
Lijdensweg van stal naar slachthuis
Voordat kippen naar het slachthuis vervoerd worden, krijgen ze niets te eten om hun maag en krop leeg te maken. Dit heeft als doel vervuiling van transportkratten en van karkassen aan de slachtlijn te verminderen. Doorgaans krijgen de dieren een laatste voerbeurt op de ochtend van de dag dat ze naar het slachthuis vervoerd zullen worden (het vervoeren gebeurt ’s avonds). Soms wordt deze voerbeurt niet gegeven en hebben de dieren de avond voorafgaand aan het vangen voor het laatst voer gehad. Afhankelijk van de transportduur en wachttijden voor het lossen in de slachthuizen kan de duur van de periode van voedseldeprivatie oplopen. Vleeskippen worden maximaal 24 uur nuchter gezet voorafgaand aan het moment van slachten. Bij leghennen ligt de gemiddelde duur op 28 uur. [16]
Het vangen in de stal gebeurt ‘s avonds, wanneer de kippen aan het slapen zijn. Het leegvangen van een kippenstal duurt gemiddeld 2,8 uur en gaat gepaard met veel stress en pijn. [17] De kippen worden aan een poot opgepakt en ondersteboven weggedragen met 3-4 kippen per hand, om hen vervolgens in een transportkrat te proppen. Hierbij kunnen de kippen letsels oplopen. [18]
In onderzoek van WUR (Wageningen University Research) naar vangletsel bij vleeskuikens werden bij 5% van de dieren vleugelbloedingen vastgesteld en bij 2,9% van de dieren vleugeldislocaties (wat betekent dat de botten niet meer op de juiste plaats zitten). Daarnaast werden ook vleugelbreuken (0,1%) en pootdislocaties (0,1%) opgemerkt. [19] Omgerekend naar de ruim 600 miljoen vleeskuikens die jaarlijks in Nederland geslacht worden, gaat het om 30 miljoen kuikens met vleugelbloedingen, meer dan 17 miljoen vleugeldislocaties, 600.000 vleugelbreuken en 600.000 pootdislocaties. Over vangletsel bij leghennen zijn geen cijfers bekend. Volgens EFSA (European Food Safety Authority) is het risico op vangletsel (verwondingen, dislocaties en breuken) bij leghennen groter, omdat zij broze botten hebben (botontkalking) door de enorme calciumvraag tijdens het leggen. [20]
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert steekproefsgewijze vangletsel in pluimveeslachterijen. Wanneer zij bij meer dan 2% van een partij dieren vangletsel vaststellen, kunnen zij overgaan tot handhavingsmaatregelen. Bij de NVWA-controle worden letsels die kleiner zijn dan 3 centimeter echter niet meegeteld. [21] Tijdens de rit naar het slachthuis ervaren kippen stress ten gevolge van de confrontatie met een onbekende omgeving, klimatologische factoren (koude, hitte, luchtvochtigheid), deprivatie van voer en water, dehydratie, trillingen, een hoge bezettingsdichtheid en verwondingen. De mate waarin het dier stress lijdt, wordt mede bepaald door de conditie van het dier (bijvoorbeeld goed bevederde kippen zijn beter beschermd tegen kou en hitte) en door de duur van het transport. [22]Volgens data van de NVWA sterven gemiddeld 0,14 % van de vleeskuikens, en tussen 0,15 en 0,17 % van de leghennen tijdens het transport, wat betekent dat jaarlijks ruim 800.000 dieren dood aankomen in Nederlandse pluimveeslachterijen. In het buitenland ligt dit nog hoger door de lange afstanden. [23] [Voor leghennen zijn hiervoor geen data beschikbaar, maar ligt het percentage voor vleeskuikens in slachterijen in Polen en Denemarken net boven de 0,3 % ten opzichte van 0,14 % in Nederland, wat dus meer dan een verdubbeling is.[/annotation']
Bij aankomst in het slachthuis zijn er urenlange wachttijden voordat de kippen geslacht worden. [annotation id="24"] In vleeskuikenslachterijen worden de containers met dieren bij aankomst van de wagens gehaald en in een wachtruimte geplaatst. In slachterijen voor leghennen rijden de vrachtwagens de ontvangstruimte binnen en blijven de kratten met dieren gedurende de hele wachttijd op de vrachtwagen staan.
In onderzoek van WUR uitgevoerd bij leghennenslachterij W. van der Meer, werd vastgesteld dat de vrachtwagens met hennen gemiddeld 2 uur onderweg waren, en vervolgens 8 uur moesten wachten in de ontvangstruimte van de slachterij. Doordat de hennen dicht op elkaar zitten in de kratten (10 tot 15 hennen per krat), raken ze moeilijk warmte kwijt. Hoewel er ventilatoren in de ontvangstruimte waren, werd vastgesteld dat de temperatuur in de kratten een kwart van de wachttijd hoger lag dan 25 graden, wat bij leghennen tot hittestress kan leiden. Het onderzoek werd uitgevoerd in de winterperiode. Voor dieren die in de zomerperiode naar het slachthuis getransporteerd worden, ligt het risico op hittestress veel hoger. [25]
Hittestress kan fataal zijn voor kippen. De dieren hijgen, waardoor de pH van hun bloed verandert. Dit kan hartproblemen opleveren. Ook de lichaamstemperatuur stijgt sterk. De normale lichaamstemperatuur van kippen bevindt zich rond de 41,5 °C; als hun temperatuur tot 44 °C stijgt, overleven ze dit niet. [26]
De pluimveesector weigert om deel te nemen aan het officiële Nederlandse hitteplan inzake diertransporten. De sector blijft vasthouden aan “een eigen hitteprotocol op vrijwillige basis.” [27] In de zomer van 2019 werden door de NVWA pluimveetransporten opgemerkt waarbij 30 tot 40 procent van de dieren gestorven bleek te zijn.
Ook EFSA benoemt hittestress als een ernstig probleem tijdens transport en wachttijden in kippenslachthuizen. In slachthuizen zoals W. van der Meer waar de kratten met kippen tijdens het wachten op de vrachtwagen blijven staan, bestaat bovendien geen mogelijkheid om de dieren wat verluchting te geven door de stapels kratten over een groter oppervlak uit elkaar te zetten. Naast hittestress benoemt EFSA als welzijnsproblemen tijdens de wachttijd: honger, dorst, gebrek aan bewegingsruimte en stress door omgevingslawaai (machines, luidruchtig personeel). [29]
Als de wachttijd verstreken is, wordt de vrachtwagen uitgeladen, wat nog eens 2 uur in beslag neemt. De stapels kratten worden van de wagen getrokken en op een lopende band gezet. Volgens EFSA komt het voor dat kippen tijdens het afladen en verplaatsen van kratten poten, vleugels of kop naar buiten steken, wat resulteert in kwetsuren of verplettering van lichaamsdelen. [30]
Op de undercoverbeelden van W. van der Meer is bovendien te zien hoe een werknemer vrachtwagens met een hogedrukreiniger schoon begint te spuiten, nog voor alle kippen uitgeladen zijn. De dieren die zich nog op de wagen bevinden, krijgen water over zich heen, wat een aantasting is van hun welzijn. Uitgelegde leghennen zijn mager en vaak slecht bevederd, zodat zij geen natuurlijke bescherming hebben tegen het water. In principe mogen vrachtwagens pas gereinigd worden wanneer ze leeg zijn, maar omwille van praktische redenen (tijdwinst en plaatsgebrek in de wachtruimte) wordt het schoonspuiten van nog halfvolle wagens oogluikend toegestaan.


