
Fundamentele oorzaken van transportleed
Het debat rond diertransport is sterk gericht op het verbeteren van reisomstandigheden, zoals kortere transportduur, minder hittestress en beter toezicht. Onderzoeksgroep Ongehoord pleit voor een diepgaander debat. Het geweld tegen dieren vindt zijn oorzaak niet in de reisomstandigheden, maar in de natuurlijke afkeer van dieren om veewagens in en uit te gaan. De problemen rond transport van koeien en kalfjes staan niet los van het productiesysteem van de zuivelindustrie. Het melken van koeien voor zuivelproductie schaadt hun gezondheid en kan niet zonder overtollige kalfjes. Zolang de industrie blijft bestaan, moeten veehouders hun uitgeputte koeien en ongewenste kalfjes kwijt.
Transport en natuurlijke gedragingen
Bij het laden voor transport moeten runderen gedrag vertonen dat indruist tegen hun natuurlijke instincten. Via drijfgangen, doorgangen en laadkleppen moeten ze vrachtwagens in- en uitlopen. Een beangstigende ervaring, omdat de dieren een slecht dieptezicht hebben: ze kunnen de helling van de laadklep niet goed onderscheiden van een afgrond. De confrontatie met vreemde mensen en onbekende soortgenoten, omgevingslawaai en felle verlichting zorgt voor nog meer stress, angst en desoriëntatie. Runderen hebben tijd nodig om onbekende omgevingen te verkennen; ze willen ruimte om zich heen waar ze naartoe kunnen vluchten. Wanneer mensen in deze “vluchtzone” komen te staan, voelen de dieren zich bedreigd en willen ze vluchten. Dieren die via verzamelplaatsen getransporteerd worden, moeten de stressvolle omstandigheden van laden en lossen meermaals ondergaan.
Meer informatie over het natuurlijk gedrag van runderen en problemen bij lossen en laden is opgenomen in onze publicatie ‘Koetjes en Kalfjes’ 2023. [51]Restproduct van de zuivelindustrie: een miljoen overtollige kalfjes
In Nederland worden anderhalf miljoen koeien gehouden voor zuivelproductie. Omdat koeien pas melk geven nadat ze een kalf gebaard hebben, worden de dieren elk jaar opnieuw kunstmatig geïnsemineerd. Dit resulteert jaarlijks in de geboorte van anderhalf miljoen kalfjes, waarvan slechts een derde bestemd is om oudere melkkoeien te vervangen. Stierkalfjes en overtollige vrouwelijke kalfjes hebben geen waarde voor een melkveebedrijf; ze worden gezien als ‘restproducten’. Omdat huisvesting en voeding van de kalfjes geld kost, voeren melkveehouders hen via verzamelplaatsen zo snel mogelijk af naar kalvermesterijen. Als de kalfjes slechts twee weken oud zijn, gaan ze op transport. Doordat ze dan nog erg klein zijn, passen er veel dieren in de veewagen en blijven de kosten lager. Door de geringe opbrengst van kalfsvlees moet het laden en lossen snel gebeuren.
Melkproductie gaat ten koste van diergezondheid
Koeien zijn selectief gefokt om steeds meer melk te geven. Hoge melkproductie gaat ten koste van de diergezondheid. Alle energie gaat naar melkproductie, ten koste van andere lichaamsfuncties waar een koe ook energie voor nodig heeft. Energietekorten, uitputting, kreupelheid en mastitis (pijnlijke uierontsteking) komen frequent voor bij melkkoeien.
Meer informatie over de belangrijkste gezondheidsproblemen bij melkkoeien is opgenomen in onze publicatie Koetjes en kalfjes, 2023. [52]De gemiddelde koe in de zuivelindustrie wordt niet ouder dan 6 jaar, terwijl de dieren van nature 20 jaar kunnen worden. De afgelopen decennia heeft de industrie al ingezet op een ‘langere’ levensduur van koeien. De dieren worden tegenwoordig 280 dagen ouder dan hun lotgenoten van 25 jaar geleden. [53] Dit komt de economische resultaten en het maatschappelijk imago van de sector ten goede, maar betekent niet dat de dieren gezonder zijn. De GD (Gezondheidsdienst voor Dieren) stelt vast dat het ‘ouder’ worden van koeien hand in hand gaat met een toenemend aantal gevallen van mastitis. [54] Helma Lodders, BBB-lid en voorzitter van belangenorganisatie Vee&Logistiek, erkent dat een langere levensduur bij melkkoeien samengaat met toenemende kreupelheid. [55]
Op jaarbasis wordt ongeveer 30% van de Nederlandse melkveestapel afgevoerd uit de industrie. [56] Iets meer dan 3% van de koeien sterft of wordt afgemaakt in het melkveebedrijf. [57] Het gros van de uitgemolken koeien gaat op transport naar de slacht. Melkkoeien zijn aan het einde van hun ‘carrière’ nooit in goede conditie; de afgenomen melkproductie of mislukte inseminatie hangen vaak samen met hun slechte gezondheid. Het transport van zwakke, kreupele en zieke dieren is daardoor niet te voorkomen.
Op basis van de gekende welzijnsproblemen bij melkkoeien schat BuRo in dat jaarlijks circa 37.000 afgevoerde koeien hoog risico lopen op (toegenomen) kreupelheid bij transport. [58] Een verbijsterend aantal, maar niet helemaal een verrassing: uit onderzoek is bekend dat 28% van alle melkkoeien in Nederland kreupel loopt, wat neerkomt op 420.000 koeien. Oorzaken van kreupelheid bij melkkoeien zijn onder andere de slechte hygiëne in stallen, en de ongeschikte ondergronden zoals betonroosters en vervuilde stalvloeren, waardoor de klauwen van de dieren in contact staan met mest en urine. Ook onhygiënische en natte ligboxen zijn slecht voor de klauwen. Het vochtige en warme stalklimaat vormt in combinatie met de aanwezigheid van mest een broeihaard van bacteriën. De slechte lichaamsconditie van melkkoeien en een hoger lactatienummer (aantal keer dat een koe gekalfd heeft) verhogen het risico op kreupelheid nog. Ernstig kreupele koeien geven minder melk en zijn dan niet rendabel meer. Kreupelheid is dus een belangrijke reden om de dieren op transport te zetten naar de slacht. [59]
Conclusie
De afgelopen jaren heeft Ongehoord herhaaldelijk misstanden gefilmd bij diertransport: kreupele en zieke dieren die nooit op transport hadden gemogen en ongelimiteerd geweld om hen op te drijven. Het staat buiten kijf dat de misstanden structureel en onoverkomelijk zijn. Omdat dieren van nature angst en weerzin hebben om vrachtwagens in- en uit te lopen, is geweld bij laden en lossen niet te vermijden. Het transport van zwakke, kreupele en zieke dieren vindt zijn oorzaak in het productiesysteem van de industrie.
We hebben duidelijk gemaakt dat welzijnsmaatregelen voornamelijk het imago van vlees en zuivel verbeteren en niet het dierenwelzijn. Wetgeving wordt op maat gemaakt van de industrie. De overheid lijkt zich meer te bekommeren om de financiële belangen van de veehouderij dan om het voorkomen van dierenleed. Dankzij partijen zoals BBB en PVV hebben de veehouders een nog sterkere invloed in Den Haag.
Wat kun je doen?
Deel dit onderzoek met je omgeving.


