Over koetjes en kalfjes
Geweld bij diertransporten in België en Nederland
Gepubliceerd op
Laatst bijgewerkt op
Structureel geweld tegen dieren
Ongehoord publiceert het tweede deel van haar onderzoek naar diertransporten. Eind 2022 kwam de onderzoeksgroep al met beelden van varkens die met geweld de vrachtwagen ingejaagd worden. Nieuwe beelden tonen het in- en uitladen van kalfjes en koeien in exportverzamelplaatsen. In deze bedrijven worden dieren samengebracht voor verder transport naar mesterijen of slachterijen. Ongehoord filmde onder andere moederkoeien die niet meer konden lopen, ziek waren, kreupel of doodsbang. Ook met kalfjes van amper twee weken oud wordt niet zachtzinnig omgegaan. Ze worden geslagen, getrapt en opgedreven met stokken en tasers.
Uit opgevraagde inspectiedocumenten blijkt bovendien dat toezichthouders in België en Nederland tientallen exportcertificaten afleverden voor zieke, gewonde, kreupele of hoogzwangere runderen. Deze dieren mochten volgens Europese dierenwelzijnsregels niet getransporteerd worden. Omdat er een levendige dierenhandel bestaat tussen Nederland en België, werd onderzoek gedaan in beide landen. De beelden tonen dat geweld tegen industriedieren geen grenzen kent. Vooral uitgemolken koeien die door zwakte of ziekte moeizaam bewegen, krijgen de volle laag. De nieuwe misstanden rond het transport komen niet als een verrassing. In 2020 publiceerden we al beelden van slachterij Westfort. Daar werden varkens vrachtwagens uitgeslagen met kleppers. Wanneer werknemers geen drijfmiddel bij de hand hebben, gebruiken ze handen en voeten om dieren te slaan of te schoppen. Elke dag zagen we aanvoer van zieke of gewonde dieren in de slachterij.[1]
In 2021 toonden we via opgevraagde inspectiedocumenten aan dat zieke en gewonde dieren door Nederlandse toezichthouders goedgekeurd werden voor export.[2]Eind 2022 publiceerden we beelden van varkens die vrachtwagens ingejaagd worden met stroomschokken en opdrijfborden.[3]Het nieuwste onderzoek toont dat het gesleep met zieke dieren en het geweld bij laden en lossen onverminderd doorgaat. Waarom diertransport altijd dieronvriendelijk is, lees je in de volgende artikelen.
Waar is gefilmd
4 locaties

Natuurlijk gedrag van runderen
Deskundigen van de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) stellen dat gefokte melkkoeien of vleesrunderen dezelfde basisbehoeften en gedragingen kennen als runderen in de vrije natuur. Om natuurlijke behoeften en gedrag te kunnen bestuderen, observeren wetenschappers populaties verwilderde runderen. Door natuurlijke leefomstandigheden te vergelijken met de leefomstandigheden in de vlees- en zuivelindustrie, kunnen we een goede inschatting maken van het dierenwelzijn in de industrie.[4][5]
De term runderen verwijst naar een groep van herkauwende zoogdieren, waar de koe, buffel en bizon toe behoren. Onder natuurlijke omstandigheden leven runderen in gemengde groepen van enkele tientallen tot honderden dieren. In grote kuddes organiseren de dieren zich in kleinere subgroepen. Binnen de groepen heerst een stabiele rangorde. Buiten het paarseizoen leven moederkoeien en hun opgroeiende kalveren gescheiden van de stieren. Jonge stieren (vanaf 3 tot 4 jaar) leven dan in vrijgezellengroepen buiten de kudde of aan de rand van de kudde, terwijl de oudere stieren meestal solitair leven.
Individuele dieren binnen groepen runderen onderhouden sociale relaties. Een koe kan 50 tot 70 andere individuen herkennen. De positie van een individu in de rangorde hangt af van een aantal fysieke factoren, zoals leeftijd, lichaamsgrootte en omvang van de horens, maar ook van karaktereigenschappen, zoals temperament en zelfvertrouwen.
De rangorde binnen een groep wordt bepaald door rangordegevechten. Als de rangorde in een groep eenmaal is vastgelegd, wordt er nog weinig gevochten. Om de onderlinge verhoudingen wederzijds te respecteren, houden runderen letterlijk afstand ten opzichte van elkaar. Deze afstand is afhankelijk van de onderlinge relatie tussen dieren en varieert van enkele decimeters tot enkele meters. Bij een afname van leefruimte of een toename van de groepsgrootte observeren onderzoekers meer conflictsituaties.
Binnen een groep trekken sommige dieren meer met elkaar op dan andere. Familiebanden spelen hierbij een grote rol. Moederkoeien brengen binnen een kudde meer tijd door in de nabijheid van hun kinderen, ook wanneer deze reeds lang volwassen zijn en zelf kalfjes hebben. Runderen die als kalfje samen speelden, sluiten vaak vriendschappen voor het leven. De dieren uiten hun vriendschap naar elkaar door positieve interacties, zoals elkaar likken.
Hoewel runderen van nature kuddedieren zijn, zonderen hoogzwangere koeien zich af om te bevallen. Ze zoeken een beschutte nestplaats tussen bomen en struiken. Nieuwgeboren kalfjes kunnen na een uur al lopen, maar houden zich de eerste levensdagen schuil in de nestplaats. Na enkele dagen wordt het nieuwe kalfje geïntegreerd in de kudde.
Rond de leeftijd van twee weken ontwikkelen de kalfjes speelgedrag: ze rennen, springen, schoppen en houden schijngevechten. Speelgedrag is een goede conditietraining, maar vooral ook belangrijk voor het aanleren van sociaal gedrag. Wel hebben opgroeiende kalfjes nog veel behoefte om te rusten. Tot de leeftijd van 5 weken liggen ze 90% van de tijd. Dit percentage neemt af tot 75% op een leeftijd van 5 tot 6 maanden.
In de natuur drinken kalfjes tijdens de eerste levensdagen 5 tot 14 maal per dag bij de moeder, gedurende een achttal minuten. Na 10 maanden drinken ze nog steeds zo’n 3 keer per dag bij de moeder. De totale zoogperiode kan bij vrouwelijke kalfjes tot 14 maanden duren, stierkalfjes stoppen sneller met drinken. Vanaf de leeftijd van 10-11 maanden beginnen zij groepen te vormen met andere jonge stieren in de kudde, terwijl vrouwelijke kalfjes op die leeftijd nog veel meer tijd doorbrengen in de nabijheid van hun moeder.
Runderen brengen veel tijd door met grazen en herkauwen. Herkauwen doen ze bij voorkeur liggend, in de veilige beschutting van bomen en struikgewas. Om naar hartenlust te kunnen grazen, lopen ze tot 13 kilometer per dag, afhankelijk van de verspreiding van de graasgebieden in hun leefomgeving. Afstanden lopen is belangrijk voor hun poot- en klauwgezondheid. Om hun poten in goede conditie te houden, moeten ze dagelijks 3 tot 4 km lopen.
Zoals bij alle prooidieren is angst een sterk ontwikkelde emotie bij runderen. Ze hebben een aangeboren angst voor roofdieren, waaronder de mens. Runderen zijn op hun hoede voor alles wat nieuw, onbekend en onvoorspelbaar is. Ze nemen de tijd om onbekende voorwerpen, soortgenoten of omgevingen voorzichtig te onderzoeken en verkennen. Hun sterk ontwikkelde zintuigen komen daarbij goed van pas.
Runderen kunnen vanaf grote afstand geuren opmerken. Stieren ruiken het wanneer een vrouwelijk rund in haar vruchtbare periode is, moederkoeien herkennen hun kinderen aan de geur en ook groepsgenoten kunnen elkaar herkennen aan geuren. Wanneer een rund gestrest is, kunnen andere runderen dit ruiken aan de feromonen en de urine die het dier afscheidt.
Ook het zicht is bijzonder sterk ontwikkeld bij runderen. De dieren nemen de omgeving waar op een andere manier dan mensen. Ze hebben een panoramisch gezichtsveld van ruim 300°, wat hen in staat stelt om roofdieren te detecteren. Achter het dier en net voor de bek zijn er blinde hoeken. Het dieptezicht van runderen is zwak, waardoor ze schaduwen extremer interpreteren dan mensen dat doen. Ze mijden schaduwplekken, donkere ruimtes en aflopende hellingen omdat ze niet kunnen zien of de situatie veilig is. Ook hebben ze sterke behoefte aan een vluchtzone: ze willen voldoende ruimte om zich heen om weg te kunnen gaan als er gevaar opduikt. Naarmate runderen verontrust of gestrest raken, hebben ze meer behoefte aan vluchtruimte.
Als prooidieren hebben runderen hun kudde nodig om zich veilig te voelen. Sociale isolatie of afzondering van de groep is één van de meest stressvolle en angstaanjagende ervaringen voor kuddedieren. In het wild hangt hun leven af van de goede samenhang in de groep. Runderen in een groep stemmen hun gedrag op elkaar af. Terwijl bijvoorbeeld sommige dieren grazen, blijven anderen waakzaam om mogelijke aanvallen van roofdieren tijdig te signaleren. Wanneer een dier in een groep stress heeft, raken alle individuen in de groep gestrest. Gestreste runderen hebben minstens een halfuur nodig om enigszins tot rust te komen.
Ook bij gedomesticeerde runderen blijft angst een diepgewortelde emotie. De dieren hebben een sterk geheugen. Slechte ervaringen met mensen worden onthouden en beïnvloeden hun gedrag. Jonge kalfjes kunnen al duidelijk onderscheid maken tussen mensen die hen goed of slecht behandelen. Regelmatig diervriendelijk contact tussen mensen en kalfjes kan hen minder angstig maken op latere leeftijd. Wel bleek in proeven dat het positieve effect van regelmatig contact tussen kalveren en mensen kleiner is bij kalveren die bij de moederkoe mogen drinken. Kalveren die meteen na de geboorte gescheiden werden en geen contact meer hadden met hun moeder vertoonden minder afkeer ten opzichte van mensen. Kalveren die bij de koe mochten drinken bleven meer stress hebben wanneer ze menselijke handelingen moesten ondergaan.

Onderzoek naar het transport van runderen en kalfjes
Onderzoek met verborgen camera in 4 verzamelplaatsen
Het onderzoeksteam van Ongehoord filmde het laden en lossen van kalfjes en koeien. Ze plaatsten verborgen camera's in exportverzamelplaatsen. In verzamelplaatsen worden dieren afkomstig van verschillende veehouderijen samengebracht om hen vervolgens verder te transporteren naar fokkerijen, mesterijen of slachterijen. Vanwege de levendige dierenhandel tussen Nederland en België werd in beide landen onderzoek gedaan.
Het transport van dieren is gebonden aan wettelijke voorschriften. Zo mag volgens Europese dierenwelzijnswetgeving enkel goed opgeleid personeel met de dieren omgaan in een verzamelplaats.[6] Kinderen laten meehelpen bij het opdrijven mag niet. Dieren bang maken, slaan en schoppen is verboden, net als aan staarten, oren, horens, vacht of kop trekken. Elektrische prikkelaars (tasers) mogen niet gebruikt worden bij kalfjes. Bij volwassen koeien mogen stroomschokken enkel toegediend worden op de spieren van de achterpoten, en niet herhaaldelijk achter elkaar. Zieke of gewonde dieren moeten zo snel mogelijk een “passende diergeneeskundige behandeling krijgen” of zo nodig, “gedood worden op een wijze die geen onnodig lijden veroorzaakt”. Onze beelden maken pijnlijk duidelijk dat dierenwelzijnswetten vooral op papier functioneren: geen enkele van de vier onderzochte locaties past de regels toe.
Herkomst en bestemming dieren
De kalvermesterij is ontstaan uit de melkveehouderij, die van haar overtollige kalfjes af moet. Voor melkproductie worden moederkoeien elk jaar kunstmatig geïnsemineerd. Een koe geeft pas melk nadat ze is bevallen van een kalf. Na een bevalling worden kalfjes van hun moeder gescheiden omdat de veehouder de moedermelk wil verkopen. De kalfjes krijgen kunstmelk te drinken uit emmers met een fopspeen.
Ruim 50% van de kalfjes zijn stiertjes die geen nut hebben in de melkveehouderij. Een aantal vrouwelijke kalfjes blijft op het herkomstbedrijf om op latere leeftijd uitgemolken moeders te vervangen. De overtollige vrouwelijke kalfjes worden samen met de stiertjes afgevoerd naar kalvermesterijen.
De kalfsvleesindustrie is georganiseerd in integraties: grote kalfsvleesproducenten die kalfjes opkopen en via verzamelplaatsen transporteren naar kalvermesterijen. De mesterijen hebben vaak een contract met de integrator; ze mesten de kalfjes dan met veevoer dat geleverd wordt door de integrator. De kalfjes worden na zes maanden geslacht in de slachterij van de integrator. Belgische kalvermesterijen zijn geconcentreerd in de Kempen, een regio die aan Nederland grenst. De grote Belgische en Nederlandse producenten hebben mesterijen onder contract in beide landen. Ongehoord maakte beelden in twee Belgische exportverzamelplaatsen waar kalfjes uit melkveehouderijen samengebracht worden voor transport naar de kalvermesters.
Locatie 1: Verzamelplaats Vanlommel, Tielt-Winge
In de Binkomstraat 90 te Tielt-Winge (provincie Vlaams-Brabant) ligt het verzamelcentrum van Vanlommel, de grootste kalfsvleesproducent van België. In de verzamelplaats worden kalfjes van 14 dagen oud verzameld om in grote groepen op transport te gaan naar Vanlommels contractmesters in België en Nederland.[7] In een tijdsspanne van vier dagen werden met een verborgen camera de volgende misstanden gefilmd:
- kalfjes worden systematisch opgedreven met tasers
- kalfjes worden geschopt
- kalfjes worden voortgeduwd met kniestoten
- een kalfje wordt met kniestoten hard tegen de zijwand aangeduwd
- kalfjes krijgen stokslagen op gevoelige lichaamsdelen zoals het hoofd; stokken worden tegen de flanken/ribben van de kalfjes gestoten
- een kalf dat moeizaam loopt, wordt aan de staart opgetild en voortgetrokken
- een groep kalfjes staat klem in een hoek. Werknemers schoppen tegen de kalfjes en geven stroomschokken
- kalfjes vallen tijdens het opdrijven
- een werknemer maakt kalfjes bang met een stok in een grote plastic zak
Over het bedrijf
De Belgische kalvermarkt wordt beheerst door 2 producenten waarvan Vanlommel de grootste is. De familie Vanlommel heeft fortuin gemaakt met kalfsvleesproductie, hun vermogen wordt geschat op bijna 23 miljoen euro.[8] Dat de misstanden juist bij dit bedrijf zijn gefilmd, is pijnlijk. Vanlommel zegt een voortrekkersrol te spelen op het gebied van dierenwelzijn met de eigen kwaliteitsregeling “Well and Fair”. Het lastenboek van Well and Fair omvat “bovenwettelijke regels” rond diergezondheid, voeder, huisvesting, training van personeel én transport. De naleving van Well and Fair wordt gecontroleerd door een (anonieme) “onafhankelijke partij”.[9][10]
Vanlommel claimt dat het transport van de kalveren “altijd in optimale omstandigheden verloopt, waarbij het welzijn van de kalveren voorop staat.”[11]Vanlommel bezit een eigen veevoerfabriek in Nederland (Verveka), een exportverzamelplaats in Tielt-Winge, eigen transportwagens en een kalverslachthuis in Olen. Het bedrijf heeft kalvermesters onder contract in België en Nederland. Het levert opgekochte kalfjes en veevoer uit de eigen fabriek aan zijn vaste kalvermesters. Rond de leeftijd van 6 maanden worden de kalveren opgehaald om geslacht te worden in Vanlommels slachterij. 70 procent van de vleesproductie is bestemd voor export.[12][13]
Vanlommel betaalt zijn contractmesters een maandelijkse vergoeding. Als grootste kalfsvleesproducent van België krijgt Vanlommel indirecte steun van de overheid. In Vlaanderen krijgen zijn contractmesters subsidies voor “het produceren van vleeskalveren”, betaald met Europees subsidiegeld.[14] De verkoop van kalfsvlees wordt gestimuleerd door de VLAM promotiecampagnes van de overheid, eveneens betaald met Europees subsidiegeld.[15][16][17]
In 2011 kreeg Vanlommel subsidies voor investering in “energiebesparing of milieudoelstellingen”. Details over het project en bedrag zijn onbekend. Het geld was afkomstig van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) en het Europese Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.[18]
In 2022 kreeg slachthuis Vanlommel 4500 euro Vlaams subsidiegeld voor opleiding en advies, en VOP (ondersteuning werkgevers); nog eens 2500 euro VOP ging naar het transportbedrijf van Vanlommel.[19][20]Locatie 2: de Kempense Exportstal, Merksplas
In de Bosstraat 11 te Merksplas (provincie Antwerpen) bevindt zich de Kempense Exportstal van de familie Van der Walle, Nederlandse kalvermesters en veehandelaars.
In een tijdsspanne van anderhalve week werden met een verborgen camera de volgende misstanden gefilmd in de Kempense Exportstal:
- kalfjes worden aan de staart omhoog getrokken en uit wagens gegooid
- kalfjes worden met stokken geslagen op gevoelige lichaamsdelen
- kalfjes worden voortgeduwd met kniestoten
- kalfjes worden geschopt
- veelvuldig worden kalfjes aan de staart omhoog getrokken bij het opdrijven doorheen de verzamelplaats
- kalfjes worden aan de oren omhoog getrokken
- kalfjes worden weggeslagen bij de drinkvoorziening
- een kind mag meehelpen met kalfjes slaan en duwen
Over het bedrijf
De Kempense Exportstal is eigendom van de Nederlandse familie van der Walle. Ben van der Walle was jarenlang een belangrijke naam in de Nederlandse kalvermarkt. Hij verhandelde kalveren, beheerde een groot aantal stallen en liet op contract kalveren afmesten. Hij draaide een omzet van ruim 51 miljoen euro.[21]
In 2016 verkocht van der Walle “een aantal activiteiten” aan de Nederlandse Vandrie group, met wie ze al jaren een intensieve samenwerking hadden.[22] Welke activiteiten precies verkocht zijn, en welke activiteiten eigendom bleven van de familie van der Walle, is onduidelijk. Volgens de Nederlandse Kamer van Koophandel is “Vee- en kalverhandel Ben van der Walle” nog actief op het adres Schaluinen 20, 5111 HB Baarle-Nassau.
Zeker is dat Ben’s kalvermesterij voor ruim 2000 kalfjes op Ghil 13 in Baarle-Nassau (NL), en het verzamelcentrum Kempense exportstal (BE) nog in handen zijn van de familie. In Hoogstraten (BE) hebben ze de Belgische veehandel “Hertog Vee”, waarvan Bens dochter Tanja zaakvoerder is.[23][24][25]De van der Walles ontvangen Europese subsidies, zowel via de Nederlandse als de Belgische overheid. Europa stelt landbouwgeld ter beschikking aan de lidstaten, maar het zijn de nationale overheden die het subsidiegeld beheren en toekennen aan bedrijven.
Volgens de database van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) werden de afgelopen 2 jaar 87.400 Europese subsidies uitbetaald aan “Vee- en kalverhandel Ben van der Walle BV in 5110 AG Baarle-Nassau”.[26] Ook in de Belgische database is Vee- en kalverhandel Ben van der Walle terug te vinden, maar met een andere postcode: 5111 HB Baarle-Nassau (NL). In België ontving het bedrijf nog eens 2.800 euro Europees subsidiegeld.[27]
De databases laten niet toe om te achterhalen voor welke bedrijfslocaties subsidies bestemd zijn. Postcode 5111 HB hoort bij het adres Schaluinen 20, Baarle-Nassau. De postcode 5110 AG, waar via Nederland het grootste deel van de subsidies naartoe ging, hoort bij een postbusadres.[28]We checkten ook de database van FTM (Follow the Money, een Nederlands platform voor onafhankelijke onderzoeksjournalistiek). In tegenstelling tot de overheden die alleen de laatste 2 subsidiejaren publiceren, zijn bij FTM subsidiebedragen te raadplegen vanaf 2014. Via FTM kwamen we erachter dat Vee- en kalverhandel Ben van der Walle in de periode 2014 tot 2021 ruim 230.000 euro subsidiegeld opstreek, voor hun postbusadres 5110 AG.[29]
Nederland - kreupele en zieke koeien zwaar mishandeld
Herkomst en bestemming dieren
Koeien worden vanuit de melkveehouderij afgevoerd naar slachterijen wanneer hun gezondheid en melkproductie achteruitgaan. Een veehouder voorkomt daarmee dat een koe meer gaat kosten aan voer en medicatie dan dat ze opbrengt in melk. Een kwart van de afgeschreven moederkoeien wordt via een verzamelplaats naar de slacht gebracht.
Vanuit de verzamelplaatsen worden de koeien naar binnen- en buitenlandse slachterijen getransporteerd. Volgens BuRo (Bureau Risicobeoordeling en Onderzoek) gaat 4 tot 10% van de moeders naar het buitenland, waarbij België de belangrijkste bestemming is.[30] Het vlees van uitgemolken koeien is taai en wordt gebruikt in goedkope vleesbereidingen, zoals hamburgers en snacks.
Ongehoord plaatste verborgen camera’s in 2 Nederlandse runderverzamelplaatsen. Beide locaties hebben een vergunning om fokrunderen, vleesstieren, slachtkalveren en melkvee te verzamelen en te exporteren. Ten tijde van het onderzoek werden via beide verzamelplaatsen vooral uitgemolken koeien vervoerd.
Locatie 3: Dane en Zoon, Oudemolen
Aan de Stadsedijk 44 te Oudemolen (provincie Noord-Brabant) ligt het verzamelcentrum van veehandel Dane en Zoon. Ze verzamelen en verhandelen runderen voor de binnen- en buitenlandse markten. In een tijdsspanne van 2 weken filmden we de volgende misstanden:
- aanvoer van ernstig zieke koeien die niet meer overeind kunnen
- duwen en trekken aan oren en snuit bij ernstig zieke koeien
- verslepen van een ernstig ziek dier aan staart en poten, met meerdere werknemers tegelijk
- herhaaldelijk toedienen van stroomschokken aan ernstig zieke koeien, ook op gevoelige lichaamsdelen zoals flanken en anus
- sleuren aan zieke dieren met touwen
- koe met riemen vastbinden aan een shovel om haar te verslepen
- een doodzieke koe die heel de nacht aan haar lot werd overgelaten, wordt de volgende ochtend opgetakeld met een heupklem aan een shovel
- een koe wordt buiten op het terrein afgemaakt en weggeduwd met een vorklift
- opdrijven van een groep jonge runderen met een hooivork, onder luid geschreeuw. Slaan en prikken met de hooivork in het lichaam van de dieren
Over het bedrijf
Dane en Zoon is een bekende naam in de dierindustrie. In september 2021 brachten leden van de Tweede Kamer een (aangekondigd) werkbezoek aan de verzamelplaats. Caroline van de Plas bedankte Dane voor hun openheid.[31] Helma Lodders, voorzitter van Vee & Logistiek (de Nederlandse belangengroep voor veehandelaars, verzamelaars en transporteurs), ging ook op bezoek en prees de familie Dane openlijk voor hun “vakwerk in vee.”[32]
Dane verzamelt slachtrunderen en fokdieren bestemd voor binnen- en buitenland. In samenwerking met de Belgische veetransporteur “Vervoer de Backer” levert Dane uitgemolken koeien aan Belgische slachterijen. Samen met VAEX, een wereldwijde veehandelaar, levert hij zwangere vaarzen aan melkveehouderijen in Rusland, Pakistan en Turkmenistan.[33][34][35]
Veehandel is de hoofdactiviteit van de familie Dane, maar ze doen ook aan dierhouderij: aan de Westmiddelweg 1 te Oudemolen hebben ze de boerderij ‘Ruigenhilvlees’, waar ze runderen en vleeskuikens afmesten. De dieren worden versneden, verpakt en verkocht in hun hoeveslagerij.[36][37]Ook de familie Dane ontvangt Europese subsidies. Volgens de subsidie-database van FTM kreeg Dane meer dan 400.000 euro in de periode 2015 tot 2021. Tijdens de coronacrisis kreeg Dane 8.744 euro NOW-steun toegewezen.[38]
Locatie 4: Veebedrijf Kuiper V.O.F., Hoogblokland
Aan de Beemdweg 5 B in Hoogblokland ligt de verzamelplaats van veetransporteur Teus Kuiper.
In de tijdsspanne van een week werden in het bedrijf de volgende misstanden gefilmd:
- aanvoer van een extreem mager en ziek dier
- aanvoer van kreupele koeien
- koeien worden met een stok hard geslagen. Ook op gevoelige lichaamsdelen zoals het hoofd. De stok wordt in flanken/ribben gestoten
- koeien worden geschopt
- de dieren glijden uit en vallen op de glibberige natte betonvloer
Over het bedrijf
“Veebedrijf Kuiper V.O.F.” in Hoogblokland omvat een veetransportbedrijf en runderverzamelplaats.[39][40] Teus Kuiper is de eigenaar. Hij verzamelt en transporteert runderen voor diverse veehandelaars en fokkers. Net als bij Dane en Zoon zagen we in de runderverzamelplaats Kuiper V.O.F. vooral transporten van uitgemolken koeien. Onze camera filmde ook gehoornde koeien, afkomstig uit de biologische veehouderij.
Kuiper verzamelt onder andere alle exportrunderen voor Groen Livestock, een grote veehandelaar die runderen transporteert naar diverse landen, zowel binnen als buiten Europa.[41] Voor Heijdra Vleesvee (de IJsselsteinse mesterij die uitgemolken dubbeldoelkoeien afmest) transporteert T. Kuiper runderen naar slachterij Ameco.[42][43]
Volgens de FTM-database kreeg Veebedrijf Kuiper V.O.F. 13.358 euro aan Europees subsidiegeld sinds 2014.
Inspectierapporten tonen falen van overheidstoezicht aan
Ongehoord deed een beroep op de wet Openbaarheid van Bestuur om bij de Vlaamse dienst Dierenwelzijn inspectiedocumenten op te vragen van diertransporten tussen België en Nederland. We onderzochten welke overtredingen er plaatsvonden bij de export van slachtrunderen in beide richtingen. Dit is slechts een klein deel van de transporten, de meeste dieren worden binnen de landsgrenzen vervoerd. Toch bleek dat zowel de NVWA als de FAVV regelmatig de regels voor diertransporten negeert.
NVWA: exportvergunningen voor kreupele en zieke koeien uit Oudemolen (Dane en Zoon)
Uit de inspectiedocumenten blijkt dat de NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) in 2022 meermaals kreupele en zieke runderen bij de verzamelplaats Dane en Zoon in Oudemolen goedkeurde voor transport. Bij aankomst in een Belgische slachterij werden de dieren opgemerkt en gerapporteerd door de Belgische inspectie, het FAVV (Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen).
FAVV-dierenartsen rapporteerden zeven runderen met grote abcessen, 3 runderen met bloedende of etterende wonden, een ernstig kreupel dier en een koe met etterige uierontsteking. Twee runderen konden niet meer opstaan en werden gedood in de vrachtwagen. In dezelfde wagen lag een koe die onderweg gestorven was. Gezien de ernst van de verwondingen is het uitgesloten dat de NVWA deze dieren niet heeft opgemerkt. Al deze dieren waren afkomstig van Dane en Zoon in Oudemolen en waren bestemd voor slachthuis Moerbeke (Oost-Vlaanderen, België). Door de beperkte duur van deze rit is het niet mogelijk dat de wonden tijdens het transport zijn ontstaan. De transporten werden uitgevoerd door Vervoer de Backer, een Belgische veetransporteur uit Rumst.
De problemen rond export van ongeschikte dieren hebben een lange geschiedenis. Sinds 2019 kondigde de NVWA herhaaldelijk strengere maatregelen aan voor de exportkeuringen, zoals vierogen-toezicht (waarbij de keuring door 2 dierenartsen samen wordt gedaan) en de invoering van Europese richtlijnen voor het bepalen van geschiktheid voor transport.
Inspectiedocumenten die Ongehoord in september 2021 naar buiten bracht, toonden aan dat de maatregelen van de NVWA geen vruchten afwierpen. Ook toen gingen ernstig zieke dieren op transport naar België.[44] De reactie van de NVWA was dat de aangetoonde misstanden achterhaald waren omdat intussen alweer nieuwe “strengere regels waren ingevoerd om dierenwelzijn nog beter te waarborgen.”[45]
Maar zes maanden later, in maart 2023, verscheen een nieuwsartikel op de NVWA-website waarin toegegeven wordt dat het aantal meldingen over zieke Nederlandse koeien in buitenlandse slachterijen niet afneemt, ondanks de invoering van meer en strenger toezicht.[46]FAVV: tientallen hoogzwangere koeien goedgekeurd voor transport naar Nederland
Ongehoord vroeg ook inspectiedocumenten op over de aanvoer van ongeschikte Belgische dieren in Nederlandse slachterijen. We ontdekten dat dierenartsen van het FAVV tientallen hoogzwangere koeien goedkeurden voor transport naar Nederlandse slachterijen.
Nederlandse NVWA dierenartsen die de koeien onderzochten in de slachterij, stelden vast dat de draagtijd van de koeien voor meer dan 90% gevorderd was (meer dan 8 maanden). Dit betekent dat ze volgens Europese voorschriften niet getransporteerd mochten worden.[47]Na de slacht werden ongeboren kalfjes uit de baarmoeder van de dode moeder gehaald. Foto’s in de inspectierapporten tonen kalfjes van bijna een meter lengte. De dieren zijn volledig behaard en hebben al snijtanden.
Transport van hoogzwangere koeien naar de slachterij houdt niet alleen lijden in voor de moeder tijdens de rit. Er is ook een welzijnsprobleem voor het ongeboren kalf. Als de moeder geslacht wordt, krijgt het kalf geen zuurstof meer en sterft de verstikkingsdood in de baarmoeder. Europese onderzoekers zijn het erover eens dat foetussen vanaf 6 maanden van de dracht al pijn en stress kunnen ervaren.[48]
In totaal rapporteerden NVWA dierenartsen in 2021-2022 een dertigtal hoogzwangere moederkoeien die vanuit België naar Nederlandse slachterijen werden vervoerd. Behalve voor hoogzwangere dieren schreven FAVV-dierenartsen exportvergunningen uit voor 2 zieke kalveren en zeven vergunningen voor ernstig kreupele, gewonde of zieke runderen.

Bevindingen uit het onderzoek
Geweld bij laden en lossen is onvermijdelijk
Waarom gebruiken veetransporteurs zoveel geweld bij het opdrijven? Om dat te begrijpen, kijken we naar de natuurlijke behoeften en instincten van de dieren. Uit het literatuuronderzoek (Natuurlijk gedrag van runderen) weten we dat runderen kudde- en prooidieren zijn. Op transport gaan is voor hen een onnatuurlijke en stressvolle situatie die ze instinctief willen mijden.[49][50]
Gescheiden van hun veilige kudde, worden de dieren geconfronteerd met onbekende zaken zoals de vrachtwagen, onbekende chauffeurs en omgevingslawaai (metaalklank van vrachtwagendeuren, geschreeuw van mensen). Op de laadplek of in de wagen kunnen onbekende soortgenoten aanwezig zijn waar ze instinctief afstand van willen houden. Bovendien willen runderen van nature altijd een vluchtroute hebben, wat in een wagen niet mogelijk is.
Bij aankomst in een verzamelplaats of slachterij gaan de deuren van de vrachtwagen open en staan de runderen opnieuw voor een onbekende omgeving. Met hun scherpe reukzin detecteren ze geuren van gestreste soortgenoten. Vreemde mensen komen op hen afgelopen en belemmeren hun vluchtroute. De dieren moeten via een schuin aflopende laadklep uit de wagen komen. Door hun slechte dieptezicht kunnen ze de helling van de laadklep niet goed onderscheiden van een afgrond. Het kan erg lang duren voordat een eerste rund het aandurft om de wagen uit te komen.
Runderen die via verzamelplaatsen vervoerd worden, moeten deze stressvolle omstandigheden meermaals ondergaan. Met hun sterke geheugen herinneren de dieren zich elke negatieve ervaring. Bij elke tussenstop zal hun stress en afkeer om wagens in en uit te gaan sterker zijn. Ook bij jonge kalfjes is het geheugen al goed ontwikkeld. In proeven waarbij een kalfje een schok kreeg van een stroomstootwapen, kon het dier nog dagenlang de persoon herkennen die de schok had toegediend.
Runderen laten zich niet gewillig in- en uitladen. Instinctmatig reageren ze op de onbekende stresssituaties door te verstijven (niet meer verder willen stappen) of door tegen te stribbelen. Tijd om de situatie rustig te onderzoeken krijgen ze niet: de vrachtwagen moet vertrekken voor de volgende klant en de laadkades moeten vrij zijn voor een volgend transport. Dwang en geweld zijn daardoor onvermijdelijk bij het laden en lossen.
Transport van zieke en gewonde dieren is onvermijdelijk
Toch tonen de beelden veel uitgemolken koeien die ernstig kreupel lopen of te ziek zijn om nog overeind te komen.[51]Transport van zwakke en zieke moederkoeien naar de slacht is onvermijdelijk. Gezonde, fitte koeien leveren de veehouder melk en geld op. Pas wanneer een koe verzwakt, ziek of gewond raakt en haar melkproductie daalt, gaat zij op transport.
In het Nederlandse BuRo-rapport werden cijfergegevens verzameld over transport van uitgemolken koeien voor de jaren 2017 tot en met 2020. In die periode werden per jaar gemiddeld 423.850 uitgemolken moeders afgevoerd uit de Nederlandse melkveehouderij. BuRo schat in dat 30 tot 75% van de koeien (gemiddeld 127.155 tot 317.887 dieren) licht ziek is of gewond, en tussen 0,05 tot 5% (gemiddeld 212 tot 21.193) koeien hebben ernstige afwijkingen.[52]
Aan de basis van de gezondheidsproblemen die koeien ontwikkelen in de melkveehouderij ligt het productiesysteem: koeien zijn selectief gefokt om steeds meer melk te geven. De productiecijfers blijven nog jaarlijks stijgen. Koeien produceerden in 1910 zo'n 2500 kg melk per jaar. Momenteel ligt de gemiddelde jaarproductie in Nederland en België al boven de 9000 kg per koe, wat neerkomt op zo’n 30 liter per dag.[53][54][55] De hoge melkproductie is een uitputtingsslag voor de koe. Al haar energie gaat naar melkproductie, ten koste van andere lichaamsfuncties waar ze ook energie voor nodig heeft. De dieren zijn erg mager en hebben weinig weerstand tegen ziekten.[56] In combinatie met de onhygiënische en onnatuurlijke levensomstandigheden in de melkveebedrijven wordt de gemiddelde koe niet ouder dan 6 jaar, terwijl de dieren van nature 20 jaar kunnen worden.
In de top drie van gezondheidsproblemen van moederkoeien in de melkveehouderij staan kreupelheid, uieraandoeningen en vruchtbaarheidsproblemen.
Rond de 25% van de koeien in melkveebedrijven heeft ernstige klauwproblemen en/of kreupelheid. Dit percentage blijft al 20 jaar onveranderd.[57] Factoren die hierbij een rol spelen zijn onder andere de slechte hygiëne in stallen, ongeschikte ondergronden zoals betonroosters en vervuilde stalvloeren, waardoor de klauwen van de dieren in contact staan met mest en urine. Ook onhygiënische en natte ligboxen zijn slecht voor de klauwen. Het vochtige en warme stalklimaat vormt in combinatie met de aanwezigheid van mest een broeihaard van bacteriën.[59][60] Ernstig kreupele koeien geven tot 36% minder melk en zijn dan niet rendabel meer. Kreupelheid is dus een belangrijke reden om de dieren af te voeren naar de slacht.[61]
28,6% van de koeien heeft uierontsteking (mastitis), met pijnlijk gezwollen uiers als gevolg.[62] Koeien krijgen mastitis door besmetting met bacteriën die voorkomen in de vervuilde stallen waarin ze leven. Via de melkinstallaties kunnen bacteriën ook van koe naar koe worden overgedragen. Uierontstekingen betekenen economische schade voor de veehouder en zijn eveneens een belangrijke reden om koeien vervroegd af te voeren naar de slacht.[63][64]
30 procent van de vervroegde afvoer van koeien in de melkveehouderij is toe te schrijven aan vruchtbaarheidsproblemen.[65] Vanaf 7 weken na een bevalling kan de moederkoe opnieuw geïnsemineerd worden. Vaak lukt dit niet de eerste keer en volgt er een tweede poging. Wanneer inseminaties herhaaldelijk mislukken, wordt de koe afgevoerd omdat ze alleen melk aanmaakt nadat ze is bevallen van een kalfje (66).
Conclusie
Het transportonderzoek van Ongehoord maakt duidelijk dat er geen diervriendelijke manieren zijn om dieren op transport te zetten. Moderne geklimatiseerde wagens, betere chauffeurs of meer welzijnsmaatregelen en toezicht veranderen niets aan de angst en weerzin van dieren om onbekende omgevingen en vrachtwagens in en uit te lopen. Het gebruik van geweld bij in- en uitladen is daardoor onvermijdelijk.
Een verbod op stokken en stroomstootwapens is geen oplossing, dit leidt enkel tot meer slaan en schoppen of aan oren en staarten trekken. Als de industrie moet blijven bestaan, is diertransport niet te vermijden en daarmee is dierenmishandeling een gegeven.
Het selectief fokken van koeien op hoge melkproductie staat aan de basis van de melkindustrie. Het melken gaat onvermijdelijk ten koste van de gezondheid van de koe. Strengere keuringen bij transport lossen het kernprobleem van zwakke en zieke koeien in de zuivelindustrie niet op. Minder zieke en gewonde dieren op transport naar slachterijen betekent meer dieren die afgemaakt worden of creperen in de melkveebedrijven. Momenteel is het aantal moederkoeien dat sterft in Nederlandse melkveebedrijven al ruim 12.000 per jaar (sterftepercentage = 0,8%).
Willen we doorgaan met zuivel en vlees consumeren, dan is ernstig dierenleed de consequentie die we onder ogen moeten zien.
Wat kun je doen?
Deel dit onderzoek
Deel dit onderzoek met je omgeving.
Bronnen
66 bronnen
- 1
- 2
- 3
- 4
- 5
rundveeloket.beGearchiveerd
- 6
- 7
vanlommel.beGearchiveerd
- 8
derijkstebelgen.beGearchiveerd
- 9
- 10
vanlommel.beGearchiveerd
- 11
vanlommel.beGearchiveerd
- 12
- 13
- 14
- 15
- 16
- 17
gekopkalfsvlees.beOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 18
- 19
vlaanderen.beGearchiveerd
- 20
kbopub.economie.fgov.beGearchiveerd
- 21
- 22
- 23
- 24
kbopub.economie.fgov.beGearchiveerd
- 25
kbopub.economie.fgov.beGearchiveerd
- 26
- 27
- 28
postcode.siteGearchiveerd
- 29
- 30
- 31
zoek.officielebekendmakingen.nl
- 32
facebook.com
- 33
thelivestocktraders.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-12)
- 34
thelivestocktraders.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-12)
- 35
veehandeldane.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 36
veehandeldane.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 37
ruigenhilvlees.nlGearchiveerd
- 38
now-inzichtelijk.nlGearchiveerd
- 39
nvwa.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 40
- 41
groenlivestock.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-12)
- 42
facebook.com
- 43
facebook.com
- 44
- 45
nvwa.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-12)
- 46
nvwa.nlOrigineel niet meer bereikbaar (gecontroleerd 2026-09-09)Gearchiveerd
- 47
- 48
veehouderenveearts.nlGearchiveerd
- 49
- 50
rundveeloket.beGearchiveerd
- 51
- 52
Advies van BuRO over de transportwaardigheid van afgemolken melkkoeien (2022) - p. 44, tabel 12 (indicatieve aantallen en aandeel afgevoerde, afgemolken melkkoeien, 2017-2020)
nvwa.nlGearchiveerd
- 53
- 54
- 55
- 56
- 57
- 58
- 59
publicaties.vlaanderen.beGearchiveerd
- 60
- 61
my.msd-animal-health.be
- 62
- 63
- 64
my.msd-animal-health.beGearchiveerd
- 65
- 66
rundveeloket.beGearchiveerd
Verder onderzoek
Andere onderzoeken naar dezelfde dieren en dezelfde industrie.
NVWA trad nauwelijks op tegen misstanden bij koeientransportNa een kort leven in de melkindustrie, zijn koeien uitgeput, hun lichaam is uitgemolken. De zwangerschappen en het intensief melken eisen hun tol. Ze hinken op drie poten het slachthuis binnen, met open wonden aan hun uiers, met abcessen aan hun klauwen en opgezwollen gewrichten. Hoewel verboden, staat de NVWA het transport van deze zieke dieren grotendeels toe.
UitgemolkenEen koe die niet meer op kan staan. De veehandelaar trapt haar, rukt aan haar poten en geeft meer dan veertig stroomschokken. Als dat niets uithaalt, wordt de koe bij vol bewustzijn met een shovel weggesleept. Ongehoord legde met verborgen camera's het in- en uitladen van koeien vast op vijf locaties in Nederland. Op de bedrijven worden moederkoeien en haar kalfjes geschopt, geslagen met stokken of opgejaagd met stroomstootwapens.
NVWA nog steeds in de foutUit documenten die onderzoeksgroep Ongehoord vandaag naar buiten brengt, blijkt dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) nog steeds zieke en gewonde dieren goedkeurt voor export. Het afgelopen jaar werden meerdere dieren met ernstige aandoeningen naar Vlaamse slachthuizen getransporteerd.