 5 individuen en is hun leefgebied 50 hectare groot. De hedendaagse kip Ondanks de grote fysiologische verschillen, vertonen legkippen gedrag dat we ook zien bij de Rode Kamhoen, vooral wanneer gedomesticeerde kippen de kans krijgen zich natuurlijk te gedragen. Als gedomesticeerde kippen worden losgelaten in het wild, blijken ze gedrag te vertonen dat sterk vergelijkbaar is met dat van de Rode Kamhoen. Kippen hebben een ingewikkelde sociale structuur. Een groep bestaat uit 4 tot 30 individuen met meestal één dominante haan en verder ondergeschikte hennen en hanen. De groep slaapt vaak samen in dezelfde boom. De dominante haan beschermt zijn territorium, maar tolereert de aanwezigheid van ondergeschikte hanen. Hij jaagt deze hanen wel naar de randen van zijn territorium, zodra ze jongvolwassen zijn. Ook de hennen hebben onderling een pikorde, die stabieler is dan bij de hanen. Om de hiërarchische positie van een groepsgenoot te weten, herkennen kippen elkaars kop. Kippen kunnen tot circa 100 soortgenoten individueel herkennen. Ook communiceren hanen over hun positie door te kraaien. Daarnaast kijken kippen naar het gedrag van groepsgenoten om te bepalen wat de positie is van een andere (vreemde) kip. Naast hiërarchische relaties hebben met name hennen ook vriendschapsbanden met elkaar. Dit reduceert stress en versterkt de sociale band. Onder natuurlijke omstandigheden verlaat een moederkip, een hen, de groep zodra ze klaar is om haar eieren te leggen. De hen blijft drie weken lang op het nest zitten en gaat slechts een keer per dag kort weg om te eten en te drinken. Hoewel de embryo's nog in ontwikkeling zijn, kunnen ze al communiceren met de moeder met behulp van “klik” geluiden en het klappen van hun snaveltjes, waarmee ze hun moeder stimuleren om terug te komen naar het nest. Ook als een embryo te koud wordt, maakt het geluid, waarop de hen het ei dichter bij het nest legt. Vervolgens maakt het embryo een ander geluid om aan te geven dat hij of zij nu warm is. Doordat een kuiken al met zijn moeder communiceert in het ei, herkent een kuiken de roep van zijn moeder zodra hij uit het ei kruipt. Het net geboren kuiken begint zijn omgeving te verkennen en naar bolvormige objecten te pikken. Een hen leert haar kuikens wat eetbaar is door te roepen en naar de grond te pikken. Als de kuikens naar oneetbare dingen pikken, dan zal hun moeder hen corrigeren door intensiever het goede voorbeeld te geven. De eerste vier dagen blijven de kuikens dicht bij hun moeder. Zo blijven ze warm en krijgen ze bescherming. Als het gaat regenen, schuilen de kuikens onder de vleugels van de hen. De kuikens leren van hun moeder een stofbad te nemen en op stok te gaan. Ook laat de hen zien hoe de kuikens moeten reageren bij gevaar. Ze heeft meer dan 30 verschillende geluiden waarmee ze onder andere kan aangeven of er gevaar is en of dit gevaar uit de lucht of over de grond komt. De kuikens leren door spelgedrag ook van elkaar. Waarschijnlijk leren ze op die manier hoe ze bijvoorbeeld moeten reageren op agressie. Als de kuikens ouder worden, durven ze steeds verder van hun moeder weg te lopen. Na 6 weken lopen ze al tot 20 meter afstand van hun moeder. Vanaf deze leeftijd vormen de kuikens ook een hiërarchie. Door te hoppen (ergens naar toe springen), dreigen (gestrekt rechtop staan met de kop boven een ander), springen, trappen en agressief pikken wordt de dominantie bepaald. Na 8 tot 10 weken gaan de kuikens zelfstandig op zoek naar eten, maar ze blijven nog in de buurt van hun moeder en broertjes en zusjes. Als de kuikens 18 weken oud zijn, sluiten ze aan bij de rest van de groep. Kippen vertonen onder natuurlijke omstandigheden een vast patroon van gedragingen die erg lijkt op die van hun natuurlijke soortgenoot, de Rode Kamhoen. In de ochtend gaan ze op zoek naar voedsel (foerageren), rond het middaguur nemen ze een stofbad en in de namiddag verzorgen ze hun verenkleed. Tussendoor kunnen ze ook kort slapen. Aan het eind van de middag, tegen schemering, gaan ze voor een tweede keer op zoek naar eten. Wanneer het 's avonds donker is, gaan zij gezamenlijk “op stok”. In de natuur zijn kippen het grootste deel van hun actieve dag op zoek naar eten en hun omgeving aan het verkennen. Ook als er voldoende eten is, gaan ze nog steeds foerageren op zoek naar eventueel beter voedsel. Kippen kunnen overigens slapen en tegelijkertijd wakker zijn. Omdat het ene oog verbonden is met hun ene hersenhelft en het andere oog met de andere hersenhelft, kunnen ze dus met 1 oog open slapen, zodat ze roofdieren en ander gevaar in de gaten kunnen houden. Bij deze zogenaamde “unihemispheric slow-wave sleep” (USWS) slaapt dus maar één van beide hersenhelften. Net zo intelligent als honden en primaten? Uit onderzoek blijkt dat kippen veel intelligenter zijn dan vaak aangenomen. Zo hebben net geboren kuikens een getalsbegrip tot 10. Ze kunnen namelijk van 10 gaten het gat onderscheiden waar ze eten kunnen vinden. Naast een getalsbegrip hebben ze ook begrip van geometrie. Kuikens zijn in staat om de vorm van een niet complete driehoek in te vullen en af te maken en ze kunnen uit een aantal 2D-afbeeldingen van een kubus degene met de juiste 3D-voorstelling eruit halen. Naast dit sterke ruimtelijk inzicht hebben kippen een tijdsbesef en kunnen ze anticiperen op gebeurtenissen die nog moeten plaatsvinden. Zo leerden onderzoekers kippen om enkele minuten naar een touchscreen te pikken zodat ze meer eten kregen dan wanneer ze meteen naar het voedsel pikten. Verbazingwekkend is het vermogen van kippen om het voortbestaan van objecten te begrijpen. Deze eigenschap houdt in dat iemand begrijpt dat een object blijft bestaan, ook als je deze niet meer ziet omdat het object is weggehaald bijvoorbeeld. Mensenbaby's ontwikkelen dit begrip pas na 6 tot 7 maanden. Jonge kuikens bleken een object dat ze door een klein raampje gezien hadden te onthouden en te kunnen opzoeken door langs obstakels te lopen. Een andere opmerkelijke eigenschap van kippen is hun zicht. Kippen hebben 5 soorten kegeltjes, terwijl de mens er maar 3 heeft. Een kip kan daarom bijvoorbeeld UV-licht waarnemen, wat een mens niet kan. Hierdoor zijn ze in staat de zon een uur eerder te zien opkomen dan wij dat kunnen. De hersenen van kippen zijn op dezelfde manier “bedraad” als onze hersenen. Met name gebieden voor cognitieve functies zoals lange termijngeheugen en probleemoplossend vermogen vertonen grote gelijkenissen. Op een aantal vlakken is het cognitieve vermogen van kippen sterker ontwikkeld dan dat van honden en katten en zelfs sommige primaten. Ook op emotioneel vlak lijken kippen erg op mensen. Zo zijn kippen in staat om net als mensen empathie te ervaren ten opzichte van soortgenoten. Hennen reageren bijvoorbeeld sterk wanneer haar kuikens of soortgenoten stress ervaren. Kippen vertonen daarnaast emoties zoals verdriet, angst, ongerustheid, enthousiasme, frustratie, vriendschap en verveling. Bovendien zijn kippen in staat om soortgenoten te misleiden om er zelf beter van te worden. Zo lokken ondergeschikte hanen, die normaal gesproken niet kunnen of mogen paren met hennen in de groep, de hennen naar zich toe door te doen alsof ze voedsel hebben om zo toch te kunnen paren. We kunnen concluderen dat de kip een sociaal en intelligent wezen is die minder van ons verschilt dan we denken.",{"id":406,"to":407,"title":408,"titles":409,"level":127,"content":410},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip#van-erf-naar-mega-stal","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip\u002Fhoofdstukken\u002Fvan-erf-naar-mega-stal","Van erf naar megastal",[9,99,408],"Van erf naar megastal Het leven van een legkip - Van erf naar megastal Van erf naar megastal Het leven van een legkip - Van erf naar megastal Organisatie van de moderne eierindustrie Eeuwenlang scharrelden kippen vaak los over het erf en werden ze voor zowel de eieren als het vlees gehouden. Vanwege efficiëntie en economische redenen is na de Tweede Wereldoorlog een duidelijke tweedeling ontstaan tussen zogenaamde legkippen voor de eieren en vleeskippen voor de vleesproductie. Bij legrassen wordt er specifiek gefokt op zoveel mogelijk eieren leggen en bij de vleesrassen op een zo snel mogelijke groei (de welbekende “plofkip”). In Nederland waren in 2016 in totaal ruim 46 miljoen legkippen. Het gemiddeld aantal leghennen per bedrijf neemt al sinds 2004 toe en was in 2016 maar liefst 40.698 leghennen per bedrijf. In totaal waren er in 2016 920 leghenbedrijven (36,5 miljoen leghennen) en 150 zogenaamde opfokbedrijven (9,5 miljoen leghennen). Ongeveer twee derde wordt gehouden in de provincies Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. De 36,5 miljoen leghennen leggen circa 11 miljard eieren voor consumptie in een jaar. Hybriden In de moderne leghenhouderij worden zogenaamde hybriden gebruikt. Een hybride is een kruising van verschillende kippenrassen zodat er een hogere eierproductie kan worden gehaald vanwege het zogenaamde “heterosis effect”. Dit betekent dat er een kip ontstaat die beter presteert dan het gemiddelde van beide ouders. Het effect is het grootst bij een kruising van sterk verschillende rassen. Het zijn echter genetische effecten die niet of nauwelijks worden doorgegeven aan de nakomelingen. Het effect van heterosis neemt daardoor bij elke generatie af, waardoor fokkerijen steeds opnieuw zuivere rassen (lijnen) met elkaar kruisen om hybriden met het maximale heterosis effect en daarmee de hoogste eierproductie te krijgen. Het gevolg van deze zeer hoge eierproductie is dat hybriden veel sneller “versleten” zijn, omdat het erg veel van de kip vraagt; ze gaan brozere eieren leggen en krijgen een slechter verenpak. Overgrootouder, grootouders en ouders Zoals eerder genoemd zijn de leghennen hybriden van zuivere rassen. Deze zuivere lijnen van rassen zijn in feite de overgrootouders en grootouders. Stel dat er 2 verschillende zuivere lijnen (A en B) worden gekruist tot hybriden. De overgrootouders, grootouders en ouders zijn dan de zuivere lijnen A en B (figuur 1). Wanneer de ouderdieren worden gekruist, ontstaat er een hybride, namelijk AB. Deze hybride van de zuivere lijnen A en B is de uiteindelijke leghen. Er zijn in de wereld slechts drie grote spelers die deze zuivere lijnen in handen hebben en deze kruisen tot hybriden. Zo zijn de twee grootste het Nederlands Hendrix Genetics (Isa, Babcock, Shaver, Hisex, Bovans en DeKalb lijnen) en de Duitse EW group (Lohmann, Hy-line en H&N lijn). Als derde speler is er de Franse groupe Grimaud (Novogen lijn). Deze spelers beheersen over het algemeen ook de fokbedrijven voor het leveren van de uiteindelijke ouderdieren. De hybriden hebben namen als DeKalb wit (witte leghennen) en Isa bruin (bruine leghennen). [Figuur 1]. Het tot stand komen van een hybride leghen uit zuivere lijnen. Vermeerderen Op zogenoemde vermeerderingsbedrijven, waarvan er in Nederland zo’n 40 zijn, worden de ouderdieren bij elkaar gezet om bevruchte eieren te leggen. Meestal is er 1 haan op 8 hennen aanwezig. Ook hier bij de vermeerderingsbedrijven wordt de keten beheerst door een aantal grote spelers. Zo heeft ISACOM (onderdeel van Hendrix) 10 vermeerderingsbedrijven en krijgen ze de ouderdieren van ISA, de leghennentak van Hendrix Genetics. Dubben Van de hanen van witte rassen wordt de kam onverdoofd afgeknipt wanneer ze nog een kuiken zijn. Dit wordt het dubben van de kam genoemd. Er is namelijk een positieve correlatie tussen kamgrootte en eierproductie en eiergewicht. Dit houdt in dat dieren met kleinere kammen minder en kleinere eieren leggen. Oftewel, de enorme kammen zijn een toevallige bijkomstigheid van het selectief fokken op maximale eierproductie. Bij bruine rassen is de kam veel kleiner en speelt dit niet. Het dubben van kammen van hanen van bruine rassen is daarom sinds 2015 ook wettelijk verboden. Bij hanen van witte rassen kan de kam echter zo groot worden dat deze voor de ogen gaat hangen en ze fysiek gehinderd worden om te paren en zelfs om te eten. Ook wordt het dubben van de kam gebruikt om seksefouten te kunnen opsporen. Ook al is er geen sprake van ernstig ongerief tijdens het knippen van de kammen volgens onderzoek van de WUR uit 2011, “mild” ongerief kan echter niet worden uitgesloten aangezien er alleen naar uitwendig waarneembare parameters werd gekeken. Broederij De bevruchte eieren, de zogenaamde broedeieren, gaan vervolgens naar een broederij, waar ze kunstmatig uitgebroed worden in een broedmachine. Kuikens komen ergens tussen de 19 en 22 dagen uit hun ei, maar vanwege economische efficiëntie wordt de broedmachine maar 1 keer geopend en geleegd. Dit gebeurt meestal op dag 21, want dan zijn de meeste eieren uitgekomen. De kuikens worden vervolgens meteen gesekst; het proces waarbij de hennetjes en haantjes gescheiden worden. De haantjes worden direct vergast of levend vermalen. Ze zijn namelijk economisch gezien nutteloos, want haantjes leggen geen eieren. Ook zijn ze niet geschikt voor de vleesproductie aangezien ze niet snel genoeg groeien. Op jaarbasis zijn dit circa 45 miljoen “nutteloze” haantjes. Bij de hennetjes wordt vaak meteen de snavelpunt weggebrand met infraroodstraling om verenpikken tegen te gaan. Dit is een erg gevoelige en pijnlijke ingreep aangezien hier veel zenuwen eindigen. De pasgeboren kuikentjes krijgen ook al hun eerste vaccinaties. Vervolgens gaan de zogenaamde eendagskuikens op transport naar het opfokbedrijf. De naam eendagskuiken is eigenlijk onjuist, want sommige kuikens zijn al twee dagen oud als de broedmachine geleegd wordt. De uitgekomen kuikens hebben nog genoeg voedingsstoffen in hun eierdooier voor ongeveer 72 uur, maar ze krijgen pas voor het eerst eten nadat ze getransporteerd zijn naar het opfokbedrijf. Dit duurt 32 tot 48 uur na het legen van de broedmachine. Hierdoor kan het voorkomen dat kuikens die als eerste uit het ei zijn gekomen pas na 96 uur voedsel krijgen en dus een dag “honger lijden.” Klaargestoomd om te leggen De eerste 16-18 weken leven de kippen in een zogenoemd opfokbedrijf. Hier krijgen ze de meeste inentingen tegen veelvoorkomende ziektes. In totaal krijgen ze ruim 20 keer een vaccinatie tegen ongeveer 14 verschillende ziektes. Alleen de inenting tegen Newcastle Disease (NCD) is wettelijk verplicht. Ook biologische leghennen krijgen deze vaccinaties. Aangezien leghennen steeds meer eieren leggen, worden de vaccinatiekosten per ei lager en is er een tendens tot meer vaccinaties. Na deze opfokperiode gaan de leghennen naar verrijkte kooien of een scharrelstal en beginnen ze vanaf 19 weken met het leggen van eieren. Eierproductie Een stal wordt meestal gevuld met één legkoppel, wat eigenlijk een groep hennen is van dezelfde leeftijd die in één keer van een opfokbedrijf worden gekocht. Op die manier kan in één keer een lege stal gevuld worden en kan de stal ook in één keer geleegd worden wanneer de leghennen niet meer genoeg eieren leggen en afgevoerd worden naar het slachthuis. Dit maakt het namelijk mogelijk dat de stal grondig gereinigd en ontsmet kan worden, wat noodzakelijk is in verband met de vele ziektekiemen die in de stal aanwezig zijn. Na de schoonmaak kan een nieuw legkoppel in de stal. Tijdens hun piekperiode van 25 tot 39 weken oud leggen hennen 6 tot 7 eieren per week. Door selectief fokken en met kunstmatig licht de daglengte te verlengen, blijven leghennen het hele jaar door leggen. De lengte van de lichtperiode is 14-16 uur en de lengte van de donkere periode (“nacht”) 8 tot 10 uur. Een donkere aaneengesloten periode van minimaal 8 uur is overigens wettelijk verplicht. Na ongeveer 50 weken leggen neemt de uitval toe (leghennen worden ziek of sterven) als gevolg van slijtage, verminderde weerstand en\u002Fof uitputting en kan oplopen tot 8%. Na 60 tot 70 weken neemt eveneens de eierproductie af en worden de hennen in de meeste gevallen afgevoerd naar het slachthuis, omdat ze economisch niet meer rendabel zijn. Heel soms worden de hennen nog gehouden voor een tweede legronde. Normaal gesproken ruien (het vervangen van (versleten) veren) kippen spontaan elk jaar en dit proces kan maanden duren. Door selectief fokken en de onnatuurlijke omstandigheden in de stallen wordt de tijd voordat het ruiproces optreedt, opgerekt van een jaar naar meer dan anderhalf jaar. Voor een tweede legronde moeten leghennen dus eerst ruien voordat ze weer eieren gaan leggen. Om dit proces uniform en snel te laten verlopen, wordt door de leghenhouder de rui geforceerd door ze 3 tot 7 weken weinig licht en minder en\u002Fof schraler eten te geven. De tweede legronde is overigens korter dan de eerste en ze leggen dan 10-30% minder eieren dan in de eerste legronde. Vandaar dat in de praktijk de leghennen zelden voor een tweede legronde worden aangehouden. Voor het Beter Leven keurmerk is geforceerd ruien bijvoorbeeld niet toegestaan. Leghennen worden slechts zo’n 19-21 maand oud of hooguit 31 bij een tweede legronde. In die tijd hebben ze dan ruim 300 eieren gelegd. Dit aantal wordt nog steeds verder opgeschroefd. Zo verwacht Hendrix Genetics dat 500 eieren per leghen mogelijk moet zijn in 2020. Ter vergelijking, in de natuur leggen kippen zo’n 10-20 eieren per jaar (fig. 2). Door selectief fokken en het verlengen van de dagen door middel van kunstlicht is dit aantal enorm verhoogd. Zo legden kippen aan het eind van de 19e eeuw 80-85 eieren per jaar en in 1930 was dat aantal al 116. Inmiddels is dat dus ongeveer drie keer zoveel. ISA heeft al een hen gefokt die 577 eieren legde in 588 dagen. [Figuur 2. Aantal eieren per hen per jaar door in de tijd.] Ook de productieve leeftijd wordt nog verder opgerekt. De verwachting is dat binnen 10 jaar leghennen honderd weken gehouden kunnen worden, oftewel bijna 2 jaar voordat ze “afgeschreven” zijn. Tussen de verschillende stalsystemen zit overigens geen verschil in de \"houdbaarheid\" van de hennen. Ook biologische, Kipster- of Rondeel-hennen worden niet ouder dan ruim anderhalf jaar. Hoe oud kippen normaal gesproken kunnen worden, ligt erg aan het ras. Hybriden worden vaak niet ouder dan 3 jaar, terwijl er rassen zijn die wel 20 jaar kunnen worden. De meeste raskippen worden rond de 10 jaar (fig. 3). [Figuur 3. Maximale leeftijd van een hybride, een leghen (hybride) in de bio-industrie en een “normale” raskip.] Aangezien de leghennen helemaal “op” zijn wanneer ze worden gevangen en afgevoerd naar het slachthuis, zijn ze alleen nog maar geschikt voor zogenoemde laagwaardige toepassingen. Met andere woorden, ze belanden in de soep, in kipnuggets of in diervoer. Kippenvangen Het vangen van leghennen brengt grote welzijnsproblemen met zich mee. Leghennen zijn overdag snelle en actieve dieren, die zich niet makkelijk laten vangen in stalsystemen waar ze vrij kunnen rondlopen zoals een scharrelstal. Bovendien zou dit veel stress opleveren en kunnen de hennen door het tegen elkaar en objecten aan te vliegen en rennen gewond en “beschadigd” raken, waarna ze officieel niet getransporteerd mogen worden. De leghennen worden daarom doorgaans in het donker gevangen, wanneer ze op stok zitten en slapen. Er wordt dan vaak gebruikgemaakt van blauw licht om de hennen niet wakker te maken. Desondanks zullen er altijd hennen wakker worden en gaan lopen, waardoor ze lastig te vangen zijn en wat veel onrust geeft. Het vangen van de leghennen gebeurt handmatig. Meestal wordt er gebruikgemaakt van “vangploegen” van gespecialiseerde bedrijven (pluimveeservicebedrijven). Vaak zijn deze bedrijven wel gecertificeerd, maar dierenwelzijnstraining maakt daar geen onderdeel van uit. Het percentage letsel tijdens het vangen ligt dan ook hoger bij vangploegen dan wanneer gewerkt wordt met “eigen” mensen (pluimveehouder, buren etc.). Andere oorzaken voor dit hogere percentage zijn: tijdsdruk, het routinematig werken en er minder van bewust zijn dat er met levende dieren gewerkt wordt (afstomping). Ook het feit dat uitgelegde hennen nauwelijks meer economische waarde hebben (een leghen brengt momenteel nog geen 50 cent op) zorgt ervoor dat er niet bepaald zorgvuldig met de hennen wordt omgesprongen. Kippen worden bij hun poten gepakt en hangen ondersteboven bungelend aan de hand van de vanger. Vaak gaat een vanger door tot hij 3 of 4 kippen per hand vast heeft. Bij het pakken van een volgende kip stoot de kip die al in de hand hangt regelmatig tegen de vloer of hokinrichting. Als ze worden afgevoerd zijn de leghennen helemaal op, ze hebben weinig veren en spieren en broze botten (botontkalking) door de enorme calciumvraag tijdens het leggen. Tijdens het vangen lopen ze daardoor snel letsel op, met name aan de poten en vleugels. Vervolgens worden de kippen letterlijk in plastic kratten gepropt; vaak meerdere tegelijkertijd en hardhandig en snel om te voorkomen dat de kippen die al in het krat zitten er weer uitspringen. Eén krat bevat 10-15 hennen die slechts de ruimte hebben van nog geen half A4’tje. Hennen wegen gemiddeld 1,7-1,9 kg en hebben wettelijk gezien recht op slechts 160 cm2\u002Fkg kip. Het hele proces van vangen duurt gemiddeld 2,8 uur. Transport De hennen worden in kratten geduwd en gaan op transport naar het slachthuis. Aangezien de hennen weinig veren en spierweefsel meer hebben wanneer ze zijn uitgelegd, zijn ze erg gevoelig voor koude stress tijdens transport. Zo heeft onderzoek van de WUR aangetoond dat in de winterperiode de leghennen tijdens transport een derde van de tijd zich buiten de comfortzone van 10-25°C bevonden. Tevens ervoeren de hennen zeer grote temperatuurschommelingen; binnen een tijdsbestek van enkele uren kon de temperatuur oplopen van rond het vriespunt (tijdens het vervoer) naar 30°C (tijdens de wachttijd in de slachterij). In datzelfde onderzoek duurde het gemiddelde vervoer maar liefst 10 uur (binnen Nederland). Van deze tijd werd er maar een klein deel daadwerkelijk gereden (gemiddeld 2 uur) en stonden de vrachtwagens vooral lange tijd stil in de ontvangstruimte van de slachterij (gemiddeld 8 uur). De vervoersduur kan echter makkelijk langer dan 12 uur zijn, wanneer er later op de dag geslacht wordt. Aangezien de hennen ook al geruime tijd nuchter (zonder eten) in de stal hebben gezeten, zitten ze dus een lange tijd zonder voedsel en water. Gemiddeld zaten de onderzochte hennen maar liefst 18 uur zonder voedsel. In Nederland zijn er maar 2 slachterijen waar leghennen worden geslacht. Een groot deel van de hennen gaat daarom naar het buitenland, voornamelijk Polen, waar ze goedkoop geslacht kunnen worden. In 2015 gingen er volgens de NVWA 5,5 miljoen leghennen op transport naar Polen, wat ongeveer een kwart is van de totale hoeveelheid hennen die geslacht worden per jaar. Zo’n 2,5 miljoen leghennen gingen naar landen als België, Duitsland en Frankrijk. In totaal ging 14% van afgevoerde kippen naar slachthuizen met een transporttijd van meer dan 4 uur. Hanen uit de leghenketen (bijvoorbeeld ouderdieren) gaan sowieso naar het buitenland, aangezien er in Nederland geen slachthuis is dat deze hanen slacht vanwege hun grootte. Transporttijden zullen dus regelmatig veel hoger liggen dan de eerder genoemde tijden voor transport binnen Nederland. Wettelijk is er geen maximale transporttijd vastgelegd. Wel moeten hennen die langer dan 12 uur vervoerd worden, voorzien worden van water en voedsel. Echter, doordat de kratten op- en naast elkaar gestapeld zijn, is dit in de praktijk zo goed als onmogelijk. De binnenste kratten zijn bijvoorbeeld niet bereikbaar. Ook is hier nauwelijks controle op, aangezien dit in het buitenland plaatsvindt. Wettelijk gezien is een letsel van 2% en een sterfte van 0,5% toegestaan voor het vangen en het transport van de uitgelegde hennen. Dit komt theoretisch erop neer dat per jaar 0,5 miljoen hennen gewond en 130.000 hennen dood mogen aankomen bij het slachthuis. Het NVWA voert (beperkte) inspecties uit op vangletsel en letsel en sterfte tijdens transport en heeft bijvoorbeeld in de eerste helft van 2017 al 112 keer een boete uitgedeeld voor het overschrijden van de wettelijk vastgelegde tolerantiegrenzen. De inspectie houdt echter op bij de grens.",{"id":412,"to":413,"title":414,"titles":415,"level":127,"content":416},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip#gestoord-gedrag-uitval-en-ziektes","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip\u002Fhoofdstukken\u002Fgestoord-gedrag-uitval-en-ziektes","Gestoord gedrag, uitval en ziekten",[9,99,414],"Gestoord gedrag, uitval en ziekten Het leven van een legkip - Gestoord gedrag, uitval en ziekten Gestoord gedrag, uitval en ziekten Het leven van een legkip - Gestoord gedrag, uitval en ziekten Verenpikken Kippen in de moderne veehouderij vertonen vaak abnormaal gedrag als gevolg van stress en waarschijnlijk door het opgroeien zonder moeder. Zo is “zacht verenpikken” natuurlijk sociaal gedrag van kippen, maar het zachte verenpikken kan doorslaan naar intensiever pikken en dat kan leiden tot het beschadigen en uittrekken van veren. Hierdoor ontstaan kale plekken, het pikken gaat door op de huid van de kip (kannibalistisch pikken) en veroorzaakt wonden. Bloed zorgt voor nog intensiever pikken en kan overgaan in kannibalisme. Dit is het laatste stadium van verenpikken en heeft vaak de dood tot gevolg. Onder verenpikken wordt vaak ook verstaan het pikken naar kammen, lellen, poten en de cloaca (de darm, urine en eieruitgang). Overigens heeft dit intensieve verenpikken niets te maken met de “pikorde”, want daar wordt specifiek naar de kop of nek gepikt en dit leidt zelden tot het verlies van veren. In de natuur komt dit verenpikken niet voor, maar ook wilde kippen vertonen verenpikken wanneer ze in gevangenschap worden gehouden, waarmee de hoofdoorzaak stress lijkt te zijn. Verenpikken is een lastig en hardnekkig gedragsprobleem dat grote welzijnsproblemen veroorzaakt. Met name wanneer kippen loslopen in groepen en de snavels niet geknipt zijn, is dit een probleem. Bij loslopende kippen kan het verenpikken minder goed door de boer in de gaten worden gehouden. Daarnaast richten niet gekapte snavels meer schade aan dan gekapte snavels. Verenpikken wordt beïnvloed door verschillende factoren. De belangrijkste factoren zijn de opvoeding van kuikens door de moeder en stress bij de moeder, de rol van eet- en foerageergedrag bij jonge en volwassen dieren en de rol van stress en angst in het algemeen. Ook genetische aspecten spelen hierin een rol. Helaas is veel onderzoek naar het voorkomen van verenpikken vooral gericht op de economische schade van verenpikken en veel minder op het welzijn van de hen. Zoals we hebben gezien, groeien kuikens op zonder moeder. Ze komen uit het ei in een broedmachine en groeien daarna op met andere kuikens. Ook al zijn kippen al heel snel zelfstandig wanneer ze uit het ei komen, hun moeder leert hen waar ze naar moeten pikken, wanneer ze moeten rusten en hoe ze zich moeten gedragen. Het ontbreken van een moeder in de moderne leghenhouderij speelt zeer waarschijnlijk een grote en onderschatte rol in hoe kuikens en kippen zich gedragen ten opzichte van elkaar en het vermogen om normaal\u002Fnatuurlijk gedrag te kunnen vertonen. Strooisel en ander afleidingsmateriaal helpt om verenpikken te verminderen, maar is niet afdoende. Kippen van bijvoorbeeld biologische boeren, die naast strooisel ook een vrije uitloop naar buiten hebben, vertonen toch verenpikken. Kippen pikken meer agressief naar onbekende kippen dan naar bekende kippen. Echter, bij groepen die groot genoeg zijn, neemt het pikken vaak ook weer af. Dit komt waarschijnlijk doordat er zoveel onbekende kippen zijn, dat het ondoenlijk is om alle “concurrenten” weg te jagen. Jaarlijks worden van zo’n 54 miljoen kippen de snavel verkort (gebrand) om verwondingen als gevolg van pikken tegen te gaan. Sinds 2015 mag het verkorten alleen gebeuren met infraroodstraling, waarbij zoveel hitte wordt gegenereerd dat het snavelweefsel binnen een paar weken afsterft en het snavelpuntje eraf valt. Vanaf 2018 wordt het verkorten van de snavel wettelijk verboden. In verband met het verbod op snavelkappen wordt er al langere tijd onderzoek gedaan naar selectief fokken op minder agressie en naar andere staltypen met meer ruimte om snavelpikken te voorkomen. Echter, snavelpikken blijft tot nu toe welzijnsprobleem nummer 1 bij leghennen. In 2006 werd er onderzoek gedaan bij 29 verschillende biologische bedrijven en was de situatie nogal alarmierend te noemen. Onderzoek uit 2017 laat zien dat er nog steeds veel onbekend is met betrekking tot verenpikken en vooral het voorkomen hiervan. De vraag is dus of met het verbod op snavelkappen niet het ene welzijnsprobleem wordt opgelost, en het andere welzijnsprobleem wordt verergerd. Uitval en ziektes Toen boeren net begonnen met het op grote schaal houden van leghennen, steeg het percentage dieren dat vroegtijdig overleed (uitval) van 5-6% naar maar liefst 20%. Dit had met name te maken met het aantal ziektes die toenamen door het dicht op elkaar houden van zoveel hennen. Alleen door allerlei (kunst)ingrepen, zoals bijvoorbeeld vaccineren, kon de uitval weer naar beneden worden gebracht. Ook het houden van hennen in kooien (legbatterijen) kwam hieruit voort; er was nu veel minder contact met soortgenoten en de kippen werden gescheiden van hun eigen uitwerpselen. Nu de legbatterijen zijn afgeschaft, komen sommige van deze problemen weer terug. Zo is geconstateerd dat bij stalsystemen waarbij leghennen niet meer in kooien zitten, juist meer (oude) ziektes voorkomen, waarschijnlijk doordat kippen meer contact hebben met soortgenoten en met hun eigen uitwerpselen waar veel ziektekiemen in zitten. Over het algemeen volgt het uitvalpercentage gedurende de legperiode een duidelijke trend. De periode wanneer een koppel leghennen in een stal wordt geplaatst, is zeer stressvol. Zo kunnen kippen elkaar dooddrukken, gaan ze verenpikken of sterven ze langzaam omdat ze het water en\u002Fof voedsel niet kunnen vinden in de nieuwe stal. Nadat de kippen gewend zijn aan de nieuwe omgeving, is de uitval van 30 tot 50 weken vrijwel stabiel en relatief laag (tot ongeveer 2%). Na 50 weken neemt de uitval echter weer toe tot ongeveer 8%, vooral omdat de hennen dan eigenlijk al “versleten” zijn en de weerstand afneemt. Er kan onderscheid gemaakt worden tussen “natuurlijke” dood en dood door ziekte. Natuurlijke dood heeft overigens vaak te maken met het leggen van eieren. Uit een recent Amerikaans onderzoek bleek dat 26,6% van de “natuurlijk” gestorven leghennen was gestorven aan “Egg Yolk Peritonitis” (EYP). De eileider is een soort trechter die de eicel opvangt wanneer deze vrijkomt uit de eierstok. Bij legkippen kan dit regelmatig of zelfs permanent misgaan, waardoor de eicel in de buikholte terechtkomt in plaats van in de eileider. De niet ontwikkelde eieren kunnen hier ophopen en ontsteken en uiteindelijk tot de dood leiden. Kippen kunnen een heel scala aan ziektes en parasieten krijgen. Deels komt dit door de verminderde weerstand die de kippen hebben als gevolg van selectief fokken op maximale eierproductie, wat ten koste gaat van het immuunsysteem. Ook staan de kippen veelvuldig bloot aan stress, wat ook zorgt voor een verminderde weerstand. Anderzijds zijn leghennenstallen ideale broedplaatsen voor ziektes door de vele dieren die bij elkaar zitten, de zo goed als constante en relatief hoge temperatuur het hele jaar door, vochtige en donkere plekken en contact met eigen uitwerpselen (mest). Bloedluis of vogelmijt Inmiddels bekend en berucht vanwege het fipronil schandaal, waarbij ruim 2,5 miljoen gezonde kippen zijn geruimd, is de bloedluis. De bloedluis is eigenlijk een verkeerde naam, want de “luis” is namelijk een mijt; de vogelmijt. Dit is de meest voorkomende parasiet bij leghennen in Europa. In Nederland is 94% van de pluimveebedrijven besmet met de mijt en op één kip kunnen wel 50.000 tot 500.000 mijten voorkomen. De vogelmijt kan daarbij ook nog eens virussen en bacteriën verspreiden. De hennen raken gestrest door de jeuk die de mijt veroorzaakt, pikken naar de mijten en beschadigen hun eigen verenkleed. Door de jeuk en stress neemt ook agressief gedrag toe, wat het verenpikken verergert. Uiteindelijk kunnen de hennen sterven als gevolg van bloedverlies en\u002Fof verenpikken. Ook worden er minder eieren en eieren van een slechtere kwaliteit gelegd. De financiële schade als gevolg van de vogelmijt wordt door de WUR geschat op meer dan € 130 miljoen per jaar in Europa. De vogelmijtproblematiek is echter inherent aan de huidige manier van kippen houden. De problematiek bestaat al sinds men kippen professioneel houdt en is de afgelopen decennia alleen maar toegenomen. Vooral de afwezigheid van seizoenen en het constante stalklimaat in het algemeen zijn de belangrijkste factoren voor de aanwezigheid van grote aantallen mijten. De vogelmijt gedijt dus erg goed onder de zeer onnatuurlijke omstandigheden waarin leghennen worden gehouden. E.coli Een infectie met de bacterie Escherichia coli (E. coli) is een van de belangrijkste oorzaken van uitval [source title=\"21\"]. Meestal betreft het een specifiek type E. coli, ook wel aangeduid als APEC (Avian Pathogenic E. coli), en wordt deze ziekte colibacillose genoemd. De infectie komt vaak voor als zogenoemde secundaire infectie. Dit betekent dat de weerstand van de hen al laag is door een andere oorzaak, zoals bijvoorbeeld bloedmijt of verenpikken, en vervolgens krijgt de normaal gesproken “onschuldige” darmbacterie de kans om flink te groeien en andere lichaamsdelen te infecteren. Ook zorgen bijvoorbeeld te hoge ammoniakconcentraties, overbezetting of virale infecties voor verzwakking van het ademhalingsepitheel en maken de weg vrij voor kolonisatie door een APEC. De grootste risicofactoren voor een infectie zijn: temperatuur in de stal, de hoeveelheid kippen per vierkante meter en de kwaliteit van het drinkwater. E. coli groeit het liefst bij een temperatuur van 18-44°C en het stalklimaat is daarom ideaal met een constante temperatuur van ongeveer 20°C. Hoe meer leghennen in de stal, hoe groter de kans op infecties. Een toename van het stalvolume met 1 liter per hen zorgt al voor een 33% lager risico op colibacillose. Vogelgriep Vogelgriep is waarschijnlijk voor de meeste mensen de bekendste kippenziekte omdat dit regelmatig in het nieuws is vanwege de vele ruimingen. Vogelgriep kent twee varianten, de milde variant (laagpathogeen) en de gevaarlijke variant (hoogpathogeen). Deze laatste wordt ook wel vogelpest genoemd. Dieren die de milde variant hebben, vertonen nauwelijks ziekteverschijnselen. Toch worden ook deze leghennen geruimd, omdat de milde variant over kan gaan naar de gevaarlijke vorm. In zeldzame gevallen kunnen bepaalde typen vogelgriep ook mensen besmetten. In 2003 werd maar liefst een derde van de hele pluimveestapel vernietigd in verband met vogelgriep. Dertig miljoen dieren werden met stroomstoten of door vergassing omgebracht. Het betrof destijds de H7N7-variant, waar ook 89 mensen mee werden besmet. Een van hen overleefde dat niet.\nIn 2016 zijn meer dan 1 miljoen leghennen geruimd vanwege een H5N8-variant om verspreiding naar andere bedrijven tegen te gaan. In dat jaar vond de langste ophokplicht (kippen verplicht binnenhouden) ooit in Nederland plaats, namelijk 5 maanden. Er was geen besmetting naar mensen toe bij deze variant. In december 2017 is er opnieuw vogelgriep vastgesteld op een vleeseendenbedrijf en worden 16.000 eenden “geruimd”. Omdat het vermoedelijk een hoogpathogene H5-variant betreft, is er een landelijke ophokplicht uitgeroepen. Pluimvee met een vrije uitloop heeft een verhoogd risico om vogelgriep op te lopen. Vaak worden wilde (trek)vogels zoals eenden en ganzen als schuldigen aangewezen en zouden zij de ziekte overbrengen naar de leghennen. Onderzoek uit 2014 laat echter het tegendeel zien; trekvogels brengen het virus niet het land in, maar lopen het juist hier op. Intensief (internationaal) transport van dieren en dierproducten is een veel waarschijnlijkere verspreidingsroute van het virus. Vaccinatie tegen vogelgriep is mogelijk, maar wordt vooral om economische redenen niet gedaan. Het is lastig, kostbaar en ons belangrijkste exportland, Duitsland, wil geen producten van gevaccineerde dieren. Ook bij deze ziekte zorgen de onnatuurlijke omstandigheden waaronder de kippen worden gehouden ervoor dat het virus goed kan gedijen; een combinatie van lage weerstand, een hoge dichtheid aan kippen en een ideaal stalklimaat voor het virus (vochtig, donker, warm). Borstbeen afwijkingen Afwijkingen aan het borstbeen zijn een van de belangrijkste welzijnsproblemen in de moderne leghenhouderij. Een Vlaams onderzoek uit 2015 liet zien dat na 60 weken 60% van de leghennen in volière-stallen een borstbeenafwijking had. Uit onderzoek van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek (ILVO) in 47 Belgische volière-stallen bleek dat maar liefst 82,5% van de hennen aan het einde van de productieronde één of enkele breuken had opgelopen. Bij grondhuisvesting lag dit percentage op 58% en bij verrijkte kooien op 62%. Het ILVO-onderzoek liet ook zien dat 59,8% van de onderzochte hennen een kromming (afwijking) van het borstbeen had. Afwijkingen worden met name veroorzaakt door de vorm en het materiaal van zitstokken; harde, onbuigzame materialen leveren meer deformaties van het borstbeen op dan zachtere\u002Fbuigzame materialen. Wanneer een hen op een zitstok zit, steunt namelijk twee derde van haar gewicht op het borstbeen. Breuken en herstelde breuken hebben een grote invloed op het welzijn van de hennen. Zo bleek dat hennen met herstelde breuken chronisch pijn lijden.. Daarnaast verminderen (herstelde) breuken de mobiliteit van de hen en hebben ook een negatieve invloed op de eierproductie.. Botontkalking Bontontkalking oftewel osteoporose is naast te weinig beweging een van de belangrijkste oorzaken van zwakke botten en botbreuken. Het leggen van grote hoeveelheden eieren vraagt enorm veel van een leghen. Zo is er voor de eieren die een hen legt tijdens een legperiode 20-30 keer zoveel calcium nodig als de hen kan opslaan in haar lichaam. Doordat er calcium voor de eierschaal aan de botten wordt onttrokken, worden botten brozer. Ze kunnen met name richting het einde van de legronde sneller breken, wat erg pijnlijk is. In kooien, waar de leghennen bij gebrek aan bewegingsvrijheid meer last van botontkalking hebben, werd geschat dat 80 tot 89% van de leghennen aan osteoporose leed. Tevens werd geschat dat 13 tot 35% van de uitval in kooien werd veroorzaakt door botontkalking. In scharrelstallen, waar de totale uitval hoger ligt, is het aandeel van de uitval door botontkalking lager. In een recent Amerikaans onderzoek bleek dat van de ‘natuurlijk’ gestorven leghennen, maar liefst 16,8 % was gestorven door hypocalciëmie. Hypocalciëmie is een te laag gehalte aan calcium in het bloed, omdat al het calcium naar het maken van het ei is gegaan. Door dit te lage gehalte kunnen spieren gaan verkrampen en sterven de kippen door verstikking. Voetproblemen Ook problemen aan de voeten\u002Fvoetzolen komen veel voor (hyperkeratose, voetzooldermatitis en “bumble foot”). Belangrijke factoren voor het veroorzaken van deze problemen zijn: het staltype, nat strooisel, zitstok- en vloermateriaal, zitstokgedrag en slechte poothygiëne. Hyperkeratose is een sterke verhoorning van de huid van de voeten. Voetzooldermatitis is een onderhuidse ontsteking van de voetzool wat kan leiden tot dood weefsel en zweren. In erge gevallen kan dit overgaan tot bolvormige laesies en zwelling; de zogenaamde “Bumble foot”, wat een erg pijnlijke aandoening is. “Bumble foot” komt met name voor in systemen met (harde) zitstokken. Een ondergrond met slechte hygiëne zoals nat strooisel of mest vergroot de kans op het “bumble foot” syndroom. Dit is vaker het geval bij scharrelstallen met een harde ondergrond en een vrije uitloop met weinig begroeiing. In een onderzoek bij 47 bedrijven in België kreeg maar liefst 71% van de leghennen te maken met voetproblemen in een periode van 60 weken. Hyperkeratose was het meest voorkomend met 42%. Cloaca prolaps Tijdens het leggen van een ei wordt het laatste deel van de legdarm binnenstebuiten gekeerd en komt tijdelijk buiten het lichaam, zodat er een schoon ei gelegd kan worden. Soms gaat de legdarm echter niet goed terug en blijft uit de cloaca hangen. Dit komt vooral voor bij oudere dieren, waarbij de spieren die zorgen voor de terugtrekking versleten zijn door het vele eierleggen. Een opvallende cloaca is bovendien aantrekkelijk voor andere kippen om naar te pikken en zo gaat het van kwaad tot erger.",{"id":418,"to":419,"title":420,"titles":421,"level":127,"content":422},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip#vrijheid-blijheid","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fhet-leven-van-een-legkip\u002Fhoofdstukken\u002Fvrijheid-blijheid","Vrijheid, blijheid?",[9,99,420],"Vrijheid, blijheid? Het leven van een legkip - Vrijheid, blijheid? Vrijheid, blijheid? Het leven van een legkip - Vrijheid, blijheid? Verschillende stalsystemen en dierenwelzijn Er zijn verschillende manieren om kippen te houden. De eieren die de hennen hebben gelegd, zijn voorzien van codes en de doosjes bovendien vaak van een keurmerk om aan te geven hoe de kippen zijn gehouden en aan welke welzijnscriteria er is voldaan. Op de eieren zelf moet altijd een stempel staan van getallen en letters. Het eerste cijfer is de zogenoemde eiercode. Deze code is een cijfer van 0 tot 3 en zegt iets over de huisvesting van de leghennen. Code 0 = biologische eierenCode 1 = vrije uitloop- of graseierenCode 2 = scharreleierenCode 3 = kooi-eieren Kooisystemen Weliswaar zijn legbatterijen verboden, maar er mag nog wel gebruik worden gemaakt van zogenoemde “verrijkte kooien”. Hierin kunnen hennen nog steeds hun vleugels niet spreiden. Het minimale oppervlak per hen is 750 cm2; dit is 1,2 keer een A4'tje, maar iets meer dan in de traditionele legbatterij, waar de hennen 0,9 keer een A4'tje hadden. De kooien worden bestempeld als “klein” wanneer ze tot 15 hennen bevatten en als “groot” wanneer ze 15 tot 60 hennen bevatten. De oppervlakte per hen blijft hetzelfde bij kleine en grote kooien. Kooien hebben een bodem van gaas, zodat de mest erdoor kan en onder de kooi kan worden opgevangen. Ten opzichte van de traditionele legbatterij bevat de kooi enkele extra voorzieningen (verrijkingen) zoals een zitstok, legnest en een plek met strooisel. De verrijkte kooi wordt op de langere termijn ook verboden, maar het verbod is inmiddels al uitgesteld van 2017 naar 2021. De andere vorm van een kooisysteem is de zogenoemde koloniehuisvestiging, waarbij er 30 tot 60 kippen in een grote kooi zitten met een oppervlakte van ten minste 2,5 m2. Hierbij hebben de kippen een minimaal oppervlak van 900 cm2; 1,4 keer een A4’tje. Dit type wordt ook wel “klein-volière” genoemd en bevat verder dezelfde “verrijkingen” als de verrijkte kooi. Scharrelsystemen In een scharrelstal kunnen hennen zich vrij bewegen en zijn er in de stal op verschillende plaatsen voer- en drinkplaatsen ingericht. De vloer bestaat vaak deels uit een roostervloer en een dichte vloer (minimaal één derde van het totale oppervlakte) en plekken met strooisel om te scharrelen. Verder zijn legnesten voor het leggen van eieren en zitstokken aanwezig. In de stal kunnen alle voorzieningen gelijkvloers zijn (grondhuisvesting), of ondergebracht op vrij toegankelijke etages (volière-stallen). Door middel van meerdere etages kunnen op hetzelfde staloppervlakte meer leghennen gehouden worden. Leghennen hebben in scharrelstallen minimaal 1111 cm2 tot hun beschikking aan vrije vloer oftewel nog geen 2 A4’tjes. De scharrelhennen hebben geen vrije uitloop naar buiten en zitten dus meestal hun hele leven binnen zonder daglicht. Meer vrijheid voor een hen heeft in algemene zin een positief effect op het welzijn van de kip. Zo kunnen ze meer foerageren en op ontdekking gaan wat stressverlagend werkt. Meer beweging betekent ook sterkere botten en spieren en daarmee een betere algemene gezondheid ten opzichte van leghennen in kooien die minder kunnen bewegen. Echter, de keerzijde is dat er ook een hogere kans op breuken en andere afwijkingen is door botsingen, vallen e.d.:annotation{:ids=\"55\"}Zo zijn moderne leghennen bijvoorbeeld een stuk zwaarder dan hun voorouders, maar is hun vleugelkracht niet toegenomen. Bovendien zijn kippen typische grondvogels en slechte vliegers. Hierdoor kunnen kippen ongecontroleerd landen, vallen en\u002Fof botsen wanneer ze bijvoorbeeld van de ene etage naar de andere etage springen of fladderen. In stallen met meerdere verdiepingen zoals de volière-stal komen deze verwondingen dus vaker voor dan in gelijkvloerse stallen. Scharrelsysteem met vrije uitloop Er zijn ook scharrelstallen waarbij er wel een vrije uitloop naar buiten toe is. Systemen met vrije uitloop zijn verder identiek aan het scharrelsysteem met dus de extra mogelijkheid voor de hennen om naar buiten te gaan. Echter, meestal is de uitloop overdekt met een verharde ondergrond (zie ook “keurmerken eieren”). In de uitloop hebben de leghennen 4 m2\u002Fhen ter beschikking en moeten ze minimaal 8 uur per dag naar buiten kunnen (enkele uitzonderingen daargelaten zoals extreem weer en ophokplicht). De scharrelstallen met vrije uitloop kunnen onderverdeeld worden in gangbare systemen (de zogenaamde “Freiland kippen”) en biologisch gehouden leghennen. De vrije uitloop wordt zelden volledig benut en lang niet alle kippen maken gebruik van de uitloop. De benutting is sterk afhankelijk van de inrichting, de beschutting en de grootte van het koppel. Zo maken bij grote koppels (10.000 hennen en meer) slechts 3-15% van de hennen gebruik van de uitloop. Bij proeven met hoog olifantengras bleek dat kippen de ruimte van de vrije uitloop veel beter benutten omdat ze meer beschutting hadden en daardoor verder van de stal af durfden te lopen. Om praktische redenen (onderhoud, overzichtelijkheid) zijn vrije uitlopen echter minimaal ingericht. Keerzijde vrije uitloop Een vrije uitloop betekent voor kippen meer kans om gepakt te worden door roofdieren zoals een vos, marter, havik of buizerd. Naar schatting is de uitval als gevolg van predatie ongeveer 4%. Kippen zijn echte bosdieren die beschutting zoeken in dichte struiken en die normaal gesproken vooral door de dominante haan gealarmeerd worden voor gevaar. Dichte struiken zijn niet of spaarzaam aanwezig in een uitloop en zeker niet voldoende voor de grote hoeveelheid hennen die er rondlopen. Bij een onderzoek onder biologisch gehouden kippen bleek dat in 80% van de onderzochte uitlopen de beschutting minder dan 25% was van de totale uitloop. Bomen in de vrije uitloop worden door roofvogels zelfs gebruikt als uitvalsbasis voor aanvallen op kippen. Ook hanen ontbreken op de meeste leghenbedrijven. In het geval dat er wel hanen waren, bleek hun aanwezigheid niet afdoende om te verhinderen dat kippen werden gepakt. De hanen vielen de roofvogel wel aan, maar waren vaak niet op de juiste plek en er was maar 1 haan op minimaal 30 hennen. Ook het welzijn van de roofdieren zelf komt hier in gedrang. Er worden sneller ontheffingen gegeven om vossen dood te schieten in de buurt van pluimveebedrijven. Dit terwijl vrije uitlopen relatief makkelijk “vosbestendig” te maken zijn. Roofvogels daarentegen zijn beschermd en veel lastiger te weren aangezien ze van boven de uitloop invliegen. Er zijn proeven gedaan met lokkippen die stroomstoten geven en lokaas waarin een misselijkmakende stof (lithiumchloride) werd gespoten zodat de roofvogels negatieve associaties met kippen krijgen en ze met rust laten. Alleen de laatste methode leek enigszins effectief, maar is in de praktijk lastig toe te passen. In onderstaande figuur is schematisch het aandeel van de leghennen in de verschillende stalsystemen in Nederland weergegeven voor 2016. [Figuur 4]. Aandeel leghennen verspreid over de verschillende huisvestingssystemen in 2016. Rondeel en Kipster Twee systemen met “vrije” uitloop worden hier wat uitgebreider besproken aangezien beide beweren het hoogste niveau van dierenwelzijn te hebben en erg veel media-aandacht hebben gehad. Het gaat hier om de stallen van Rondeel en Kipster. De Rondeelstal is een ronde stal gebaseerd op onderzoek van de WUR, waar geprobeerd is om gemak voor de boer, duurzaamheid en welzijn van de kippen te integreren in een flexibel stalontwerp. De stal bestaat uit 6 gescheiden afdelingen met 3.000 (kleine units) of 6.000 (grote units) kippen (maximaal 30.000 leghennen). De units zijn een soort taartpunten die afwisselend een nachtverblijf of een dagverblijf zijn. De dag- en nachtverblijven zijn verbonden met elkaar via oprolbare wanden. Het nachtverblijf en nestgedeelte bestaat uit een volièresysteem met meerdere verdiepingen. Het dagverblijf (scharrelgedeelte) heeft een doorzichtig dak voor natuurlijk lichtinval en heeft kunstgras als ondergrond met daarin bakken voor stofbaden en andere voorzieningen. De buitenste rand om de stal is de vrije uitloop, wat ook wel de bosrand wordt genoemd. Deze uitloop is overdekt en afgegrensd met een hek zodat roofvogels er niet in kunnen. Dit systeem krijgt van de Dierenbescherming 3 sterren van het Beter Leven keurmerk net als biologisch gehouden hennen. De kippen hebben echter wel veel minder uitloopoppervlakte per kip. Eenduidige getallen ontbreken, maar naar schatting is dit ongeveer 0,05 m2 per kip tegenover 4 m2 voor vrije uitloop of biologisch gehouden hennen. Volgens het 3-sterrencriterium van de Dierenbescherming moet er minimaal 216 m2 vrije uitloop beschikbaar zijn voor een koppelgrootte van maximaal 6000 hennen, wat dus neerkomt op minimaal 0,035 m2\u002Fhen. Dit is dus meer dan 100 keer zo klein als de uitloop van vrije uitloopkippen. Momenteel zijn er 3 Rondeelstallen in Nederland en twee kleine uitvoeringen (mini- en microstal in respectievelijk Amsterdam en Den Haag). Kipster is mede opgericht door de ex-directeur van Rondeel en vertoont qua inrichting grote gelijkenissen met de Rondeelstal. De stal is dan wel niet rond, maar heeft ook nachtverblijven met een volièresysteem en een centrale lichtdoorlatende binnentuin (scharrelruimte) bedekt met zand\u002Fstrooisel en met diverse voorzieningen. De vrije uitloop naar buiten wordt ook een bosrand genoemd, is relatief klein en aan alle kanten voorzien van windbreekgaas. De stal is gebouwd voor 24.000 leghennen en momenteel is er 1 stal in Nederland die in 2017 is geopend. Kipster is op 1 punt uniek ten opzichte van andere systemen en dat is dat de haantjes niet meteen gedood worden wanneer ze uit het ei komen, maar 15-17 weken worden opgefokt om vervolgens verwerkt te worden tot haanburger. Momenteel gaan deze haantjes echter naar een opfokstal met de laagst toegestane levensstandaard voor kippen en krijgen de hanen dan ook geen beter-leven-sterren. Volgens Rondeel en Kipster wordt de vrije uitloop bij gangbare systemen maar voor een zeer beperkt deel gebruikt en kan de vrije uitloop daarom veel kleiner. Op de Kipster-website staat daarover: “Volgens de wet hebben we 10 hectare grond nodig om ons ei vrije uitloop te mogen noemen. Volgens de wetenschap en de Dierenbescherming hebben onze kippen dat helemaal niet nodig.” Echter, zoals hierboven reeds beschreven, komt de minimale benutting van de uitloop door de inrichting, beschutting en grootte van de koppel hennen en niet omdat de kip geen behoefte heeft aan minder ruimte. Van nature is hun leefgebied immers enkele tientallen hectare groot. Bovendien wordt hierbij voorbijgegaan aan de oorspronkelijke uitgangspunten van het ontwerp van de Rondeelstal zoals die door de WUR zijn geformuleerd: Een vrije uitloop is belangrijk vanwege de vraag uit de markt. Echter, een uitloop brengt volgens de WUR verschillende (economische) nadelen met zich mee zoals: Een steeds kleiner wordend prijsverschil tussen eieren van vrije uitloopkippen en “standaard” eieren.Gezondheidsrisico’s voor mens en dier. Kippen lopen buiten sneller ziektes op via hun eigen mest en bijvoorbeeld via wilde overvliegende vogels (vogelgriep). Kippen kunnen daarnaast ook giftige stoffen binnenkrijgen, zoals dioxine.Huidige systemen zijn niet erg overzichtelijk voor de boer, zeker niet met een buitenuitloop, waardoor ze de individuele kippen niet goed in de gaten kunnen houden en er een groter risico is dat ze slachtoffers van verenpikken of zieke dieren niet op tijd opmerken. Tenslotte geeft de WUR aan dat er ook wordt gekeken naar “wat de kip wil”, maar dat bijvoorbeeld niet is aangetoond dat een kip per se buiten moet scharrelen en haar omgeving onderzoeken. Dit zou dus ook binnen kunnen. Deze aspecten waren aanleiding voor het ontwerp van een kleine, overdekte uitloop zoals bij de Rondeel en Kipster stal is toegepast. Welzijn voor de kip was een belangrijk aspect, maar er is een compromis gesloten met economische en gezondheidsfactoren. Dierenwelzijn stond niet bovenaan. Tijdens de evaluatie van de eerste legronde in een Rondeel stal leek de uitval lager dan bij andere systemen (waaronder biologisch), maar borstbeenafwijkingen waren even hoog als bij andere systemen en scoorden gemiddeld 1,73 op een schaal van 0 (goed) tot 2 (slecht). Overige resultaten, zoals verenpikken, waren minder eenduidig omdat er zowel hennen met intacte snavels als hennen met gekapte snavels in de stal waren. Biologisch beter? Biologische leghenhouderij lijkt op papier beter (meer ruimte, vrije uitloop, geen snavelkap), maar het uitvalpercentage ligt met 10-15% hoger dan de eerder genoemde 8%. Deels komt dit door het toegenomen aantal infectieziekten. De leghennen leven onder minder gecontroleerde omstandigheden (klimaatverschillen binnen\u002Fbuiten, meer contact met mogelijke ziektekiemen en parasieten buiten in de grond, mest en lucht etc.) en verenpikken is vaak “verergerd” aangezien de snavels niet gekapt zijn. Biologische kippenhouderij betekent dus niet automatisch dat het dierenwelzijn beter is. Ook andere onderzoeken concluderen dat geen enkel huisvestingssysteem ideaal is voor het welzijn van de hen. Bij biologische eieren kunnen de volgende keurmerken op de doos staan: Beter Leven 3 sterren, EKO keurmerk of het Europees biologisch keurmerk. Om voor biologisch in aanmerking te komen, moeten kippen bijvoorbeeld ook biologisch voer krijgen naast de welzijnseisen. Beter Leven Naast de genoemde systemen is er nog een heel scala aan verschillende keurmerken in de omloop, die hieronder wat verder worden toegelicht en beknopt zijn weergegeven in tabel 1. Een aantal eieren van verschillende huisvestingssystemen krijgt van de Dierenbescherming 3 sterren Beter Leven. Dit zijn alle biologische eieren en daarnaast het Rondeel-ei, het Kipster-ei, het Gijs-ei, het Vrolijke Kip-ei en het natuurlijk beter leven-ei. Deze laatste 5 zijn niet-biologische vrije uitloop eieren die voldoen aan de (aangepaste) welzijnseisen voor 3 sterren. Rondeel en Kipster eieren hebben desondanks toch code 2, omdat de oppervlakte aan vrije uitloop per kip niet voldoet aan de eisen om in aanmerking te komen voor code 1 volgens Europese regelgeving. Bij producten waar eieren in zitten, moeten 95% van de dierlijke ingrediënten voldoen aan het Beter Leven keurmerk om in aanmerking te komen voor het desbetreffende keurmerk. Ten slotte zijn er ook nog eieren zoals volkoren-ei, mais-ei, zonnebloem-ei, omega-3-ei\u002FColombus-ei en viergranen-ei, die iets zeggen over het voer wat de kippen krijgen. Deze benamingen zeggen echter niks over de omstandigheden waaronder de kippen leven. De kleur van eieren zegt overigens niks over de levenswijze van de kip, maar slechts iets over de kip zelf (welke hybride). Over het algemeen leggen bruine kippen (met rode oorlellen) bruine eieren en witte kippen (met witte oorlellen) witte eieren, maar die stelregel gaat niet altijd op. Bruine eieren zijn iets duurder dan witte eieren, omdat bruine leghennen over het algemeen groter zijn en dus ook meer voedsel nodig hebben. Tabel 1. Overzicht van de belangrijkste manieren van het houden van leghennen en de verschillende welzijnskeurmerken. In figuur 5 is schematisch weergegeven hoeveel eieren er “geproduceerd” worden per houderijsysteem [Figuur 5. Overzicht van de eierproductie uitgezet tegen de verschillende houderijsystemen op basis van cijfers uit 2015.",{"id":424,"to":425,"title":150,"titles":426,"level":127,"content":427},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken#natuurlijk-varkensleven","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-varkensleven",[9,104,150],"Natuurlijk varkensleven De dood van een varken - Natuurlijk varkensleven Natuurlijk varkensleven De dood van een varken - Natuurlijk varkensleven Wilde zwijnen zijn groepsdieren die in bosrijke gebieden leven. Varkensgroepen worden gekenmerkt door een matriarchale structuur. Een twee- tot vijftal nauw verwante zeugen met hun nakomelingen trekken samen op, jongvolwassen beren scheiden zich van de groep af op een leeftijd van 7-8 maanden. De jonge beren vormen dan groepjes van 2 tot 3 dieren. Volwassen beren (ouder dan 3 jaar) leven meestal solitair. In de paartijd sluiten de beren zich tijdelijk aan bij een groep. Het leefgebied van een familiegroep varkens kan, afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel, variëren van minder dan 100 ha tot meer dan 2500 ha. Hoger gelegen, dichtbeboste delen van het gebied worden gebruikt voor rust en nestplaats, terwijl lagere, meer open terreinen gebruikt worden om voedsel te zoeken. Varkens zijn in principe dagdieren, maar ze zijn vooral actief in de ochtend en de avond. De dagelijkse activiteiten van varkens bestaan voornamelijk uit verkennen (exploreren) en voedsel zoeken (foerageren). Daarbij zijn ze sterk gericht op de grond: met hun typische varkenssnuit snuffelen, knabbelen en wroeten ze in de aarde. Varkens nemen graag de tijd om te exploreren en foerageren. Hun lichaamsbouw (met relatief zware romp) is niet geschikt voor snelle bewegingen. Echt rennen doen ze zelden en slechts over enkele meters. Wel kunnen ze lange afstanden lopen in een flink tempo, maar het zijn voornamelijk jongvolwassen en solitair levende beren die afstanden afleggen. De neus is het belangrijkste zintuig van een varken, niet enkel om voedsel te zoeken, maar ook om de omgeving te verkennen. Het zichtvermogen van varkens is niet sterk; de dieren kunnen slechts beperkt kleuren zien en moeilijk afstanden inschatten. Zo zien ze slecht of een donkere plek een schaduw is of mogelijk een gat. Hierdoor zijn varkens erg voorzichtig wanneer ze op onbekend terrein komen. Ze besnuffelen uitgebreid de grond en eventuele obstakels. Naast de geur is ook het gehoor een belangrijk zintuig voor varkens. Onbekende geluiden en lawaai kunnen op gevaar wijzen en schrikken hen op. Bij warm weer nemen varkens graag een modderbad om af te koelen. Dit wordt ook wel ‘zoelen’ genoemd. Varkens kunnen slecht tegen zomerhitte. Ze hebben geen functionele zweetklieren, maar wel een isolerende laag vet en een huid die gevoelig is voor zonnebrand. Bij warm weer hijgen de varkens, maar het warmteverlies door hijgen is beperkt. Door een modderbad te nemen daalt hun huid- en lichaamstemperatuur, en vermindert de verhoogde ademhaling ten gevolge van verhitting. Varkens zoelen vooral vanaf 20 graden. Een groot deel van de tijd besteden de dieren aan rusten en slapen, wel 16 tot zelfs 19 uur per etmaal. De nacht wordt gezamenlijk doorgebracht in een gemeenschappelijk nest. Varkens hechten veel belang aan het schoonhouden van de rustplaats; ze mesten op een aparte plaats die 5 tot 15 meter van het nest verwijderd is. Binnen de familiegroepen heerst een hiërarchie waarbij de oudere en zwaardere varkens het hoogst in de rangorde staan. Varkens kennen binnen hun groep sterke sociale banden; ze stemmen hun gedrag op elkaar af, zoals bijvoorbeeld samen in een gemeenschappelijk nest slapen of samen op zoek gaan naar voedsel. Door de hiërarchie binnen de groep komt agressie weinig voor. Conflicten om voedsel bijvoorbeeld blijven beperkt tot wat dreigen en imponeren, waarna het sociaal lagere dier ‘afdruipt’. Varkens uit andere groepen worden echter zelden getolereerd. Dieren die tot verschillende groepen behoren, zullen doorgaans niet dichter dan 50 meter bij elkaar in de buurt komen. Soms komt het toch tot confrontaties, wat resulteert in vechtpartijen. Dergelijke gevechten kunnen 30 – 60 minuten duren, maar meestal wordt het conflict al na 2-3 snelle en felle aanvallen beslecht. De verliezer draait weg en slaat op de vlucht. Communicatie tussen varkens is van groot belang. Hun sterke reukzin maakt het hen niet alleen mogelijk om elkaar te herkennen aan de geur, maar wordt ook gebruikt om informatie door te geven. Wanneer een varken bijvoorbeeld urine van gestreste varkens ruikt in een bepaald gebied, dan zal het dier dit gebied mijden. Varkens communiceren ook met lichaamstaal en met geluiden (vocalisaties). Lichaamstaal wordt vooral gebruikt in confrontaties. Dominante dieren zullen met de voorbenen krabben, rugbeharing opstellen, of het hoofd met licht geopende muil naar het andere dier draaien. Bange en onderdanige varkens leggen hun oren in de nek, buigen de kop af, laten de staart hangen en wijken uit. Varkens worden ook beïnvloed door de emotionele toestand van andere varkens en zelfs mensen, wat de meest simpele vorm van empathie genoemd kan worden. Voor identificatie en coördinatie van groepsactiviteiten communiceren varkens vaak met vocalisaties. Onderzoekers hebben meer dan twintig verschillende varkensgeluiden vastgesteld. Er zijn onder andere knorgeluiden waarmee varkens elkaar laten weten dat ze tevreden zijn, gromgeluiden om misnoegen te uiten, geluiden om aan te geven waar een dier zich bevindt, of om groepsgenoten bij elkaar te roepen en kreten om angst en pijn uit te drukken. Varkens beschikken zelfs over een speciale ‘waarschuwingsblaf’ om elkaar te waarschuwen bij gevaar. Deze ‘blaf’ wordt dan door de overige groepsleden overgenomen waarna de dieren ‘freezen’ (bewegingloos blijven staan), of op de vlucht slaan. Varkens staan bekend om hun intelligentie. Zo kunnen varkens objecten met verschillende kleuren en vormen van elkaar onderscheiden, hebben ze een besef van tijd, kunnen ze individuen (zowel varkens als mensen) onderscheiden, hebben ze een langetermijngeheugen en zijn ze in sommige spelletjes beter dan honden en primaten. Nog lang niet alle cognitieve vermogens van varkens zijn bekend. Eind 2019 publiceerde ecoloog Meredith Root-Bernstein onderzoek waarin voor het eerst werd vastgesteld dat varkens gereedschap gebruiken voor het bouwen van hun nest. Root-Bernstein heeft bovendien sterke vermoedens dat varkens in staat zijn hun kennis over gereedschapsgebruik door te geven aan groepsleden en nakomelingen. Wetenschappelijke studies tonen aan dat er met betrekking tot de basisorganisatie van het gedrag, geen fundamentele verschillen zijn tussen wilde zwijnen en de gedomesticeerde varkens die gehouden worden in de vleesindustrie. Vleesvarkens worden geslacht wanneer ze ongeveer zes tot zeven maanden oud zijn, dit terwijl varkens van nature 10 à 20 jaar kunnen worden (afhankelijk van het ras). Overige bronnen: RDA. Natuurlijk gedrag van varkens. Advies RDA 2006\u002F5: p19-30",{"id":429,"to":430,"title":431,"titles":432,"level":127,"content":433},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken#stress-en-mishandeling","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fstress-en-mishandeling","Stress en mishandeling",[9,104,431],"Stress en mishandeling De dood van een varken - Stress en mishandeling Stress en mishandeling De dood van een varken - Stress en mishandeling Uit vakliteratuur blijkt dat het transport van dieren naar de slachthuizen gepaard gaat met veel stress. In vrachtwagens die tot 205 varkens kunnen bevatten, worden dag en nacht dieren aangevoerd vanuit varkensmesterijen. Voorafgaande aan het transport moeten de varkens 12 tot 18 uur vasten om mestproductie en salmonellabesmettingen op de vrachtwagens en in het slachthuis te beperken. De dieren hebben hun leven doorgebracht in een hok en worden bij het transport en in het slachthuis geconfronteerd met onbekende omstandigheden en nieuwe soortgenoten (uit verschillende hokken en uit verschillende bedrijven). Varkens zijn gewend aan roostervloeren in de stal en voelen zich niet op hun gemak wanneer ze zich over de gladdere vloeren van vrachtwagens en laadbruggen moeten bewegen. Regelmatig komt het voor dat varkens uitglijden en vallen. Ook werd in studies agressief gedrag vastgesteld bij varkens tijdens transport, vooral wanneer dieren die elkaar niet kennen samen vervoerd worden. In de vrachtwagens hebben sociaal zwakkere dieren geen ruimte om dominante dieren te ontwijken. De dieren lopen bij deze confrontaties schrammen en bijtwonden op. Bewegingen van de vrachtwagen, plotseling remmen, scherpe bochten en hoge snelheden leiden eveneens tot stress, valpartijen en verwondingen. In de zomermaanden is het risico op hittestress bij varkens op transport groot. Het nationaal plan voor veetransport bij extreme temperaturen verbiedt het vervoer van varkens bij temperaturen boven 35 graden. Maar volgens deskundigen kunnen de dieren reeds hittestress ervaren vanaf temperaturen van 25 tot 27 graden, waarbij ze sterk gaan hijgen om wat warmte kwijt te raken. Normalerwijze proberen varkens bij warm weer contact met elkaar te vermijden, en gaan ze languit uitgestrekt op de vloer liggen om verkoeling te zoeken. Deze mogelijkheden hebben ze niet in de vrachtwagens. Vaak moeten vrachtwagens bij aankomst in de slachthuizen nog aanschuiven om gelost te worden, waardoor de dieren soms meerdere uren doorbrengen in de verhitte laadruimtes. Ernstige hittestress kan leiden tot hartfalen en sterfte. Bij aankomst in het slachthuis worden de varkens uit de vrachtwagens gejaagd met klappers die lawaai maken. Het opjagen van varkens door hen bang te maken kan op geen enkele manier diervriendelijk genoemd worden. Continu lawaai maken met klappers, snelle bewegingen, en ook roepen en in de handen klappen, leidt tot stress bij de varkens. Ze raken geëxciteerd maar hebben in het slachthuis geen mogelijkheid om vluchtgedrag te vertonen. Soms kunnen varkens zelfs letterlijk verstijven van angst, en weigeren ze zich nog voort te bewegen. De klappers worden bovendien voornamelijk gebruikt om dieren te slaan. Wetenschappelijk onderzoek van WUR (Wageningen University & Research) geeft aan dat de hartslag van varkens sterk stijgt bij het laden en lossen van vrachtwagens, wat wijst op een hoge mate van stress (15). Het slaan met opdrijfmiddelen leidt tot kneuzingen bij de varkens. Uit histologisch onderzoek in slachthuizen blijkt dat meer dan 90% van de kneuzingen die aangetroffen worden op varkenskarkassen ontstaan is in de uren voor de slacht, ten gevolge van het opdrijven voor transport en in het slachthuis. Ook de confrontatie met onbekende soortgenoten in het slachthuis is een stressfactor. Mede omdat de dieren tijdens transport en verblijf in de slachterij al uit hun normale doen zijn, en ze weinig ruimte hebben om confrontaties te ontlopen, leidt dit tot een aanzienlijke mate van stress. Wanneer varkens die elkaar niet kennen samen ondergebracht worden in een wachthok, leidt dit tot onrust en vechten, omdat dan de rangorde opnieuw bepaald moet worden. De undercoverbeelden die Ongehoord maakte bij varkensslachter Westfort in IJsselstein bevestigen de stressvolle omstandigheden waarin varkens aangevoerd worden. Dieren glijden uit over met uitwerpselen besmeurde vloeren van vrachtwagens en laadkleppen, komen oververhit en uitgeput uit de laadruimtes, en vertonen striemen en wonden. Roepen en slaan bij het uitladen is de norm. Transporteurs slaan varkens uit de wagens, werknemers jagen de dieren hardhandig en tegen hoge snelheid de laadbruggen af. Dieren die te zwak zijn om nog op hun poten te staan, worden geduwd of aan de staart getrokken. We zien hoe een jong kind van een werknemer een dagje mee varkens mag slaan in het slachthuis. Varkens die dood aangetroffen worden in de vrachtwagens worden als afval in kadaverbakken gegooid. Bij het opjagen van de varkens naar de wachthokken ontstaan opstoppingen waarbij dieren tegen elkaar aan botsen en op elkaar springen. De opstoppingen worden ‘opgelost’ door op de varkens in te slaan. Varkens gillen het uit wanneer werknemers aan hun oren trekken bij het nakijken van oormerken.",{"id":435,"to":436,"title":437,"titles":438,"level":127,"content":439},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken#vergassen-elektrokuteren-doodbloeden","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fvergassen-elektrokuteren-doodbloeden","Vergassen, elektrocuten, doodbloeden",[9,104,437],"Vergassen, elektrocuten, doodbloeden De dood van een varken - Vergassen, elektrocuten, doodbloeden Vergassen, elektrocuten, doodbloeden De dood van een varken - Vergassen, elektrocuten, doodbloeden Vergassen of elektrocuteren Volgens de Europese regelgeving (VERORDENING (EG) Nr. 1099\u002F2009) moeten dieren bedwelmd (verdoofd) worden voordat ze geslacht worden. Bedwelmen betekent dat de dieren in een staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid worden gebracht. In Nederlandse slachthuizen worden voor varkens in principe twee methodes gebruikt, namelijk elektrische bedwelming of bedwelming met CO2-gas. Bedwelming van varkens in geautomatiseerde elektrische verdovingsinstallaties veroorzaakt veel stress en angst bij het opdrijven en fixeren voor de daadwerkelijke verdovingshandeling. Vanuit de wachthokken worden varkens in een groep naar de verdovingsinstallatie gedreven. Bij de installatie aangekomen, moeten de dieren uit de groep gehaald worden en op een rij achter elkaar gefixeerd worden. Omdat varkens groepsdieren zijn, is dit voor hen een zeer onnatuurlijke en stresserende situatie. Door de moeilijkheden bij het drijven en fixeren van de dieren, kan de totale periode van stress in het proces van elektrisch verdoven 60 tot 120 seconden duren. Als de varkens gefixeerd zijn, rollen ze via een transportband de installatie in. Daar krijgen ze elektroden tegen hun hoofd geduwd om elektrische stroom door de hersenen te leiden. Dit lokt een epileptische aanval uit waardoor het dier in een staat van bewusteloosheid en gevoelloosheid raakt. In de praktijk kan het voorkomen, zeker met de huidige hoge slachtsnelheid, dat de elektroden niet correct geplaatst worden wat pijnlijke elektrische schokken en brandplekken veroorzaakt. Naast ernstige welzijnsproblemen voor de dieren, leidt elektrische verdoving tot slechtere vleeskwaliteit, zoals bloedingen in het vlees. De meeste grote varkensslachterijen maken gebruik van een vergassingsinstallatie om varkens te bedwelmen voor de slacht. De varkens worden in groepjes van gemiddeld een achttal individuen in een gaslift geplaatst. De gaslift zakt vervolgens met de dieren in een put die gevuld is met een hoge concentratie van CO2-gas. Volgens regelgeving moet een concentratie van minstens 80% CO2 gebruikt worden, maar in Nederland gebruiken de slachthuizen doorgaans concentraties van 90%. In proeven van WUR werd wetenschappelijk onderzocht hoelang het duurt voordat varkens in een gasinstallatie het bewustzijn verliezen. Hiertoe werd de hersenactiviteit van de dieren gemeten door middel van EEG-onderzoek. Bij een gasconcentratie van 95% duurde het 20 seconden voordat de varkens bewusteloos raakten, bij een concentratie van 85% werd tot 32 seconden lang hersenactiviteit vastgesteld. Het gebruik van hoge CO2-concentraties is omstreden. Volgens EFSA (European Food Safety Authority) zijn CO2-concentraties boven 30% al aversief (een varken probeert het te vermijden), en veroorzaakt het hyperventilatie en pijnlijke irritatie van de slijmvliezen voordat bewusteloosheid intreedt. Dierenarts Hans Nieuwendijk nam de proef op de som door zelf hoge concentraties CO2-gas in te ademen en beschrijft het als volgt: “Het geeft een branderig gevoel, alsof er een liter cola door je neus naar binnen wordt geperst.”. Dierenarts en bedwelmingsexpert Reinder Hoenderken onderzocht al in 1979 CO2-bedwelming door een varken in een doorzichtige plexiglas box met 80% CO2 te takelen. Collega’s en bestuurders die toekeken schrokken zo van wat ze zagen dat CO2-bedwelming in 1981 verboden werd in Nederland. Door het van kracht worden van EU-regelgeving is het sinds 1993 echter weer toegestaan. Bij de opstelling van actuelere Europese regelgeving (VERORDENING (EG) Nr. 1099\u002F2009) adviseerde EFSA de Europese Unie om het gebruik van CO2-gas uit te bannen omwille van de ernstige aantasting van het dierenwelzijn. De aanbeveling werd echter niet opgenomen in de verordening omdat er economische belangen mee gemoeid zijn. Het undercoveronderzoek bij Westfort toont hoe gasbedwelming verloopt. De varkens worden vanuit de wachthokken hardhandig naar de vergassingsinstallatie geslagen. Automatisch verschuivende wanden duwen de dieren een gaslift in, wat gepaard gaat met angst en stress. Met een camera die in de gaslift werd geplaatst, zijn beelden gemaakt van de vergassing. We zien hoe de dieren bij het neerdalen in de gasput verstikkingsverschijnselen vertonen. Het duurt secondenlang voordat alle varkens bewegingloos zijn. De gaslift brengt de vergaste dieren weer naar boven waar ze op een lopende band terechtkomen die hen naar de slachtlijn voert. Elektronarcose-tang en penschiettoestel Naast bedwelming in geautomatiseerde elektrische installaties en vergassingsinstallaties wordt in slachthuizen ook gebruikgemaakt van elektronarcose-tangen en penschiettoestellen. Deze draagbare bedwelmingsapparaten worden gebruikt voor varkens die bij aankomst in het slachthuis een ‘noodslachting’ moeten ondergaan. Dit is het geval voor dieren die niet in staat zijn om zelfstandig en pijnloos te lopen, bijvoorbeeld omwille van ernstige kreupelheid. Deze dieren worden na het uitladen gedood met een elektronarcose-tang. De tang wordt eerst tegen de kop geplaatst om het dier te bedwelmen. Vervolgens wordt de tang tegen het hart geplaatst, wat de dood veroorzaakt. Een andere methode om noodslachtingen uit te voeren is het penschiettoestel. Een penschiettoestel heeft een pen die door de schedel en de hersenen van een dier wordt geschoten. Na het schot schuift de pen terug in de loop van het pistool. De klap op de schedel veroorzaakt een hersenschudding, die zorgt voor een onmiddellijke bewusteloosheid en gevoelloosheid, mits daarbij voldoende kinetische energie wordt overgebracht. Daarnaast veroorzaakt de pen schade in de hersenen waardoor de bewusteloosheid in stand blijft, onder voorwaarde dat de omvang van de beschadiging voldoende groot is. Vergeleken met andere diersoorten is het relatief lastig om varkens te bedwelmen met het penschiettoestel. De hersenen liggen vrij diep in de kop en er bevinden zich sinussen tussen voorhoofd en hersenen, wat de bedwelming bemoeilijkt. Als blijkt dat een penschot niet effectief is, moet opnieuw geschoten worden, wat extra lijden inhoudt voor het dier. Na het schot wordt de keel open gestoken om het dier te laten doodbloeden. Op de undercoverbeelden van Westfort zijn varkens te zien die bij het uitladen gedood worden met een elektronarcose-tang. Daarbij is soms ook rook te zien, wat erop wijst dat de huid van het dier verbrandt. Het elektrocuteren met de tang lukt niet altijd de eerste keer. Vaak gebeurt het elektrocuteren van dieren in het zicht van andere varkens, of moeten varkens over geëlektrocuteerde soortgenoten heen stappen. Er zijn ook beelden van het schieten van varkens met een penschiettoestel. Een varken wordt geschoten en blijft minutenlang spartelen terwijl zij doodbloedt. Bij een ander varken blijft het schiettoestel in de schedel van het dier vastzitten. Het verwijderen van het toestel gaat gepaard met trekken en schoppen tegen het hoofd van het dier. (On)bedwelmd doodbloeden Na het toedienen van de bedwelming worden de varkens met een ketting rond de achterpoot opgetakeld. Via een railsysteem worden de dieren naar de slachters gevoerd om gestoken te worden, wat betekent dat de halsslagaders doorgesneden worden. Vervolgens moet het dier uitbloeden tot de dood intreedt. Na het uitbloeden worden de varkens via het railsysteem naar een heet waterbad gevoerd. Het waterbad heeft een temperatuur van 60 graden en dient om de haren van de varkens los te weken zodat ze makkelijker verwijderd kunnen worden.\nDe gangbare bedwelmingsmethoden in de slachthuizen kunnen niet garanderen dat dieren tijdens het volledige slachtproces bewusteloos blijven. CO2-vergassing is een reversibele methode. Het leidt niet rechtstreeks tot de dood, wat betekent dat de dieren terug bij bewustzijn kunnen komen. De effectiviteit van CO2-bedwelming wordt bepaald door 5 cruciale parameters, namelijk de CO2-concentraties, de kwaliteit van het gas, de temperatuur van het gas, de duur van de blootstelling, en het maximale tijdsinterval tussen bedwelmen en steken. Onvoorziene storingen aan de slachtlijn kunnen ertoe leiden dat het tijdsinterval tussen vergassen en steken te hoog oploopt waardoor de bedwelming is uitgewerkt voordat de dieren doodgebloed zijn. Andere aspecten die kunnen leiden tot onvoldoende bedwelming zijn teveel varkens in een gondel waardoor er onvoldoende ruimte is om (voldoende) diep adem te halen en varkens te weinig CO2 binnenkrijgen, en onvoldoende onderhoud aan de installatie waardoor de CO2-concentratie te laag is. Vaak is de installatie wel voorzien van een alarm, maar dit wordt afgesteld op het wettelijk minimum van 80%, terwijl dit een langere verblijftijd vereist dan bij de hogere concentraties (90%) die de Nederlandse slachthuizen normaal gesproken toepassen. Ook elektrische verdoving houdt risico’s op onverdoofd slachten in. Slechte plaatsing van elektroden leidt tot ineffectieve bedwelming. Bij correcte plaatsing wordt hartfibrillatie en hartstilstand geïnduceerd, maar tijdens het ophangen van de dieren aan de slachtlijn kan het voorkomen dat het hart vanzelf reanimeert en het dier terug bij bewustzijn komt. Omwille van de gekende risico’s vereist Europese regelgeving (VERORDENING (EG) Nr. 1099\u002F2009) dat er controles worden uitgevoerd op effectieve bedwelming van de dieren. Indien uit de controle blijkt dat een dier tekenen van bewustzijn vertoont (zoals bijvoorbeeld ritmische ademhaling, cornea reflex of ooglidreflex), moet ingegrepen worden door middel van het toedienen van een back-up verdoving (bijvoorbeeld met een elektronarcose-tang). De controles op effectieve bedwelming aan de slachtlijn zijn echter maar verplicht voor ‘een representatieve steekproef van de dieren.’\nNaar aanleiding van undercoverbeelden in België (Exportslachthuis Tielt, 2017) heeft RTL in 2018 NVWA inspectierapporten van Nederlandse slachthuizen opgevraagd. Tot zestien keer toe stelden inspecteurs vast dat het doorsnijden van de halsslagaders slecht was uitgevoerd, waardoor de dieren niet doodgebloed waren. Meerdere varkens kwamen levend en bij bewustzijn in het hete waterbad terecht, waar zij een pijnlijke verdrinkingsdood stierven. Het undercoveronderzoek bij Westfort toont hoe opgetakelde varkens gestoken worden en uitbloeden. Op de beelden zijn varkens te zien die niet effectief bedwelmd zijn tijdens het uitbloeden. We zien hoe een varken dat gestoken werd, bewegingen maakt met de bek en vervolgens heftig begint te spartelen. Een ander varken wordt verderop aan de slachtlijn geëlektrocuteerd met een elektronarcose-tang omdat het dier bij bewustzijn hing uit te bloeden.",{"id":441,"to":442,"title":443,"titles":444,"level":127,"content":445},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken#zieke-en-gewonde-varkens","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fzieke-en-gewonde-varkens","Zieke en gewonde varkens",[9,104,443],"Zieke en gewonde varkens De dood van een varken - Zieke en gewonde varkens Zieke en gewonde varkens De dood van een varken - Zieke en gewonde varkens Europese regelgeving (VERORDENING (EG) Nr. 1\u002F2005) verbiedt het vervoer van 'dieren die niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen, en dieren die ernstige open wonden of prolapsen vertonen'. Omwille van welzijnsredenen dienen ernstig kreupele, zieke en gewonde dieren op het veebedrijf behandeld of gedood te worden, omdat het vervoer naar een slachthuis hen extra lijden zou berokkenen. Kreupelheid komt regelmatig voor in de varkenshouderij. Van alle dode vleesvarkens die voor onderzoek worden ingezonden bij de GD (Gezondheidsdienst voor Dieren) heeft rond de 10 % bewegingsproblemen. Veel voorkomende oorzaken van kreupelheid zijn gewrichts- en hersenvliesontstekingen, vaak door streptokokkeninfecties. Deze ziekteverwekkers geven gewrichtsontstekingen, soms aan meer dan één gewricht tegelijk. Steeds vaker wordt ook osteochondrose vastgesteld bij vleesvarkens, een gewrichtsaandoening die ontstaat wanneer tijdens de groei de botopbouw uit kraakbeen wordt verstoord. Osteochondrose komt vooral voor bij snelgroeiende vleesrijke rassen: het kraakbeen kan de groei van het varken dan letterlijk niet bijbenen en er ontstaan defecten in de gewrichten. Bewegingsaandoeningen kunnen pijnlijk zijn, waardoor het dier abnormaal gaat lopen of zelfs niet meer in staat is overeind te blijven staan. Staartbijtwonden zijn een veelvoorkomend gedragsprobleem bij vleesvarkens als gevolg van stress in de varkensbedrijven. De wonden kunnen ernstig infecteren waarbij necrose (afsterven van weefsels) kan optreden. Staartbijtwonden kunnen gepaard gaan met abcessen die zich langs de ruggengraat en in de wervelkolom verspreiden, wat pas zichtbaar wordt na het slachten. WUR schat dat staartbijtwonden voorkomen bij gemiddeld 2,12% van de gespeende biggen en vleesvarkens. In de praktijk bestaat er echter veel variatie tussen bedrijven met betrekking tot het percentage staartwonden. Uit onderzoek bleek dat ongeveer de helft van de varkenshouders aangaf geen varkens met staartbijtwonden op hun bedrijf te hebben. Dit betekent dat op bedrijven die wél staartbijtproblemen hebben het gemiddelde percentage op ongeveer 4,25% ligt, waarbij er ook bedrijven zijn die aangeven dat meer dan 20% van hun dieren staartbijtwonden heeft. Prolapsen zijn organen die uit het lichaam puilen, dit kunnen zowel darmen, blaas, vagina als baarmoeder zijn. De uitstulpende organen kunnen gemakkelijk beschadigd raken waardoor zij pijn veroorzaken en hevig gaan bloeden. Rectumprolaps komt het meest voor bij opgroeiende biggen en vleesvarkens. In de literatuur worden verschillen in optreden genoemd van 0,7-15% per koppel. Het gaat om uitstulpingen van de darmen, wat veroorzaakt kan worden door slecht voer en drinkwater, slechte huisvesting en stalklimaat of door ziektekundige oorzaken zoals hoesten, darmontstekingen door bacteriën, virussen en wormen, of ontsteking van blaas, urineleiders en vagina. Rectumprolapsen kunnen ook gerelateerd zijn aan erfelijke gevoeligheid, te laag geboortegewicht en het te kort couperen van staarten. Vagina-, blaas- en baarmoederprolapsen komen meer voor bij zeugen (0,5 tot 1%) en zijn veelal gerelateerd aan aspecten van de voortplanting zoals bijvoorbeeld extra buikinhoud bij drachtige zeugen, te heftig persen als gevolg van te zware biggen of verkeerde ligging van biggen, of irritatie en ontsteking van de vagina na het toepassen van ondeskundige geboortehulp of als gevolg van inseminatie. Navelbreuken zijn uitzakkingen van de darm of buikvliesplooi ter hoogte van de navel, en kunnen zodanig groot zijn dat ze over de grond slepen, wat leidt tot ontstekingen van het huidweefsel en moeilijkheden voor het dier om zich pijnloos voort te bewegen. De inhoud van een navelbreuk bestaat uit darmen en buikinhoud, of het kan ook gaan om een abces met pus. Lies- en navelbreuken komen gemiddeld 1,7-6,7% voor bij varkens. Vanwege het genetische aspect van de aandoening kan dit oplopen tot boven de 10% bij nakomelingen van bepaalde beren\u002Fzeugen. Volgens de recentste kwartaalrapportage (eerste kwartaal 2019) van Vion (de grootste varkensslachter van Nederland) kreeg 0,72% van de aangevoerde dieren bij aankomst op de slachterij een opmerking tijdens de keuring, ofwel 13.335 dieren op een totaal van 1.852.078 varkens per kwartaal. 20% van de opmerkingen betrof varkens met pootproblemen (2.667 dieren). Andere slachterijen maken keuringsresultaten niet openbaar. Recentelijk bleek uit gegevens van Belgische en Duitse instanties dat tientallen keren per jaar ernstig zieke dieren worden geëxporteerd naar slachthuizen in België en Duitsland. Medewerkers van de NVWA die hier toezicht op horen te houden, geven toe dat de controles weinig voorstellen met betrekking tot exportbelangen. Het undercoveronderzoek toont aan hoe ook bij Westfort zieke varkens aangevoerd worden. Op de beelden zien we varkens met ontstoken staartbijtwonden, ernstig kreupele dieren, grote abcessen, ontstoken vaccinatiebulten en open huidwonden. Ook zijn grote navelbreuken en opengebroken navelbreuken gefilmd, waarbij de darmen naar buiten hangen. Het gaat om aandoeningen die niet kunnen ontstaan tijdens het transport, maar reeds geruime tijd aanwezig waren op het veebedrijf (gezien de gevorderde staat van de aandoeningen). De varkens met gezondheidsproblemen worden bij aankomst van de anderen gescheiden en ondergebracht in een ‘risico-hok’. Dit hok is naast de loskades, waar veel omgevingslawaai en beweging is. In het risico-hok zitten dieren samen uit verschillende transporten. Gedurende de dag worden herhaaldelijk nieuwe dieren bijgeplaatst, wat onrust veroorzaakt. We zien hoe varkens langdurig vechten en hoe een zeug gestrest raakt wanneer ze lastiggevallen wordt door een beer. De dieren moeten urenlang in het risico-hok verblijven. Ze worden aan het eind van de werkdag geslacht (na de gezonde varkens) om te voorkomen dat pus of darminhoud uit navelbreuken de slachtlijn bevuilt. Wanneer het moment van slacht aanbreekt, wordt de groep gescheiden: varkens met abcessen en navelbreuken zijn eerst aan de beurt, dieren met staartbijtwonden komen als allerlaatste (omwille van het hoogste risico op bevuiling van de slachtlijn). Het scheiden van de dieren gaat met veel slaan gepaard.",{"id":447,"to":448,"title":297,"titles":449,"level":127,"content":450},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken#keurmerken","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-varken\u002Fhoofdstukken\u002Fkeurmerken",[9,104,297],"Keurmerken De dood van een varken - Keurmerken Keurmerken De dood van een varken - Keurmerken Naast gangbare IKB-varkens (varkens die gefokt en geslacht worden volgens de minimale wettelijke normen), worden bij Westfort ook varkens geslacht voor de concepten KDV (Keten Duurzaam Varkensvlees) en KDV+ (Antibioticavrij Leven Garantie), EKO (biologisch varkensvlees) en Beter Leven (het keurmerk van de Dierenbescherming). Op het gebied van dierenwelzijnsaspecten tijdens het slachtproces wijken de criteria van de diverse concepten niet of nauwelijks af van de standaard wetgeving.\nKDV, een samenwerking tussen slachterij Westfort, varkenshouders en retailers, onderscheidt zich door wat extra comfort in de wachthokken van het slachthuis, zoals vloerverwarming. De controle op de naleving van KDV-criteria in het slachthuis gebeurt door de eigen QUESH-afdeling (Quality, Health, Safety and Environment) van Westfort. Antibioticavrij Leven Garantie of KDV+ is een premium keurmerk van KDV en beantwoordt op het gebied van slachterij aan dezelfde normen als KDV. Varkensvlees van KDV wordt onder meer verkocht bij de supermarktketens COOP, MCD en POIESZ. Varkens voor KDV-varkensvlees worden uitsluitend geslacht bij Westfort. Voor ‘Beter Leven’ varkensvlees werkt de Dierenbescherming samen met meerdere slachthuizen, waaronder Westfort. Beter Leven varkensvlees is te koop in diverse Nederlandse supermarkten (Albert Heijn, Jumbo, Lidl, Aldi…). De criteria van Beter Leven op gebied van de slachterij volgen grotendeels de wettelijke standaardnormen, aangevuld met onder andere een verbod op het gebruik van elektrische prikkelaars en een verbod om dieren afkomstig van verschillende transporten samen onder te brengen in een wachthok. Er worden geen Beter Leven certificaten uitgereikt aan slachterijen waar naast reguliere slacht ook onverdoofde (rituele) slachtingen plaatsvinden (wat nooit van toepassing is op varkensslachterijen). Controles in het kader van het Beter Leven keurmerk worden uitgevoerd door Certificatie Instellingen die geaccrediteerd zijn door de Raad voor Accreditatie. Wanneer bij de controle geen afwijkingen zijn geconstateerd, wordt het Beter Leven certificaat afgegeven voor de duur van een jaar. Het EKO-keurmerk staat voor biologische productie, wat gecontroleerd wordt door Skal Biocontrole. In de regelgeving over biologische productie zijn geen criteria opgenomen met betrekking tot het slachtproces van dieren. Vlees van biologische varkens die geslacht worden bij Westfort in IJsselstein, wordt verwerkt in Westforts biologische vleeswarenfabriek te Hedel (Deli Harmony). Deli Harmony brengt het bio-varkensvlees op de markt onder het consumentenmerk ‘St. Hendrick’ wat te koop is bij onder andere supermarktketen Ekoplaza. De praktijken die in slachthuis Westfort undercover gefilmd werden, beantwoorden niet aan het diervriendelijke imago dat keurmerken graag willen uitstralen. Varkens worden geslagen met opdrijfmiddelen of beetgepakt aan gevoelige lichaamsdelen zoals de oren. Het opgejaagd worden en de confrontatie met de onbekende omgeving van het slachthuis (die in niets lijkt op een natuurlijke omgeving waar varkens zich prettig voelen) veroorzaakt stress en angst. In wezen worden alle varkens in Westfort en in slachthuizen in het algemeen op dezelfde wijze bedwelmd en geslacht, volgens methoden die vastgelegd zijn in VERORDENING (EG) Nr. 1099\u002F2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden. Het slachten van dieren voor vleesconsumptie gaat inherent gepaard met dierenleed, ongeacht het keurmerk.",{"id":452,"to":453,"title":454,"titles":455,"level":127,"content":456},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip#natuurlijk-kippenleven","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip\u002Fhoofdstukken\u002Fnatuurlijk-kippenleven","Natuurlijk kippenleven",[9,109,454],"Natuurlijk kippenleven De dood van een kip - Natuurlijk kippenleven Natuurlijk kippenleven De dood van een kip - Natuurlijk kippenleven De voorouder van de huidige legkippen en vleeskuikens is de Rode Kamhoen, ook gekend onder de naam Bankivahoen. Rode kamhoenen komen tegenwoordig nog voor in Zuid-Oost Azië, in gebieden met lage bossages, donkere dichtbegroeide jungle of bamboebossen, waar de dieren voldoende beschutting vinden tegen predatoren. Omdat de Rode Kamhoen zo schuw is, zijn er weinig studies gedaan naar het gedrag van deze soort onder natuurlijke omstandigheden. Wel is er heel wat onderzoek gedaan naar kippen in semi-natuurlijke omstandigheden, zoals het onderzoek van Collias (1996) die kamhoenen bestudeerde in de dierentuin van San Diego. Ander bekend onderzoek is van Dawkins (1989), die het gedrag bestudeerde van gedurende vele generaties verwilderde kippen. Als gedomesticeerde kippen worden losgelaten in het wild, blijken ze gedrag te vertonen dat sterk vergelijkbaar is met dat van de Rode Kamhoen. Onder (semi-)natuurlijke omstandigheden leven kippen samen in groepjes van 4 tot 30 individuen. De grootte van het leefgebied van een groep is afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel, en van natuurlijke begroeiing die kan dienen als slaap- en schuilplaats voor predatoren. Volgens Collias is het leefgebied van een groep kamhoenen 5 hectare groot. Studies met populaties verwilderde kippen tonen leefgebieden van 0,5 hectare. Ter vergelijking: een leghen in een verrijkte kooi heeft net iets meer dan een A4’tje ruimte, een scharrelhen net geen twee A4’tjes. Binnen een groep kippen is er één dominante haan, die in het algemeen ook de meeste eieren bevrucht. Zowel tussen hanen onderling als tussen hennen onderling bestaat een sterke hiërarchie (pikorde) die bij hennen (niet bij hanen) gedurende opeenvolgende jaren uiterst stabiel blijkt. Tussen hennen in een groep bestaan ook vriendschapsbanden. De dieren zijn in staat empathie te ervaren ten opzichte van soortgenoten. Hennen reageren bijvoorbeeld sterk wanneer hun kuikens stress ervaren. Onderzoekers die het gedrag van kippen bestudeerden, stelden fysiologische en gedragsveranderingen vast bij moederhennen wiens kuikentjes blootgesteld werden aan kunstmatige windstoten. Kippen communiceren met elkaar door middel van vele soorten vocalisaties. De Duitse onderzoeker Erich Bäumer heeft jarenlang kippengeluiden bestudeerd en onderscheidde daarbij minstens 30 verschillende vocalisaties, zoals bijvoorbeeld zacht getok om aan te geven dat er voedsel beschikbaar is, een luide kakel om te vertellen dat er een ei gelegd is, kreten van eenzaamheid en hoge ‘trr-trr’-geluidjes bij jonge kuikens die van de moeder gescheiden worden, angstig gekakel wanneer er gevaar dreigt en triomfantelijke kakels wanneer het gevaar geweken is. Voor het ontstaan en in stand houden van een hiërarchie binnen de groep is het belangrijk dat de kippen elkaar kunnen herkennen. Kippen kunnen tot circa 100 soortgenoten individueel herkennen. Nieuwe dieren in een groep verstoren de pikorde, die dan opnieuw bepaald zal moeten worden door vechtpartijen. Wanneer kippen gedwongen zijn samen te leven met duizenden soortgenoten (zoals het geval is in de reguliere en biologische pluimveehouderij) is een natuurlijke pikorde niet meer mogelijk. Kippen hebben een vast 24-uursritme: in de ochtend gaan ze voedsel zoeken, rond het middaguur wordt er een stofbad genomen en wordt het verenkleed verzorgd. Het stofbaden dient om overtollig vet en parasieten (bijvoorbeeld luizen) te verwijderen, en helpt op warmere dagen ook om af te koelen. Kippen voelen zich goed bij temperaturen tussen 12 en 25 graden. Bij hogere temperaturen worden ze inactief, houden ze de vleugels op afstand van het lijf, ademen ze met de bek open en gaan ze stofbaden om af te koelen. Van lage temperaturen, regen en wind houden ze ook niet. Bij slechte weersomstandigheden zoeken ze beschutting. Onderzoek wees uit dat kippen, ook in houderijsystemen met buitenloop waar afdakjes voorzien zijn, een sterke voorkeur hebben om te schuilen tussen bomen en natuurlijke begroeiing. Wanneer het verenkleed opgepoetst is, volgt een tweede uitgebreide ronde van voedsel zoeken. Voedsel zoeken en eten beheerst het grootste deel van hun dag. Tijdens het voedsel zoeken schrapen kippen op een kenmerkende manier met de poot over de grond en pikken vervolgens naar eetbare ingrediënten (scharrelen). Onder natuurlijke en semi-natuurlijke omstandigheden zijn kippen 60 tot 90% van hun tijd bezig met voedselgedrag. Net zoals bij vele andere diersoorten is het zoeken naar voedsel voor kippen ook een manier om de omgeving te exploreren. Omdat dit essentieel is om te overleven, blijft de motivatie om voedsel te zoeken in stand, ook bij kippen in de veehouderij. Als de avond valt gaan de kippen slapen. In de natuur slapen kippen op een tak in een boom, waar ze veilig zijn voor roofdieren. Vandaar dat gedomesticeerde leghennen voor het slapen in een stal een zitstok gebruiken die zich op een hoogte bevindt. (Vleeskuikens zijn niet meer in staat om te slapen op een zitstok omwille van hun onevenwichtige lichaamsbouw door jarenlange genetische selectie). Kippen bezitten de bijzondere eigenschap om tegelijkertijd te kunnen slapen en waken. Omdat het ene oog verbonden is met hun ene hersenhelft en het andere oog met de andere hersenhelft, kunnen ze met 1 oog open slapen. De ene hersenhelft slaapt, de andere hersenhelft blijft actief. Zo kunnen ze op hun hoede blijven voor roofdieren en andere gevaren. Net zoals de meeste vogelsoorten kennen kippen een broedseizoen. Onder natuurlijke omstandigheden zal een hen een tiental eieren leggen, die ze vervolgens gaat uitbroeden. Wanneer het uitbroeden van het eerste legsel mislukt, kan er een tweede legsel volgen. Op jaarbasis legt de hen maximaal 20 eieren, heel wat minder dan haar soortgenoten in de eierindustrie die jaarlijks meer dan 300 eieren moeten produceren. Na een twintigtal dagen komen de kuikens uit het ei. De hen leert hen voedsel zoeken, een geschikte slaapplaats uitkiezen en stofbaden. Ook leert de hen haar kuikens wanneer er gevaar dreigt (predatoren) en welke gedragingen hierbij moeten worden uitgevoerd. In gevaarlijke situaties zullen de dieren ofwel wegrennen en dekking zoeken, ofwel ‘freezen’. Freezen betekent verstijven van angst. Wanneer een roofdier een kip vangt die verstijfd is en hierdoor de indruk wekt dood te zijn, verliest het roofdier zijn interesse en is de kans groot dat de aanval stopgezet wordt. Na het broedseizoen, wanneer de dagen beginnen te korten, breekt de ruiperiode aan. In de ruiperiode leggen kippen geen eieren. Ruien is een natuurlijk proces bij vogels, waarbij de oude veren vervangen worden door nieuwe. Tijdens het ruien verliezen de kippen veren en vertonen ze kale plekken. Kaalheid door ruien heeft niets te maken met de kaalheid die kippen vaak vertonen in de veehouderij ten gevolge van verenpikken. Verenpikken is, net als kannibalisme en cloacapikken, een gedragsstoornis die bij kippen in natuurlijke omstandigheden niet voorkomt. Deze gedragsproblemen zijn een wijdverspreid probleem in de pluimveehouderij (ook in biologische bedrijven). Kippen zijn zeer intelligente dieren. Zo leerden onderzoekers kippen aan om enkele minuten naar een touchscreen te pikken zodat ze meer eten kregen dan wanneer ze meteen naar het voedsel pikten. Ook hebben kippen het vermogen om het voortbestaan van objecten te begrijpen. Deze eigenschap houdt in dat iemand begrijpt dat een object blijft bestaan, ook als het object uit het zicht wordt weggehaald. Mensenbaby's ontwikkelen dit begrip pas na 6 tot 7 maanden. De hersengebieden van kippen voor cognitieve functies zoals lange termijngeheugen en probleemoplossend vermogen vertonen grote gelijkenissen met de menselijke hersenen. Op een aantal vlakken is het cognitieve vermogen van kippen sterker ontwikkeld dan dat van honden en katten en zelfs sommige primaten. Wilde boshoenen worden 2 tot 3 jaar oud. Gedomesticeerde leghennen kunnen, mits goede zorgen in een geschikte leefomgeving, tot 10 jaar oud worden. Leghennen die gebruikt worden in de eierindustrie, zowel regulier als biologisch, worden geslacht op de leeftijd van 19 à 21 maanden. Reguliere vleeskuikens worden geslacht op een gemiddelde leeftijd van 42 dagen (ook wel “plofkip” genoemd). Vleeskuikens onder Beter Leven certificering van de Dierenbescherming (1, 2 en 3 sterren) gaan naar de slacht op de leeftijd van 56 dagen en biologische vleeskuikens op de leeftijd van 81 dagen. Overige bronnen: Advies RDA 2006\u002F06. Natuurlijk gedrag van legkippen en vleeskuikens; p. 14-24",{"id":458,"to":459,"title":460,"titles":461,"level":127,"content":462},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip#lijdensweg-van-stal-naar-slachthuis","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip\u002Fhoofdstukken\u002Flijdensweg-van-stal-naar-slachthuis","Lijdensweg van stal naar slachthuis",[9,109,460],"Lijdensweg van stal naar slachthuis De dood van een kip - Lijdensweg van stal naar slachthuis Lijdensweg van stal naar slachthuis De dood van een kip - Lijdensweg van stal naar slachthuis Voordat kippen naar het slachthuis vervoerd worden, krijgen ze niets te eten om hun maag en krop leeg te maken. Dit heeft als doel vervuiling van transportkratten en van karkassen aan de slachtlijn te verminderen. Doorgaans krijgen de dieren een laatste voerbeurt op de ochtend van de dag dat ze naar het slachthuis vervoerd zullen worden (het vervoeren gebeurt ’s avonds). Soms wordt deze voerbeurt niet gegeven en hebben de dieren de avond voorafgaand aan het vangen voor het laatst voer gehad. Afhankelijk van de transportduur en wachttijden voor het lossen in de slachthuizen kan de duur van de periode van voedseldeprivatie oplopen. Vleeskippen worden maximaal 24 uur nuchter gezet voorafgaand aan het moment van slachten. Bij leghennen ligt de gemiddelde duur op 28 uur. Het vangen in de stal gebeurt ‘s avonds, wanneer de kippen aan het slapen zijn. Het leegvangen van een kippenstal duurt gemiddeld 2,8 uur en gaat gepaard met veel stress en pijn. De kippen worden aan een poot opgepakt en ondersteboven weggedragen met 3-4 kippen per hand, om hen vervolgens in een transportkrat te proppen. Hierbij kunnen de kippen letsels oplopen. In onderzoek van WUR (Wageningen University Research) naar vangletsel bij vleeskuikens werden bij 5% van de dieren vleugelbloedingen vastgesteld en bij 2,9% van de dieren vleugeldislocaties (wat betekent dat de botten niet meer op de juiste plaats zitten). Daarnaast werden ook vleugelbreuken (0,1%) en pootdislocaties (0,1%) opgemerkt. Omgerekend naar de ruim 600 miljoen vleeskuikens die jaarlijks in Nederland geslacht worden, gaat het om 30 miljoen kuikens met vleugelbloedingen, meer dan 17 miljoen vleugeldislocaties, 600.000 vleugelbreuken en 600.000 pootdislocaties. Over vangletsel bij leghennen zijn geen cijfers bekend. Volgens EFSA (European Food Safety Authority) is het risico op vangletsel (verwondingen, dislocaties en breuken) bij leghennen groter, omdat zij broze botten hebben (botontkalking) door de enorme calciumvraag tijdens het leggen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert steekproefsgewijze vangletsel in pluimveeslachterijen. Wanneer zij bij meer dan 2% van een partij dieren vangletsel vaststellen, kunnen zij overgaan tot handhavingsmaatregelen. Bij de NVWA-controle worden letsels die kleiner zijn dan 3 centimeter echter niet meegeteld. Tijdens de rit naar het slachthuis ervaren kippen stress ten gevolge van de confrontatie met een onbekende omgeving, klimatologische factoren (koude, hitte, luchtvochtigheid), deprivatie van voer en water, dehydratie, trillingen, een hoge bezettingsdichtheid en verwondingen. De mate waarin het dier stress lijdt, wordt mede bepaald door de conditie van het dier (bijvoorbeeld goed bevederde kippen zijn beter beschermd tegen kou en hitte) en door de duur van het transport. Volgens data van de NVWA sterven gemiddeld 0,14 % van de vleeskuikens, en tussen 0,15 en 0,17 % van de leghennen tijdens het transport, wat betekent dat jaarlijks ruim 800.000 dieren dood aankomen in Nederlandse pluimveeslachterijen. In het buitenland ligt dit nog hoger door de lange afstanden. [Voor leghennen zijn hiervoor geen data beschikbaar, maar ligt het percentage voor vleeskuikens in slachterijen in Polen en Denemarken net boven de 0,3 % ten opzichte van 0,14 % in Nederland, wat dus meer dan een verdubbeling is.[\u002Fannotation'] Bij aankomst in het slachthuis zijn er urenlange wachttijden voordat de kippen geslacht worden. [annotation id=\"24\"] In vleeskuikenslachterijen worden de containers met dieren bij aankomst van de wagens gehaald en in een wachtruimte geplaatst. In slachterijen voor leghennen rijden de vrachtwagens de ontvangstruimte binnen en blijven de kratten met dieren gedurende de hele wachttijd op de vrachtwagen staan. In onderzoek van WUR uitgevoerd bij leghennenslachterij W. van der Meer, werd vastgesteld dat de vrachtwagens met hennen gemiddeld 2 uur onderweg waren, en vervolgens 8 uur moesten wachten in de ontvangstruimte van de slachterij. Doordat de hennen dicht op elkaar zitten in de kratten (10 tot 15 hennen per krat), raken ze moeilijk warmte kwijt. Hoewel er ventilatoren in de ontvangstruimte waren, werd vastgesteld dat de temperatuur in de kratten een kwart van de wachttijd hoger lag dan 25 graden, wat bij leghennen tot hittestress kan leiden. Het onderzoek werd uitgevoerd in de winterperiode. Voor dieren die in de zomerperiode naar het slachthuis getransporteerd worden, ligt het risico op hittestress veel hoger. Hittestress kan fataal zijn voor kippen. De dieren hijgen, waardoor de pH van hun bloed verandert. Dit kan hartproblemen opleveren. Ook de lichaamstemperatuur stijgt sterk. De normale lichaamstemperatuur van kippen bevindt zich rond de 41,5 °C; als hun temperatuur tot 44 °C stijgt, overleven ze dit niet. De pluimveesector weigert om deel te nemen aan het officiële Nederlandse hitteplan inzake diertransporten. De sector blijft vasthouden aan “een eigen hitteprotocol op vrijwillige basis.” In de zomer van 2019 werden door de NVWA pluimveetransporten opgemerkt waarbij 30 tot 40 procent van de dieren gestorven bleek te zijn. Ook EFSA benoemt hittestress als een ernstig probleem tijdens transport en wachttijden in kippenslachthuizen. In slachthuizen zoals W. van der Meer waar de kratten met kippen tijdens het wachten op de vrachtwagen blijven staan, bestaat bovendien geen mogelijkheid om de dieren wat verluchting te geven door de stapels kratten over een groter oppervlak uit elkaar te zetten. Naast hittestress benoemt EFSA als welzijnsproblemen tijdens de wachttijd: honger, dorst, gebrek aan bewegingsruimte en stress door omgevingslawaai (machines, luidruchtig personeel). Als de wachttijd verstreken is, wordt de vrachtwagen uitgeladen, wat nog eens 2 uur in beslag neemt. De stapels kratten worden van de wagen getrokken en op een lopende band gezet. Volgens EFSA komt het voor dat kippen tijdens het afladen en verplaatsen van kratten poten, vleugels of kop naar buiten steken, wat resulteert in kwetsuren of verplettering van lichaamsdelen. Op de undercoverbeelden van W. van der Meer is bovendien te zien hoe een werknemer vrachtwagens met een hogedrukreiniger schoon begint te spuiten, nog voor alle kippen uitgeladen zijn. De dieren die zich nog op de wagen bevinden, krijgen water over zich heen, wat een aantasting is van hun welzijn. Uitgelegde leghennen zijn mager en vaak slecht bevederd, zodat zij geen natuurlijke bescherming hebben tegen het water. In principe mogen vrachtwagens pas gereinigd worden wanneer ze leeg zijn, maar omwille van praktische redenen (tijdwinst en plaatsgebrek in de wachtruimte) wordt het schoonspuiten van nog halfvolle wagens oogluikend toegestaan.",{"id":464,"to":465,"title":437,"titles":466,"level":127,"content":467},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip#vergassen-elektrokuteren-doodbloeden","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip\u002Fhoofdstukken\u002Fvergassen-elektrokuteren-doodbloeden",[9,109,437],"Vergassen, elektrocuten, doodbloeden De dood van een kip - Vergassen, elektrocuten, doodbloeden Vergassen, elektrocuten, doodbloeden De dood van een kip - Vergassen, elektrocuten, doodbloeden In de Nederlandse pluimveeslachterijen worden twee methoden gebruikt om dieren te bedwelmen voor de slacht: vergassing en elektrocutie. Vergassen De meeste grote pluimveeslachterijen gebruiken de gasmethode. In sommige slachthuizen worden de containers (met de dieren erin) rechtstreeks op een lopende band geplaatst die hen tot in de gasinstallatie rolt. De dieren worden pas uit de containers gehaald na de bedwelming. Maar in de meeste gevallen (2\u002F3 van alle geslachte kippen in Nederland) worden de containers voorafgaand aan de bedwelming mechanisch omgekanteld om de dieren bij bewustzijn op een lopende band te gooien. Door het toezicht van de NVWA is geconstateerd dat het kantelen van de containers bij diverse slachthuizen op een ruwe manier gebeurt: de dieren vallen naar beneden en komen op elkaar terecht, wat letsels kan veroorzaken. Geschat wordt dat jaarlijks minimaal 13 miljoen dieren hieraan worden blootgesteld. In een adviesrapport van BuRO (Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek) wordt bovendien geconcludeerd dat ook als het kantelen op een voorzichtige manier gebeurt, grote aantallen dieren stress en pijn kunnen ervaren. De lopende band voert de kippen, al dan niet in containers, door de gasinstallatie. Voor het vergassen wordt CO₂-gas gebruikt. Het inademen van hoge concentraties CO₂-gas (meer dan 40%) veroorzaakt pijnlijke irritatie van de slijmvliezen en verstikkingsverschijnselen, zoals benauwdheid. De industrie claimt een diervriendelijke vergassingsmethode gevonden te hebben door met een 2-fasen systeem te werken. In de eerste fase van de vergassing wordt een lage CO₂-concentratie van 18-38% toegediend, wat stress en pijn zou beperken. In deze fase raken de kippen reversibel verdoofd (wat betekent dat ze nog wakker kunnen worden). In de tweede fase krijgen de kippen een hoge gasconcentratie (65%) toegediend die tot irreversibele verdoving leidt (een verdoving die tot de dood leidt). Echter, onderzoek heeft laten zien dat ook bij lage CO₂-concentratie er stress en lijden optreedt, wat zich uit in meer alert gedrag, het schudden van het hoofd en zwaar ademen. Hoe geleidelijk de CO₂ werd verhoogd in de praktijk en hoe lang de blootstelling duurde, had ook een sterk effect op het optreden van stress-signalen. Binnen 30 seconden na blootstelling aan 18-20% CO₂ begonnen kippen hun evenwicht te verliezen en bewusteloos te raken. Een ander onderzoek van WUR liet zien dat kippen al bij 2,4% CO₂ meer alert werden en het CO₂-gas waarnamen. Vanaf 5,6% werd het ademhalen beïnvloed en vanaf 8,3% begonnen de kippen met hun kop te schudden, wat een duidelijk signaal voor stress is. Vanaf 9,2% begonnen de kippen duidelijk naar lucht te happen en zwaar te ademen. Vanaf 19% CO₂ verloren ze hun evenwicht en raakten bewusteloos. Elektrisch waterbad Omwille van commerciële redenen wordt in sommige slachterijen nog steeds gekozen voor het elektrisch waterbad (gasverdoving is per geslachte kip 1 eurocent duurder). Voor deze bedwelmingsmethode worden kippen handmatig uit de kratten getrokken en aan de poten opgehangen aan de slachtlijn. Volgens EFSA kan het handmatig uit de kratten halen resulteren in pijn, kneuzingen en breuken, zeker wanneer werknemers de kippen vastnemen bij de nek, of aan één poot of vleugel. Bij het ophangen van de kippen wordt gebruikgemaakt van blauw licht, wat in normale omstandigheden een rustgevend effect heeft op de dieren. Toch blijft het ophangen aan de slachtlijn een bijzonder stressvolle gebeurtenis. Bij de ophanging aan de haken wordt druk uitgeoefend op de poten, wat pijn veroorzaakt. Voor kippen die reeds pootproblemen hebben (zoals gewrichtsaandoeningen of letsels opgelopen tijdens het vangen) is het ophangen extra pijnlijk. Het ondersteboven hangen is een onnatuurlijke houding die angst opwekt. 90% van de dieren flappert meteen na het ophangen hevig met de vleugels, als reactie op de stressvolle ervaring. Het flapperen kan leiden tot ontwrichtingen en vleugelbreuken. Ook kunnen kippen met hun geflapper andere kippen verwonden doordat ze dicht naast elkaar hangen. Als de kippen aan de slachtlijn hangen, worden ze met de kop door een elektrisch geladen zout waterbad gehaald met een snelheid van 9000 individuen per uur. Wanneer een kip net voordat ze kopje onder gaat met de vleugels flappert, kunnen de vleugels in contact komen met het elektrisch geladen water, wat pijnlijke schokken oplevert alvorens het dier bedwelmd is. Pas wanneer het hoofd ondergedompeld is in het bad, kan het dier in een staat van bewusteloosheid raken. Volgens onderzoeker Gerritzen (WUR) is elektrische waterbadbedwelming te vergelijken met een epileptische aanval. Eerst is er een verkramping van de spieren, de tonische fase. Vervolgens treedt de clonische fase in, waarbij de dieren wild om zich heen beginnen te slaan. In deze fase bestaat wederom het risico dat de dieren vleugel- en botbreuken oplopen. Een ander ernstig welzijnsprobleem bij het waterbad is dat niet elke kip bedwelmd raakt. Doordat er meerdere kippen tegelijkertijd het waterbad ingaan en de stroom de weg van minste weerstand volgt, krijgen sommige kippen te weinig stroom toegediend. De kippen kunnen door de schok wel fysiek verlamd raken, waardoor het lijkt of ze verdoofd zijn, maar in feite zijn ze nog bij bewustzijn en voelen alles, zonder dat het opgemerkt wordt door slachthuispersoneel of inspecteurs. Ook komt het voor dat kippen hun kop optrekken, waardoor ze het waterbad helemaal niet raken en dus niet verdoofd worden. Volgens EFSA is 5% van de kippen niet effectief bedwelmd bij gebruik van het elektrische waterbad. In 2006 raakte het elektrische waterbad in Nederland sterk in opspraak naar aanleiding van getuigenissen van ex-keurmeester Breunis. De man vertelde in een tv-programma hoe hij in zijn 33 jaar lange carrière \"vaak genoeg gezien heeft dat de dieren nadat ze eigenlijk al dood horen te zijn de kop opbeuren en even rondkijken. Ze hebben alle gruwelijkheden gehad en dan bloeden ze langzaam dood.” Ook kwam aan het licht dat slachterijen systematisch te weinig stroom op het waterbad zetten. De onthullingen van keurmeester Breunis hebben geleid tot maatschappelijk en politiek debat en tot wetenschappelijk onderzoek van WUR over bedwelmingsmethoden in pluimveeslachthuizen. In 2009 verklaarden staatssecretaris H. Bleker en NEPLUVI (de Nederlandse pluimveeverwerkende industrie) dat waterbadbedwelming zou worden uitgefaseerd in Nederland tegen januari 2011, dit omwille van de ernstige dierenwelzijnsproblematiek die intussen wetenschappelijk aangetoond was. In 2010 kondigden Bleker en NEPLUVI aan dat de uitfasering wat ‘extra tijd’ zou vergen. Anno 2019 wordt het goedkope, maar omstreden waterbad nog steeds gebruikt in enkele Nederlandse pluimveeslachthuizen, onder meer bij W. van der Meer en zonen in Dronryp. Opmerkelijk, aangezien Wytze van der Meer (directeur van het slachthuis) bestuurslid is van NEPLUVI. Op Europees niveau heeft EFSA de Europese Unie reeds in 2004 geadviseerd om waterbadbedwelming uit te faseren. Bij de opstelling van de Europese VERORDENING (EG) Nr. 1099\u002F2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden heeft de Unie de voorschriften voor het waterbad wat aangescherpt, maar het advies om uit te faseren werd niet gevolgd vanwege economische belangen. In veel Europese landen is het waterbad nog steeds de meest gebruikte bedwelmingsmethode voor pluimvee. Zo ook in België, waar de methode in 2017 in opspraak raakte naar aanleiding van onderzoek van de krant ‘Het Laatste Nieuws’. Uit dit onderzoek bleek dat in België jaarlijks 10 miljoen kippen slecht of niet verdoofd uit het waterbad kwamen. Aansnijden en doodbloeden In slachthuizen waar gasbedwelming gebruikt wordt, worden de kippen na het bedwelmen opgehangen aan de slachtlijn. Kippen die waterbadverdoving krijgen, worden voorafgaand aan de bedwelming al opgehangen. Via de slachtlijn worden de dieren naar een elektrisch cirkelmes gevoerd. Het mes snijdt in hun hals, waarbij een halsslagader of ader geraakt wordt (het zogenaamde “aansnijden”). Hierna bloeden de kippen uit boven een bloedgoot om vervolgens ondergedompeld te worden in een heet waterbad (57°C) om de veren los te weken. Kippen bij wie de bedwelming niet goed gelukt is, zijn bij bewustzijn wanneer hun hals wordt aangesneden. Het komt ook voor dat het aansnijden mislukt omdat nog bij bewustzijn zijnde kippen hevig flapperen met de vleugels of hun kop intrekken op het moment dat ze langs het mes gaan. Het gevolg is dat ze levend en bij bewustzijn in het hete waterbad terechtkomen waar ze verdrinken. Na het hete waterbad worden de kippen door een machine automatisch geplukt. Bij leghennen bevinden zich vaak nog eieren in de vagina of cloaca, die handmatig verwijderd moeten worden. Europese wetgeving laat leghennenslachterijen toe de eieren die uit de dode dieren gehaald worden te verhandelen aan fabrikanten van eiproducten voor de voedingsindustrie.",{"id":469,"to":470,"title":297,"titles":471,"level":127,"content":472},"\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip#keurmerken","\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fde-dood-van-een-kip\u002Fhoofdstukken\u002Fkeurmerken",[9,109,297],"Keurmerken De dood van een kip - Keurmerken Keurmerken De dood van een kip - Keurmerken Naast uitgelegde hennen uit reguliere legbedrijven slacht W. van der Meer biologische leghennen met het EKO-keurmerk, en leghennen met het Beter Leven Keurmerk van de Dierenbescherming (zowel 1, 2 als 3 sterren). Zo worden onder andere uitgelegde hennen van Rondeel en Kipster (beiden 3 sterren Beter Leven) bij W. van der Meer geslacht, en ook de Kipster-hanen (voor de haanburgers van Lidl) komen bij W. van der Meer aan hun einde. Biologische leghennen worden gehouden volgens normen die vastgelegd zijn in biologische wetgeving, wat gecontroleerd wordt door Skal Biocontrole. Met betrekking tot het slachtproces van biologische dieren zijn er geen specifieke voorschriften. Ze worden geslacht volgens de standaard wetgeving (VERORDENING (EG) Nr. 1099\u002F2009 inzake de bescherming van dieren bij het doden), wat inherent gepaard gaat met stress en pijn. Voor de afzet van uitgelegde biologische leghennen richtte slachterij W. Van der Meer in samenwerking met de Biologische Pluimveehouders Vereniging (BPV) de Biomeerwaardekip-keten op. Het doel van de vereniging is de waardering van afgedankte bio-leghennen te verbeteren: biologische leghennenhouders krijgen in het slachthuis circa 1 euro betaald per dier, terwijl een reguliere leghen 0,78 cent opbrengt. De biologische hennen worden na het slachten verkocht als biologische soepkippen of verwerkt in diverse biologische kippenvleesproducten zoals schnitzels, burgers en nuggets, soepen, ragout, barbecueworstjes, knakworsten en hotdogs. Ook voor Beter Leven kippen verloopt het slachtproces op dezelfde wijze als voor regulier geslachte kippen. Slachterijen die Beter Leven kippen willen slachten, dienen wel een verklaring ‘verdoofd slachten’ te ondertekenen, wat inhoudt dat zij geen onverdoofde slachtingen mogen uitvoeren, zoals bijvoorbeeld voor de productie van koosjer vlees.\nIn de criteria met betrekking tot pluimveeslachterijen die gepubliceerd staan op de website van Dierenbescherming\u002FBeter Leven staat te lezen dat ”de dieren zo snel mogelijk doch in elk geval binnen 4 uur worden geslacht.” (Bij W. Van der Meer bedraagt de gemiddelde wachttijd 8 uur). Op het niet naleven van deze regel staan geen sancties, het betreft slechts een “aanbeveling.” Ook staat in de criteria dat “personeel dat met levende dieren omgaat een dierenwelzijnsopleiding van de Slagers Vak Opleiding (SVO) of gelijkwaardige opleiding met betrekking tot dierenwelzijn voor slachthuispersoneel heeft gevolgd.” Het niet naleven van deze regel wordt bestraft met “uitsluiting”. In een aanvullend document (‘Aanvullende besluiten en interpretaties’) wordt echter verklaard dat omwille van praktische redenen, nieuwe personeelsleden drie maanden mogen werken met levende dieren zonder het Getuigschrift van vakbekwaamheid slachthuispersoneel. Verder verklaart de Dierenbescherming in haar criteria dat zij “de intentie heeft om de waterbadmethode medio 2017 uit te sluiten.” In het aanvullend document lezen we dat “het vervangen van de waterbadmethode door de 2-fasen CAS methode (vergassing) een zeer grote investering is die niet zomaar kan worden doorgevoerd. De Dierenbescherming is hierover in overleg met de deelnemende slachterijen. Zij geven aan meer tijd nodig te hebben deze wijziging door te voeren. De intentie is nu om de waterbadmethode medio 2018 uit te sluiten.” Eind 2019 is het waterbad nog steeds toegestaan voor kippen die geslacht worden onder Beter Leven-certificering.",{"id":474,"title":475,"titles":476,"level":10,"content":478},"\u002Fnl\u002Faalten-gendringseweg-37","Varkensmishandeling bij Paul Jansen in Aalten",[477,475],"Locaties","Gendringseweg 37, Aalten - Paul Jansen Varkensmishandeling bij Paul Jansen in Aalten De Dierenbescherming geeft één Beter Leven-ster voor het vlees van de varkens bij Paul Jansen. Het wordt niet duidelijk uit het beeldmateriaal waar Jansen deze ster voor krijgt. Te zien valt dat de dieren proberen te wroeten en contact zoeken als ze alleen zijn opgesloten.",{"id":480,"title":481,"titles":482,"level":10,"content":483},"\u002Fnl\u002Faalten-hoeninkdijk-8","Varkensmishandeling bij Henk Meerdink in Aalten",[477,481],"Hoeninkdijk 8, Aalten - Henk Meerdink Varkensmishandeling bij Henk Meerdink in Aalten In de mega-stal van Henk Meerdink te Aalten worden 17.250 varkens vetgemest. Op zijn bedrijf werden dieren gezien met tumoren, blinde dieren, open wonden, krassen en kannibalisme. Meerdink is CDA-raadslid.",{"id":485,"title":486,"titles":487,"level":10,"content":488},"\u002Fnl\u002Faalten-koopweg","Varkensmishandeling bij Onbekend in Aalten",[477,486],"Koopweg, Aalten - Onbekend Varkensmishandeling bij Onbekend in Aalten Bij deze kleine boerderij werd een stervend varken aangetroffen.",{"id":490,"title":491,"titles":492,"level":10,"content":493},"\u002Fnl\u002Faarle-rixtel-kloosterdreef-5","Varkensmishandeling bij Rooijakkers in Aarle-Rixtel",[477,491],"Kloosterdreef 5, Aarle-Rixtel - Rooijakkers Varkensmishandeling bij Rooijakkers in Aarle-Rixtel Een deel van de stallen van de gebroeders Rooijakkers is te bezichtigen door het publiek, het zijn zogenoemde zichtstallen. De Rooijakkers treden regelmatig op in de media. Het onderzoeksteam zag dode biggen, tumoren en stereotiep gedrag. John en Maarten Rooijakkers Een deel van de stallen van de gebroeders Rooijakkers is te bezichtigen door het publiek, het zijn zogenoemde zichtstallen. De Rooijakkers treden regelmatig op in de media. Het onderzoeksteam zag dode biggen, tumoren en stereotiep gedrag.",{"id":495,"title":496,"titles":497,"level":10,"content":498},"\u002Fnl\u002Falbers","Misleiding Beter Leven Keurmerk bij Albers in Landhorst",[477,496],"Boekelsebaan 7, Landhorst - Albers Misleiding Beter Leven Keurmerk bij Albers in Landhorst",{"id":500,"title":501,"titles":502,"level":10,"content":503},"\u002Fnl\u002Fanna-paulowna-kleiweg-20a","Kippenmishandeling bij Pluimvee- en Bloemteeltbedrijf Vroone in Anna Paulowna",[477,501],"Kleiweg 20a, Anna Paulowna - Martien Vroone Kippenmishandeling bij Pluimvee- en Bloemteeltbedrijf Vroone in Anna Paulowna Eigenaar Martien Vroone van deze boerderij is bestuurslid van de NOP\u002FLTO-kring vleeskuikenhouders.",{"id":505,"title":506,"titles":507,"level":10,"content":508},"\u002Fnl\u002Fannechien-ten-have-mellema-beerta","Zieke Varkens bij Welzijnsadviseur bij Dartelstal BV in Beerta",[477,506],"Ulsderweg 8, Beerta - Annechien Ten Have – Mellema Zieke Varkens bij Welzijnsadviseur bij Dartelstal BV in Beerta",{"id":510,"title":511,"titles":512,"level":10,"content":513},"\u002Fnl\u002Farrien-arrierflierweg-8","Varkensmishandeling bij Henk de Lange in Arrien",[477,511],"Arriërflierweg 8, Arrien - Henk de Lange Varkensmishandeling bij Henk de Lange in Arrien Op deze reguliere boerderij kunnen de varkens weinig van hun omgeving zien, doordat de hokken uit dichte schotten bestaan. De stallen zijn smerig en sommige varkens vertonen stereotiep gedrag.",{"id":515,"title":516,"titles":517,"level":10,"content":518},"\u002Fnl\u002Fbarneveld-scherpenzeelseweg-39-scharreleieren","Legkippenmishandeling bij G ter Maaten in Barneveld",[477,516],"Scherpenzeelseweg 39, Barneveld - G ter Maaten Legkippenmishandeling bij G ter Maaten in Barneveld",{"id":520,"title":521,"titles":522,"level":10,"content":523},"\u002Fnl\u002Fbarneveld-van-amerongenweg-3-rondeel","Legkippenmishandeling bij Rondeel BV in Barneveld",[477,521],"Van Amerongenweg 3, Barneveld - Daniel van den Brink Legkippenmishandeling bij Rondeel BV in Barneveld Rondeel-boerderijen krijgen van de Dierenbescherming 3 sterren van het Beter Leven-keurmerk.",{"id":525,"title":526,"titles":527,"level":10,"content":528},"\u002Fnl\u002Fberinge-groeze-9","Nertsmishandeling bij Nertsenfokkerij Leeijen in Beringe",[477,526],"Groeze 9, Beringe - Leeijen Nertsmishandeling bij Nertsenfokkerij Leeijen in Beringe De gebroeders Pierre en Rien Leeijen stonden in 2013 nog in de Quote 500 met een vermogen van 90 miljoen. Ze zijn hoogstwaarschijnlijk de grootste nertsenfokkers in de wereld met minstens 15 boerderijen. Alleen in Polen al bezitten de broers zeker 8 farms, in Litouwen 2 en in Nederland minimaal 1. Daarnaast hebben ze met hun bedrijf Lion Farms ook bedrijven in de VS. Zij kopen in bijvoorbeeld Polen kleine nertsenfokkerijen op en breiden die uit. Ze maken gebruik van stromannen om regelgeving te omzeilen. Ook hebben ze verscheidene BV’s zoals Farm Equipment International, Rolpi en Pol Rol. Ze hebben handelsverbanden met verschillende personen, waaronder Monica Bozena Crstowka. Pierre Johannes Justinus Caspar Leeijen (1971)\nJustinus Leonardus Joseph (Rien) Leeijen (1959) De dochter van Rien, Anne Leeijen, werkt binnen de Leeijen Group. Ze heeft interesse in de verkoop van bontmode. Haar broer Merijn verhuurt onder andere campers binnen het familieconglomeraat. De Leeijens zitten ook in de vastgoed en landbouwvoertuigen.",{"id":530,"title":531,"titles":532,"level":10,"content":533},"\u002Fnl\u002Fborkel-en-schaft-hoeverdijk-80","Varkensmishandeling bij Piet Rijkers in Valkenswaard",[477,531],"Hoeverdijk 80, Valkenswaard - Piet Rijkers Varkensmishandeling bij Piet Rijkers in Valkenswaard Eigenaar Piet Rijkers deed mee aan het ComfortClass-project, dat het dierenwelzijn zou vergroten. Hij heeft bovendien een Milieukeur, dat ook meer dierenwelzijn zou garanderen. Rijkers is bekend van het televisieprogramma Boer zoekt Vrouw.",{"id":535,"title":536,"titles":537,"level":10,"content":538},"\u002Fnl\u002Fburen-hennisdijk-9a-biologisch","Varkensmishandeling bij van Leeuwen in Buren",[477,536],"Hennisdijk 9A, Buren - van Leeuwen Varkensmishandeling bij van Leeuwen in Buren Deze beelden zijn van een biologische varkenshouderij. De biggen worden na 6 weken van hun moeder gescheiden. Biologische moedervarkens hebben vaker last van kreupelheid dan reguliere varkens. Op deze video zie je hoe moeizaam het moedervarken loopt.",{"id":540,"title":541,"titles":542,"level":10,"content":543},"\u002Fnl\u002Fcastenray-lollebeekweg-32","Varkensmishandeling bij Tacken in Castenray",[477,541],"Lollebeekweg 32, Castenray - Tacken Varkensmishandeling bij Tacken in Castenray Bij deze reguliere boerderij heeft het onderzoeksteam varkens gezien die al geruime tijd dood zijn. Ook is er beeldmateriaal van voetgebreken en wonden.",{"id":545,"title":546,"titles":547,"level":10,"content":548},"\u002Fnl\u002Fcoolen","Misleiding Beter Leven Keurmerk bij Coolen in Helden",[477,546],"Baarloseweg 34a, Helden - Coolen Misleiding Beter Leven Keurmerk bij Coolen in Helden",{"id":550,"title":551,"titles":552,"level":10,"content":553},"\u002Fnl\u002Fde-bruijn-impex-steenbergen","Transport Koeien en Kalveren bij De Bruijn Impex in Steenbergen",[477,551],"Zegblokswegje 2, Steenbergen - De Bruijn Impex Transport Koeien en Kalveren bij De Bruijn Impex in Steenbergen Verzamelplaats voor runderen, schapen en geiten zonder website of social media. Werkt samen met T. Kuiper Transport, waar Ongehoord eerder kreupele en mishandelde koeien filmde. Ook De Bruijn Impex lijkt de publiciteit te schuwen: geen website, geen social media en nooit in de pers. Volgens het register van de NVWA gaat het om een verzamelplaats voor runderen, schapen en geiten. Ongehoorde filmde gedurende 9 dagen de activiteiten in de afdeling voor runderen. De Bruijn werkt samen met T. Kuiper Transport, het bedrijf waar Ongehoord in 2023 kreupele en mishandelde koeien filmde.",{"id":555,"title":556,"titles":557,"level":10,"content":558},"\u002Fnl\u002Fde-keizer-vee-oud-alblas","Transport Koeien en Kalveren bij De Keizer Vee in Oud-Alblas",[477,556],"Heiweg 4, Oud-Alblas - De Keizer Vee Transport Koeien en Kalveren bij De Keizer Vee in Oud-Alblas Familiebedrijf in veehandel dat zich presenteert als betrouwbaar, maar waar Ongehoord langdurige mishandeling van zieke koeien met stroomstootwapens filmde. Werkt nauw samen met veetransporteur Vandommelen. De Keizer Vee vermeldt op haar website inkoop en verkoop van kalveren en koeien, voor melk- of vleesproductie, zowel fokdieren als slachtdieren. Het bedrijf is door Skal gecertificeerd en telt onder haar klanten veel biologische veehouderijbedrijven. Naast transport binnen Nederland, exporteert De Keizer Vee ook koeien naar Koeweit, Rusland en Ethiopië. Tijdens de 4 dagen die Ongehoord gefilmd heeft, waren voornamelijk uitgemolken koeien aanwezig. Aangezien er geen NVWA-keuringen werden uitgevoerd, weten we dat de dieren bestemd waren voor Nederlandse slachterijen (NVWA-toezicht in verzamelplaatsen gebeurt alleen bij vertrek van exportdieren). De Keizer Vee presenteert zich op de bedrijfswebsite als een betrouwbaar familiebedrijf met jarenlange ervaring en vakkennis. Directeur Niek de Keizer kreeg, volgens de website, \"de liefde voor dieren met de paplepel ingegoten.\" Op de beelden van Ongehoord mishandelt Niek een ernstig zieke koe langdurig met een stroomstootwapen. Uit de website en de bedrijfsfilm blijkt dat De Keizer Vee nauw samenwerkt met veetransporteur Vandommelen uit Woerden. Uit een rapportage (2023) die Ongehoord vorig jaar opvroeg, bleek dat de NVWA tijdens exportkeuringen bij Vandommelen haast wekelijks runderen opmerkte die kreupel liepen of andere ernstige gezondheidsproblemen vertoonden. Ongehoord vroeg indertijd ook informatie op over De Keizer Vee, maar de NVWA kon voor heel het jaar 2023 geen enkel inspectieverslag voorleggen. Ook op de recente beelden van Ongehoord schittert de NVWA in afwezigheid. Volgens Niek De Keizer worden niet de koeien, maar de boeren in Nederland hard aangepakt. Daarom nam hij deel aan de beruchte trekkerdemonstraties in den Haag, waar Geert Wilders de boeren prees om hun enorme export en hen opjutte om zich te blijven verzetten tegen stikstofmaatregelen. De Keizer Vee noemt \"transparantie in hun doen en laten\" een belangrijke kernwaarde van het bedrijf. Ongehoord levert hier graag een bijdrage aan met de publicatie van de beelden.",{"id":560,"title":561,"titles":562,"level":10,"content":563},"\u002Fnl\u002Fde-kempense-exportstal","Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij De Kempense Exportstal in Merksplas",[477,561],"Bosstraat 11, Merksplas - de Kempense Exportstal Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij De Kempense Exportstal in Merksplas",{"id":565,"title":566,"titles":567,"level":10,"content":568},"\u002Fnl\u002Fde-sjroetefarm","Kalkoenenmishandeling bij De SjroeteFarm in Helden",[477,566],"Dekeshorst 10, Helden - De SjroeteFarm Kalkoenenmishandeling bij De SjroeteFarm in Helden",{"id":570,"title":571,"titles":572,"level":10,"content":573},"\u002Fnl\u002Fden-dungen-nieuwlandweg-woudseweg-49","Varkensmishandeling bij Nicky Sanders in Den Dungen",[477,571],"Woudseweg 49, Den Dungen - Nicky Sanders Varkensmishandeling bij Nicky Sanders in Den Dungen De eigenaar van deze boerderij is Nicky Sanders. Hij deed mee aan het ComfortClass-project, dat het dierenwelzijn zou vergroten. Hij heeft een zichtstal, waar alleen de groepshuisvesting te zien is. Deze beelden zijn van de stal die direct naast de zichtstal staat en niet toegankelijk is voor het publiek. De beelden laten goed zien hoe varkens onderling communiceren en hoe nieuwsgierig ze zijn. Op een foto is te zien dat er tussen de twee stallen een dood varken ligt.",{"id":575,"title":576,"titles":577,"level":10,"content":578},"\u002Fnl\u002Fdreumel-papesteeg-11-biologisch","Kippenmishandeling bij westerkloeke in Dreumel",[477,576],"Papesteeg 11, Dreumel - Fam. Vink Kippenmishandeling bij westerkloeke in Dreumel In deze biologische stal van de familie Vink is de stal overvol.",{"id":580,"title":581,"titles":582,"level":10,"content":583},"\u002Fnl\u002Felsendorp-elsendorpseweg-78","Konijnenmishandeling bij Bekkers in Elsendorp",[477,581],"Elsendorpseweg 78, Elsendorp - Bekkers Konijnenmishandeling bij Bekkers in Elsendorp De familie Bekkers-Hubers houdt 1400 konijnen in een snelbouwstal. Hoewel de moederdieren de plastic matjes hebben, zijn er ernstige voetproblemen vastgelegd. Ook zijn er dieren met wonden in deze stal. Er is een babykonijn te zien dat niet op het matje kan lopen.",{"id":585,"title":586,"titles":587,"level":10,"content":588},"\u002Fnl\u002Fesch-de-ruiting-biologisch","Varkensmishandeling bij Yofrahoeve in Esch",[477,586],"De Ruiting 4, Esch - Fam. Van Wagenberg Varkensmishandeling bij Yofrahoeve in Esch Frank en Yolanda van Wagenberg kregen met hun biologische varkenshouderij een prijs van dierenwelzijnsgroep Wakker Dier. Deze beelden zijn van de achterste stal, waar de moedervarkens worden bevrucht en de mannetjes individueel zijn opgesloten. De moedervarkens gaan uit verveling stangbijten; een beer heeft een voetgebrek.",{"id":590,"title":591,"titles":592,"level":10,"content":593},"\u002Fnl\u002Ffirma-dane-en-zoon-agrarisch","Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij Firma Dane en Zoon Agrarisch in Oudemolen",[477,591],"Westmiddelweg 1, Oudemolen - Firma Dane en Zoon Agrarisch Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij Firma Dane en Zoon Agrarisch in Oudemolen",{"id":595,"title":596,"titles":597,"level":10,"content":598},"\u002Fnl\u002Fhaarsteeg-omloop-10","Konijnenmishandeling bij Jan Pullens in Haarsteeg",[477,596],"De Omloop 10, Haarsteeg - Jan Pullens Konijnenmishandeling bij Jan Pullens in Haarsteeg Bij de konijnenhouderij van Jan Pullens staan tonnen vol met dode konijnen, in verschillende stadia van ontbinding. Ook binnen liggen tussen de levende verschillende dode dieren. Er zijn konijnen vastgelegd zonder oren of met verminkte oren. Konijnen hebben wonden, sommige door vraat van andere dieren. Er zijn ook konijnen met een hersen- of zenuwontsteking.",{"id":600,"title":601,"titles":602,"level":10,"content":603},"\u002Fnl\u002Fhaps-beerseweg-29a-scharrelei-met-uitloop","Legkippenmishandeling bij Hugo Bens in Haps",[477,601],"Beerseweg 29A, Haps - Hugo Bens Legkippenmishandeling bij Hugo Bens in Haps ZLTO'er Hugo Bens, eigenaar van deze boerderij, zegt op zijn website www.hetscharrelei.nl dat zijn dieren uitloop hebben.",{"id":605,"title":606,"titles":607,"level":10,"content":608},"\u002Fnl\u002Fhedel-parallelweg-61","Varkensmishandeling bij HVC in Hedel",[477,606],"Parallelweg 61, Hedel - HVC Varkensmishandeling bij HVC in Hedel In de overvolle en vervallen stallen van de Hedelse Varkens Combinatie (H.V.C.) zijn varkens te zien die stangbijten. De verblijven zijn erg vies.",{"id":610,"title":611,"titles":612,"level":10,"content":613},"\u002Fnl\u002Fhedel-sint-annaweg-54","Slachthuismisstanden Kippen bij Bronk Pluimveehouder in Hedel",[477,611],"Sint Annaweg 54, Hedel - Bas Bronk Slachthuismisstanden Kippen bij Bronk Pluimveehouder in Hedel Bas Bronk is bestuurslid van de NOP-kring vleeskuikenhouders en heeft een reguliere stal.",{"id":615,"title":616,"titles":617,"level":10,"content":618},"\u002Fnl\u002Fhedel-veldweg-66","Varkensmishandeling bij Fam. Van Hoeflaken in Hedel",[477,616],"Veldweg 66, Hedel - Fam. Van Hoeflaken Varkensmishandeling bij Fam. Van Hoeflaken in Hedel Het onderzoeksteam heeft biggen vastgelegd die dood zijn, bijna dood zijn en verlamd zijn.",{"id":620,"title":621,"titles":622,"level":10,"content":623},"\u002Fnl\u002Fhengevelde-kerkstraat-1","Kippenmishandeling bij Paul Grefte in Hengevelde",[477,621],"Kerkstraat 1, Hengevelde - Paul Grefte Kippenmishandeling bij Paul Grefte in Hengevelde Eigenaar van deze boerderij is Paul Grefte van de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders. In zijn overvolle stal trof het onderzoeksteam vele dode en stervende dieren aan.",{"id":625,"title":626,"titles":627,"level":10,"content":628},"\u002Fnl\u002Fhertenboerderij-de-weerd-nijbroek","Hertenmishandeling bij De Weerd in Nijbroek",[477,626],"Middendijk 22, Nijbroek - De Weerd Hertenmishandeling bij De Weerd in Nijbroek",{"id":630,"title":631,"titles":632,"level":10,"content":633},"\u002Fnl\u002Fherwijnen-nieuwe-steeg-68","Varkensmishandeling bij van Zandwijk in Herwijnen",[477,631],"Nieuwesteeg 68, Herwijnen - van Zandwijk Varkensmishandeling bij van Zandwijk in Herwijnen",{"id":635,"title":636,"titles":637,"level":10,"content":638},"\u002Fnl\u002Fheythuysen-hollander-1-kooi-eieren","Legkippenmishandeling bij Golden Egg BV in Heythuysen",[477,636],"Hollander 1, Heythuysen - Floris Nouwen Legkippenmishandeling bij Golden Egg BV in Heythuysen",{"id":640,"title":641,"titles":642,"level":10,"content":643},"\u002Fnl\u002Fhoubensteyn","Misstanden in Zichtstal Houbensteyn bij Houbensteyn in Ysselsteyn",[477,641],"Ysselsteynseweg 40, Ysselsteyn - Martin Houben Misstanden in Zichtstal Houbensteyn bij Houbensteyn in Ysselsteyn Varkens met wonden, abcessen, luchtwegproblemen, dode varkens en vervuilde hokken. Het is te zien in het onderzoek naar Beter Leven stal Houbensteyn in Ysselsteyn, Limburg. Met bijna honderdduizend varkens en 15 miljoen subsidie is eigenaar Martin Houben een grote speler. De onderzochte locatie heeft een zichtstal; bezoekers kunnen een klein deel van de varkens bekijken. Toen het onderzoeksteam andere delen van het bedrijf bezocht, troffen ze de misstanden aan. De hokken voldoen niet aan de wettelijke voorschriften en Beter Leven-eisen.",{"id":645,"title":646,"titles":647,"level":10,"content":648},"\u002Fnl\u002Fhulten-broekdijk-30a-beter-leven-1-ster","Kippenmishandeling bij Elly de Kort in Hulten",[477,646],"Broekdijk 30a, Hulten - Elly de Kort Kippenmishandeling bij Elly de Kort in Hulten Elly de Kort is voorzitster van de Kring Vleeskuikenhouders van de Land- en Tuinbouw Organisatie.",{"id":650,"title":651,"titles":652,"level":10,"content":653},"\u002Fnl\u002Fhummelo-zelhemseweg-15","Varkensmishandeling bij de Vries in Hummelo",[477,651],"Zelhemseweg 15, Hummelo - de Vries Varkensmishandeling bij de Vries in Hummelo",{"id":655,"title":656,"titles":657,"level":10,"content":658},"\u002Fnl\u002Fjohan-leender-wisentweg-41-swifterband-caring-farmers","Dierenleed bij Caring Farmers in Swifterband",[477,656],"Wisentweg 41, Swifterband - Johan Leender Dierenleed bij Caring Farmers in Swifterband",{"id":660,"title":661,"titles":662,"level":10,"content":663},"\u002Fnl\u002Fkelpen-oler-heideweg-8-beter-leven","Konijnenmishandeling bij Kohlen in Kelpen-Oler",[477,661],"Heideweg 8, Kelpen-Oler - Kohlen Konijnenmishandeling bij Kohlen in Kelpen-Oler Eigenaar Frans Köhlen kreeg van de Dierenbescherming een ster van het Beter Leven Kenmerk. Hij kreeg de ster voor de manier waarop hij de moederkonijnen houdt. De kinderen zitten opeengepropt in reguliere hokken, sommige met plastic matjes, veel ook zonder. Er liggen dode, aangevroten konijnen tussen de levende, konijnen hebben ooraandoeningen en eentje mist een heel oor.",{"id":665,"title":666,"titles":667,"level":10,"content":668},"\u002Fnl\u002Fkippenslachthuis-w-van-meer-zonen-dronryp","Slachthuismisstanden Kippen bij Kippenslachthuis W. van Meer & Zonen B.V. in Dronryp",[477,666],"It Heech 44, Dronryp - Kippenslachthuis W. van Meer & Zonen B.V. Slachthuismisstanden Kippen bij Kippenslachthuis W. van Meer & Zonen B.V. in Dronryp",{"id":670,"title":671,"titles":672,"level":10,"content":673},"\u002Fnl\u002Fkoningsbosch-heugenderweg-8","Varkensmishandeling bij Willekens in Koningsbosch",[477,671],"Heugenderweg 8, Koningsbosch - Willekens Varkensmishandeling bij Willekens in Koningsbosch",{"id":675,"title":676,"titles":677,"level":10,"content":678},"\u002Fnl\u002Fkoningslust-zandstraat-15-teeuwen","Varkensmishandeling bij Teeuwen in Koninglust",[477,676],"Zandstraat 15, Koninglust - Teeuwen Varkensmishandeling bij Teeuwen in Koninglust",{"id":680,"title":681,"titles":682,"level":10,"content":683},"\u002Fnl\u002Fkonzo-hoogstraten","Konijnenmishandeling Het Haasje bij Konzo in Hoogstraten",[477,681],"Goorkensdreef 5, Hoogstraten - Yves De Bie Konijnenmishandeling Het Haasje bij Konzo in Hoogstraten",{"id":685,"title":686,"titles":687,"level":10,"content":688},"\u002Fnl\u002Fkuiper-hoogblokland-nederland","Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij T. Kuiper Transport in Hoogblokland",[477,686],"Beemdweg 5-B, Hoogblokland - Kuiper Veehandel Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij T. Kuiper Transport in Hoogblokland",{"id":690,"title":691,"titles":692,"level":10,"content":693},"\u002Fnl\u002Flelystad-mercuriusweg-6-biologisch","Kippenmishandeling bij polderhoenderhof in Lelystad",[477,691],"Mercuriusweg 6, Lelystad - Fam. Kok Kippenmishandeling bij polderhoenderhof in Lelystad Op het grootschalige biologische bedrijf van de familie Kok trof het onderzoeksteam dode en zieke dieren aan. Opvallend veel dieren kunnen nauwelijks lopen en hebben dus weinig aan de vrije uitloop. De jongste kuikens lijken bij bosjes dood neer te vallen.",{"id":695,"title":696,"titles":697,"level":10,"content":698},"\u002Fnl\u002Floppersum-stedumerweg-28-beter-leven-1-ster","Kippenmishandeling bij kemperkip in Loppersum",[477,696],"Stedumerweg 28, Loppersum - Piet Glas Kippenmishandeling bij kemperkip in Loppersum In de Beter Leven-stal van de familie Glas was nauwelijks het verschil te zien met een reguliere stal.",{"id":700,"title":701,"titles":702,"level":10,"content":703},"\u002Fnl\u002Fmartijn-vonk-groenestraat-1-loil-leghennen-caring-farmers","Dierenleed bij Caring Farmers bij Martijn Vonk in Loil",[477,701],"Groenestraat 1, Loil - Martijn Vonk Dierenleed bij Caring Farmers bij Martijn Vonk in Loil",{"id":705,"title":706,"titles":707,"level":10,"content":708},"\u002Fnl\u002Fmeerlo-cocq-van-haeftenstraat-46-scharreleieren","Legkippenmishandeling bij Heidehof BV in Meerlo",[477,706],"De Cocq van Haeftenstraat 46, Meerlo - Marco en Chantal Peelen Legkippenmishandeling bij Heidehof BV in Meerlo Dit is de boerderij van Marco en Chantal Peelen, op hun website www.heidehofpluimvee.nl staat geen woord over dierenwelzijn. gallery type=\"rectangular\" ids=\"1549,1548,1547,1546,1545,1544,1543,1542,1541\"",{"id":710,"title":711,"titles":712,"level":10,"content":713},"\u002Fnl\u002Fmeerlo-heesweg-9-scharrel-en-kooi-eieren","Legkippenmishandeling bij Noud Jansen in Meerlo",[477,711],"Heesweg 9, Meerlo - Noud Jansen Legkippenmishandeling bij Noud Jansen in Meerlo Noud Janssen heeft zowel kooi- als scharrelkippen.",{"id":715,"title":716,"titles":717,"level":10,"content":718},"\u002Fnl\u002Fmierlo-heiderschoor-9","Varkensmishandeling bij Hazenwinkel in Mierlo",[477,716],"Heiderschoor 9, Mierlo - Hazenwinkel Varkensmishandeling bij Hazenwinkel in Mierlo",{"id":720,"title":721,"titles":722,"level":10,"content":723},"\u002Fnl\u002Fmierlo-nuenensedijk-21","Varkensmishandeling bij van Asten in Helmond",[477,721],"Nuenensedijk 21, Helmond - van Asten Varkensmishandeling bij van Asten in Helmond Familie van Asten De van Astens zijn een grote speler in de industrie. Ze hebben in ieder geval vier enorme bedrijven in Nederland. Om de Nederlandse regelgeving te ontwijken, hebben ze ook een bedrijf in het voormalige Oost-Duitsland. (De vrouw van Henry van Asten, de vader van het gezin, is Nelly van Gennip. Zij is de zus van Harry van Gennip, een andere grote naam in de varkensindustrie. Nelly kreeg bij haar huwelijk 300 varkens mee als bruidschat.)",{"id":725,"title":726,"titles":727,"level":10,"content":728},"\u002Fnl\u002Fmilheeze-peeldrijk-1a","Nertsmishandeling bij De peeldijk in Milheeze",[477,726],"Peeldijk 1A, Milheeze - Nic van Ansem Nertsmishandeling bij De peeldijk in Milheeze Nicolaas Johannes Maria (Nic) van Ansem is eigenaar van de nertsenhouderij aan de Peeldijk 1a in Milheeze. Zijn bedrijf lijkt geen onderdeel te zijn van de multinational van Ansem, maar hij kent de broers van Ansem wel en is waarschijnlijk familie.",{"id":730,"title":731,"titles":732,"level":10,"content":733},"\u002Fnl\u002Fnijeberkoop-bovenweg-22","Kippenmishandeling bij P.J. Faber in Bovenweg 22",[477,731],"Bovenweg 22, Bovenweg 22 - P.J. Faber Kippenmishandeling bij P.J. Faber in Bovenweg 22 Eigenaar Piet Faber van deze boerderij is de voorzitter van de LTO\u002FNOP-kring vermeerderaars en fokkers. Op de video is duidelijk te zien dat de kippen dorst hebben. Fokkers geven beperkt voer en water aan hun dieren omdat de kippen anders te snel groeien en dood zouden gaan nog voordat ze eieren leggen. Op de video zijn kale, verwonde en dode dieren te zien.",{"id":735,"title":736,"titles":737,"level":10,"content":738},"\u002Fnl\u002Fnotter-klokkendijk-40","Konijnenmishandeling bij Eeftink in Notter",[477,736],"Klokkendijk 40, Notter - Eeftink Konijnenmishandeling bij Eeftink in Notter De fam. Eeftink heeft 1.700 moederkonijnen. Het onderzoeksteam heeft een moeder met een ingegroeid oormerk gefilmd en een ander heeft diarree. Er liggen dode babykonijnen tussen de levende.",{"id":740,"title":741,"titles":742,"level":10,"content":743},"\u002Fnl\u002Foirschot-spoordonkseweg-144a-beter-leven-1-ster","Legkippenmishandeling bij Harry Beekmans in Oirschot",[477,741],"Spoordonkseweg 144A, Oirschot - Harry Beekmans Legkippenmishandeling bij Harry Beekmans in Oirschot ZLTO'er Harry Beekmans krijgt van de Dierenbescherming 1 ster voor zijn eieren.",{"id":745,"title":746,"titles":747,"level":10,"content":748},"\u002Fnl\u002Fommen-dwarsdijk-5","Varkensmishandeling bij Van der Heide in Ommen",[477,746],"Dwarsdijk 5, Ommen - Van der Heide Varkensmishandeling bij Van der Heide in Ommen",{"id":750,"title":751,"titles":752,"level":10,"content":753},"\u002Fnl\u002Frenswoude-hopeseweg-26a","Varkensmishandeling bij Fam, Geytenbeek in Renswoude",[477,751],"Hopeseweg 26A, Renswoude - Fam, Geytenbeek Varkensmishandeling bij Fam, Geytenbeek in Renswoude Gert en Teuni Geytenbeek hebben het Milieukeur, dat onder andere meer dierenwelzijn zou garanderen.",{"id":755,"title":756,"titles":757,"level":10,"content":758},"\u002Fnl\u002Freusel-t-holland-1","Konijnenmishandeling bij Sjef Lavrijsen in Reusel",[477,756],"Het Holland 1, Reusel - Sjef Lavrijsen Konijnenmishandeling bij Sjef Lavrijsen in Reusel Eigenaar Sjef Lavrijsen is de huidige voorzitter van de LTO-vakgroep konijnenhouderij. Hij heeft 2000 moederkonijnen. Op zijn locatie aan 't Holland 1 liggen dode konijnen tussen de levende. De levende konijnen grazen van de huid van de doden, alsof de haren gras zijn. Ook proberen ze holen te graven in de huid van dode soortgenoten en knabbelen ze aan de oren.",{"id":760,"title":756,"titles":761,"level":10,"content":762},"\u002Fnl\u002Freusel-t-holland-7",[477,756],"Het Holland 7, Reusel - Sjef Lavrijsen Konijnenmishandeling bij Sjef Lavrijsen in Reusel Eigenaar Sjef Lavrijsen is de huidige voorzitter van de LTO-vakgroep konijnenhouderij. Hij heeft 2000 moederkonijnen. Op zijn locatie aan 't Holland 7 zag het onderzoeksteam zieke en stervende dieren. Ook zijn er konijnen met vergroeiingen en tumoren. Verschillende dieren hebben een hersen- of zenuwontsteking. Een moederdier is verlamd.",{"id":764,"title":765,"titles":766,"level":10,"content":767},"\u002Fnl\u002Fsomeren-heikantstraat-11","Varkensmishandeling bij Verhees in Someren",[477,765],"Heikantstraat 11, Someren - Verhees Varkensmishandeling bij Verhees in Someren",{"id":769,"title":770,"titles":771,"level":10,"content":772},"\u002Fnl\u002Fst-hubert-kievitsdwarsweg-6","Gewonde Varkens bij FDF-voorman bij Van den Oever VOF in Sint Hubert",[477,770],"Kievitsdwarsweg 6, Sint Hubert - Mark van den Oever Gewonde Varkens bij FDF-voorman bij Van den Oever VOF in Sint Hubert Varkens met ernstige welzijnsproblemen bij Mark van den Oever Ongehoord publiceert beelden van varkens gefilmd bij Van den Oever VOF, het bedrijf van de voorman van Farmers Defence Force (Mark Van den Oever). De opnames zijn gemaakt in april 2020 en tonen ‘Beter Leven’ varkens in kale hokken op roostervloeren waaronder zich een mestkelder bevindt. Meerdere dieren hebben rood ontstoken ogen en necrotiserende wonden aan de oren. Oogontsteking Varkens met rode ogen zijn een aanwijzing dat de dieren in een ongezond stalklimaat leven. Stof en hoge ammoniakconcentraties (afkomstig uit onder andere mestkelders onder de stalvloer) irriteren neus- en oogslijmvliezen. De ogen raken ontstoken, wat gepaard gaat met pijn en jeuk. Oogontstekingen kunnen ernstige vormen aannemen en tot blindheid leiden. In een studie van WUR werd vastgesteld dat de ammoniakconcentraties in 31% van de onderzochte vleesvarkenshokken ongezond hoog waren, wat in 21,3% van de onderzochte hokken leidde tot rode, geïrriteerde ogen bij de varkens. (1) Oornecrose Oornecrose is te herkennen aan de zwarte punten en bloederige wonden aan de oren van varkens. Oornecrose is een gevolg van oorbijten. Wanneer varkens aan elkaars oren bijten, ontstaan wondjes die infecteren door bacteriën. De oren raken niet meer goed doorbloed, en de oorpunten sterven af. Naarmate de infectie vordert, wordt het oor dik en gezwollen. Uiteindelijk kunnen bacteriën via de wonden dieper het lichaam binnendringen en organen aantasten, waardoor het varken ernstig ziek wordt met risico op sterfte.(2) Bijterij Oorbijten is vergelijkbaar met staartbijten en andere vormen van bijterij. Het gaat om een gedragsstoornis met als voornaamste oorzaak verveling en onvoldoende stimulatie. De varkens zijn ongelukkig en uiten hun stress en frustratie op soortgenoten. Andere bronnen van frustratie zijn: een slecht stalklimaat, het samenleven met te veel dieren in een kleine ruimte, of problemen met voersamenstelling en de wijze van voerverstrekking.(2) (3) Bijterij is een wereldwijd probleem in de varkenshouderij. Staartbijten komt op 50% van de Nederlandse varkenshouderijen voor, zowel in reguliere als in biologische bedrijven (4). Over oorbijten zijn geen specifieke schadecijfers bekend, maar de verwachting is dat de cijfers over oorbijten overeenkomen met de cijfers over staartbijten (2). Een vaak toegepaste ‘maatregel’ om schade door bijterij enigszins te beperken, is het preventief couperen van staarten bij biggen kort na de geboorte. Couperen is een pijnlijke ingreep, omdat bij jonggeboren biggen de perifere zenuwen reeds ontwikkeld zijn tot in de punt van de staart. Met een verhit apparaat wordt het staartje zonder verdoving afgeknipt en wordt de wond tegelijkertijd dichtgeschroeid. Staarten couperen biedt echter geen echte oplossing. Ook bij varkens met afgeknipte staartstompjes komen uitbraken van staartbijten voor. Bovendien kan het probleem van staartbijten verschuiven naar oorbijten, zoals te zien is op de beelden van Van den Oever VOF. (5) Over Van den Oever VOF Van den Oever VOF op de Kievitsdwarsweg in Sint Hubert is gespecialiseerd in fruitteelt, kerstbomenkwekerij en varkensmesterij. De varkensstal van het bedrijf biedt plaats aan 1000 vleesvarkens onder het Beter Leven keurmerk (1 ster) van de Dierenbescherming, met “25% meer ruimte en speelgoed voor de varkens in elk hok” (6) (7). De dieren komen op het bedrijf wanneer ze 10 weken oud zijn, en worden gedurende 4 maanden vetgemest tot een slachtgewicht van 120 kg. Van den Oever VOF ontvangt Europese subsidies in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. In 2018 ging het om 25.592,43 euro en in 2019 om 29.061,93 euro. Tegenover het Financieel Dagblad stelden FDF-bestuurders dat de door RVO gepubliceerde subsidiebedragen ‘onjuist’ waren, en dat er stappen zouden worden ondernomen tegen het openbaar maken van deze informatie door het Dagblad (10).",{"id":774,"title":775,"titles":776,"level":10,"content":777},"\u002Fnl\u002Fstens-transport-staphorst","Transport Koeien en Kalveren bij Stens Transport in Staphorst",[477,775],"Industrieweg 42, Staphorst - Stens Transport Transport Koeien en Kalveren bij Stens Transport in Staphorst Transportbedrijf voor runderen naar Nederlandse slachthuizen en voor export. Beweert zich niet met lange afstandstransporten bezig te houden, maar brengt wel fokrunderen voor wereldwijde export. In Staphorst filmde Ongehoord gedurende 18 dagen de aan- en afvoer van runderen, waaronder veel kreupele dieren. Stens Transport vervoert dagelijks runderen voor diverse veehandelaars naar vrijwel alle slachthuizen in Nederland. Stens meldt op haar website \"zich niet bezig te houden met lange afstandstransporten\". Omwille van dierenwelzijn zijn hun vrachtwagens maximaal 8 uur onderweg. Dat de bekommernis van Stens om dierenwelzijn niet al te ernstig moet genomen worden, blijkt uit een andere 'specialisatie' van het bedrijf. In opdracht van diverse veehandelaars brengt Stens fokrunderen voor export naar andere verzamelaars, die de dieren wel over grote afstanden vervoeren. Fokrunderen worden vanuit Nederland wereldwijd getransporteerd, waarbij de totale reisduur kan oplopen tot meerdere dagen. Onderweg worden de dieren herhaaldelijk in- en uitgeladen bij verzamelstallen en controleposten, wat betekent dat ze de stressvolle omstandigheden van het opdrijven meermaals ondergaan.",{"id":779,"title":780,"titles":781,"level":10,"content":782},"\u002Fnl\u002Fterschuur-dronkelaarseweg-11-biologisch","Legkippenmishandeling bij Geijtenbeek in Terschuur",[477,780],"Dronkelaarseweg 11, Terschuur - Geijtenbeek Legkippenmishandeling bij Geijtenbeek in Terschuur Bij biologische legkippen ligt de uitval, het aantal dieren dat voortijdig sterft, vaak veel hoger dan bij scharrelkippen. Ook zijn er meer problemen met verenpikken omdat de snavels van biokippen niet gekapt mogen worden. Het pikken is daardoor schadelijker.",{"id":784,"title":785,"titles":786,"level":10,"content":787},"\u002Fnl\u002Fterschuur-nieuw-hofweg-4-beter-leven-2-sterren","Kippenmishandeling bij T. van Voorthuizen in Terschuur",[477,785],"Nieuw Hofweg 4, Terschuur - T. van Voorthuizen Kippenmishandeling bij T. van Voorthuizen in Terschuur Het undercover onderzoek omvatte ook het bedrijf van Thymen van Voorthuizen in Terschuur. Hij krijgt twee sterren van de Dierenbescherming, maar het onderzoeksteam zag schokkendere zaken dan in veel reguliere bedrijven. Zo is een zieke kip volledig kaalgepikt; hij ligt waarschijnlijk al dagen te sterven. Een andere kip heeft wit uitgeslagen poten. Licht Volgens de Dierenbescherming moet het minimaal 8 uur achter elkaar donker blijven in de Beter Leven stal, zodat de kippen een normaal dagritme krijgen. Opvallend genoeg brandde het licht in de stal, toen het onderzoeksteam om drie uur 's nacht aankwam. Het licht ging om half vier uit. Dit moet betekenen dat de Beter Leven kuikens in Terschuur geen nacht van 8 uur krijgen. De stal heeft namelijk ramen en wordt dus ook verlicht als de zon opkomt. Het onderzoeksteam bezocht de stal in september, de zon ging toen onder om acht uur en kwam op om zeven uur. Het is daardoor niet mogelijk dat het acht uur donker was of zou zijn in de stal.",{"id":789,"title":790,"titles":791,"level":10,"content":792},"\u002Fnl\u002Ftijink-almelo-achterhoeksweg-4a-wroet-subfokker","Dierenleed bij Prijswinnaar Dierenbescherming bij Maatschap E. En C. Tijiink in Almelo",[477,790],"Achterhoeksweg 4a, Almelo - Tijink Dierenleed bij Prijswinnaar Dierenbescherming bij Maatschap E. En C. Tijiink in Almelo",{"id":794,"title":795,"titles":796,"level":10,"content":797},"\u002Fnl\u002Fvarkensslachthuis-westfort-ijsselstijn","Slachthuismisstanden Varkens bij Westfort in IJsselstein",[477,795],"Kamerlingh Onneslaan 9, IJsselstein - Westfort Slachthuismisstanden Varkens bij Westfort in IJsselstein",{"id":799,"title":800,"titles":801,"level":10,"content":802},"\u002Fnl\u002Fvee-en-varkenshandel-c-van-roij","Geweld bij Varkenstransport bij Vee- en Varkenshandel C. van Roij in Reusel",[477,800],"Turnhoutseweg 36, Reusel - C. van Roij Geweld bij Varkenstransport bij Vee- en Varkenshandel C. van Roij in Reusel",{"id":804,"title":805,"titles":806,"level":10,"content":807},"\u002Fnl\u002Fveehandel-vanlommel","Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij Veehandel Vanlommel in Meensel-Kiezegem (Tielt-Winge)",[477,805],"Binkomstraat 90, Meensel-Kiezegem (Tielt-Winge) - Veehandel Vanlommel Geweld bij Transport Koeien en Kalveren bij Veehandel Vanlommel in Meensel-Kiezegem (Tielt-Winge)",{"id":809,"title":810,"titles":811,"level":10,"content":812},"\u002Fnl\u002Fveeverzamelcentrum-noord-holland-noordbeemster","Transport Koeien en Kalveren bij Veeverzamelcentrum Noord-Holland in Noordbeemster",[477,810],"Middenweg 5, Noordbeemster - Veeverzamelcentrum Noord-Holland Transport Koeien en Kalveren bij Veeverzamelcentrum Noord-Holland in Noordbeemster Verzamelcentrum van veehandelaar Richard Nelis voor runderen, schapen en geiten. Erkend als 'Verzamelcentrum Kalveren' door belangenorganisatie Vee&Logistiek, zonder openbare website. VVC Noord-Holland is het verzamelcentrum van veehandelaar Richard Nelis. Het bedrijf heeft een vergunning om runderen (kalfjes en volwassen dieren), schapen en geiten te verzamelen. Tijdens de 4 dagen die Ongehoord er gefilmd heeft, waren er volwassen runderen aanwezig, bestemd voor Nederlandse klanten (aangezien er geen NVWA-keuringen uitgevoerd werden). We filmden ook jonge kalfjes, bestemd voor kalvermesterijen. VVC Noord-Holland is door belangenorganisatie Vee&Logistiek erkend als 'Verzamelcentrum Kalveren'. De erkenningsregelingen van Vee&Logistiek hebben niets te maken met officiële overheidserkenningen of -vergunningen, ze hebben louter als doel vertrouwen op te wekken bij klanten en het imago van bedrijven en van de sector te bevorderen. Er is weinig openbare informatie beschikbaar over het bedrijf. VVC Noord-Holland\u002FVeehandel Nelis heeft geen bedrijfswebsite, maar biedt regelmatig dieren te koop aan via hun facebookpagina.",{"id":814,"title":815,"titles":816,"level":10,"content":817},"\u002Fnl\u002Fveveha-sint-oedenrode","Transport Koeien en Kalveren bij Veveha in Sint-Oedenrode",[477,815],"Zwijnsbergen 3, Sint-Oedenrode - Veveha Transport Koeien en Kalveren bij Veveha in Sint-Oedenrode Verzamelplaats voor export en binnenlands transport van kalfjes en runderen. Eigenaar Martien Verhagen is lobbyist en bestuurslid van Veepro, onderdeel van belangenorganisatie Vee&Logistiek. Veveha is een verzamelplaats voor kalfjes en volwassen runderen, zowel binnen Nederland als voor export. Tijdens de 4 dagen die Ongehoord er gefilmd heeft, waren zowel kalfjes als koeien aanwezig. Veveha heeft geen openbare website, is niet actief op social media en werkt nooit mee aan artikelen of reportages in de pers. Eigenaar van het bedrijf is Martien Verhagen, een lobbyist van de dierindustrie en te zien op de beelden van Ongehoord. Verhagen zetelt in het bestuur van Veepro, een onderdeel van Vee&Logistiek (de belangenorganisatie voor Nederlandse veehandelaars, verzamelaars en diertransporteurs). Binnen Vee&Logistiek richt Veepro zich specifiek op de export. Veepro stelt zich als hoofddoel om fokrunderen vanuit Nederland te verhandelen en transporteren over heel de wereld. Om nog meer exportmarkten te openen organiseert Veepro beurzen, conferenties en handelsmissies. Veepro werkt nauw samen met het ministerie van Economische zaken en met de NVWA, die instaat voor de exportdocumenten van dieren. Onder de leden van Veepro treffen we ook veehandel Dane (Oudemolen) aan, De Keizer Vee (Oud-Alblas), en uiteraard Veveha, het bedrijf van bestuurslid Martien Verhagen. Op al deze locaties filmde Onderzoeksgroep Ongehoord dierenmishandeling.",{"id":819,"title":820,"titles":821,"level":10,"content":822},"\u002Fnl\u002Fvlierden-baarschotseweg-2","Konijnenmishandeling bij Fam. Strijbosch in Vlierden",[477,820],"Baarschotseweg 2, Vlierden - Fam. Strijbosch Konijnenmishandeling bij Fam. Strijbosch in Vlierden Op konijnenhouderij Strijbosch zag het onderzoeksteam konijnen met ooginfecties, wonden aan hun oren, dieren met hersen- of zenuwontstekingen en dode dieren tussen de levende.",{"id":824,"title":825,"titles":826,"level":10,"content":827},"\u002Fnl\u002Fvoorthuizen-lange-zuiderweg-116","Varkensmishandeling bij Fam. Bakker in Voorthuizen",[477,825],"Lange Zuiderweg 116, Voorthuizen - Fam. Bakker Varkensmishandeling bij Fam. Bakker in Voorthuizen",{"id":829,"title":830,"titles":831,"level":10,"content":832},"\u002Fnl\u002Fvoorthuizen-lange-zuiderweg-118","Varkensmishandeling bij Jaco Geurts in Voorthuizen",[477,830],"Lange Zuiderweg 118, Voorthuizen - Jaco Geurts Varkensmishandeling bij Jaco Geurts in Voorthuizen",{"id":834,"title":835,"titles":836,"level":10,"content":837},"\u002Fnl\u002Fwierden-schapendijk-4","Konijnenmishandeling bij J. Briene in Wierden",[477,835],"Schapendijk 4, Wierden - Johan  Briene Konijnenmishandeling bij J. Briene in Wierden Eigenaar Johan Briene was tot dit jaar voorzitter van de LTO-vakgroep konijnenhouderij. De stal ligt bezaaid met dode dieren, zowel in de kooien als op de grond. Onder de kooien, tussen de uitwerpselen, liggen dode konijnen die aan het ontbinden zijn. Hier lopen ook nog levende konijnen rond.",{"id":839,"title":840,"titles":841,"level":10,"content":842},"\u002Fnl\u002Fwinterswijk-huppelseweg-21","Varkensmishandeling bij Fam. Sloetjes in Winterswijk Huppel",[477,840],"Huppelseweg 21, Winterswijk Huppel - Fam. Sloetjes Varkensmishandeling bij Fam. Sloetjes in Winterswijk Huppel Deze beelden zijn van biologische varkenshouderij 't Helder.",{"id":844,"title":845,"titles":846,"level":10,"content":847},"\u002Fnl\u002Fysselsteyn-timmermannsweg-56-scharreleieren","Legkippenmishandeling bij Hubers lekkere eieren B.V. in Ysselsteyn",[477,845],"Timmermannsweg 56, Ysselsteyn - Eric Hubers Legkippenmishandeling bij Hubers lekkere eieren B.V. in Ysselsteyn LTO-voorman Eric Hubers, eigenaar van deze boerderij, heeft een uitloop voor zijn kippen.",{"id":849,"title":850,"titles":851,"level":10,"content":852},"\u002Fnl\u002Fzelhem-hummeloseweg-63","Varkensmishandeling bij strokoker.nl in Zelhem",[477,850],"Hummeloseweg 63, Zelhem - Beulink Varkensmishandeling bij strokoker.nl in Zelhem De Beulinks zijn de uitvinder van de strokoker, een PVC-pijp met stro erin. Hiervoor krijgen zij een Beter Leven-ster van de Dierenbescherming. Op het beeldmateriaal toont geen enkel varken interesse in de koker en er is geen stro te zien in de hokken.",[854,882],{"id":855,"title":9,"path":856,"icon":857,"children":858},"investigations","\u002Fonderzoek","i-lucide-file-text",[859,860,861,862,863,864,865,866,867,868,869,870,871,872,873,874,875,876,877,878,879,880,881],{"title":7,"path":6,"icon":857},{"title":14,"path":13,"icon":857},{"title":19,"path":18,"icon":857},{"title":24,"path":23,"icon":857},{"title":29,"path":28,"icon":857},{"title":34,"path":33,"icon":857},{"title":39,"path":38,"icon":857},{"title":44,"path":43,"icon":857},{"title":49,"path":48,"icon":857},{"title":54,"path":53,"icon":857},{"title":59,"path":58,"icon":857},{"title":64,"path":63,"icon":857},{"title":69,"path":68,"icon":857},{"title":74,"path":73,"icon":857},{"title":79,"path":78,"icon":857},{"title":84,"path":83,"icon":857},{"title":89,"path":88,"icon":857},{"title":94,"path":93,"icon":857},{"title":99,"path":98,"icon":857},{"title":104,"path":103,"icon":857},{"title":109,"path":108,"icon":857},{"title":114,"path":113,"icon":857},{"title":119,"path":118,"icon":857},{"id":883,"title":477,"path":884,"icon":885,"children":886},"locations","\u002Flocaties","i-lucide-map-pin",[887,888,889,890,891,892,893,894,895,896,897,898,899,900,901,902,903,904,905,906,907,908,909,910,911,912,913,914,915,916,917,918,919,920,921,922,923,924,925,926,927,928,929,930,931,932,933,934,935,936,937,938,939,940,941,942,943,944,945,946,947,948,949,950,951,952,953,954,955,956,957,958,959,960,961,962],{"title":475,"path":474,"icon":885},{"title":481,"path":480,"icon":885},{"title":486,"path":485,"icon":885},{"title":491,"path":490,"icon":885},{"title":496,"path":495,"icon":885},{"title":501,"path":500,"icon":885},{"title":506,"path":505,"icon":885},{"title":511,"path":510,"icon":885},{"title":516,"path":515,"icon":885},{"title":521,"path":520,"icon":885},{"title":526,"path":525,"icon":885},{"title":531,"path":530,"icon":885},{"title":536,"path":535,"icon":885},{"title":541,"path":540,"icon":885},{"title":546,"path":545,"icon":885},{"title":551,"path":550,"icon":885},{"title":556,"path":555,"icon":885},{"title":561,"path":560,"icon":885},{"title":566,"path":565,"icon":885},{"title":571,"path":570,"icon":885},{"title":576,"path":575,"icon":885},{"title":581,"path":580,"icon":885},{"title":586,"path":585,"icon":885},{"title":591,"path":590,"icon":885},{"title":596,"path":595,"icon":885},{"title":601,"path":600,"icon":885},{"title":606,"path":605,"icon":885},{"title":611,"path":610,"icon":885},{"title":616,"path":615,"icon":885},{"title":621,"path":620,"icon":885},{"title":626,"path":625,"icon":885},{"title":631,"path":630,"icon":885},{"title":636,"path":635,"icon":885},{"title":641,"path":640,"icon":885},{"title":646,"path":645,"icon":885},{"title":651,"path":650,"icon":885},{"title":656,"path":655,"icon":885},{"title":661,"path":660,"icon":885},{"title":666,"path":665,"icon":885},{"title":671,"path":670,"icon":885},{"title":676,"path":675,"icon":885},{"title":681,"path":680,"icon":885},{"title":686,"path":685,"icon":885},{"title":691,"path":690,"icon":885},{"title":696,"path":695,"icon":885},{"title":701,"path":700,"icon":885},{"title":706,"path":705,"icon":885},{"title":711,"path":710,"icon":885},{"title":716,"path":715,"icon":885},{"title":721,"path":720,"icon":885},{"title":726,"path":725,"icon":885},{"title":731,"path":730,"icon":885},{"title":736,"path":735,"icon":885},{"title":741,"path":740,"icon":885},{"title":746,"path":745,"icon":885},{"title":751,"path":750,"icon":885},{"title":756,"path":755,"icon":885},{"title":756,"path":760,"icon":885},{"title":765,"path":764,"icon":885},{"title":770,"path":769,"icon":885},{"title":775,"path":774,"icon":885},{"title":780,"path":779,"icon":885},{"title":785,"path":784,"icon":885},{"title":790,"path":789,"icon":885},{"title":795,"path":794,"icon":885},{"title":800,"path":799,"icon":885},{"title":805,"path":804,"icon":885},{"title":810,"path":809,"icon":885},{"title":815,"path":814,"icon":885},{"title":820,"path":819,"icon":885},{"title":825,"path":824,"icon":885},{"title":830,"path":829,"icon":885},{"title":835,"path":834,"icon":885},{"title":840,"path":839,"icon":885},{"title":845,"path":844,"icon":885},{"title":850,"path":849,"icon":885},{"article":964,"chapters":1020},{"id":965,"title":84,"animals":966,"author":968,"body":969,"date":1000,"description":1001,"extension":1002,"image":1003,"meta":1006,"modifiedAt":1000,"navigation":1014,"path":1015,"published":1014,"seo":1016,"stem":1017,"subtitle":968,"video":1018,"__hash__":1019},"investigation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Findex.md",[967],"cow",null,{"type":970,"value":971,"toc":997},"minimark",[972,976,984,987,990],[973,974,975],"p",{},"Koeien die op drie poten hinken, met wonden en abcessen aan hun klauwen, of met opgezwollen hak- en kniegewrichten \"ter grootte van een meloen\". Koeien met open wonden aan hun uiers, \"van een handbreedte groot\" en \"stinkend naar pus\". Dit zijn misstanden die NVWA-inspecteurs rapporteerden in slachthuizen voor afgeschreven melkkoeien. Hoewel de beelden er niet om liegen, is dit slechts het topje van de ijsberg. Een zeer groot deel van de geslachte melkkoeien heeft pijn bij het lopen, zo zagen we in diverse onderzoeken. Toch deelde de NVWA nog geen 150 boetes uit in 2024. Die boetes blijken vervolgens weinig effect te hebben.",[973,977,978,983],{},[979,980,982],"annotation",{":ids":981},"[1]","Uit opgevraagde inspectiedocumenten blijkt dat de NVWA in 2024 bijna 150 'rapporten van bevindingen' en 'boetebeschikkingen' opstelde tegen veehouders, handelaars en transporteurs die ernstig kreupele en zieke dieren naar de slacht vervoerden."," Tientallen koeien strompelden knarsetandend van pijn de vrachtwagens uit – met abcessen en open wonden aan hun klauwen, of met dik gezwollen en ontstoken pootgewrichten. Veel van deze dieren waren ernstig vermagerd: door pijn en ziekte aten en dronken ze nauwelijks meer. Hun ribben en heupbeenderen waren duidelijk zichtbaar onder de huid. Sommige koeien bleven liggen in de vrachtwagen, te ziek en te zwak om nog te reageren wanneer transporteurs hen de wagen wilden uitjagen.",[973,985,986],{},"Op videobeelden zijn ook koeien te zien met ernstige uierontstekingen. Ze hebben grote en diepe wonden aan de uier, waar pus en bloed uitdrupt. Een inspecteur sprak van een \"rottingslucht\": het wondweefsel van de uier was aan het afsterven.",[973,988,989],{},"Enkele koeien vertoonden combinaties van welzijnsproblemen: ze werden op transport gezet met ontstoken gewrichten en gezwollen uiers. Inspecteurs beschrijven hoe het op- en afladen, de bewegingen van de wagen bij bochten, gas geven, remmen en hobbels in de weg, de rit naar de slacht extra pijnlijk maken voor kreupele en zieke dieren.",[991,992,994],"evidence-card",{"type":993},"inspection",[973,995,996],{},"Een transporteur maakte het wel erg bont: hij bracht acht ernstig zieke koeien die op de veemarkt van Leeuwarden (Stichting Veehandelscentrum Noord-Nederland) afgekeurd werden voor export naar een Nederlandse slachterij. Daar ontdekte een opmerkzame inspecteur dat zijn collega in Leeuwarden al opdracht had gegeven om de dieren meteen uit hun lijden te verlossen. De afgekeurde exportkoeien werden stiekem weer ingeladen en naar een slachthuis gebracht.",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":999},"",[],"2026-07-02","Na een kort leven in de melkindustrie, zijn koeien uitgeput, hun lichaam is uitgemolken. De zwangerschappen en het intensief melken eisen hun tol. Ze hinken op drie poten het slachthuis binnen, met open wonden aan hun uiers, met abcessen aan hun klauwen en opgezwollen gewrichten. Hoewel verboden, staat de NVWA het transport van deze zieke dieren grotendeels toe.","md",{"src":1004,"alt":1005},"\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fheaders\u002Findex.jpg","Een uitgemergelde melkkoe ligt uitgeput op de vloer van een veetransportwagen, niet in staat om op te staan.",{"robots":1007,"sitemap":1008,"schemaOrg":1011},"index, follow",{"changefreq":1009,"priority":1010},"monthly",0.8,[1012],{"type":1013,"headline":84,"datePublished":1000},"NewsArticle",true,"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien",{"title":84,"description":1001},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Findex","https:\u002F\u002Fvimeo.com\u002F1206249201","OZE4OP06q25ncGWEz3yQF3Tb83dkEYy2dehrUTGC1IA",[1021,1062,1106,1138,1223],{"id":1022,"title":350,"body":1023,"description":1052,"extension":1002,"image":1053,"meta":1056,"navigation":1014,"path":1058,"seo":1059,"stem":1060,"__hash__":1061},"investigationChapter_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F1.schone-schijn-voor-het-publiek.md",{"type":970,"value":1024,"toc":1050},[1025,1033,1036,1044],[973,1026,1027,1028,1032],{},"De NVWA publiceert zelf ook inspectieresultaten over transportwaardigheid van dieren. ",[979,1029,1031],{":ids":1030},"[2]","De meest recente cijfers, van het jaar 2024, spreken van slechts 24 'rapporten van bevindingen' over kreupele, gewonde en zieke dieren."," Wie goed kijkt, ziet echter dat de NVWA alleen resultaten publiceert van haar beperkte, risicogerichte steekproeven. Deze steekproeven zijn een aanvulling op het dagelijkse, reguliere toezicht van de NVWA in slachterijen. Ze worden bijvoorbeeld uitgevoerd buiten de normale, geplande uren van de reguliere inspecteurs. Het kan ook gaan om vervoerscontroles onderweg, waarbij de NVWA een aantal dieren in een vrachtwagen bekijkt.",[973,1034,1035],{},"De resultaten van de reguliere, dagelijkse controles op de aanvoer van dieren in slachterijen — de gegevens die Onderzoeksgroep Ongehoord via een Woo-verzoek opvroeg — worden niet gepubliceerd.",[1037,1038,1041],"description-image",{"alt":1039,"src":1040},"Een zieke, sterk vermagerde koe ligt uitgeput op de grond.","\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fziek-en-liggende-koe.jpg",[973,1042,1043],{},"Een zieke, sterk vermagerde koe blijft liggen.",[1045,1046,1047],"key-finding",{},[973,1048,1049],{},"Het lijkt er sterk op dat de NVWA selectief informatie publiceert, die de problemen in de melkveehouderij bagatelliseren. Het structurele dierenleed in de sector wordt voor het publiek gereduceerd tot een verhaal van enkele ongelukkige incidenten.",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1051},[],"De NVWA publiceert slechts een fractie van haar inspectieresultaten, waardoor structureel dierenleed wordt gebagatelliseerd.",{"src":1054,"alt":1055},"\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fheaders\u002F01-schone-schijn.jpg","Een sterk vermagerde melkkoe in een verzamelplaats.",{"modifiedAt":1057},"2026-06-20","\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fschone-schijn-voor-het-publiek",{"title":350,"description":1052},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F1.schone-schijn-voor-het-publiek","plxa-7Goj9gSi16RYjWrvuHJd8pQzuvzGr9X9Ly_Jzg",{"id":1063,"title":356,"body":1064,"description":1097,"extension":1002,"image":1098,"meta":1101,"navigation":1014,"path":1102,"seo":1103,"stem":1104,"__hash__":1105},"investigationChapter_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F2.kreupelheid-in-de-melkveehouderij.md",{"type":970,"value":1065,"toc":1095},[1066,1069,1076,1088],[973,1067,1068],{},"In de bijlagen bij de rapporten troffen we enkele \"Verzamelstaten Onderzoek Slachtdieren\" aan — lijsten waarop de NVWA per slachterij de keuringsresultaten bijhoudt. Op die lijsten staan veel meer koeien met ontstoken poten dan het aantal koeien waar de NVWA boeterapporten voor schrijft.",[1037,1070,1073],{"alt":1071,"src":1072},"Aangetaste klauw en sterk opgezwollen voorpoot van een koe.","\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fwond-aan-klauw.jpg",[973,1074,1075],{},"Aangetaste klauw en sterk opgezwollen voorpoot.",[973,1077,1078,1079,1083,1084],{},"Dat is geen verrassing: ",[979,1080,1082],{":ids":1081},"[3]","onderzoek van Wageningen University toont aan dat gemiddeld 28% van de melkkoeien kreupel loopt."," Kreupelheid gaat hand in hand met een dalende melkproductie, en is daarmee een van de belangrijkste redenen om koeien af te voeren naar de slacht. ",[979,1085,1087],{":ids":1086},"[4]","Het Bureau Risicobeoordeling & Onderzoek (BuRo), onderdeel van de NVWA, schat dat jaarlijks circa 37.000 afgevoerde melkkoeien een hoog risico lopen op (toegenomen) kreupelheid tijdens transport.",[973,1089,1090,1094],{},[979,1091,1093],{":ids":1092},"[5]","Ook uit ons onderzoek naar verzamelplaatsen in 2025 wordt dit bevestigd."," Onderzoeksgroep Ongehoord filmde toen meestal maar enkele dagen per locatie en in slechts 5 van de 50 verzamelstallen in Nederland. Toch zien we op die beelden regelmatig kreupele koeien die met geweld vrachtwagens in- en uitgeslagen worden. In een heel jaar, verspreid over heel Nederland, mag je dus inderdaad verwachten dat duizenden kreupele koeien aankomen in het slachthuis.",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1096},[],"Gemiddeld 28% van de melkkoeien loopt kreupel. Toch deelt de NVWA maar een fractie van de verwachte boetes uit.",{"src":1099,"alt":1100},"\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fheaders\u002F02-kreupelheid-in-de-melkveehouderij.jpg","Een kreupele koe met een wond wordt aangevoerd in een slachthuis.",{"modifiedAt":1057},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fkreupelheid-in-de-melkveehouderij",{"title":356,"description":1097},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F2.kreupelheid-in-de-melkveehouderij","bU7vcdAFFzyChF3ZXwGUTaiBsR9kggx3PtZdE7bi0YI",{"id":1107,"title":362,"body":1108,"description":1129,"extension":1002,"image":1130,"meta":1133,"navigation":1014,"path":1134,"seo":1135,"stem":1136,"__hash__":1137},"investigationChapter_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F3.regels-van-de-industrie.md",{"type":970,"value":1109,"toc":1127},[1110,1121,1124],[973,1111,1112,1116,1117],{},[979,1113,1115],{":ids":1114},"[6]","De Europese transportverordening stelt dat dieren niet getransporteerd mogen worden als ze \"niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen.\""," De NVWA hanteert bij de keuring echter richtsnoeren die zijn opgesteld door de vleeslobby zelf — ",[979,1118,1120],{":ids":1119},"[7]","een sector met een duidelijk financieel belang bij een soepelere uitleg van de regels.",[973,1122,1123],{},"Volgens deze richtsnoeren mogen koeien met \"gebrekkige\" of \"verminderde mobiliteit\" wél getransporteerd worden, ook al lopen ze bijvoorbeeld \"met verkorte stappen en een gekromde rug\" — een evident teken van pijn. Pas wanneer een koe niet meer op haar vier poten kan staan, spreekt de lobby van \"sterk aangetaste mobiliteit\" en daarmee van een overtreding.",[973,1125,1126],{},"Deze interpretatie staat in scherp contrast met de oorspronkelijke wettekst, die elk transport verbiedt van dieren die niet pijnloos kunnen lopen. In de praktijk ontloopt de dierindustrie dus veel boetes omdat de NVWA zich schikt naar haar richtsnoeren.",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1128},[],"De NVWA keurt op basis van richtsnoeren die door de vleeslobby zijn opgesteld — waardoor veel kreupele koeien toch op transport mogen.",{"src":1131,"alt":1132},"\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fheaders\u002F03-regels-van-de-industrie.jpg","Een zieke koe met kwijl aan de bek in een verzamelplaats.",{"modifiedAt":1057},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fregels-van-de-industrie",{"title":362,"description":1129},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F3.regels-van-de-industrie","hOnEmJfxpfRwsltZ1-b9o687sune16v28KvLyH5RAp8",{"id":1139,"title":368,"body":1140,"description":1214,"extension":1002,"image":1215,"meta":1218,"navigation":1014,"path":1219,"seo":1220,"stem":1221,"__hash__":1222},"investigationChapter_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F4.falend-recidivebeleid.md",{"type":970,"value":1141,"toc":1212},[1142,1146,1149,1201,1204],[979,1143,1145],{":ids":1144},"[8]","De NVWA hanteert bij overtredingen een recidivebeleid.",[973,1147,1148],{},"De opbouw van het recidivebeleid ziet er als volgt uit:",[1150,1151,1152,1165],"table",{},[1153,1154,1155],"thead",{},[1156,1157,1158,1162],"tr",{},[1159,1160,1161],"th",{},"Overtreding",[1159,1163,1164],{},"Boetebedrag",[1166,1167,1168,1177,1185,1193],"tbody",{},[1156,1169,1170,1174],{},[1171,1172,1173],"td",{},"Eerste boete",[1171,1175,1176],{},"1.500 euro",[1156,1178,1179,1182],{},[1171,1180,1181],{},"Recidive binnen 5 jaar",[1171,1183,1184],{},"3.000 euro",[1156,1186,1187,1190],{},[1171,1188,1189],{},"Bij elke volgende overtreding",[1171,1191,1192],{},"+ 1.500 euro bovenop vorige boete",[1156,1194,1195,1198],{},[1171,1196,1197],{},"Plafond",[1171,1199,1200],{},"10.500 euro",[973,1202,1203],{},"Dat een boete niet tot beterschap leidt, blijkt uit de opgevraagde documenten: bij meer dan de helft van de beboete veetransporteurs ging het om recidive, met bijbehorende verhoogde boetes. In 3 boetebeschikkingen was sprake van recidivisten die het plafondbedrag al bereikt hadden.",[1205,1206,1208],"editorial-note",{"type":1207},"context",[979,1209,1211],{":ids":1210},"[9]","Staatssecretaris Erkens heeft recentelijk aangekondigd dat de huidige boetebedragen verhoogd zullen worden. Omwille van inflatie komt er 40% bij, van 1500 naar 2100 euro. Tegelijkertijd kondigt Erkens een inkrimping van de recidivetermijn aan: de huidige vijf jaar wordt omgezet naar 3 jaar. Dat betekent dat eerdere overtredingen sneller buiten beeld raken, waardoor veelplegers nu dus juist minder snel in de hogere boetecategorieën terechtkomen. Een opvallende maatregel gezien het zeer hoge percentage recidivisten.",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1213},[],"Meer dan de helft van de beboete transporteurs recidiveerde. Toch kondigt staatssecretaris Erkens juist een inkorting van de recidivetermijn aan.",{"src":1216,"alt":1217},"\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fheaders\u002F04-falend-recidivebeleid.jpg","Een koe die haar rechtervoorpoot ontlast om pijn te voorkomen.",{"modifiedAt":1057},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Ffalend-recidivebeleid",{"title":368,"description":1214},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F4.falend-recidivebeleid","YTiNgdtOsnpuT0tD5wpIx0KsX0AY_b63f9N3BqcKZyM",{"id":1224,"title":374,"body":1225,"description":1273,"extension":1002,"image":1274,"meta":1277,"navigation":1014,"path":1278,"seo":1279,"stem":1280,"__hash__":1281},"investigationChapter_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F5.dierenleed-hoort-bij-de-zuivelindustrie.md",{"type":970,"value":1226,"toc":1271},[1227,1234,1241,1248,1255],[973,1228,1229,1230],{},"De inspectierapporten maken duidelijk dat boetes weinig effect hebben en de NVWA slechts mondjesmaat optreedt. ",[979,1231,1233],{":ids":1232},"[10]","Melkveehouders moeten hun koeien kwijt wanneer de dieren gezondheidsproblemen ontwikkelen en hun melkproductie daalt. Behandeling of euthanasie van zieke en kreupele dieren op het bedrijf kost geld. Bovendien bestraffen zuivelfabrikanten veehouders met een lagere prijs voor de melk, wanneer de sterfte op hun bedrijf oploopt. Als de koe het nog haalt tot het slachthuis, brengt dat juist geld op. Het is dus voor melkveehouders aantrekkelijker om zieke koeien toch op transport te zetten naar de slacht.",[973,1235,1236,1237],{},"De aandoeningen die in de inspectierapporten worden beschreven, zijn typische productieziekten van de melkveehouderij. Koeien zijn selectief gefokt om steeds meer melk te geven, ten koste van hun gezondheid. Alle energie gaat naar melkproductie, ten koste van andere lichaamsfuncties waar een koe ook energie voor nodig heeft. ",[979,1238,1240],{":ids":1239},"[11,12]","Kreupelheid, mastitis (pijnlijke uierontsteking) en uitputting komen daardoor veelvuldig voor.",[1037,1242,1245],{"alt":1243,"src":1244},"Sterk vermagerde koe met een ontstoken uier.","\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fuierontsteking-vermagerde-koe.jpg",[973,1246,1247],{},"Een sterk vermagerde koe met een ontstoken uier.",[973,1249,1250,1254],{},[979,1251,1253],{":ids":1252},"[13]","Jaarlijks wordt ongeveer 30% van de Nederlandse melkveestapel afgevoerd. Iets meer dan 3% van de koeien sterft of wordt afgemaakt op het bedrijf zelf; het grootste deel van de uitgemolken koeien gaat op transport naar de slacht."," Omdat melkkoeien aan het einde van hun \"carrière\" zelden in goede conditie zijn, is transport van zwakke, kreupele en zieke dieren onvermijdelijk. Strenger toezicht en hogere boetes veranderen daar weinig aan — om dit dierenleed structureel te beëindigen, zou de sector als geheel moeten verdwijnen.",[1256,1257,1258,1265],"content-grid",{},[1037,1259,1262],{"alt":1260,"src":1261},"Moederkoe met een open ontsteking aan de uier.","\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fuitgemergelde-koe-liggend.jpg",[973,1263,1264],{},"Moederkoe met open ontsteking aan de uier.",[1037,1266,1269],{"alt":1267,"src":1268},"Zeer magere koe die niet meer op kan staan.","\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fuitgeputte-koe-verzamelplaats.jpg",[973,1270,1267],{},{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1272},[],"Kreupelheid en mastitis zijn typische productieziekten. Strenger toezicht lost het onderliggende probleem niet op.",{"src":1275,"alt":1276},"\u002Fimages\u002Finvestigations\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fheaders\u002F05-dierenleed-hoort-bij-de-zuivelindustrie.jpg","Een sterk vermagerde, kreupele zwartbonte koe met een gezwollen uier in een slachthuis.",{"modifiedAt":1057},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002Fdierenleed-hoort-bij-de-zuivelindustrie",{"title":374,"description":1273},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fhoofdstukken\u002F5.dierenleed-hoort-bij-de-zuivelindustrie","0L-AX88R0oWWE7ndqNuz0rA_5tgylPLlM8trcxnkP6g",{"id":1022,"title":350,"body":1283,"description":1052,"extension":1002,"image":1301,"meta":1302,"navigation":1014,"path":1058,"seo":1303,"stem":1060,"__hash__":1061},{"type":970,"value":1284,"toc":1299},[1285,1289,1291,1295],[973,1286,1027,1287,1032],{},[979,1288,1031],{":ids":1030},[973,1290,1035],{},[1037,1292,1293],{"alt":1039,"src":1040},[973,1294,1043],{},[1045,1296,1297],{},[973,1298,1049],{},{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1300},[],{"src":1054,"alt":1055},{"modifiedAt":1057},{"title":350,"description":1052},[1305,1314,1322,1329,1337,1345,1353,1361],{"id":1306,"extension":1307,"key":1308,"meta":1309,"name":1310,"plural":1311,"stem":1312,"__hash__":1313},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Fdeer.json","json","deer",{},"Hert","Herten","nl\u002Fanimals\u002Fdeer","_RP4km6pe5zfIFjcP21aCSvUaWZ-NvckE1oizOnksa4",{"id":1315,"extension":1307,"key":1316,"meta":1317,"name":1318,"plural":1319,"stem":1320,"__hash__":1321},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Fturkey.json","turkey",{},"Kalkoen","Kalkoenen","nl\u002Fanimals\u002Fturkey","7ph8cX7XHYe99WOmIO5Xa0VfcBMhJd1hP039Lv9fY4U",{"id":1323,"extension":1307,"key":967,"meta":1324,"name":1325,"plural":1326,"stem":1327,"__hash__":1328},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Fcow.json",{},"Koe","Koeien","nl\u002Fanimals\u002Fcow","NF__AXpfAfva-xACoKxLGOeD8XHbZbQvtZRDb0d8NdM",{"id":1330,"extension":1307,"key":1331,"meta":1332,"name":1333,"plural":1334,"stem":1335,"__hash__":1336},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Frabbit.json","rabbit",{},"Konijn","Konijnen","nl\u002Fanimals\u002Frabbit","pKC0HEGZkuCS3Drg0AfnBC-cjB2xtamBK1xAZ1d8-oQ",{"id":1338,"extension":1307,"key":1339,"meta":1340,"name":1341,"plural":1342,"stem":1343,"__hash__":1344},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Fchicken-egg.json","chicken-egg",{},"Leghen","Leghennen","nl\u002Fanimals\u002Fchicken-egg","F31lSYMqbTExB9FBQbYvD9kHsA0nEoG-pHF7LzELRTw",{"id":1346,"extension":1307,"key":1347,"meta":1348,"name":1349,"plural":1350,"stem":1351,"__hash__":1352},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Fmink.json","mink",{},"Nerts","Nertsen","nl\u002Fanimals\u002Fmink","EgDSQfuo0QJkJicy5gu6IWIPiDqRocPTTCoWC7Hl0aA",{"id":1354,"extension":1307,"key":1355,"meta":1356,"name":1357,"plural":1358,"stem":1359,"__hash__":1360},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Fpig.json","pig",{},"Varken","Varkens","nl\u002Fanimals\u002Fpig","vnZMkburtsXjPCjH7uJer3go-yKUYxgGKLKdNTggn0g",{"id":1362,"extension":1307,"key":1363,"meta":1364,"name":1365,"plural":1366,"stem":1367,"__hash__":1368},"animal_nl\u002Fnl\u002Fanimals\u002Fchicken-meat.json","chicken-meat",{},"Vleeskuiken","Vleeskuikens","nl\u002Fanimals\u002Fchicken-meat","BrRavXEBttfYUsT3Hcxj_Gy6hqVQU1g2Ayq2sDQ8Rhg",[1370,1392,1416,1434,1488],{"id":1022,"title":350,"body":1371,"description":1052,"extension":1002,"image":1389,"meta":1390,"navigation":1014,"path":1058,"seo":1391,"stem":1060,"__hash__":1061},{"type":970,"value":1372,"toc":1387},[1373,1377,1379,1383],[973,1374,1027,1375,1032],{},[979,1376,1031],{":ids":1030},[973,1378,1035],{},[1037,1380,1381],{"alt":1039,"src":1040},[973,1382,1043],{},[1045,1384,1385],{},[973,1386,1049],{},{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1388},[],{"src":1054,"alt":1055},{"modifiedAt":1057},{"title":350,"description":1052},{"id":1063,"title":356,"body":1393,"description":1097,"extension":1002,"image":1413,"meta":1414,"navigation":1014,"path":1102,"seo":1415,"stem":1104,"__hash__":1105},{"type":970,"value":1394,"toc":1411},[1395,1397,1401,1407],[973,1396,1068],{},[1037,1398,1399],{"alt":1071,"src":1072},[973,1400,1075],{},[973,1402,1078,1403,1083,1405],{},[979,1404,1082],{":ids":1081},[979,1406,1087],{":ids":1086},[973,1408,1409,1094],{},[979,1410,1093],{":ids":1092},{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1412},[],{"src":1099,"alt":1100},{"modifiedAt":1057},{"title":356,"description":1097},{"id":1107,"title":362,"body":1417,"description":1129,"extension":1002,"image":1431,"meta":1432,"navigation":1014,"path":1134,"seo":1433,"stem":1136,"__hash__":1137},{"type":970,"value":1418,"toc":1429},[1419,1425,1427],[973,1420,1421,1116,1423],{},[979,1422,1115],{":ids":1114},[979,1424,1120],{":ids":1119},[973,1426,1123],{},[973,1428,1126],{},{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1430},[],{"src":1131,"alt":1132},{"modifiedAt":1057},{"title":362,"description":1129},{"id":1139,"title":368,"body":1435,"description":1214,"extension":1002,"image":1485,"meta":1486,"navigation":1014,"path":1219,"seo":1487,"stem":1221,"__hash__":1222},{"type":970,"value":1436,"toc":1483},[1437,1439,1441,1477,1479],[979,1438,1145],{":ids":1144},[973,1440,1148],{},[1150,1442,1443,1451],{},[1153,1444,1445],{},[1156,1446,1447,1449],{},[1159,1448,1161],{},[1159,1450,1164],{},[1166,1452,1453,1459,1465,1471],{},[1156,1454,1455,1457],{},[1171,1456,1173],{},[1171,1458,1176],{},[1156,1460,1461,1463],{},[1171,1462,1181],{},[1171,1464,1184],{},[1156,1466,1467,1469],{},[1171,1468,1189],{},[1171,1470,1192],{},[1156,1472,1473,1475],{},[1171,1474,1197],{},[1171,1476,1200],{},[973,1478,1203],{},[1205,1480,1481],{"type":1207},[979,1482,1211],{":ids":1210},{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1484},[],{"src":1216,"alt":1217},{"modifiedAt":1057},{"title":368,"description":1214},{"id":1224,"title":374,"body":1489,"description":1273,"extension":1002,"image":1519,"meta":1520,"navigation":1014,"path":1278,"seo":1521,"stem":1280,"__hash__":1281},{"type":970,"value":1490,"toc":1517},[1491,1495,1499,1503,1507],[973,1492,1229,1493],{},[979,1494,1233],{":ids":1232},[973,1496,1236,1497],{},[979,1498,1240],{":ids":1239},[1037,1500,1501],{"alt":1243,"src":1244},[973,1502,1247],{},[973,1504,1505,1254],{},[979,1506,1253],{":ids":1252},[1256,1508,1509,1513],{},[1037,1510,1511],{"alt":1260,"src":1261},[973,1512,1264],{},[1037,1514,1515],{"alt":1267,"src":1268},[973,1516,1267],{},{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1518},[],{"src":1275,"alt":1276},{"modifiedAt":1057},{"title":374,"description":1273},[1523,1544,1565,1584,1603,1622,1641,1658,1675,1694,1713,1732,1751],{"id":1524,"title":1525,"body":1526,"description":1536,"extension":1002,"meta":1539,"navigation":1014,"path":1540,"seo":1541,"stem":1542,"__hash__":1543},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F1.md","1",{"type":970,"value":1527,"toc":1537},[1528],[973,1529,1530],{},[1531,1532,1536],"a",{"href":1533,"rel":1534},"https:\u002F\u002Fopen.overheid.nl\u002Fdetails\u002F29867ff5-4c5a-47e2-8820-52e90de0aa7d",[1535],"nofollow","Woo-verzoek transport en behandeling runderen",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1538},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F1",{"description":1536},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F1","T7PdQA4aj-fL2imOyNk23YV9BGqZjAzoqtD-rDQamL8",{"id":1545,"title":1546,"body":1547,"description":1559,"extension":1002,"meta":1560,"navigation":1014,"path":1561,"seo":1562,"stem":1563,"__hash__":1564},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F10.md","10",{"type":970,"value":1548,"toc":1557},[1549],[973,1550,1551,1556],{},[1531,1552,1555],{"href":1553,"rel":1554},"https:\u002F\u002Fwww.nvwa.nl\u002Fdocumenten\u002Fdierenwelzijn\u002Fwelzijn\u002Frisicobeoordelingen\u002Fadvies-van-buro-over-de-transportwaardigheid-van-afgemolken-melkkoeien",[1535],"Advies van BuRO over de transportwaardigheid van afgemolken melkkoeien",".",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1558},[],"Advies van BuRO over de transportwaardigheid van afgemolken melkkoeien.",{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F10",{"description":1559},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F10","BQhGJ8NkL5D9Gb89h5p4q9clbESAGvJFSxR68Ac0eLU",{"id":1566,"title":1567,"body":1568,"description":1576,"extension":1002,"meta":1579,"navigation":1014,"path":1580,"seo":1581,"stem":1582,"__hash__":1583},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F11.md","11",{"type":970,"value":1569,"toc":1577},[1570],[973,1571,1572],{},[1531,1573,1576],{"href":1574,"rel":1575},"https:\u002F\u002Fwww.wur.nl\u002Fnl\u002Fnieuws\u002Fonderzoek-naar-kreupelheid-bij-melkkoeien-grote-verschillen-tussen-bedrijven",[1535],"Onderzoek naar kreupelheid bij melkkoeien. WUR, 2025",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1578},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F11",{"description":1576},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F11","xZ1NLckV4me14IsQe2TXT9ClDMwRvKyz4tpbcNPV8OE",{"id":1585,"title":1586,"body":1587,"description":1595,"extension":1002,"meta":1598,"navigation":1014,"path":1599,"seo":1600,"stem":1601,"__hash__":1602},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F12.md","12",{"type":970,"value":1588,"toc":1596},[1589],[973,1590,1591],{},[1531,1592,1595],{"href":1593,"rel":1594},"https:\u002F\u002Fsterke-erven.nl\u002Fartikel\u002F333368-gd-aantal-mastitisgevallen-loopt-langzaam-op\u002F",[1535],"GD: aantal mastitisgevallen loopt langzaam op",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1597},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F12",{"description":1595},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F12","jgdm8Qg_PihFLdNbfS0ehJa5_ypG9hIQgWs9ngleSwE",{"id":1604,"title":1605,"body":1606,"description":1614,"extension":1002,"meta":1617,"navigation":1014,"path":1618,"seo":1619,"stem":1620,"__hash__":1621},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F13.md","13",{"type":970,"value":1607,"toc":1615},[1608],[973,1609,1610],{},[1531,1611,1614],{"href":1612,"rel":1613},"https:\u002F\u002Fwww.wur.nl\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fproducten-diensten\u002Fhandboek-kwantitatieve-informatie-veehouderij",[1535],"Handboek Kwantitatieve Informatie Veehouderij",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1616},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F13",{"description":1614},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F13","cGqPulQNPoCQWx9RMvGgwnaeoWHI26T-3WYEACtuKjk",{"id":1623,"title":1624,"body":1625,"description":1633,"extension":1002,"meta":1636,"navigation":1014,"path":1637,"seo":1638,"stem":1639,"__hash__":1640},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F2.md","2",{"type":970,"value":1626,"toc":1634},[1627],[973,1628,1629],{},[1531,1630,1633],{"href":1631,"rel":1632},"https:\u002F\u002Fwww.nvwa.nl\u002Fonderwerpen\u002Fdier\u002Fvervoer-levende-dieren\u002Finspectieresultaten\u002Finspectieresultaten-2024\u002Fgeschiktheid-voor-vervoer",[1535],"Inspectieresultaten geschiktheid voor vervoer 2024",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1635},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F2",{"description":1633},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F2","xXt-oGWgjCt5AYLuch--0_KqanAHm1nHOR17NfjE4Mo",{"id":1642,"title":1643,"body":1644,"description":1576,"extension":1002,"meta":1653,"navigation":1014,"path":1654,"seo":1655,"stem":1656,"__hash__":1657},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F3.md","3",{"type":970,"value":1645,"toc":1651},[1646],[973,1647,1648],{},[1531,1649,1576],{"href":1574,"rel":1650},[1535],{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1652},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F3",{"description":1576},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F3","nMufWrnOmnK0MnNXybt7Hb-b60jozQpDHbFaA7zp-aw",{"id":1659,"title":1660,"body":1661,"description":1559,"extension":1002,"meta":1670,"navigation":1014,"path":1671,"seo":1672,"stem":1673,"__hash__":1674},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F4.md","4",{"type":970,"value":1662,"toc":1668},[1663],[973,1664,1665,1556],{},[1531,1666,1555],{"href":1553,"rel":1667},[1535],{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1669},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F4",{"description":1559},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F4","eBXrLLLjMx2VllIBlyQn-2ucBC3OoBVP4JafzJYDnCI",{"id":1676,"title":1677,"body":1678,"description":1686,"extension":1002,"meta":1689,"navigation":1014,"path":1690,"seo":1691,"stem":1692,"__hash__":1693},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F5.md","5",{"type":970,"value":1679,"toc":1687},[1680],[973,1681,1682],{},[1531,1683,1686],{"href":1684,"rel":1685},"https:\u002F\u002Fwww.ongehoord.nl\u002Fnl\u002Fonderzoek\u002Fuitgemolken-transport-koeien-kalfjes",[1535],"Uitgemolken. Ongehoord, 2025",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1688},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F5",{"description":1686},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F5","hknPH4jBej-OH_mKku9B5JECS2AYiuxQ9vYoi9CDbKk",{"id":1695,"title":1696,"body":1697,"description":1705,"extension":1002,"meta":1708,"navigation":1014,"path":1709,"seo":1710,"stem":1711,"__hash__":1712},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F6.md","6",{"type":970,"value":1698,"toc":1706},[1699],[973,1700,1701],{},[1531,1702,1705],{"href":1703,"rel":1704},"https:\u002F\u002Feur-lex.europa.eu\u002Flegal-content\u002FNL\u002FTXT\u002FHTML\u002F?uri=CELEX:32005R0001",[1535],"EU-verordening inzake bescherming van dieren tijdens vervoer",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1707},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F6",{"description":1705},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F6","BZ5OEL15zOBBJumP_G9PQoXYVbB-m488vUQgPSJm8Jk",{"id":1714,"title":1715,"body":1716,"description":1724,"extension":1002,"meta":1727,"navigation":1014,"path":1728,"seo":1729,"stem":1730,"__hash__":1731},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F7.md","7",{"type":970,"value":1717,"toc":1725},[1718],[973,1719,1720],{},[1531,1721,1724],{"href":1722,"rel":1723},"https:\u002F\u002Fvee-logistiek.nl\u002Ffocus-vee-logistiek\u002Fdierenwelzijn\u002Frichtsnoeren-transportwaardigheid",[1535],"Richtsnoeren transportwaardigheid",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1726},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F7",{"description":1724},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F7","zAKLD-TKg_QWFHuubni5CJfSzAi-anS-W_FD72nrl3g",{"id":1733,"title":1734,"body":1735,"description":1743,"extension":1002,"meta":1746,"navigation":1014,"path":1747,"seo":1748,"stem":1749,"__hash__":1750},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F8.md","8",{"type":970,"value":1736,"toc":1744},[1737],[973,1738,1739],{},[1531,1740,1743],{"href":1741,"rel":1742},"https:\u002F\u002Fwetten.overheid.nl\u002FBWBR0032334\u002F2021-04-21\u002F0",[1535],"Besluit handhaving en overige zaken Wet Dieren",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1745},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F8",{"description":1743},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F8","rEpUoeW3b9aMdMylR-uUpUvwy7AMWUTi-xBgCawD1hE",{"id":1752,"title":1753,"body":1754,"description":1762,"extension":1002,"meta":1765,"navigation":1014,"path":1766,"seo":1767,"stem":1768,"__hash__":1769},"annotation_nl\u002Fonderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F9.md","9",{"type":970,"value":1755,"toc":1763},[1756],[973,1757,1758],{},[1531,1759,1762],{"href":1760,"rel":1761},"https:\u002F\u002Fopen.overheid.nl\u002Fdetails\u002F03e28324-0915-40c4-ae2a-3d7740c96fa1",[1535],"Kamerbrief over modern toezicht NVWA, Erkens, 2026",{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1764},[],{},"\u002Fonderzoek\u002Fnvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F9",{"description":1762},"onderzoek\u002F23.nvwa-misstanden-koeientransport-afgemolken-koeien\u002Fbronnen\u002F9","sFGfqzLjdvDu3jznTDXHw6M-5o6_iU6UUiB3D8vBPkU",[1771],{"id":1623,"title":1624,"body":1772,"description":1633,"extension":1002,"meta":1781,"navigation":1014,"path":1637,"seo":1782,"stem":1639,"__hash__":1640},{"type":970,"value":1773,"toc":1779},[1774],[973,1775,1776],{},[1531,1777,1633],{"href":1631,"rel":1778},[1535],{"title":998,"searchDepth":127,"depth":127,"links":1780},[],{},{"description":1633},1782943659985]